Donderdag 25/02/2021

'We krabbelen langzaam rechtop'

De Limburgse gemeente Heerlen zal er vandaag ongewoon rustig bijliggen. Geen spoor van renners, ploegleiders en de hele wielerentourage zal er te bespeuren vallen op deze laatste zaterdag van april. En dat voor het eerst sinds jaren. Heerlen is de traditionele startplaats van de Amstel Gold Race. Het vertrekpunt van de enige Nederlandse topklassieker heeft zich nu verplaatst naar Maastricht, ook aankomstplaats sinds 1991, tegelijk het jaar waarin Nederland zijn laatste winnaar mocht begroeten: Frans Maassen.

'S HEERENHOEK / MAASTRICHT.

VAN ONZE VERSLAGGEVER

Misschien wordt nu al een halt toegeroepen aan de buitenlandse hegemonie", grijnst Jan Raas. "De resultaten die de Nederlandse renners de voorbije weken lieten optekenen, geven ons een greintje hoop om weer een rol van belang te spelen in voor ons toch een van de belangrijkste wedstrijden van het jaar.

Wat de Ronde van Vlaanderen voor een Vlaming is, is de Gold Race voor een Nederlander. Met Boogerd, Van Bon en Den Bakker in ons team Rabobank en Knaven bij het concurrerende TVM mogen we eindelijk nog eens optimistisch naar deze klassieker toekijken."

Jan Raas was zelf een gevierd wielerkampioen eind de jaren '70, begin jaren '80. De ex-wereldkampioen is nog altijd, en dat met lengten voorsprong, recordhouder op de erelijst van de Amstel Gold Race. Vijf keer won hij de Nederlandse klassieker, wat onze noorderburen inspireerden tot de woordspeling Amstel Gold Raas. Raas was in zijn periode het boegbeeld van de rijkste wielerlichting die Nederland ooit kende. Gerrie Knetemann, de huidige Nederlandse bondscoach, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper behoorden mee tot de internationale top. Samen streden ze op alle terreinen op het hoogste niveau. Allen veroverden ze de wereldtitel, wonnen klassiekers en speelden een toonaangevende rol in de Tour. Van deze generatie kon alleen Hennie Kuiper de Gold Race niet winnen. Wat niet betekent dat de Olympische kampioen van 1972 er niets aan gedaan heeft om die wedstrijd aan zijn rijk gevuld palmares toe te voegen.

"Wij Nederlanders waren met zijn allen uit op winst in de Gold Race", zegt Jan Raas. "Niet onbegrijpelijk toch. Een wedstrijd van dat niveau in eigen land kunnen rijden, geeft een extra stimulans. We waren supergemotiveerd."

Sindsdien kende Nederland nooit meer een lichting die een vergelijking met die 'gouden generatie' kon doorstaan. In het begin leek het nochtans snor te zitten met de opvolging. Men verheugde zich met mooie successen van Steven Rooks, Adrie van der Poel, Jelle Nijdam, Gert-Jan Theunisse, Jean-Paul Van Poppel, Erik Breukink of zelfs Frans Maassen. Maar toen ook zij van het toneel verdwenen, werd het huilen met de pet op boven de Moerdijk.

"De laatste jaren hebben we een forse terugval gekend", geeft Jan Raas graag toe. "Resultaten liegen niet. Maar die terugval hebben we blijkbaar nu kunnen stoppen. We zijn langzaam aan het terugkrabbelen. Boogerd, Van Bon, Den Bakker, Blijlevens, Voskamp en Knaven bewijzen dat ze internationaal niveau aankunnen. Het goed presteren van de ene stimuleert de andere om er een schepje bovenop te doen. De gezonde concurrentie werkt."

Vooral de in Essen wonende Michael Boogerd verrast Raas in positieve zin. "Hij bevestigt al het goede wat er ooit over hem gezegd en geschreven werd", knikt Raas voldaan. "Ook al had ik dat nu nog niet verwacht van hem. Michael heeft ontzettend veel progressie gemaakt."

Dat het met het Nederlandse wielrennen weer de goeie richting uitgaat, heeft volgens Jan Raas vooral te maken met zijn sponsor, die genoeg geld investeert in het Rabobank Wielerplan, en de moderne aanpak van het wielrennen. "Vroeger geloofde ikzelf nauwelijks of niet in de Italiaanse methode", zegt Raas. "Maar ik heb moeten inzien dat het vandaag de dag niet anders kan. Vooral de komst van Rolf Sörensen heeft bij velen een belletje doen rinkelen. Na jarenlang in Italië te fietsen, is Sörensen genoeg vertrouwd met de moderne Italiaanse aanpak. Hij heeft die methode aan onze renners overgedragen. Iedereen trekt zich daar nu aan op."

Met de profs laat Jan Raas zich nog weinig in. Hij is uitgegroeid tot manager van het Rabobank wielerteam. En dat is veel meer dan een stel internationale profrenners. Het staat ook voor internationaal gestructureerde amateur- en juniorenteams, voor scouting van nieuwelingen en zoektocht naar jong talent, voor studiedagen voor wielerverenigingen, voor de ondersteuning van organisaties en het promoten van het recreatiefietsen. "Noem het gerust heel Nederland op de fiets", zegt Jan Raas. "De opzet is om van Nederland opnieuw een toonaangevende wielernatie te maken."

Vooral Rabobank is met die opzet begaan. Bij concurrent TVM heeft men minder aandacht voor de Nederlandse renners. Cees Priem heeft een verzameling fietsende werknemers van diverse pluimage in dienst. Slechts acht Nederlanders liggen bij hem onder contract. De overigen komen uit zeven verschillende landen. "Jong Nederlands talent probeer ik altijd te strikken", zegt Priem. "Tenslotte zijn we een Nederlandse ploeg met twee Nederlandse sponsors. Maar ik heb nooit problemen gekend met buitenlanders. Ik heb in veel landen mijn contactpersonen die me inlichten, ik pluis alle internationale uitslagen uit en bekijk jongens die me opvallen. Belangrijkste is dat TVM wint. Of dat nu Van Petegem of een Nederlander is, speelt voor mij en de sponsor geen rol." De resultaten van die politiek werden duidelijk in de selectie voor de Waalse klassiekers. Van de acht renners die TVM mocht opstellen, was er telkens amper één plaatsje voor een Nederlander gereserveerd: Bart Voskamp.

Bij Jan Raas staat Nederland wel centraal. "Het Rabobank Wielerplan werpt ondertussen zijn vruchten af. Dat merk je", stelt Jan Raas. "Bruinsma, Hiemstra en Lotz zijn doorgegroeid naar de profs. Zij hebben duidelijk een paar jaar voorsprong op andere neo's die uit de amateursclubs komen. Onze amateurcoach Verhoeven vond dat ze rijp waren voor de grote stap."

De profploeg mag dan het uithangbord zijn van Rabo, in het project wordt ontzettend veel aandacht besteed aan jeugdwerking. "Omdat de jeugd de basis is", zegt Jan Raas. "Vroeger keek ik nauwelijks naar uitslagen van jeugdkoersen. Nu ben ik er door gepassioneerd."

Ex-prof Nico Verhoeven heeft de verantwoordelijkheid over de amateurs en heeft daarvoor een jaarbudget van 20 miljoen ter beschikking. "De wachtkamer voor de profwielrennerij", heet Raas het. "Die jongens worden professioneel en medisch begeleid. Hun voorsprong op de concurrentie is aanzienlijk."

Frans Maassen heeft de junioren onder zijn hoede. Hij gaf de beste lichting sinds jaren door aan Nico Verhoeven. "Topklasse", zegt Raas. "Als amateur hebben zij het iets moeilijker nu. Maar als junior was er tegen hun geen kruid gewassen. Natuurlijk hebben die jongens nog een hele weg te gaan. Maar zij hebben alles in huis om het te kunnen maken. Dan heeft Nederland misschien opnieuw een gouden lichting."

Tony Landuyt

'Alle Nederlanders in onze ploeg trekken zich aan Sörensen op'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234