Vrijdag 18/06/2021

'We leven van incident naar incident'

Ze moeten jeugddelinquenten en jongeren met een moeilijke thuissituatie opvangen, in werkelijkheid worstelen de gesloten gemeenschapsinstellingen met psychiatrische problemen of mentale handicaps die niemand wil. 'Soms kookt het potje over, zoals nu.'

Een zestienjarige jongen ligt overhoop met zijn moeder en klopt aan bij het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Hij hopt van de ene crisisopvang naar de andere, tot hij niet langer akkoord gaat en een langetermijnoplossing eist. Omdat de jongeman niet meer meewerkt, belandt zijn dossier bij de jeugdrechter.

En opnieuw volgt een parcours langs begeleidingstehuizen, waarbij uiteindelijk de situatie escaleert en eindigt met wat duw- en trekwerk. Opnieuw naar de jeugdrechter, die eindelijk een oplossing ziet: eerst naar een observatiecentrum, daarna kamertraining, om zelfstandig te leren wonen. De jongen is blij, tot blijkt dat er weer nergens plaats is. Als tussenoplossing wordt hij naar een gesloten instelling gestuurd, want daar mogen ze hem niet weigeren. Drie maanden, maximaal, zeggen ze hem. Zeven maanden later zit de jongen er nog, zonder enig perspectief.

Bovenstaande getuigenis is maar een van de vele verhalen die het Kinderrechtencommissariaat verzamelde in de Vlaamse gemeenschapsinstellingen. Daar belanden de zogenaamde MOF-jongeren (die een 'als misdaad omschreven feit' hebben gepleegd) of POS-jongeren (uit een problematische opvoedingssituatie) op beslissing van de jeugdrechter. In twee van die instellingen, Ruiselede en Beernem (samen De Zande), legde het personeel gisteren al voor de zevende keer in elf jaar tijd het werk neer. "Bij ons komen jongeren terecht die hier niet thuishoren", zegt een vermoeide Martine Devisscher van het vakbondsfront.

De opvoeders pikken het niet meer dat ze de zwaarste gevallen op hun bord krijgen. Vaak gaat het om jongeren die niet alleen een moeilijke voorgeschiedenis kennen, maar ook het ongeluk hebben dat ze nergens echt bijhoren: ze zijn licht mentaal gehandicapt, kampen met psychiatrische problemen of worstelen met een verslaving.

Te veel van dit of dat

En dan begint het spelletje. Volgens de psychiatrie horen de jongeren in de bijzondere jeugdzorg, volgens de gehandicaptenopvang in de psychiatrie. Ze zijn te veel van dit, maar ook te veel van dat. Of net niet genoeg. Of ze zijn niet meer welkom in de psychiatrie omdat ze er al brokken hebben gemaakt. Ze zijn, kortom, weinig gegeerd, een moeilijke groep op een moment dat er al werkelijk nergens plaats is. De gehandicaptensector, de geestelijke gezondheidszorg en de bijzondere jeugdzorg, alledrie kampen ze met lange wachtlijsten. Een kind dat thuis in een sfeer van geweld opgroeit en soms wel maanden moet wachten op een oplossing, is geen uitzondering.

"Wij proberen nog amper kinderen aan te melden, er is toch nergens plaats", zegt een consulente aan de jeugdrechtbank. "En als het écht ernstig is, bellen we naar de gesloten gemeenschapsinstellingen, want die moéten als enige de jongeren opnemen. Je kunt dus wel stellen dat de ergste, meest complexe kinderen in die instellingen belanden."

"Soms kookt het potje echt over, zoals nu", zegt Devisscher. Concrete aanleiding voor deze staking was een incident met een meisje dat uiteindelijk toch naar de psychiatrie kon, maar na twee weken alweer in Beernem zit. "In eerste instantie willen we dat dat meisje hier niet terugkomt. Ze krijgt hier niet de begeleiding waar ze recht op heeft. Maar uiteraard willen we een signaal uitbrengen over alle oneigenlijke plaatsingen."

Want de instellingen zijn allerminst voorzien op psychiatrische en andere problemen. "De jongeren zijn onvoorspelbaar en soms agressief. Ze viseren daarbij het materiaal, maar soms ook ons", zegt Devisscher. "Wij zijn opvoeders, geen psychiatrische verplegers. In de psychiatrie kunnen ze onhandelbare mensen fixeren, maar wij beschikken niet over het juiste materiaal. Op een bepaald moment zijn de jongeren evengoed een gevaar voor zichzelf."

De gevolgen zijn dan ook navenant: spanningen, conflicten en oververmoeid personeel. En op het einde van de rit is niemand geholpen. "We leven van incident naar incident, zonder dat de jongeren enig perspectief hebben over hun eventuele doorstroming." Ook de jongeren zelf vinden de situatie maar niets, weet kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen. "De diversiteit binnen de groep is te groot: MOF, POS, zware psychiatrische problemen. Uit gesprekken met jongeren weten we dat ze dat zelf als een probleem ervaren, en sommigen onder hen kunnen in die gesloten instellingen absoluut niet geholpen worden."

Alsof je een hartpatiënt naar een podoloog stuurt, zegt de jeugdconsulente. En omdat ze de gesloten instelling niet (kunnen) verlaten, is er weer geen plaats voor anderen. "Deze jongeren zijn niet de meest zichtbare groep, en ze roepen weinig sympathie op. Maar in mijn ogen zijn ze wel de meest kwetsbaren in onze maatschappij."

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) beloofde gisteren alvast een nieuw overleg, om na te gaan of de samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg beter kan verlopen. Wat de "oneigenlijke plaatsingen" betreft, vindt Vandeurzen dat er al heel wat inspanningen zijn geleverd. "Het aantal plaatsen voor jongeren met een beperking en een gedrags- en emotionele stoornis is uitgebreid. Daarnaast werd een systeem op punt gesteld om voor jongeren met meervoudige problemen oplossingen op maat mogelijk te maken met een soort 'rugzakfinanciering'. Daarmee kan ook de nodige psychiatrische zorg voorzien worden", schrijft hij in een mededeling. Wel wil de minister inzetten op een betere diagnostiek, om jeugdrechters beter bij te staan.

En wat het meisje in Beernem betreft, daarvoor wordt naar een geschikte opvangplaats gezocht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234