Donderdag 26/11/2020

'We moeten de groeiende polarisatie op alle manieren tegengaan'

Het Holocaustmuseum in de Mechelse Dossinkazerne is nog geen half jaar open en conservator Herman Van Goethem zit met een luxeprobleem: de bezoekersrecords worden verpulverd. Misschien heeft dat wel te maken met het feit dat we opnieuw gevaarlijke tijden meemaken, net als in de jaren dertig. 'Iemand die nu migrant is, zal zich in de Joodse migranten van toen herkennen.'

Drie jaar bouwden de Antwerpse hoogleraar Van Goethem en zijn kleine team aan het Holocaustmuseum dat op 1 december open ging. Sindsdien kreeg Dossin al 50.000 mensen op bezoek waaronder veel jongeren. Dat het doel van 70.000 bezoekers per jaar met tienduizenden overschreden zal worden, staat nu al vast.

Het succes van zijn geesteskind is fantastisch, maar ook afmattend, zegt Van Goethem. "Zo'n museum bouwen, het doet wat met een mens. Nog geen drie jaar geleden gingen we van start: met een klein team werkten we op laptops allerlei maquettes uit. Op dat moment leek alles nog virtueel. Maar toen we met de constructie van het gebouw begonnen werd het allemaal echt. En nu staat het museum er en is het al een half jaar open. Ik beschouw het als een ongelofelijk privilege om dit te hebben mogen doen.

"Tegelijk waren het drie ontstellend zware jaren. Zeker omdat je met een heel emotioneel onderwerp bezig bent. Het leed waarmee ik tijdens de voorbereiding van dit museum werd geconfronteerd, was echt ontstellend. De vele interviews die ik afnam met nabestaanden van slachtoffers hebben me diep geraakt. Om mezelf te beschermen en om als historicus correct te blijven, moest ik een zekere afstandelijkheid handhaven. Anders hou je zoiets niet vol. Het is een museum geworden dat je bij je nekvel grijpt."

Zeker voor een museum over de Holocaust lijkt het evenwicht tussen emotie en afstandelijkheid erg delicaat. Hoe hebt u dat opgelost?

"Dit mocht inderdaad geen melodramatisch museum worden. We wilden dieper ingaan op het menselijke leed, maar wel op een analytische manier. Heel bewust leggen we een link tussen de Holocaust en actuele maatschappelijke debatten. Dit is een museum over mensenrechten dat zo concreet mogelijk wil uitleggen hoe massageweld ontstaat. In welke omstandigheden gaan heel gewone mensen - die vaak verdacht veel op ons lijken - over tot geweld? We laten zien dat massageweld in bepaalde gedaantes overal aanwezig is in onze samenleving. De pedagogische waarde van die boodschap mag je niet onderschatten, zeker als je weet dat wij vooral scholen over de vloer krijgen. Het is belangrijk dat jongeren weten wat de destructieve kracht kan zijn van groepsdruk en massageweld."

De jeugd van tegenwoordig is behoorlijk mondig en zelfverzekerd. Denkt u niet dat veel jongeren zullen repliceren dat zij als individu sterk genoeg zijn om aan die groepsdruk te weerstaan?

"De groep als stuwende kracht van de samenleving is iets wat wij niet goed kennen en net daardoor onderschatten we het. Wij zijn erfgenamen van de Franse revolutie en wij geloven allemaal dat wij autonoom handelende individuen zijn. Dat is maar gedeeltelijk juist. Wij beseffen niet hoezeer ons denken en doen onderhuids bepaald wordt door groepsmechanismen. Jongeren moeten zich bewust zijn van collectieve dynamieken in onze samenleving. Ze moeten leren om een zekere distantie te bewaren en zich niet te laten meesleuren. Op die manier zullen ze misschien minder geneigd zijn om zaken te doen waarvan ze achteraf zeggen: 'Dat had ik beter niet gedaan'."

Welke potentieel gevaarlijke groepskrachten zijn er in onze moderne maatschappij aanwezig?

"De groep als zodanig kan geweld in vele gedaanten voortbrengen. Wij beseffen niet in welke mate wij collectieve geweldrituelen in onze samenleving hebben. Neem nu voetbal. Dat is een geritualiseerde strijd tussen twee groepen, met verschillende uniformen, verschillende strijdkleuren en verschillende liederen. Op zich niets fout mee. Integendeel: krachten moeten zich af en toe collectief kunnen ontladen. Maar het gebeurt regelmatig dat voetbal omslaat in vechtpartijen waaraan honderden mensen deelnemen. Wij proberen die chaotische taferelen te begrijpen maar met ons individueel verantwoordelijkheidsdenken lukt dat niet. Zeker niet als we zien dat nogal wat van die hooligans deftige huisvaders zijn. Hoe is dat nu toch mogelijk?, is onze eerste spontane reactie. Dit gaat ons bevattingsvermogen te boven.

"Hetzelfde geldt voor pestgedrag. Allemaal weten we wat pestgedrag is; in onze jeugd zijn we er allemaal wel op een of andere manier mee geconfronteerd. En het lijkt meestal nogal onschuldig. Maar herinner u het pestincident bij de firma Mactac in Soignies, drie jaar geleden. We hebben die harde beelden in onze tentoonstelling opgenomen. Het is heel interessant om te zien hoe dat een vorm van geritualiseerd geweld is. Die man moet gaan liggen, wordt vastgebonden, beledigd en vernederd. Middeleeuwse gebruiken zijn dat. Je hebt een slachtoffer, je hebt een dadergroep; maar ook mensen die wegkijken en niets doen.

"Bezoekers die dit filmpje aandachtig hebben bekeken, zullen pestgedrag niet gauw meer bagatelliseren. Ik kan het niet wetenschappelijk bewijzen, maar ik ben ervan overtuigd dat als we over tien jaar een statistisch onderzoek naar de Dossinbezoekers zouden kunnen doen, dat er dan behoorlijk wat mensen alerter zullen reageren op risicovolle groepskrachten. Ze zullen vaker 'neen' zeggen tegen die krachten. Want die marge om een stap achteruit te doen en te zeggen: 'Ik doe hier niet aan mee', is er wel degelijk."

Mensen die 'neen' zeggen, u bent ze tijdens uw onderzoekswerk over de Jodenvervolging in België regelmatig tegengekomen. Uw stelling is dat het tijdens de Duitse bezetting wel degelijk mogelijk was om 'neen' te zeggen tegen Duitse bevelen zonder dat je het risico liep om zelf gestraft te worden. Hoe groot was die marge?

"Op dit vlak is ons beeld over de bezetting door allerlei films vertroebeld. Velen denken dat wie tijdens de bezetting een Duits bevel negeerde onmiddellijk naar een concentratiekamp werd afgevoerd of gefusilleerd. Dat was niet zo. Tijdens de oorlogstijd hadden Belgische ambtenaren zelfs een ruime marge om zich aan de Duitse richtlijnen te onttrekken. Meer nog: in bepaalde gevallen boden de Duitsers die mogelijkheid zelf aan. Zo was er de omzendbrief van militair bevelhebber Von Falkenhausen van 24 juli 1941 waarin staat dat ambtenaren niet gedwongen kunnen worden om deel te nemen aan aanhoudingen.

"Zelfs bij de bijzonder brutale Jodenvervolging in Oost-Europa was er ruimte om 'neen' te zeggen. Toen de Duitse Einzatsgruppe in de zomer van 1941 naast mannelijke burgers ook vrouwen en kinderen begonnen te executeren, was er voor die soldaten een mogelijkheid om te weigeren. Uit onderzoek van de Amerikaanse historicus Christopher Browning naar een reservebataljon, blijkt dat ongeveer 5 procent niet aan die executies wenste deel te nemen. Die kerels konden natuurlijk hun militaire carrière vergeten, maar ze werden niet als deserteur beschouwd en kregen geen straf. Hun bevelhebbers beseften dat ze met de beslissing om ook vrouwen en kinderen te vermoorden een psychologische barrière overschreden die voor onrust bij de troepen kon zorgen. Vandaar dat er enige soepelheid werd gehanteerd.

"Een verstandige dictator geeft een marge om 'neen' te zeggen. Want als hij dat niet doet en voortdurend absolute gehoorzaamheid eist, dan kraakt het systeem en krijg je constant in- subordinatie. Dat zie je onder andere bij de Antwerpse politie. Met de sterke steun van oorlogsburgemeester Delwaide gaf hoofdcommissaris Jozef De Potter zijn ondergeschikten geen enkele ruimte om de Duitse richtlijnen te omzeilen. Tijdens de razzia's op de Joden eiste hij de meest volstrekte gehoorzaamheid. En wat zag je? Een aantal agenten begon het systeem tegen te werken en ging in het geniep Joodse mensen waarschuwen."

Bent u erachter gekomen wat voor type mens de moed heeft om 'neen' te zeggen?

"Een van de Antwerpse agenten die weigerde deel te nemen aan de razzia's heette René Vermuyten. Ik heb nog een zoon van hem gevonden die ondertussen ook al erg oud is. Wat bleek: Vermuyten was een heel gewone man. Tot zijn veertiende naar de vakschool geweest, op z'n 21ste toegetreden tot de politie, een brave katholiek, Vlaamsgezind maar ook anti-Duits. Hij was ook erg zwijgzaam en mij is verteld dat hij bij zijn vrouw nogal onder de sloef lag. Waarom precies die man zich tegen de bezetter kantte, is moeilijk te zeggen.

"Verzet is ook geen rationele kwestie, want als je te lang nadenkt over de zin en de gevaren van een verzetsdaad, begin je er meestal niet aan. Het is eerder een gevoelsmatige dan een rationele beslissing. Je ziet een Joods kind in nood en je beslist om het uit de handen van de bezetter te redden. Over de gevolgen en gevaren maak je je pas nadien zorgen.

"Wat ik wel denk, is dat verzet ook iets te maken heeft met ideologie. Bij de pro-geallieerde Belgen leefde een verontwaardiging over wat de Joden werd aangedaan. Die anti-Duitse groep is de eerste die van de marge gebruikt begint te maken om de Duitse regels te saboteren. Verzet heeft weinig of niets te maken met opleiding of sociale status; eerder met moed, principes en verantwoordelijkheidsgevoel. Wel is het zo dat de impact van een verzetsdaad afhankelijk is van de hiërarchische positie.

"Toen de Brusselse burgemeester Joseph Van De Meulebroeck in 1941 uit protest tegen de bezetter ontslag nam, had dat een grote invloed op de publieke opinie en kreeg je een groeiende onwil bij de administratie. Nogal wat lagere ambtenaren begonnen toen de bezetter op een of andere manier te dwarsbomen. Natuurlijk: die beslissing van Van De Meulebroeck vergde wel moed. Maar goed: als je verantwoordelijkheid hebt, moet je soms je verantwoordelijkheid nemen."

Wat voor iemand was Jozef De Potter, de Antwerpse hoofdcommissaris die de Duitse bevelen slaafs uitvoerde?

"We weten weinig over hem. Zijn bijnaam was 'Brave Jef' en dat zegt iets over de man. Hij was een heel gezagsgetrouwe bureaucraat die zijn beslissingen liet bepalen door de richtlijnen van wie hiërarchisch boven hem stond: het Antwerpse parket, burgemeester Delwaide. Zolang hij geen tegenstrijdige instructies kreeg, bleven hij en zijn korps een belangrijke rol spelen bij de Jodenvervolging. De Potter maakte zich voortdurend zorgen over de orde en tucht binnen zijn korps.

"We weten ook dat het een angstige man was, iemand met weinig moed, en hetzelfde geldt overigens ook voor Delwaide. Dat speelt ook een rol. Als je niet dapper bent, is het gemakkelijker om je te blijven conformeren aan allerlei regels en documenten. Bevreemdend is wel dat De Potter na de oorlog in functie mocht blijven en zelfs een hoge Britse onderscheiding kreeg. In november 1942 stapte hij immers over naar het verzet; een maand nadat de Belgische overheid beslist had om niet meer met de bezetter samen te werken. Dat gebeurde niet uit verontwaardiging over de Jodenvervolging, maar uit protest tegen de verplichte tewerkstelling voor Belgen in het buitenland. De Potter volgde blindelings, zo lijkt het wel. Als zijn oversten met de Duitsers meewerkten, werkte hij ook mee. Wanneer de situatie kantelde, kantelde hij gewoon mee. Verbijsterend."

Verbijsterend ook omdat het type-De Potter heel herkenbaar en actueel is.

"Absoluut. Figuren als Jozef De Potter zijn van alle tijden. Mensen die altijd bevelen en regeltjes volgen, die als het moeilijk wordt hun paraplu opentrekken in plaats van verantwoordelijkheid te nemen. Ze maken inherent deel uit van administratieve systemen. Meer nog: het zijn de zwakke schakels van zo'n systeem. Mochten alle mensen zoals De Potter zijn, dan had ik dit museum nooit willen maken. Want ik wil niet de boodschap brengen dat iedereen in staat is tot het meest verschrikkelijke. Maar dat is ook niet zo. Overal en altijd heb je mensen die de marge opzoeken, die hun geweten laten spreken en die hun verantwoordelijkheid nemen."

Een verzachtende omstandigheid die je voor mensen als De Potter zou kunnen aanvoeren, is dat de ware gruwel van de Holocaust pas op het moment van de bevrijding duidelijk werd.

"Het volledige verhaal raakt inderdaad pas in maart 1945 bekend, op het moment dat de geallieerden de uitroeiingskampen bevrijden. Weinigen wisten wat er in de kampen aan het gebeuren was. Maar dit kan geen argument zijn om collaborateurs vrij te pleiten. De zaken die over de Jodenvervolging wél bekend waren, waren al dermate ernstig, dat je al in een vroeg stadium kon concluderen dat er onmenselijke misdaden plaatsvonden.

"De Joden mochten 's avonds bijvoorbeeld niet meer buitenkomen en moesten hun radio's inleveren. Ze moesten hun bedrijven sluiten en dan kwamen er die gewelddadige razzia's en arrestaties. Als burgemeester en politiecommissaris werd je toen met vreselijke zaken geconfronteerd en wist je dat al die mensen nu in een levensbedreigende situatie dreigden terecht te komen. En toch bleven vele bestuurders aan die deportaties meewerken."

Toch ook vreemd is dat na de bevrijding, wanneer alles bekend raakt, een oorverdovende stilte uitbreekt. Over de Holocaust wordt in de eerste jaren na de oorlog amper gesproken.

"Het leed van die zes miljoen vermoorde Joden ging aanvankelijk op in een groter oorlogsverhaal waarbij vijftig miljoen mensen waren omgekomen. Na de oorlog is er weinig ruimte om openlijk te treuren of te protesteren; iedereen is bezig met zijn eigen wederopbouw.

"Vergeet ook niet dat in België het overgrote deel van de gedeporteerde Joden vreemdelingen waren. Daardoor kwamen ze gewoonweg niet in aanmerking voor schadevergoeding. Bovendien waren de overlevenden van de Jodendeportaties vaak erg arm: ze hadden weinig invloed. Het is pas in de jaren zestig met het proces tegen Adolf Eichmann dat de gruwel van de Holocaust volledig tot de publieke opinie doordringt."

Wie door het Dossinmuseum stapt, heeft de onbedwingbare neiging om parallellen te trekken met de huidige periode. Net als in de jaren dertig beleven we opnieuw woelige tijden van economische crisis, opkomend nationalisme en radicalisering. Maakt u die vergelijking ook?

"De polarisatie die we momenteel in Europa meemaken is gevaarlijk en we moeten ze op alle mogelijke manieren tegengaan. Ook in België is er opnieuw een polarisatie tussen Vlaanderen en Wallonië aan de gang. En binnen Vlaanderen is er nu de tegenstelling tussen N-VA en de rest. Je zou kunnen zeggen: tja, dat maakt toch deel uit van het politieke spel. Maar ik zou daarmee erg behoedzaam omspringen.

"Ik woon zelf in Antwerpen: de stad waar de polarisatie rond het N-VA het grootst is en waar openlijk de vraag wordt gesteld of 'het stad' nog wel van iedereen is. Ik sta daar verbaasd naar te kijken.

"Want het gaat snel: ook binnen de vriendenkring neemt de polarisatie toe. Je zit aan tafel met mensen die voor de N-VA hebben gekozen en zij die tégen Bart De Wever hebben gestemd. Discussies worden steeds scherper, of we gaan ze uit de weg. Dat is niet goed.

"Waarmee ik niet wil zeggen dat de huidige spanningen in België tot geweld zullen leiden. Laat ons niet te pessimistisch zijn. Als we in België op iets trots mogen zijn dan is dat de verrassend goede manier waarop wij onze conflicten en tegenstellingen meester blijven. Het is een heel eigen systeem en het kost soms bloed, zweet en tranen om het in stand te houden. De volgende regeringscrisis zal mogelijk nog langer duren dan de vorige. Maar we blijven het wel doen. Zou België misschien een behoorlijk knap politiek systeem zijn?"

Nog een opvallende parallel tussen nu en de tijd van de bezetting: de Joodse gemeenschap was voor een groot deel een migrantengemeenschap die met één been buiten de samenleving stond. De gelijkenissen met de huidige migrantengemeenschappen in België zijn treffend.

"Dat is zeker zo. Wij hebben een fout beeld van de Joodse gemeenschap ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Velen denken dat het om mensen ging die al lang in België woonden, professioneel goed boerden en op alle mogelijk manieren geïntegreerd waren. Dat is niet zo. Het overgrote deel van de Joden was in het interbellum vanuit Oost-Europa en Duitsland naar ons land verhuisd. In de jaren twintig waren het vooral economische migranten, in de jaren dertig ging het om politieke vluchtelingen die uit de greep van Hitler wilden blijven. Het was een heel heterogene groep: arbeiders, intellectuelen, handelaars, naaisters, schrijnwerkers, middenstanders.

"Hetzelfde zie je met de migratie die wij sinds de jaren zestig kennen: eerst economische migranten, daarna ook veel politieke vluchtelingen. En je ziet trouwens net dezelfde debatten opduiken. Moeten we die mensen hier allemaal opvangen? Zouden we ze niet beter terugsturen? Mogen ze hier werken of niet? Mogen hun gezinnen overkomen? Er zijn inderdaad heel grote gelijkenissen tussen het Poolse strijkstertje anno 2013 dat bij mij voor dienstencheques komt werken en het Poolse naaistertje dat in de jaren dertig bij een Belgische familie verstelwerk deed. Het enige verschil is dat de laatste van Joodse komaf was. Maar verder zijn de verhalen analoog. Iemand die nu migrant is, zal zich in de Joodse migranten van de jaren twintig en dertig herkennen. Ook dat lijkt me een toch wel heel belangrijk aspect om aan onze jongeren mee te geven."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234