Dinsdag 07/12/2021

'We hebben ons een hoop leugens laten vertellen'

'De Amerikaanse inmenging in Vietnam werd aan iedereen verkocht op basis van de dominotheorie. En welk land sloot dat rijtje dominostenen af? Australië natuurlijk! Die theorie sloot goed aan bij de Australische paranoia in verband met Azië, zoals het angstbeeld dat een miljard Aziaten het op onze vrouwen en op ons land gemunt hadden. Er zijn dus ook veel Australische soldaten naar Vietnam vertrokken. En duizenden daarvan zijn ook gesneuveld.'

Londen

Van onze verslaggever ter plaatse

Jan Temmerman

Op die manier verklaart de Australische regisseur Phillip Noyce (°1950), van wie momenteel ook nog die andere uitstekende film Rabbit-Proof Fence in onze bioscopen draait, zijn belangstelling om de roman The Quiet American van de Britse schrijver Graham Greene uit 1955 te verfilmen. Als student had Noyce dat boek al in de jaren zeventig gelezen, maar het was pas vele jaren later, na een bezoek aan Vietnam, dat hij volop geïnteresseerd raakte in een mogelijke verfilming. Dat gebeurde nochtans veeleer toevallig. In 1995 bezocht Noyce namelijk het Ho Chi Minh Museum, waar toen welgeteld twee boeken te koop werden aangeboden, namelijk dat van Graham Greene en een boek met gevangenispoëzie van de Noord-Vietnamese leider Ho Chi Minh. Noyce kocht dat poëzieboek. Althans, dat dacht hij, want toen hij enkele dagen later tijdens een lange treinreis met de lectuur ervan wou beginnen, ontdekte hij dat er een vergissing gebeurd was en dat The Quiet American in zijn bagage zat. En dus besloot hij dat boek toch maar eens opnieuw te lezen...

In The Quiet American wordt het verhaal verteld van de Engelse London Times-journalist Thomas Fowler (rol van Michel Caine), zijn Vietnamese minnares Phuong (Do Thi Hai Yen) en de Amerikaanse ontwikkelingshelper Alden Pyle (Brendan Fraser), die op zijn beurt heel erg verliefd wordt op de mooie Phuong. Die romantische driehoeksverhouding situeert zich anno 1952 in Saigon. Het is de periode waarin Vietnam zijn onafhankelijkheid probeert te bevechten tegen de Franse koloniale overheersing, terwijl Amerika voor de regio van Zuidoost-Azië de theorie van het domino-effect begint te ontwikkelen: als een land 'valt' voor het communistische ideeëngoed, zullen ook de andere landen volgen. Dat is dus de reden waarom de idealistische Alden Pyle, de 'quiet American' uit de titel, graag zou zien dat Vietnam voor 'de derde weg' kiest, namelijk die tussen het Franse kolonialisme en het communisme in.

In de loop van het verhaal zal Times-correspondent Fowler ontdekken dat het zogenaamde 'ontwikkelingswerk' van die Pyle in feite een dekmantel is voor Amerikaanse politieke inmenging. Als er in Saigon een bloedige bomaanslag wordt gepleegd, waarbij vrouwen en kinderen gedood worden, wil journalist Fowler absoluut te weten komen wie verantwoordelijk is voor die terreurdaad. En dat zou wel eens dezelfde man kunnen zijn die er met zijn geliefde Phuong vandoor dreigt te gaan.

De roman van Graham Greene was in die mate 'profetisch' dat de auteur, die zelf in Vietnam gewoond heeft en naast zijn schrijfwerk voor de Britse geheime diensten actief was, in het begin van de jaren vijftig al leek te beseffen dat de Amerikanen in Vietnam aan een buitenlands avontuur wilden beginnen dat hen later bijzonder zuur zou opbreken.

"Wat mij in eerste instantie aansprak, was dat ik eigenlijk wou dat ik zelf die Thomas Fowler geweest was", geeft de cineast lachend toe. "Dat soort wensdenken speelt wel vaker mee bij de beslissing van een regisseur om aan een project te beginnen. Ik had zelf wel zo'n buitenlandse correspondent willen zijn: op een exotische locatie, geholpen door een assistent, iedere week betaald, niet te veel werk en op de koop toe ook nog zo'n mooie vriendin, die af en toe een opiumpijp voor je vult. Dat leek me toch wel een goed leventje (lacht). Maar de echte reden was dat die roman uit 1955 in feite al een aantal antwoorden bevatte op de vele vragen die generaties Amerikanen hebben beziggehouden in verband met Vietnam. Hoe is dat eigenlijk allemaal begonnen? Hoe naïef zijn we geweest? Waarom hebben we die hele situatie zo onderschat?

"Die vragen leefden ook in Australië, want er zijn toen ook veel soldaten van bij ons naar Vietnam vertrokken. En duizenden daarvan zijn ook gesneuveld. De Amerikaanse inmenging in Vietnam werd aan iedereen verkocht op basis van de dominotheorie. En welk land sloot dat rijtje dominostenen af? Australië natuurlijk! Die theorie sloot goed aan bij de Australische paranoia in verband met Azië, zoals het angstbeeld dat een miljard Aziaten het op onze vrouwen en op ons land gemunt hadden. Als tieners kregen wij indertijd op school een verplichte militaire opleiding. Er werd ons toen geleerd hoe we Vietnamezen moesten doden, maar vooral hoe we konden vermijden het slachtoffer te worden van hun geniepige boobytraps, de bamboes waarop we konden worden gespietst en andere gluiperige valstrikken. Dat was zowat de algemene sfeer. Ook in Australië hebben veel mensen zich dus later afgevraagd wat we eigenlijk te zoeken hadden in Vietnam. Stilaan is duidelijk geworden dat we ons een hoop leugens hebben laten vertellen."

De roman van Graham Greene werd al eerder verfilmd, namelijk in 1958 door de Amerikaanse regisseur Joseph L. Mankiewicz, met Michael Redgrave in de rol van de Engelse journalist en gevierde WOII-veteraan Audie Murphy als de Amerikaanse 'do-gooder' Pyle. Alleen al de vermelding van die eerdere adaptatie werkt als een rode lap op regisseur Phillip Noyce: "Die versie uit 1958 was een perversie. Men heeft toen het einde veranderd, zodat de Amerikaan geen enkele verantwoordelijkheid draagt. Het is allemaal een communistisch complot. De communisten slagen er zelfs in de Engelse journalist om de tuin te leiden zodat hij denkt dat de Amerikanen het gedaan hebben en daarom ook meewerkt aan de moordaanslag op Pyle. Maar het was allemaal opgezet spel van de communisten. Wel, dat is pas een grote, zeg maar enorme verandering van het oorspronkelijke verhaal." Dat verklaart dus ook waarom Graham Greene indertijd niet te spreken was over de Mankiewicz-verfilming. "De aanpassingen zijn toen gebeurd in overleg met de CIA", vertelt Noyce. "In de Viking-boekeditie van The Quiet American is nu trouwens een brief opgenomen van de Amerikaanse officier Edward Lansdale. Dat was de CIA-agent die volgens sommigen als inspiratie voor het personage van Alden Pyle gediend heeft, maar Graham Greene heeft dat altijd ontkend. Hoe dan ook, in 1956 werd er gecorrespondeerd tussen regisseur Mankiewicz en Lansdale, waarbij die laatste liet weten dat hij kon helpen bij het vinden van de geschikte locaties in Vietnam. Maar tegelijk 'suggereerde' hij dat het een goed idee zou zijn om het einde van het boek te veranderen. Dat is dus inderdaad gebeurd. De voorgestelde aanpassingen die in de brief van Lansdale stonden, zijn zo in het scenario van Mankiewicz terechtgekomen."

Wat nu de versie van Noyce betreft, heeft de ironie van de geschiedenis gewild dat de allereerste testscreening van (een nog ruwe en veel langere montage van) de The Quiet American gebeurde op maandagavond 10 september 2001. "Publieksreactie was oké", stelde Miramax-baas Harvey Weinstein vast. De volgende ochtend maakte regisseur Noyce zich klaar om in New York in het Miramax-hoofdkwartier, enkele blokken verwijderd van het World Trade Center, de resultaten van die eerste preview te gaan bespreken. "En toen veranderde de hele wereld", zegt Noyce nu.

De vergadering werd uiteraard verdaagd, maar erger was dat de Amerikaanse distributeur Miramax zich zware zorgen begon te maken. De politieke achtergrond van The Quiet American, namelijk de stilaan zichtbaar wordende inmenging in Vietnam, kon nu plots veel sterker beschouwd worden als kritiek op het Amerikaanse buitenlands beleid, zeker op een moment dat president Bush zo'n duidelijke oorlogstaal sprak. En het Amerikaanse publiek, dat thuis wekenlang geconfronteerd werd met televisiebeelden over het 9/11-drama, zou wellicht geen zin hebben om in de bioscoop nog maar eens beelden van een bloedige bomaanslag te zien. Van zijn kant kon regisseur Noyce ook wel begrijpen dat het onderwerp inderdaad nogal gevoelig lag, vooral omdat het Amerikaanse personage van Alden Pyle in de film betrokken is bij activiteiten die moeilijk anders dan als 'terroristisch' kunnen worden omschreven en waarbij veel onschuldige Vietnamese slachtoffers vallen. "Harvey Weinstein heeft toen een tijdje zijn vertrouwen in de film verloren", zegt Noyce. "En ik neem hem dat niet kwalijk. Het was een duidelijk voorbeeld van slechte timing. Wij zijn toen gewoon doorgegaan met de afwerking van The Quiet American en in mei vorig jaar was de film helemaal klaar. Weinstein aarzelde nog steeds, maar toen heeft Michael Caine heel hard aangedrongen om de film toch een kans te geven en te zien of de stemming inmiddels gewijzigd was.

"The Quiet American is dan in september gepresenteerd op het Filmfestival van Toronto, werd daar erg goed ontvangen en toen heeft Miramax meteen beslist om de film in november in de Amerikaanse bioscopen uit te brengen, zodat hij nog in aanmerking kon komen voor de Oscar-nominaties." Het heeft Michael Caine inderdaad een Oscar-nominatie als beste acteur opgeleverd.

'Op school leerden we hoe we Vietnamezen moesten doden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234