Dinsdag 26/10/2021

DubbelinterviewMargot Cloet en Luc Van Gorp

‘We moeten dringend op een andere manier naar die zorg beginnen kijken’: Margot Cloet (Zorgnet-Icuro) en Luc Van Gorp (CM)

Margot Cloet (Zorgnet-Icuro) en Luc Van Gorp (CM). Beeld Wouter Maeckelberghe
Margot Cloet (Zorgnet-Icuro) en Luc Van Gorp (CM).Beeld Wouter Maeckelberghe

De ziekenhuizen liggen nog altijd behoorlijk vol en corona is nog lang geen afgesloten hoofdstuk. Toch is dit het ideale moment om stil te staan bij hoe de toekomst van onze gezondheidszorg er moet gaan uitzien, vinden Luc Van Gorp (CM) en Margot Cloet (Zorgnet-Icuro).

Zij kreeg huilende rusthuisdirecties aan de lijn, die niet wisten wat hen overkwam toen door corona massaal bewoners overleden. Hij overwoog om, als gediplomeerd verpleegkundige, zelf bij springen toen hij zag dat de zorg bijna aan het verzuipen was. Toch bleven ze zich wijden aan hun taak als hoofd van de grootste koepel van woon-zorgcentra, ziekenhuizen en voorzieningen in de geestelijke gezondheidszorg en als baas van het grootste ziekenfonds: namelijk het globale plaatje blijven zien.

Nu de coronacrisis stilaan de – hout vasthouden – de laatste fase ingaat, wordt hardop nagedacht over de zorg van de toekomst. Want in een crisis ligt vaak het momentum voor broodnodige verandering. “Corona heeft getoond dat het neoliberaal denken in de zorg, waarbij vooral efficiëntie en winstmaximalisatie belangrijk zijn, geen toekomst heeft”, zeggen beide zorgtenoren. “We moeten dus dringend op een andere manier naar die zorg beginnen kijken.”

Luc Van Gorp. ‘Corona heeft getoond dat het neoliberaal denken in de zorg, waarbij vooral efficiëntie en winstmaximalisatie belangrijk zijn, geen toekomst heeft.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Luc Van Gorp. ‘Corona heeft getoond dat het neoliberaal denken in de zorg, waarbij vooral efficiëntie en winstmaximalisatie belangrijk zijn, geen toekomst heeft.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Wat is er mis met de manier waarop we naar die zorg kijken?

Van Gorp: “Die staat haaks op wie de mens fundamenteel is en wil zijn. De mens is geen object waar we ongebreideld aan kunnen sleutelen in een streven naar perfectie. Toch bekijken we hem vanuit de zorg op die manier: als er iets kapot is, moet dat hersteld worden. Daar is onze gezondheidszorg op gestoeld.

“Alles moet altijd sneller, beter of efficiënter. Al weken thuis met een burn-out? Wordt het niet tijd om de draad weer op te pikken? Negentig jaar en een agressieve kanker? Weinig kans op slagen, maar laten we toch nog een ingreep uitvoeren. Zolang het maar opbrengt. We zijn ergens onderweg ons wel vergeten afvragen of die mens daardoor gelukkiger is.”

Cloet: “Dat efficiëntiedenken heeft ook voor zorgverleners grote gevolgen. Een recente studie van het Kenniscentrum Gezondheidszorg toonde aan dat als zorgverleners zich niet goed voelen in hun job dat vaak te maken heeft met het feit dat ze de essentie ervan niet altijd kunnen doen. En dan hebben we het niet over de technische handelingen, het repareren van mensen zeg maar, maar het zorgende aspect. Het er kunnen zijn voor de patiënt. Die ‘morele stress’ is voor sommige zorgverleners een reden om uit de zorg te stappen.”

En hoe moeten we die zorg anders gaan bekijken?

Van Gorp: “Door te beginnen bij de bron. Hoe worden zorgverleners vandaag opgeleid? Ik ben zelf verpleger en ben vanuit de problemen opgeleid. We leerden infusen prikken, bloed afnemen, de technische handelingen. Maar eigenlijk moet je zorgverleners eerst opleiden in het zorgen voor mensen, in gesprekken voeren, in meeleven.

“Het systeem zoals het nu is, kan zo niet verder. En wel om twee redenen. Vorig jaar zaten bijna 460.000 Belgen thuis omdat ze langdurig ziek zijn. Die grote groep wordt stilaan onbestierbaar. En twee: we gaan op een bepaald moment geen mensen meer vinden die willen werken in de zorg. Als je omwille van de winstmaximalisatie in een systeem wordt geplaatst waar je moet opleveren, in resultaten, in efficiëntie, dan vloekt dat helemaal met wat je als zorgverlener wil zijn.”

Cloet: “Ik volg je in wat je zegt over de opleidingen. Daar moet inderdaad meer rond communicatie en het relationele gewerkt worden. En er mag ook meer aandacht zijn voor samenwerking. Als je vandaag een opleiding verpleegkunde volgt, dan leer je eigenlijk dat niemand anders jouw technische handelingen mag doen. Maar als we zorgverleners in de toekomst moeten vinden, zal iedereen moeten leren samenwerken en taken uitbesteden als dat nodig is.”

Bedoelt u dan dat anderen de taken van bijvoorbeeld een verpleegkundige moeten kunnen overnemen? Dat ligt nogal gevoelig bij die verpleegkundigen. Ze vrezen dat hun beroep zo uitgehold wordt, waardoor het nog minder aantrekkelijk wordt.

Cloet: “We zullen dat toch breder moeten bekijken, willen we het tekort aan zorgpersoneel opvangen. Ik denk dat we veel meer de samenleving in de zorg moeten binnenbrengen. Mensen die jarenlang mantelzorger geweest zijn bijvoorbeeld, of mensen met een groot gezin die jarenlang voor de kinderen hebben gezorgd, waarom zouden zij niet kunnen komen helpen en het zorgpersoneel een aantal taken uit handen nemen? Als zij kunnen bijspringen door te helpen bedden verplaatsen of opmaken of het toedienen van voeding en het wassen van mensen, dan kan het zorgpersoneel meer tijd maken voor het echte ‘zorgen’.”

Van Gorp: “Ik weet als geen ander hoe corporatistisch verpleegkundigen zijn. Maar het beroep van verpleegkundige hangt toch niet af van het feit of jij als enige een spuit mag zetten?”

Cloet: “Het probleem is wel dat ons hele financieringssysteem daarop is gebouwd. Zorgverleners worden nu vooral per prestatie betaald. Dat zorgt ervoor dat praten met elkaar over de patiënt, en met de patiënt, amper gefinancierd wordt. Dat is toch een boom waar eens heel zwaar aan geschud mag worden.”

Meneer Van Gorp, in uw recent boek Mensenmaat, een pleidooi voor imperfectie noemt u corona de ‘kanarie in de koolmijn’. Op welke manier kan corona hier een gamechanger zijn?

Van Gorp: “Voor corona zaten we in een systeem waarin werd gedacht: we hebben alles onder controle. Als je heel hard je best doet, ga je niet werkloos worden. Als je heel hard je best doet, ga je niet ziek worden. En plots zag je dat ook mensen die heel hard hun best deden ziek werden. En dat zelfs de beste cafébaas zijn café dicht moest doen. Die neoliberale gedachte stootte dus op haar limieten.

“Plots stond de zorg centraal. Plots waren de zorgverleners helden. Die waren dat voordien ook al, maar dat werd niet zo benoemd. Ik heb altijd het beeld van de rennende zorgverlener in mijn hoofd. Tijdens corona heeft die zich te pletter gerend. Maar na corona zal hij nog altijd moeten rennen. Ik hoop dan ook dat de pandemie ons duidelijk heeft gemaakt dat zorgverlening het fundament is van een gezonde samenleving. Ik hoop dat de ogen open zullen gaan, maar ben tegelijk ook bang voor het moment waarin de roepers opnieuw harder gaan roepen en opnieuw gelijk gaan krijgen.”

Margot Cloet. ‘We moeten daar eerlijk over zijn: we willen een systeem hervormen waar we zelf ook heel diep in zitten. Niemand wil verliezen, niet financieel, maar ook niet in macht.’ Beeld Wouter Maeckelberghe
Margot Cloet. ‘We moeten daar eerlijk over zijn: we willen een systeem hervormen waar we zelf ook heel diep in zitten. Niemand wil verliezen, niet financieel, maar ook niet in macht.’Beeld Wouter Maeckelberghe

Cloet: “Dat blijft ook bij mij wel een vrees, hoor, Luc. We zaten voor corona in een besparingslogica. Terwijl we toen ook al wisten dat er een gigantische vergrijzing op ons afkomt. De helft van de 65-plussers heeft ook minstens drie chronische aandoeningen. Maar toch bleven we in een systeem waarbij we het almaar met minder centen moesten doen zonder dat het systeem veranderde. We hebben nog geprobeerd om het thema voor de verkiezingen op de politieke agenda te krijgen, maar dat is niet gelukt. Justitie en economie bleken toen belangrijker. Maar corona heeft nu wel pijnlijk duidelijk gemaakt dat gezondheidszorg en economie met elkaar verbonden zijn. Komt de gezondheidszorg onder druk, dan moet je je economie op slot doen.”

Van Gorp: “We moeten nu de omslag maken om de manier waarop we de gezondheidszorg organiseren fundamenteel te veranderen. Dat hebben velen nu wel beseft, waardoor ik toch wat optimistisch ben.”

Heeft u dan signalen in die richting?

Van Gorp: “We zijn binnen het Riziv met alle spelers binnen de gezondheidszorg een denkoefening aan het doen over het herschuiven van middelen. Een ander soort van budgettering, zeg maar.”

Cloet: “Nu worden middelen nog toegewezen per silo, dat zijn bijvoorbeeld de ziekenhuizen of de dokters. Men vertrekt vanuit een aanbod en geeft centen om een bepaalde behandeling te doen, bijvoorbeeld voor zeldzame kankers. In de denkoefening proberen we te vertrekken vanuit een gezondheidsdoelstelling, bijvoorbeeld: minder zelfmoorden. En we moeten dus bekijken hoe we dat gaan realiseren en waar je de middelen aan moet koppelen.

“Maar het zal van alle betrokkenen veel moed vragen om die oefening te maken. Want we moeten daar eerlijk over zijn: we willen een systeem hervormen waar we zelf ook heel diep in zitten. Het is niet de eerste keer dat er plannen zijn voor zo’n denkoefening. Maar als puntje bij paaltje kwam, ging iedereen wat achteroverleunen. Want niemand wil ‘verliezen’, niet financieel, maar ook niet in macht.”

Van Gorp: “Deze keer is er toch meer een sense of urgency. Op de vorige vergaderingen keek ik echt met grote ogen naar wat er bezig was. Er is een grote wil om te slagen. Maar makkelijk is het niet. We zijn opgegroeid en opgeleid in een systeem en nu gaan we dat systeem binnenstebuiten draaien.”

We moeten het nog eens over de woon-zorgcentra hebben. Als het door corona ergens duidelijk werd dat er problemen zijn, was het wel in de ouderenzorg. Moeten we daar ook anders naar zorg kijken?

Van Gorp: “Als je uitgangspunt is: we willen dat iedereen zo oud mogelijk wordt, dan zitten we eigenlijk in een vrij goed systeem. Als het uitgangspunt is: we willen zinvol langer leven, dat moeten we het systeem toch hervormen. Want zo worden de meeste zorgverleners nu niet opgeleid.

“Een voorbeeld: ik was laatst bij een samenkomst van studenten van allerhande medische disciplines. De vraag was: vind je dat je de patiënt moet betrekken in het multidisciplinair overleg? Dat zou een retorische vraag moeten zijn. Maar de helft van de studenten antwoordde ‘neen, want je kan dat niet organiseren in een ziekenhuis’. We hebben nog wel wat werk, dus.”

Cloet: “Dat is hetzelfde als met de hele discussie over het levenseinde. Veel zorgverleners hebben schrik om daarover te praten omdat ze opgeleid zijn in de filosofie: ik moet de mensen beter maken. Nochtans is het heel belangrijk om daarover met mensen te praten. Het aantal zelfmoorden bij alleenstaande oudere mannen ligt bijvoorbeeld heel hoog. Dat heeft te maken met het feit dat ze niet gewoon zijn van alleen te zijn, maar ook met het feit dat er met die mensen nooit over gesproken is.”

Dat is een probleem dat ook tijdens de eerste golf heel sterk naar boven kwam in de woon-zorgcentra. Er was bij veel bewoners niet nagedacht of ze bijvoorbeeld nog naar een ziekenhuis wilden overgebracht worden of niet.

Van Gorp: “Wanneer gaan we nu eens duidelijk communiceren dat als je naar een woon-zorgcentrum gaat dat in principe uw laatste woonplaats is? Daar is niets verkeerds aan. Die mensen weten dat zelf ook. Dan is het niet meer dan logisch dat er over het levenseinde gepraat wordt. Ik heb een mateloos respect voor de mensen die er werken en ze worden niet overbetaald, wel integendeel. Maar het gaat vaak over kortgeschoolden, voor wie dat soort gesprekken verre van makkelijk zijn.

“In mijn boek breng ik het verhaal van een 92-jarige man. Hij reed al dagenlang bezorgd met zijn rolstoel door de gangen van het woon-zorgcentrum waar mijn echtgenote werkt. Niemand wist wat er met hem aan de hand was, tot hij op een dag vroeg om een wandeling te kunnen maken. Hij wou naar het kanaal. Hij wou er een einde aan maken. Zulke verhalen hebben mij altijd erg diep geraakt.

“Het is net omdat de geneeskunde erop gericht is iedereen zo oud mogelijk te laten worden, dat we nu geconfronteerd worden met tachtigers en negentigers die naar eigen zeggen klaar zijn met het leven.”

Cloet: “Ik denk dat je hierover moet praten voor de persoon in kwestie zwaar hulpbehoevend wordt. Wie dat dan moet doen, een huisarts, een thuisverpleegkundige of de mantelzorger, maakt niet zoveel uit. Mensen moeten ook geïnformeerd worden over het hele pallet aan mogelijkheden. Het mag geen zwart-witverhaal van voor of tegen euthanasie zijn. We moeten daar open naar kijken. Euthanasie is geen doel op zich, maar als iemand zegt: het is leven is zo ondraaglijk, het gaat niet meer. Wie zijn wij dan om te zeggen: dat kan niet?”

Mensenmaat. Een pleidooi voor imperfectie, Luc Van Gorp, Uitgeverij Pelckmans, 197 p., 24,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234