Woensdag 22/05/2019

Interview

"We moeten allemaal naar de stad"

De betonstop van de Vlaamse regering is levensnoodzakelijk, vindt Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck. 2040 is nog veraf, maar dat geeft ons de tijd om ook aandacht te besteden aan de ondersteuning van de stadskernen. "Verlaag het kadastraal inkomen van een stadswoning."

Leo Van Broeck: "We moeten de pretfactor van wonen in de stad verhogen." Beeld Tim Dirven

Hij ziet nog veel wolken, maar ook al grote opklaringen. Vlaams bouwmeester Leo Van Broeck is behoorlijk enthousiast over de betonstop die de Vlaamse regering gisteren goedkeurde en vandaag op de klimaattop voorstelt. "Eigenlijk komt het hier op neer: wie nog wil bouwen, zal dat moeten doen op een al bebouwd stuk grond. Of in ruil een bebouwd perceel teruggeven aan de natuur. Maar er zal dus netto geen bebouwde ruimte meer mogen bijkomen."

Minister Joke Schauvliege wil nu bouwgronden anders gaan inkleuren. De eigenaars zullen daar wellicht niet om kunnen lachen.

Van Broeck: "Wel als ze er iets voor in de plaats krijgen. Een soort ruil bijvoorbeeld. Stel, tien mensen hebben elk een stuk bouwgrond ergens in the middle of nowhere. Als ze daar bouwen, zitten ze ver van alles. Er is weinig tot geen openbaar vervoer, er zijn hopen kosten aan rioleringen en andere nutsvoorzieningen. En ze hebben allemaal twee auto's nodig om boodschappen te doen, kinderen naar de scouts te brengen en zelf naar het werk te rijden. Ze zullen veel tijd verspillen in de file."

"We kunnen bouwrechten verhandelbaar maken. Die tien mensen kunnen dan hun recht om te bouwen in dat slecht gelegen gebied verkopen aan bijvoorbeeld een projectontwikkelaar in goed gelegen gebied, denk aan een dorpskern, waar de grondprijzen ook hoger zijn. Die projectontwikkelaar bouwt daar dan rijwoningen of appartementen, maar in ruil voor de bouwrechten mag hij dan hoger bouwen waardoor die mensen daar ook kunnen komen wonen. Dat is een win-winsituatie en de kinderen van die tien mensen kunnen voortaan te voet naar de scouts, terwijl hun ouders met de fiets naar de film gaan of wat sporten. Qua levenskwaliteit scheelt dat enorm."

U stelt het heel mooi voor, maar die tien mensen moeten er wel hun huisje-tuintje-boompje-droom voor opgeven en in een appartement of rijhuis gaan wonen. Zullen ze dat wel willen doen?

"Ik ben overtuigd van wel, zeker als ze beginnen beseffen dat zo'n appartement meer waard zal zijn dan de fermette of villa die ze aanvankelijk van plan waren te bouwen. Want die kasten van huizen brengen niets meer op. Die energieverslindende woningen op auto-afhankelijke plaatsen worden steeds minder populair. De jongere generatie kan en wil dat niet meer kopen."

"Als je mensen goed uitlegt waarom we deze omwenteling doorvoeren, dan begrijpen ze dat. Het gaat niet langer om een kikker die we over de weg moeten helpen, het gaat over essentiële dingen als levenskwaliteit. Kijk naar de cijfers: we hebben het record aan uren file per werknemer, ons woonmodel zit qua CO2-uitstoot bij de hoogste van Europa en in verkavelingsgebieden is het aantal verkeersdoden vier keer hoger dan in stedelijke gebieden. We hebben de hoogste belastingtarieven ter wereld omdat een groot stuk van dat geld naar de gevolgen van onze slechte ruimtelijke ordening gaat. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar stel je eens voor dat we dat allemaal gekeerd krijgen: dat betekent minder verkeersongevallen, meer loon, minder overheidsbeslag en - vooral - meer tijd om bij partner en kinderen te zijn. Keer het om en het wordt heel erg leuk, toch?"

Wat doen we dan met mensen die al in zo'n fermette op een verkaveling in dat buitengebied wonen? We kunnen hen daar toch niet uitzetten?

"We moeten het vooral aantrekkelijk maken om te verhuizen. Zorg ervoor dat het kadastraal inkomen van woningen in de stad omlaag gaat en die van woningen in het buitengebied omhoog. Nu is dat omgekeerd en dat is eigenlijk compleet onlogisch. Een woning in het buitengebied heeft een lager KI maar kost de overheid veel meer dan een woning in de stad. Er moet extra riolering aangelegd worden, er moeten meer wegen zijn. Wie in de stad gaat wonen, zou daarvoor beloond moeten worden."

U wil zoveel mogelijk mensen naar de stadskernen sturen. Kunnen die steden dat wel aan? Mensen ontvluchten net de steden omdat er problemen zijn zoals armoede en hoge bevolkingsdichtheid.

"Onze steden zijn niet dichtbevolkt, ze zijn net te dun bevolkt. In Brussel wonen 7.000 mensen per vierkante kilometer, in Parijs is dat 21.000. En daar zie je nog niet eens veel hoogbouw. Er kunnen dus wel degelijk nog mensen bij in onze steden."

"Maar natuurlijk moeten de steden meer ondersteund worden en moeten er meer inspanningen komen om wonen in de stad aantrekkelijker te maken. Als we mensen met een verkavelingsideaal willen overtuigen om in een stad of dorpskern te gaan wonen, dan zullen we hen het beste van twee werelden moeten geven en vooral de pretfactor van wonen in de stad verhogen. Mensen zien nu vaak de praktische problemen. Toon de mens dat hij zijn gazon die hij zelf moest maaien, kan inruilen voor een stadspark waar hij geen onderhoud aan heeft en dat veel groter is dan zijn tuin."

Moeten we dan niet eerst inzetten op de versterking van die steden, vooraleer mensen hun bouwgrond af te pakken?

"We moeten het absoluut tegelijk doen. Mensen zullen enkel verhuizen als ze naar iets leuks kunnen, maar mensen zullen blijven als je hen niet dwingt. Daarom is het goed dat de deadline voor het plan 2040 is. Dat geeft ons tijd om de twee gelijktijdig uit te rollen."

We mogen ook niet naïef zijn. Er zijn al eerder pogingen geweest om onze ruimtelijke ordening aan te passen. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen in de jaren 90 had ook goede bedoelingen, maar toen spartelde de bouwlobby tegen en kreeg ook haar zin.

"Dat is nu het grote verschil. De bouwlobby is deze keer helemaal mee. Ook zij hebben door dat je met villa- en fermettebouw geen geld meer kunt verdienen. Ook zij zien een kans in de verdichting van de kernen en de nieuwe projecten daar. Met die ene man of vrouw die een woning gaat bouwen in de stad, komen we er niet. We moeten naar meer grootschalige projecten van tientallen groepen woningen, dicht bij de dorps- of stadskernen."

"Naast de bouwfirma's zullen we ook steeds meer burgercoöperatieves zien ontstaan. Kijk maar naar Antwerpen. Daar heeft een groep burgers geprobeerd om de Oudaan te kopen. Dat is niet gelukt, maar nu is men met de hulp van de stad aan het kijken naar andere aankoopmogelijkheden. Die deeleconomie hou je niet meer tegen."

"Ook de politiek is er klaar voor. Er zijn nu dingen bespreekbaar waarvoor je vijf jaar geleden nog bijna gelyncht werd. Geloof me, de positieve kentering is gestart en is niet meer te stoppen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.