Maandag 27/01/2020

Interview

‘We moeten constateren dat veel mensen het nog altijd niet willen begrijpen’: 5 jaar na ‘Charlie Hebdo’

Januari 2015: in Parijs betuigen na de aanslag duizenden mensen hun steun aan ‘Charlie Hebdo’. Beeld AFP

Precies vijf jaar na de aanslag op Charlie Hebdo is het voor satire in Frankrijk nog moeilijker geworden, zegt Caroline Fourest, oud-medewerker van het weekblad.

Op de avond van 7 januari 2015 zou Caroline Fourest samen met haar goede vriend en collega Charb –pseudoniem van Stéphane Charbonnier, hoofdredacteur van Charlie Hebdo – aanschuiven in een praatprogramma. Het is rond het middaguur als de redacteur met wie Fourest het talkshowoptreden telefonisch voorbereidt, schijnbaar uit het niets in tranen uitbarst. “Hij is dood, hij is dood”, zei ze. “Charb is doodgeschoten.”

In één ruk rent Fourest naar het redactiegebouw van Charlie, toevalligerwijze niet ver haar huis. De politie is net bezig de straat te versperren. Fourest wordt naar een theater aan de overkant van de straat gebracht, waar een aantal van haar oud-collega’s worden opgevangen. “Het waren er maar een paar, dat viel me meteen op. Pas minuten later realiseerde ik me dat de anderen dood waren.”

Caroline Fourest. Beeld rv

Caroline Fourest is een vooraanstaand journalist, essayist en documentairemaker. In haar werk waarschuwt ze veelvuldig voor de gevaren van religieus fundamentalisme. Van 2003 tot 2009 maakte Fourest deel uit van de redactie van Charlie Hebdo. Als het satirisch-journalistieke weekblad in 2006 een serie cartoons publiceert waarop de profeet Mohammed staat afgebeeld, onder meer met een bomgordel, is Fourest daar nauw bij betrokken. Het leidt tot een rechtszaak – het blad wordt vrijgesproken – en doodsbedreigingen voor redacteuren.

Hielden jullie rekening met de mogelijke gevolgen van de publicatie van die cartoons? 

“Je moet iedereen kunnen tekenen en bespotten. Anders zouden we ons onderwerpen aan de normen van de religieuze fanatici. Dan heeft Charlie geen bestaansrecht meer. We wisten allemaal wat de potentiële gevolgen waren. Sommigen van ons hadden in de aanloop naar 2015 al jaren persoonsbeveiliging. Niemand heeft het risico onderschat, het was ingecalculeerd.”

Als de Algerijns-Franse gebroeders Kouachi op 7 januari 2015 hun kalasjnikovs leegschieten in de redactieruimte, en twaalf mensen vermoorden en nog eens elf verwonden, zijn de gevolgen letterlijk niet te overzien. Maar het misschien wel opmerkelijkste, en zeker meest wrange en ironische gevolg, is de wederopstanding van het daarvoor nog noodlijdende Charlie Hebdo.

Voor de aanslag leed het weekblad een tamelijk zieltogend bestaan. Gemiddeld werd slechts ongeveer de helft van de oplage van 60.000 verkocht. Een oproep om donaties leverde slechts enkele duizenden euro’s op. Het eerste nummer na de aanslag – met de klassiek geworden cover van Mohammed die ‘tout est pardonné’ zegt, ‘alles is vergeven’, werd bijna acht miljoen keer verkocht. Het weekblad ontving na de terreurdaad bijna 30 miljoen euro aan giften. Inmiddels is de verkoop gestabiliseerd rond de 60.0000 exemplaren, de helft aan abonnees, de andere helft in de losse verkoop.

Wat vond u van de golf aan internationale solidariteit en steunbetuigingen?

“We waren allemaal erg geraakt door de massaliteit van de reacties. Dat zoveel mensen zich voor de vrijheid van meningsuiting uitspraken, gaf een enorme troost. In Frankrijk is dat nog altijd sterk voelbaar. Van veel mensen zijn de ogen geopend.

“Maar we moeten ook constateren dat veel mensen het nog altijd niet willen begrijpen. Dat zijn degenen die iedere religiekritiek wegzetten als islamofoob en racistisch. Er zijn in Frankrijk sinds 2015 meer dan 250 doden gevallen bij jihadistische aanslagen, maar een deel van links Frankrijk doet nog steeds alsof dat allemaal niet is gebeurd.”

In het buitenland, waar Charlie Hebdo vooral het nieuws haalt met cartoons waarin de islam een rol speelt, wordt weleens over het hoofd gezien dat het weekblad in Frankrijk van oudsher geldt als links. Antiracisme is volgens Fourest een van de belangrijkste pijlers van het blad. “Wat ons het meest verontrustte, was dat we als racistisch bestempeld zouden worden. Daarom blijven we uitleggen dat het bespotten van fanatisme en extreme uitwassen iets anders is dan het bespotten van een gemeenschap.”

Heeft u het idee dat mensen die uitleg accepteren?

“Veel media hebben bewust nooit uitgelegd wat de satirische traditie is waarin Charlie staat. Dan heb ik het vooral over Amerikaanse en Britse media. Zij hebben hun journalistieke werk niet gedaan, maar zijn gaan meehuilen met de wolven, met de imbecielen en fanatici. Zij zijn medeverantwoordelijk, niet voor de moordpartij, maar voor het feit dat mijn vrienden onvoldoende zijn beschermd. Zij hebben de moordenaars het idee gegeven dat Charlie een geldig doelwit was.”

De redactie van Charlie Hebdo huist op een geheime en zwaarbeveiligde locatie. Wat zegt dat over het klimaat voor satirici?

“We leven in een paradoxale wereld. Op de sociale media zien we een onbeperkte stroom beledigingen, waaronder een heleboel racisme, anti­semitisme en homofobie. Maar de ­satire, het talent om ons vanaf een kritische distantie en met humor iets te doen inzien over de actualiteit, is nog nooit zo fragiel geweest. Die wordt van alle kanten aangevallen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234