Zaterdag 03/12/2022

'We horen alleen maar GERUCHTEN'

De onzekere toekomst van het Rijksadministratief Centrum

In den beginne was er euforie. Het Rijksadministratief Centrum had alles wat een ambtenaar maar kon dromen. Liften bij de vleet, telefoonlijnen naar believen, moduleerbare kantoorwanden, airco en zelfs een dossierlift waarvan niemand zich de werking kan herinneren. Lof was er ook voor de inplanting. Ambtenaren die in Congres van de trein stapten, konden hun brood verdienen zonder een voet in Brussel te zetten. Vijfendertig jaar later ligt de utopie van de ideale ambtenarenstad aan diggelen. Het RAC is in privé-handen, de ambtenarij begint nog dit jaar aan de meest grootscheepse exodus ooit. Hommage aan een modernistisch meesterwerk met een onzekere toekomst.

Erik Raspoet / Foto's Stephan Vanfleteren

Snackbar Rivoli is een adres dat in geen enkele culinaire gids mag ontbreken. De koffie is er prima, de broodjes zijn er vers, en de prijzen erg democratisch. Maar het is vooral de trip met de teletijdmachine die deze eettent tot een must voor avontuurlijke gourmands maakt. Niets in het interieur laat vermoeden dat het derde millennium is aangebroken. Tafels van chroom en formica baden in het licht van oranje hanglampen, de telefoon wordt bediend met een kiesschijf, de radio speelt heel passend Joe Dassin. Belangstellenden kunnen hun bezoek aan dit relict van de vroege sixties best niet te lang meer uitstellen. Wanneer ze eruit moet? Liliane De Leeuw haalt de schouders op. "Hoe moet ik dat weten?", vraagt de 68-jarige bazin retorisch. "Van de Regie der Gebouwen heb ik nog niets gehoord. Ik weet alleen dat die van de Financietoren nog dit jaar moeten verhuizen. Voor de rest hoor ik alleen maar geruchten. Dat ze het Rijksadministratief Centrum helemaal gaan verbouwen. Het schijnt dat hier winkels komen, en appartementen." Ze trekt een bedenkelijk gezicht. "Wonen in het Rijksadministratief Centrum", zegt ze. "Wat een idee. Overdag ziet het er misschien mooi uit, maar 's avonds is het hier luguber."

Buiten krijsen de meeuwen, ruziënd om een plaats op een van de lantaarns in de Rivolistraat. Het zijn prachtexemplaren, witte bollen op ranke palen die in koppels werden opgesteld langs de verchroomde balustrade. Eigenlijk is de Rivolistraat geen straat maar een half overkapte gaanderij. Bij regenweer kun je tussen de zuilen van het 200 meter lange Arkadengebouw struinen, de snelste verbinding tussen de Congreskolom en de Financietoren. Opbeurend is die wandeling echter niet. De gaanderij wordt geritmeerd door metalen rolluiken die alleen leegstand en vergeten rommel beschermen. Ooit waren dit bankkantoren, eettenten en boetieks, afgestemd op de noden van de zowat 5.500 ambtenaren in het RAC. Nu houden alleen Liliane en een desolaat reisbureau de schijn van een winkelcentrum hoog. Op een mooie dag valt er meer te genieten, dan verandert de Rivolistraat in een grote belvedère. Enkele meters onder de gaanderij ligt immers het Pechèrepark, genoemd naar de eminente tuinarchitect die bovenop de immense parking van het RAC een wonder heeft verricht. Fonteinen, plantsoenen en wandelpaden vormen een geometrisch patroon dat niet alleen een lust is voor het oog. "Kom maar eens kijken in de zomer", zegt Liliane. "Dan liggen ze 's middags allemaal te zonnen."

2004 zou wel eens de laatste zomer der zonnende ambtenaren kunnen worden. Want Liliane De Leeuw heeft geen loze geruchten opgevangen, het hele Rijksadministratief Centrum moet op de schop. Data liggen nog niet vast, maar wellicht wordt 2004 het jaar van de grootste ambtelijke exodus die Brussel ooit heeft beleefd. Eerst aan de beurt komt de 29 verdiepingen tellende Financietoren, die eind 2001 voor 217 miljoen euro aan de Nederlandse vastgoedgroep Breevast werd verkocht. Ten laatste in december verkassen de ambtenaren van Financiën, het gros van de 3.200 gebruikers, naar twee fonkelnieuwe spiegelpaleizen nabij het Noordstation. Na de verbouwing in 2008 zal de Financietoren er onherkenbaar bij liggen. De betonnen wand, een door vele pendelaars verfoeid herkenningspunt op de kleine ring, wordt afgebroken. Toch zal de toren in volume toenemen, tot een kolos die ruimte biedt aan 4.500 gebruikers. Dat worden opnieuw ambtenaren, want volgens het sale and lease back-contract verbindt de overheid zich ertoe de vernieuwde Financietoren voor minstens 27 jaar te huren.

Vastgoedspecialisten in Brussel vragen zich nu al vertwijfeld af hoe vadertje staat die immense capaciteit wil benutten. Het eigenlijke RAC werd pas vorig jaar verkocht, opnieuw aan Breevast. De drie kantoorgebouwen, de ondergrondse parkings aan de Pachecolaan, de esplanade achter de Congreskolom en het Pechèrepark verhuisden aldus van het publieke naar het privé-domein. Voor 27,1 miljoen euro, een peulschil voor een kavel van meer dan 5 hectare in het hart van de Europese hoofdstad. Markteconomische logica verklaart het verschil in opbrengst tussen de Financietoren en het RAC. Met de eerstgenoemde investering neemt Breevast geen enkel risico, aangezien het toekomstige rendement door de verkoopakte wordt gegarandeerd. Het RAC is een heel ander verhaal. Wat moet er na de leegloop gebeuren met het walhalla van de Belgische ambtenarij? Niemand die het op dit ogenblik weet, maar sommigen houden nu al hun hart vast. Het RAC geldt als het belangrijkste staaltje van modernistische architectuur in Brussel. Een ronkend predikaat, maar weinig geruststellend. Het modernisme uit de jaren zestig en zeventig kan zich niet bepaald in veel respect verheugen. Exponenten als de Martini-toren en Lotto-toren werden de voorbije jaren genadeloos met de grond gelijkgemaakt. Net zoals dat gebeurde met het art-nouveaupatrimonium groeit na iedere afbraak de waardering voor het genre. Ontspringt het RAC de slopershamer?

"Laat het ons hopen", zegt een van de schaarse klanten in de Rivoli. "Ik werk hier al veertien jaar, maar ik blijf het een prachtige plek vinden. Ooit heb ik Italiaanse bezoekers meegenomen. We waren met de trein naar Brussel gekomen. Vanuit het Congres-station kun je helemaal ondergronds naar de esplanade lopen. Welnu, die Italianen waren compleet overrompeld toen ze aan de oppervlakte kwamen. Die zuivere lijnen, dat gevoel van ruimte en licht, ze raakten er niet over uitgepraat." Hij drinkt zijn koffie op, de lunchpauze is voorbij. Zijn naam wil hij niet in de krant, maar meelopen naar zijn bureau mag wel. Het gaat richting Vesalius, tot nader order een bastion van Volksgezondheid. Tevergeefs speur ik naar tekenen van verval. Ja, de neonlichten en de vloertegels op de gang zijn allang uit de mode. "Sommige bezoekers maken daar een drama van", zegt de ambtenaar. "Vooral die bruine wanden vinden ze verschrikkelijk. Hoe kun je in zo'n omgeving werken, vragen ze. So what, antwoord ik dan, hier heb ik tenminste mijn eigen bureau. Ik zou niet willen ruilen voor een landschapskantoor." Hij steekt een sigaret op, zijn voogdijminister moest het weten. Behalve privacy en rookgenot biedt zijn kantoor een fantastisch uitzicht op Brussel. "Ik kijk graag naar de skaters", zegt hij. "Hoe ze van die trappen vliegen, je moet het maar durven. Er valt hier veel te zien. Iedere maand komt er wel een staatshoofd bloemen leggen bij het graf van de Onbekende Soldaat. Wij zitten dan op de eerste rij. Weet je dat ik zelfs de keizerin van Japan heb gezien?"

Veertien jaar dienst in de schaduw van de Congreskolom. Ongetwijfeld heeft hij koning Boudewijn nog met bloemen en kransen in het getouw gezien. Het was trouwens Boudewijn die hier op 17 april 1958 de eerste spadensteek mocht geven. Een foto in een oude brochure van de Regie der Gebouwen toont hoe dat ging. Op de voorgrond een immer wantrouwig kijkende Boudewijn, op de achtergrond de voltallige regering, aangevoerd door een zelfingenomen Achille Van Ackere. De socialistische premier mocht zich wel de gangmaker van het RAC noemen, maar niet de bedenker. De eerste plannen voor een hergroepering van de overheidsadministratie dateren immers van 1938.

Over de noodzaak viel niet te redetwisten: de overheidsdiensten waren versnipperd over tweehonderd locaties in Brussel, vaak verkommerde huurpanden zonder centrale verwarming of deugdelijk sanitair. Pas halfweg de jaren vijftig, als het puin van de oorlog is geruimd, werden de middelen gevonden om de plannen uit te voeren. De inplanting van de administratieve monoliet lag voor de hand. De Bas-Fonds, aan de voet van de Congreszuil, bood niets dan voordelen. Ideaal gelegen in de buurt van Wetstraat en Parlement, perfect bereikbaar met trein, tram en bus. Over de gedwongen verhuizing van 690 Brusselaars werd niet teerhartig gedaan. De verpauperde volkswijk was toch al half afgebroken bij de aanleg van de Noord-Zuid-verbinding, die een gigantisch litteken tussen de boven- en benedenstad had getrokken. Van de nood werd meteen een stedenbouwkundige deugd gemaakt. Het Rijksadministratief Centrum, met zijn talloze trappen, zou als een sluis fungeren om de 17 meter diepe kloof tussen de Koningstraat en de Pachecolaan te overwinnen.

Die belofte heeft men nooit kunnen waarmaken, voetgangers zien in het RAC vooral een gigantisch obstakel. Maar de administratieve stroomlijning is wel geslaagd. De ambtenaren, die het complex vanaf 1969 inpalmden, waren verrukt. Liften bij de vleet, telefoonlijnen naar believen, vergaderzalen in alle formaten, moduleerbare kantoorwanden, alleen de modernste technieken waren goed genoeg voor de Regie der Gebouwen. De dubbele glasramen konden nergens open, maar daar werd niet over gezeurd. Alle gebouwen waren namelijk uitgerust met airconditioning, in die dagen nog een revolutionaire techniek. Het streven naar ambtelijke efficiëntie werd nog het best verzinnebeeld door de dossierlift. Geen gezeul meer met dossiers tussen verschillende departementen. Ambtenaren zouden gewoon naar de dossierlift stappen, hun paperassen met één druk op de knop naar de gewenste etage zenden, alwaar ze door een wachtende bode gezwind naar de correspondent werden gebracht. Het moet een peperduur contract met liftbouwer Westinghouse zijn geweest. Overal pronkt dezelfde installatie, en overal hangt hetzelfde opschrift: 'Buiten gebruik'. Slachtoffer van het e-mailtijdperk, denk ik eerst, maar er is meer aan de hand. Ik pols anciens die al tien, twintig, ja zelfs dertig jaar de geklimatiseerde lucht van het RAC opsnuiven. Niemand kan zich herinneren dat ze de dossierlift ooit hebben zien werken.

Toeristen weten niet wat ze missen. Zowel de gaanderij als de esplanade van het Rijksadministratief Centrum bieden een weergaloos uitzicht op de benedenstad. Fotografen en cineasten daarentegen hebben het RAC allang ontdekt. Geen maand gaat voorbij of er wordt wel een fashion shoot gehouden, een videoclip ingeblikt of een filmscène opgenomen. Ook voor stadsguerrillero's moet dit een gedroomde biotoop zijn. Onder de oppervlakte kronkelt een wirwar van tunnels die er overdag uitgestorven bij liggen. Dat verandert omstreeks halfvijf, als overal in het RAC de prikklokken zoemen en het arbeidsreservoir via tientallen kanalen leegloopt. Een groot debiet stroomt richting Congres, het ondergrondse station met de fraaie betongevel dat speciaal voor het RAC werd gebouwd. Het waren de sixties, pendelen gold toen nog als heel modern. Vanuit de provincie konden de overheidsdienaren naar Congres sporen en zich via tunnels, roltrappen en liften naar het RAC begeven, zonder ook maar een voet in Brussel te zetten. Nogal wat Vlamingen brengen dat ideaal in de praktijk, een sporadische excursie naar de Fnac en de Nieuwstraat daargelaten. De slagader van deze ondergrondse stad is een brede, kaarsrechte gang die zich honderden meters lang onder het RAC uitstrekt. Weinig Brusselaars kennen deze publieke boulevard, nochtans de kortste weg van de Nationale Bank naar metrostation Kruidtuin. "C'est le couloir de la mort", zegt de Turkse schoonmaakster. "We noemen dat zo omdat hier zo weinig volk passeert." Ze wringt haar dweil uit. "Drie uur voor de hele gang", zegt ze. "Als ik klaar ben, heb ik vier kilometer in de benen."

Waar je ook gaat, overal bots je op agenten van Group 4 die de veertien ingangen van het RAC bewaken. Hun uniform is identiek, maar niet hun aanpak. In de Financietoren raken we niet binnen, maar op de 0.1 profiteren we van een geeuwaanval om ongestoord in de refter rond te neuzen. Plaats voor 2.500 hongerige ambtenaren, het grootste restaurant van België. In Arkade worden we vanuit een goed gecamoufleerd aquarium teruggefloten. Altijd al willen weten: hoe vult zo'n bewakingsagent zijn loze diensturen? Met het lezen van historische naslagwerken, luidt het antwoord in dit geval. Deze man weet alles over de bruine jaren dertig, de Amerikaanse Burgeroorlog en zeventiende-eeuwse uniformen. "Kun je geloven dat Léon Degrelle hier nog parades heeft gehouden?", vraagt hij. "Waar nu de Financietoren staat, daar was een loods waar Degrelle zijn troepen verzamelde. Van hier trokken de rexisten met hun hakenkruisen naar de Grote Markt."

Geert Verstrepen van zijn kant zweert voor zijn lectuur bij P-Magazine, het blad waarin balorige kardinalen en wulpse blondines zich blootgeven. Al veertien jaar waakt hij over het komen en gaan in de Vesalius, de tempel van Volksgezondheid. Het heeft hem een moment van roem opgeleverd: een cameo role in de Canvas-klassieker In de Gloria. De sketch is al jaren oud, maar in het RAC wordt er nog altijd smakelijk om gelachen. "Het ging zo", vat Geert Verstrepen de plot samen. "De stoker van het RAC geeft in de kelder een feestje om zijn pensioen te vieren. Hij heeft veel volk uitgenodigd, de champagne staat klaar, zijn vrouw heeft een taart gebakken. Samen zitten ze te wachten en te wachten, maar er komt niemand. Na een poosje gaat de stoker boven kijken, waar iedereen blijft zitten. En wat blijkt? Dat niemand weet wie hij is. Potverdomme, zegt hij, en ik die veertig jaar mijn kloten heb afgedraaid om jullie te verwarmen. Kom, zegt hij tegen zijn vrouw, neem die taart maar mee. En dan zie je ze samen afdruipen. Eigenlijk is het een heel triest verhaal." Hem zal dat niet overkomen, want hij is het populaire gezicht van de Vesalius. Het is Geert van hier en Geert van daar, hij incasseert zelfs late nieuwjaarswensen. "Vans gelijken", kaatst hij terug. "En een goede volksgezondheid."

Om de sfeer in het RAC te bederven moet je over de nakende exodus beginnen. Ja, dat ze weg moeten, dat beseffen ze allemaal. Maar wanneer en waarheen? Volksgezondheid en Sociale Zekerheid zouden naar de Côte d'Or nabij het Zuidstation verhuizen, het Rijksregister naar de Koloniënstraat, de Regie der Gebouwen naar de Gulden Vlieslaan. Feiten, vermoedens en geruchten worden druk becommentarieerd. Conclusie na twee dagen veldonderzoek: het liefst van al zou iedereen blijven zitten. Angst voor het onbekende? Opkijken tegen de sleur van de verhuizing? Zeker, maar de meeste gesprekspartners zijn oprecht verknocht aan deze plek. Waarom verhuizen, is een veelgehoorde vraag. Het RAC is hoegenaamd niet versleten. Een lichte renovatie, een rondje asbest verwijderen, en het complex staat weer aan de top van de Brusselse vastgoedmarkt. Nergens klinkt die vraag acuter dan in de Financietoren, een kunstwerk dat pas in 1981 werd voltooid. We lopen met Roger Van Malderen door de lobby. Er staan hedendaagse sculpturen, de wanden zijn met donkere rotsplaten bekleed. "Geef toe", zegt hij. "Het ziet er allemaal nieuw uit. Niet verwonderlijk, want de Regie bouwt alleen met kwaliteitsmaterialen. En alles wordt ruim berekend. Als twee verwarmingsketels volstaan, dan plaatst de Regie er voor de zekerheid vier."

We nemen de lift naar het hoogste punt van Brussel. Het is helder, de Mechelse Sint-Romboutstoren tekent zich af aan de horizon. Ik staar in de diepte, langs de Y-vormige lifttoren, die onafhankelijk van het eigenlijke kantoorgebouw werd opgetrokken. Wat een geldverspilling, denk ik als leek. Straks breken ze deze koker met zijn 24 liften af, vervolgens hakken ze in het midden van de kantoortoren een nieuwe koker uit. "Ik snap het ook niet helemaal", zegt Roger Van Malderen. "Maar die lui van de vastgoedsector zijn niet op hun achterhoofd gevallen. Die verbouwing zal wel geld opleveren, anders beginnen ze er niet aan. Op de vastgoedmarkt is er maar één criterium dat telt: het rendement per vierkante meter. Misschien is het RAC daarom verouderd. De architecten hebben met ruimte gesmeten. Er zijn brede gangen, grote vergaderzalen en een immense refter, alle ambtenaren hebben een eigen kantoor. Het comfort van de gebruiker stond centraal bij het ontwerp. De tijden zijn veranderd. De humane visie op kantoorbouw speelt nu tegen het RAC."

We verpozen op een bank in het Pechèrepark. Alles is perfect onderhouden, de kale laagstammen zijn witgekalkt. In de lente verspreidt hun bladerdak een vals gevoel van discretie. Menige buitenechtelijke kantoorromance werd hier met een kus bezegeld. De avond legt de kanker van de leegstand bloot. De hele rechtervleugel van het sierlijke Arkadengebouw is in duisternis gehuld. Daar huisde het Vlaams ministerie van Onderwijs, de eerste grote huurder die het anker heeft gelicht. Wat als volgend jaar de laatste lichten worden gedoofd? De kans op langdurige leegstand is groot. Anders dan de Financietoren gaat de verbouwing van het RAC met een procedureslag gepaard. De Brusselse regering werkt momenteel aan een besluit waarin de stedenbouwkundige en architecturale krijtlijnen voor het project worden getrokken. Vervolgens is het aan de stad Brussel om dat kader met een bijzonder plan van aanleg te verduidelijken. Pas dan kan de bouwheer - Breevast heeft intussen de helft van zijn aandelen in het RAC aan Dexia en Immobel verkocht - een vergunning aanvragen.

Bij diSturb, een collectief van architecten, stedenbouwkundigen en geografen met een hart voor de grootstad, zijn ze er niet gerust op. "Een zoveelste staaltje van kortzichtigheid van de overheid", zegt woordvoerder Antoine Crahey. "Het RAC werd verkocht zonder enige toekomstvisie. Voor een prikje, omdat Rik Daems vlug, vlug een gat in de begroting moest opvullen. Aan de gevolgen voor Brussel werd niet gedacht. Als het RAC straks leegloopt, zitten we met een kanjer van een stadskanker opgescheept." DiSturb volgt het dossier met argusogen. Zo deed een gunstige wind het ontwerpbesluit van de Brusselse regering op hun bureau belanden. De ongerustheid werd er niet door getemperd. "Wel integendeel", zegt Crahey. "Volgens het ontwerp komen er veel meer kantoren en wordt de helft van het Pechèrepark aan een tweede Arkadengebouw opgeofferd. Woningen zijn er ook, maar die worden langs de Pachecolaan weggemoffeld. Natuurlijk is het maar een ontwerp, en uiteraard is die kaderwet voor interpretatie vatbaar. Maar de toon is wel gezet. Weet je wat ons het meest tegen de borst stuit? De heimelijke manier waarop de Brusselse regering te werk gaat. Inspraak van de buurt? Publiek debat? Vergeet het maar. Het is altijd hetzelfde liedje in Brussel: grote projecten worden steevast aan een van de vijf bevriende studiebureaus toevertrouwd. De impact van het RAC op de leefbaarheid van het stadscentrum is nochtans enorm. In een normale stad wordt voor zo'n stedenbouwkundige ingreep een internationale wedstrijd uitgeschreven."

De volgende vertrekker is inmiddels bekend. In de paasvakantie verhuist Selor, beter bekend onder zijn oude naam: het Vast Wervingssecretariaat, baken van hoop op een vaste baan en een geïndexeerd overheidspensioen. We lopen het Esplanadegebouw binnen langs de ingang op de Oratoriënberg. Tienduizenden landgenoten zijn via deze poort de ambtenarij ingestapt. Voor het licht op groen sprong, moesten ze door de gaskamer met haar 289 tafels en evenveel asbakken. Roken is allang verboden, maar nog altijd ademt de zaal een vijandige sfeer. Ramen zijn er niet, de kandidaten werden niet geacht van hun blad op te kijken.

Erwin Vrancken, in gewone doen een minzame Limburger, fungeerde vaak als strenge opzichter. "Ik heb honderden examens georganiseerd", zegt hij. "Vaak was deze zaal te klein. Voor het niveau van bestuurssecretaris kregen we gemakkelijk duizend kandidaten over de vloer. Dan verhuisden we in het weekend naar de refter. We rekruteerden niet alleen ambtenaren. Het grootste examen dat we ooit organiseerden, was voor postbodes. Dertigduizend kandidaten, we moesten naar Nederland om genoeg stoelen te vinden. Dat examen werd simultaan afgenomen op meer dan tien plaatsen. De Heizel in Brussel, de Grenslandhallen in Hasselt, Flanders Expo in Gent, de Limburghal in Genk, we hadden alle grote zalen van het land afgehuurd. Er deden veel universitairen mee. Het was in de jaren tachtig, in volle crisis. Na een jaar moesten we al een nieuw examen voor postbode organiseren. De wervingsreserve was uitgeput, want alle hooggeschoolde kandidaten hadden elders werk gevonden." Het einde van het tijdperk aan de Esplanade is in zicht. Wat brengt de toekomst? "Een landschapsbureau", weet Vrancken. "Dat is modern en sociaal, zeggen ze. Ik zou het niet erg vinden, mochten al mijn collega's zich ook als sociale wezens gedragen. Jammer genoeg is dat niet het geval. Ik zal deze plek nog missen."

City Mine(d) en diSturb organiseren op 12, 13 en 14 maart een workshop over het RAC. Info: www.citymined.org.

Antoine Crahey: 'Het RAC werd verkocht zonder enige toekomstvisie. Voor een prikje, omdat Rik Daems vlug, vlug een gat in de begroting moest opvullen'De Turkse schoonmaakster: 'Drie uur voor de hele gang. Als ik klaar ben, heb ik vier kilometer in de benen'

Een bewakingsagent: 'Kun je geloven dat Léon Degrelle hier nog parades heeft gehouden? Waar nu de Financietoren staat, daar was een loods waar Degrelle zijn troepen verzamelde'

Een ambtenaar: 'Sommige bezoekers maken een drama van die bruine wanden. Hoe kun je in zo'n omgeving werken, vragen ze. So what, antwoord ik dan, hier heb ik tenminste mijn eigen bureau'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234