Zaterdag 26/11/2022

We hebben overwonnen

De pijn. De pijn!! Met nog slechts twee kilometer te gaan moet ik wandelen. Mijn tranen kan ik dan niet meer tegenhouden. Van de teleurstellingWe gaan de meet over. Iemand hangt de medaille rond mijn hals, maar veel besef heb ik niet meer. Snikken, huilen, blèren, snotteren. Dit keer van de opluchting en geluk

Een vreselijke, indringende zweetgeur. Als ik op de rand van het bed op onze hotelkamer zit en me heel voorzichtig uitkleed is dat het eerste wat me opvalt. Nog nooit heb ik zo hard gestonken.

Door Wilfried eetezonne

Athene l De lichamelijke schade valt nogal mee. Op mijn rechtervoet is er het begin van een blaar. Mijn oksels en mijn billen zijn geschaafd en van het zweet hangen er witte zoutkorsten op mijn gezicht en benen. Voor de rest: een pijnlijke stijfheid waardoor je elke kleinste beweging voelt.

Ik kom er eigenlijk beter vanaf dan de andere ervaren atleten in het '42 km verder'-team. Mijn mental coach Nathan Kahan, die geen meter had getraind maar toch 254ste werd met een brutotijd van 3 uur 22, had al in de tiende kilometer blaren. Collega Maarten Rabaey, 608ste met een brutotijd van 3 uur 42, heeft brandwonden tussen de dijen. En dan een eindje verderop in het klassement komen mijn bondscoach Wim De Jonge, ongehavend, en ik met een brutotijd van 5 uur 12. Die brutotijd is de tijd vanaf het startschot, maar dan duurt het nog even voor je over de eerste mat gaat die je persoonlijke tijdmeting start. Dat scheelt altijd naar beneden. Mijn nettotijd is volgens de website van de marathon - en dus officieel - dan ook 5 uur en 10 minuten.

Naast me op het bed ligt mijn medaille. Aan een blauw en wit lintje hangt een ferme koperen munt met aan de ene kant van de medaille het gezicht van een man die ik niet ken, aan de andere kant het logo van de marathon met de datum. Daarnaast ligt de oorkonde waarop ik mijn naam mag invullen. De zweetgeur zal na een welkome hete douche verdwenen zijn. De medaille, de oorkonde en de belevenis heb ik voor het leven.

Het is het bewijs dat ik op zondag 5 november 2006 de marathon der marathons heb gelopen. Dezelfde weg die Pheidippides volgens de legende aflegde in 490 voor Christus, toen hij van de velden bij marathon vertrok om in Athene de overwinning van het Griekse leger op de Perzen te melden. "We hebben overwonnen", riep Pheidippides toen om vervolgens steendood neer te vallen. Aanvankelijk was ook ik van plan om die historische woorden te roepen mocht ik de finish halen, maar ik was te geëmotioneerd, had te veel pijn. Ik wás al steendood.

We bibberen als we aanschuiven aan de bussen richting Marathon. De sterren schijnen nog en de meer dan 3.000 atleten stromen toe uit alle hoeken van Athene en alle werelddelen. Iedereen probeert zich warm te houden. Over een katoenen T-shirt met lange mouwen draag ik het olympisch singletje dat ik van Nathan heb gekregen, daarover een fleece, een winddicht jasje, een petje en handschoenen. Het helpt niet. De wind snijdt door mijn spandex broek. Maar ik ben tenminste volledig assorti met rood als hoofdtoon.

Als we zo'n veertig minuten later aan de start staan, vertelt een thermometer dat het een genadeloze 2,7 graden Celsius is. Het is dan halfacht, nog een uur in de koude proberen we op te warmen. Helios verschijnt zachtjes boven de kim van de bergen. Een mooi zacht licht geeft dat. Maar warmte? De deelnemers wrijven zich in met allerlei zalfjes, loopschoenen worden aangetrokken, schouderklopjes gegeven. De marathon van Athene, waarmee de marathongeschiedenis begon, blijkt een soort van bedevaart voor ervaren lopers. Door de luidsprekers klinkt Grieks gewauwel. Instructies, een speech en vervolgens moeten we onze hand opsteken om een eed af te leggen. Wat we gezworen hebben? Geen idee.

Het schot klinkt en we zijn weg. Of nog niet. Want we staan nogal achteraan in het vak en het duurt even voor de massa voor ons in beweging is. We beginnen te lopen.

Als ik in een eerdere column schreef dat het parcours nogal op een Boomsesteenweg leek, heb ik het oneer aangedaan. Dat was een indruk vanuit de wagen. Als je loopt zie je zoveel meer. Zeker de eerste kilometers is het landschap bepaald indrukwekkend. Hier en daar zomen citrusbomen de weg af, bergen steken af tegen de strakke blauwe lucht en straks zullen we in de verte de zee zien met daarachter in de nevel besneeuwde bergtoppen. Alleen de koude wind heeft vrij spel en Wim loopt voor me om me uit de wind te zetten.

Traag beginnen is het geheim van een marathon en we lopen heel ontspannen met een snelheid van iets meer dan 7 kilometer per uur. We praten wat, maken oneerbiedige grapjes over de concurrentie, maar we genieten vooral van de omgeving.

Aan de vijfde kilometer loopt het mis in de organisatie van de wedstrijd. De deelnemers moeten rond de grafheuvel lopen waarin de Atheners begraven zouden liggen die het leven lieten bij de slag van Marathon. Maar blijkbaar heeft de kopgroep de tegenovergestelde richting genomen en zo moeten de lopers elkaar op een bepaald moment kruisen. Wim vloekt op de organisatie want het is bepaald gevaarlijk. Op de koop toe liggen er dranghekken op de weg. Ook niet veilig. Maar we overleven het.

Rond de achtste kilometer komt mijn trainer Paul naast ons fietsen. Hij zal geregeld mijn drinkbus met sportdrank aan Wim geven, die me dan laat drinken. Of ik al iets wil eten? Helios begint eindelijk warmte te geven en al lopend, een beetje zoals je Clark Kent ziet doen als hij Superman wordt, schiet ik mijn warme kledij uit. Na de eerste vijftien kilometer beginnen de eerste heuvels. De eerste beklimmingen. Maar we zijn in prima vorm en we overleven ze zonder kleerscheuren.

Roze blijkt het nieuwe zwart van deze marathon te zijn. Een Amerikaanse heeft roze gestreepte kniekousen aan, maar vooral een delegatie Japanners onderscheidt zich door in fluoroze pakjes te lopen. Ze hebben ook vlaggetjes op het hoofd en een teddybeer op de rug.

Paul en Wim vinden dat ik bijzonder vlot aan het lopen ben, zelfs op de hardste beklimmingen vanaf kilometer twintig. Ik begin er zelfs te versnellen naar 9 kilometer per uur, wat mijn trainer zeer verbaast. Maar ik voel me prima. De ontstekingsremmer en de pijnstiller voor mijn knie die ik die ochtend heb genomen, doen hun werk, ik heb nog niet op mijn adem getrapt, we zitten perfect op schema en we kunnen zelfs nog grappige foto's maken.

Het is rond de twintig kilometer dat ik besef dat ik het zal halen en vreemd genoeg is dat een heel emotioneel moment. De voorbije acht maanden flitsen eventjes voorbij. Op dat moment voel ik, nog vreemder, tranen opkomen maar ik kan ze bedwingen. Dan nog wel.

Vanaf kilometer dertig wordt het parcours beestachtig. De pijnstiller begint uit te werken en mijn linkerknie speelt op. Eerst een lichte pijn, die bij elke stap erger wordt. En de lastigste beklimming moet nog komen. Bij elke stap lijkt het alsof het asfalt zich opricht en een hap uit mijn spieren neemt. Of tegen mijn knie schopt. Je voelt je weefsels stap voor stap afbrokkelen. Het wordt doorbijten nu en zelfs de toeschouwers langs de weg die aanmoedigingen in het Grieks roepen kunnen niet veel helpen. De blik gaat op oneindig. Vanaf dan zeg ik geen woord meer behalve: "drinken", "eten" of "mijn kloten, godverdomme".

Vanaf kilometer 32, we hebben dan nog steeds niet gewandeld, zou het bergaf moeten gaan, maar we moeten nog twee bruggen onderdoor en dus twee hellingen op. De laatste tunnel rond kilometer 35 is te veel. De pijn in mijn knie is amper draaglijk. En tussen het gevloek door schreeuw ik het soms uit van de pijn. Paul en Wim spreken bemoedigende woorden, blijven me aansporen. Soms hoor ik ze, vaak niet.

Maar we lopen door. We manken, we vertragen, maar we lopen door. Het moet. Al diegenen die twijfelden aan de haalbaarheid van het project mogen geen gelijk krijgen. Maar acht kilometer, zeven kilometer, vijf kilometer zijn dan eindeloos. De laatste loodjes hangen aan mijn kuiten.

Het is aan kilometer veertig dat ik totaal breek. Het is daar dat de man met de hamer toeslaat als een Oost-Europese buitenwipper van een louche baandiscotheek. Tot kilometer veertig hebben we gelopen, maar ik kan niet meer. Mijn knie bonkt haast uit het gewricht. De pijn. De pijn!! Met nog slechts twee kilometer te gaan, in de laatste rechte lijn naar de finish, moet ik wandelen.

Mijn tranen kan ik dan niet meer tegenhouden. Van de teleurstelling. Hier moeten wandelen, uitgerekend hier, geeft me een enorm leeg gevoel. Ze stromen over mijn wangen als ik verder mank, steunend op Wim. Even probeer ik verder te lopen, maar ik zak door mijn knie. Weer een schreeuw van pijn, of was het machteloosheid?

Zo manken en janken we een meter of 700. Ik weet niet hoe, maar toch vind ik nog ergens diep van binnen een restje kracht. Of alleszins het zelfrespect om niet als een kreupele over de finish te moeten gaan. Ik veeg de tranen van mijn gezicht en in de laatste kilometer begin ik opnieuw te versnellen. Mag er nu godverdomme een einde aan komen, smeek ik stilletjes. Iemand roept "Go Belgium" en als ik het stadion binnenloop hoor ik de supporters "Komaan Wilfried" roepen.

We gaan de meet over. Iemand hangt de medaille rond mijn hals, maar veel besef heb ik op dat moment niet meer. Snikken, huilen, blèren, snotteren. Dit keer van de opluchting, van geluk en van alle emoties die dan als een stormram op je afkomen val ik in de armen van Wim, van Paul, van Nico, van Nathan. Ze houden er allemaal een natte schouder aan over.

Hier hebben we het voor gedaan. Acht maanden van snoeiharde trainingen, van spieronstekingen, van dagelijkse therapieën, medische controles en diëten, van twijfels of ik het zou halen, van vechten tegen sceptici. Hier in het historische Panathinaikosstadion komen al die touwtjes in een feestelijke strik bijeen. Vanop de Akropolis zien de Griekse goden dat ze genoeg met mijn voeten hebben gerammeld, dat het wel goed is zo.

En mijn huidige persoonlijke record van 5 uur 10. Dat moet beter kunnen op mijn volgende marathon...

PS: Aan de vele mensen die aan dit project hebben meegewerkt: bedankt.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234