Woensdag 03/03/2021

'We moeten Europa een groots project aanbieden'

infrastructuur

bernard foccroulle, directeur van de munt, droomt van een grote zaal in brussel

De timing is te goed om toevallig te zijn. Nog maar net heeft Brussels minister-president Daniel Ducarme aangekondigd dat er Europees geld kan komen voor een Grote Zaal in de Europese wijk, of Munt-directeur Bernard Foccroulle diept een plan op dat hij eind vorig jaar heeft opgesteld. Foccroulle is natuurlijk allang aan het lobbyen voor zo'n zaal; achter de schermen heeft hij de invulling ervan netjes voorbereid. En in zijn eigen Munt ziet hij, dankzij allerlei educatieve en sociaal-culturele activiteiten gekoppeld aan de artistieke uitstraling, een model voor heel Europa.

Brussel

Eigen berichtgeving

Stephan Moens en Karl van den Broeck

'We staan niet ver van een principiële beslissing over de Grote Zaal, waarbij voor de eerste keer de kans bestaat om er de Europese Unie bij te betrekken. Dat zou een fundamentele breuk betekenen. Europa heeft nooit de wil gehad om hier in cultuur te investeren, financieel niet en spiritueel evenmin. Dat moment mogen we niet laten schieten. Je moet in dit soort projecten een risico durven nemen, anders komt er geen beweging. Ik vind het niet slecht dat Ducarme dat risico nu neemt. Voor Romano Prodi blijven er nog maar enkele maanden: als hij nog iets in beweging wil zetten, moet hij dat aankondigen in maart of april.

"We hebben samen met Ducarme een overleg georganiseerd met de culturele partners om elk conflict te vermijden. Het is immers evident dat een nieuwe zaal een probleem zou kunnen creëren, bijvoorbeeld voor het Paleis voor Schone Kunsten of Flagey. Het is heel positief dat er nu een consensus bestaat. Er is behoefte aan een Grote Zaal; nu moeten wij heel duidelijk zijn over de voorwaarden. Die zijn: het mag geen klassieke concertzaal worden (daarvoor hebben we de twee genoemde zalen), er moet theater en popmuziek gespeeld kunnen worden (Europalia, ADAC, de Ancienne Belgique en het KunstenFESTIVALdesArts hebben die capaciteit nodig). Vorst-Nationaal is daarvoor te groot en de techniek is niet echt geschikt voor theater.

"Wij denken aan een zaal voor tweeduizend toeschouwers, zowat het formaat van de Elisabethzaal in Antwerpen. Daar kunnen we met die partners gemakkelijk 120 tot 150 voorstellingen per seizoen onderbrengen. Er zijn producties die niet in Brussel kunnen staan: de musical Kuifje is met veel succes in Charleroi opgevoerd. Ik sluit dat niet uit: waarom in de zomer geen populaire musical, dat kan ook het toerisme aanzwengelen. De Munt is in een eerste fase geen vragende partij om meer dan dertig tot veertig voorstellingen per jaar te brengen. Dat is ongeveer een derde van wat wij nu doen. We hebben het dan over drie, misschien vier producties. Met hetzelfde programma als voorheen en zonder meer middelen kunnen wij met vijfendertig voorstellingen in een Grote Zaal het publiek met veertig procent uitbreiden. Op langere termijn kunnen we dan ook plaatsen beginnen creëren voor toeristen, die nu heel moeilijk binnen raken, of voor andere sociale groepen, die wel af en toe een plaats kunnen vinden voor een specifieke activiteit maar niet genoeg."

Zullen de producties in die zaal niet ook snel dichtslibben met abonnees?

"Wij moeten meer voorstellingen in vrije verkoop brengen. Dat betekent ook dat het repertoire in die zaal populairder moet zijn. Het creatieve, vernieuwende aspect van ons werk moeten we vooral concentreren in de Munt. In de Grote Zaal gaat de prioriteit naar populaire opera's: Mozart, Verdi, Wagner, een Carmen, en misschien af en toe een iets riskanter productie met minder voorstellingen. Moses und Aron van Schoenberg kan op een grote bühne zinvol gebracht worden. Dat kan een kans geven om het programma toegankelijker te maken zonder te veel toegevingen. We denken ook aan ten minste één klassiek ballet per seizoen, daarnaast grote moderne dansgezelschappen zoals Pina Bausch of Forsythe en dan nog andere compagnies uit alle Europese landen."

Is het geen probleem dat uw potentiële partners van verschillende overheden afhangen?

"Nee, ik wil ook niet dat de gemeenschappen investeren in de Grote Zaal. De zaal zie ik als een Brussels-Belgisch-Europees project. De gemeenschappen kunnen hun centen beter besteden in Gent of Charleroi. Men zegt in dit land veel te makkelijk dat cultuur alleen een zaak is van de gemeenschappen. Elke overheid moet eigenlijk een cultureel project hebben."

U hebt al gewaarschuwd dat zo'n zaal geen garage mag worden.

"Twee dingen moeten we vermijden: een pure garage zonder identiteit bouwen maar ook de instelling toevertrouwen aan één instelling of één persoon. Ik denk dat de enige mogelijkheid een partnership is tussen de Brusselse instellingen die actief willen deelnemen - plus een aantal vertegenwoordigers van culturele instellingen die er niet spelen maar die wel iets te vertellen hebben over de identiteit van het project - en de Europese partners, want boven die 150 voorstellingen per jaar is er plaats voor andere Europese landen die iets willen presenteren in Brussel. Er moet een artistieke directie zijn, een intendant of een artistiek comité, met daarnaast een raad van bestuur waar de subsidiënten in zitten naast vertegenwoordigers van de artistieke partners."

Welke rol heeft Europa daarin?

"Europa weet niet wat het wil. Dus moeten we het ook niet vragen maar zelf een project aanbieden dat roots, een traditie en een identiteit heeft, multicultureel en multidisciplinair is en waar er een plaats is voor Europa. Brussel is waarschijnlijk de stad in Europa die het meest te bieden heeft op dat vlak, vanwege de tweetaligheid en het multiculturele karakter. Brussel kan die rol perfect spelen, veel beter dan Luxemburg of Straatsburg."

Hoe moet die zaal er architecturaal uitzien? En waar moet ze volgens u komen?

"Uiteraard zou een Grote Zaal een groot architecturaal gewicht moeten krijgen, met een internationale wedstrijd. Er zijn twee geschikte locaties in Brussel: Thurn & Taxis en de Europese wijk. Ik persoonlijk vind Thurn & Taxis interessanter, maar de Europese wijk heeft Europa en Europa kunnen wij niet missen. Dus is het evident dat als Europa bereid is te investeren de zaal in de Europese wijk komt."

Een operahuis moet zich steeds verantwoorden over zijn functie in de stad en de samenleving. Hoe pakt u dat aan?

"Wij zijn erg bezig met educatieve en sociaal-culturele projecten. Dat is maar een begin; in de komende jaren gaan veel meer instellingen zich daarmee bezighouden. Dat is ook een gevaar: niemand neemt de tijd om die vele projecten te coördineren en te evalueren. Voor die evaluatie hebben we een studie besteld bij Katia Segers van de VUB. Na de verkiezingen willen we met Cultuur en Democratie een groot debat organiseren voor de Franse Gemeenschap met alle betrokken ministers. Daar willen we ingaan op vragen als: wat is de rol van kunst op school? Wat zijn de nieuwe vormen daarvan? Bij de Vlaamse Gemeenschap is Canon Cultuurcel daar al goed mee bezig: gedecentraliseerd en tegelijk gecentraliseerd. Ik denk dat de dynamiek die in deze studie omschreven wordt, geen model maar een interessant referentiepunt kan zijn. Wij zijn van plan om hetzelfde te doen met ons project rond het verenigingsleven. Katia Segers ziet het grootste gevaar niet in de afwezigheid van de culturele activiteit maar in de groei van de commerciële activiteit rond kunst en cultuur. De school is op dat domein erg fragiel. Daarom mogen wij geen tijd verliezen en ervoor zorgen dat wat naar de kinderen komt kwalitatief gezien gezond is."

Hoe krijg je jongeren naar de opera?

"Jongeren vormen nu in de Munt ongeveer tien procent van het publiek. Europees gezien is dat niet slecht, maar ik vind het veel te weinig. Ik zou voor vijftien procent willen gaan. Daartoe gaan we volgend seizoen al het abonnementensysteem diversifiëren: traditionele abonnementen, 'ontdekkingsabonnementen' en een pas. Die pas bestaat al voor al wat niet opera is; in het vervolg zou hij ook voor de opera gelden, weliswaar met een wat hogere prijs dan nu. Jongeren zijn zappers, het oude abonnementensysteem functioneert niet voor hen. Met scholen kunnen we meer risico nemen. We hebben hun dit jaar Il re pastore van Mozart aangeboden, niet bepaald het bekendste werk, niet het sterkste libretto en niet veel actie. Resultaat: een staande ovatie. Dat heeft te maken met een goede voorbereiding in de school. Met individuen gaat dat niet op dezelfde manier."

Heeft het gebouw geen erg hoge drempel?

"Voor kansarmen is eerder het tegenovergestelde het geval: zij zijn erg vereerd dat ze er binnen mogen. Ik weet ook niet of we het gebouw op een commerciële manier moeten openstellen, met een cafetaria, een informatiecentrum, enzovoort. Covent Garden in Londen maakt met zijn commerciële ruimtes drie miljoen pond jaar omzet. Daar moeten wij niet aan denken. Maar op dit ogenblik is het gebouw overdag wel veel te gesloten."

Moet er voor de publieksverbreding ook aan het artistieke project gesleuteld worden?

"Lang niet al onze producties zijn experimenteel. Ik vind het ook belangrijk dat wij een traditie van de opera presenteren, geen conservatieve maar een goede theatervoorstelling. Dat is een deel van onze beschaving en niet noodzakelijk ouderwets. Mijn essentiële concept is de confrontatie. Wij leven in een wereld waar wij ons telkens weer moeten definiëren. Daarom wordt de confrontatie tussen een David McVicar, een Robert Wilson en een William Kentridge bijna belangrijker dan de kwaliteit van elke productie afzonderlijk. Dit seizoen vind ik daarom een van de beste ooit. Wat we nu voorstellen is veel rijker en heeft veel meer identiteit dan tien jaar geleden. In dat concept van confrontatie kan zelfs een productie van twintig jaar oud nog een rol spelen als referentiepunt. Ik zie de moderniteit helemaal niet meer zoals de avant-garde maar als een confrontatie tussen verschillende polen."

Moet dat binnen één huis?

"Dat het daar gebeurt, is al heel merkwaardig. Het is geen toeval dat de Munt de laatste tijd vaak als een soort referentie of model wordt genoemd. Wij hebben veel projecten samen met het Lincoln Center in New York, we gaan naar Melbourne... Op wereldschaal is er een vraag naar onze projecten. Wij willen daar ook iets van onze identiteit meebrengen. In 2005 gaan we naar Japan. Daar kent men Italiaanse opera door Italiaanse gezelschappen en enkele Duitse theaters. Natuurlijk zijn er al producties van ons of van de Vlaamse Opera ginder geweest maar nooit een tournee met koor en orkest. Ik hoop dat dat een opportuniteit is om te laten zien dat er in Europa plekken zijn waar men op een andere manier met opera bezig is."

Vragen al die projecten niet erg veel geld?

"Ik ben net in Kopenhagen geweest; daar krijgen ze uit privé-kapitaal een nieuwe operazaal van driehonderd miljoen euro en de staat engageert zich voor de werkingssubsidie; die verhoogt met meer dan veertig procent - wat ik niet vraag voor mijn Grote Zaal. Dat betekent dat in 2008 de subsidie voor de opera van Kopenhagen meer dan twee keer zo hoog zal zijn als de onze. Ik geef toe: inclusief een theater, maar dat is veel goedkoper dan opera. Helsinki, Kopenhagen, Rome, allemaal nationale huizen zonder een erg grote uitstraling, hebben tussen vijftig en honderd procent meer subsidie dan wij."

Vandaag en morgen vindt in De Munt Take A Note plaats, een festival voor jongeren tot 28 jaar. Op het programma staan voorstellingen, concerten, lezingen, workshops en rondleidingen. Info over het uitgebreide programma: www.demunt.be of 070/233.939.

Bernard Foccroulle: 'Het repertoire in de nieuwe Grote Zaal in de Europawijk moet veel populairder zijn dan dat van de Munt'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234