Woensdag 25/11/2020

Opinie

We hebben nood aan een marshallplan voor vluchtelingen

Bono.Beeld Photo News

Bono is zanger van de band U2 en de stichter van lobbygroep ONE en de aidsorganisatie RED.

Ik ben net terug uit het Midden-Oosten en Oost-Afrika, waar ik een paar vluchtelingenkampen bezocht. Ik ging ernaartoe als activist en als Europeaan. Europeanen zijn de voorbije twee jaar namelijk pijnlijk gaan beseffen dat de massale uittocht uit in elkaar gestorte staten zoals Syrië niet uitsluitend een probleem van het Midden-Oosten of Afrika is, maar ook een Europees probleem. Het is ook een Amerikaans probleem. Het heeft een impact op ons allen.

Mijn landgenoot Peter Sutherland, een hooggeplaatste expert inzake internationale migratie bij de VN, stelde dat dit de ergste migratiecrisis sinds de Tweede Wereldoorlog is. In 2010 vluchtten wereldwijd gemiddeld 10.000 mensen per dag uit hun huis. Dat lijkt veel, tot je beseft dat dat vier jaar later verviervoudigd is. En als mensen uit hun huis verdreven worden door geweld, armoede of instabiliteit, dan trekken ze samen met hun wanhoop naar elders. En elders, dat kan overal zijn.

Maar behalve wanhoop hebben sommigen ook hoop. Hoop om ooit weer naar huis te gaan, hoop om werk te vinden en een beter leven. Ik was zelf enigszins hoopvol toen ik Kenia, Jordanië en Turkije verliet. Want hoe moeilijk het ook is om je in te leven in het bestaan van een vluchteling, toch krijgen we een kans om opnieuw oog te krijgen voor die realiteit en om een nieuwe relatie aan te gaan met de mensen en landen die getroffen worden door oorlog of die vluchtelingen opvangen.

Een eerste stap daartoe is dat we een paar foute ideeën over de vluchtelingencrisis overboord gooien. Eén daarvan is dat de Syrische vluchtelingen in kampen zitten. Dat is niet zo. Hoe enorm die kampen ook lijken, toch is maar een klein percentage daar gehuisvest. Op vele plekken gaan ze op in de gemeenschappen in hun gastlanden. In Jordanië en Libanon bijvoorbeeld leven de vluchtelingen vooral in de steden. Dat is een probleem waarvoor geen perimeter bestaat.

Een andere misvatting is dat de crisis tijdelijk is. Wellicht hangt het af van je definitie van tijdelijk, maar ik ben weinig vluchtelingen tegengekomen die het gevoel hadden dat het een fase was. Sommige families zijn al twee generaties lang vluchteling. Ze zijn verdreven uit hun land van herkomst, om daarna verstotenen te worden in landen die hun aanwezigheid tolereren maar hun recht op bewegingsvrijheid en werk niet erkennen.

Onze reactie moet rekening houden met die vaststellingen. De Verenigde Staten en andere ontwikkelde landen hebben de kans om slimmer te handelen, grootser te denken en sneller te bewegen om deze crisis aan te pakken en de volgende te voorkomen. Na gesprekken met vluchtelingen en talloze functionarissen en vertegenwoordigers van de burgermaatschappij zie ik drie pistes.

Ten eerste hebben de vluchtelingen - en de landen waar ze verblijven - nood aan meer humanitaire hulp. Dat zie je duidelijk in het Dadaab-complex in Kenia, bij de Somalische grens, een plek die aan elkaar hangt (of niet) met touw en plastic. Het kantoor van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN werkt extreem hard. Maar het kan niet alles doen wat het zou willen omdat het chronisch ondergefinancierd wordt door precies de regeringen die verwachten dat het een antwoord biedt op dit wereldwijde probleem.

Ten tweede kunnen we de gastlanden helpen om de vluchtelingen niet alleen als een last te zien, maar ook als een voordeel. De internationale gemeenschap kan veel meer doen - via ontwikkelingssteun en handelsakkoorden - om bedrijven en staten die met vluchtelingen geconfronteerd worden te stimuleren om werk te verschaffen. De vluchtelingen willen werken. Ze waren thuis winkelier, leerkracht en muzikant. Ze willen dat weer worden, of iets nieuws - als ze onderwijs, vorming en toegang tot de arbeidsmarkt krijgen.

Ze hebben met andere woorden nood aan ontwikkeling. Ontwikkeling die in hen investeert en hen emancipeert - die hen niet beschouwt als passieve ontvangers maar als leiders en partners. Humanitaire inspanningen en ontwikkelingsinspanningen hebben elk hun eigen bureaucratie en telefoonnummers, alsof het twee totaal gescheiden dingen zijn. Maar om effectief te zijn, moeten ze beter op elkaar afgestemd worden. We moeten beide verbinden en financieren. Vluchtelingen in kampen hebben meteen nood aan voedsel en onderdak, maar ze hebben ook nood aan de langetermijnzegeningen van onderwijs, vorming, banen en financiële zekerheid.

Ten derde moet de wereld de ontwikkelingssteun opschroeven in landen die nog niet in elkaar gestuikt zijn maar die verscheurd worden door conflict, corruptie en een zwak beleid. Die landen kunnen snel in de anarchie tuimelen. Sommige westerse overheden zijn onlangs gaan snoeien in hun ontwikkelingshulp om meer te kunnen besteden aan de opvang van vluchtelingen binnen de eigen landsgrenzen. Maar het is goedkoper om te investeren in stabiliteit dan de strijd aan te gaan met instabiliteit.

Transparantie, respect voor wet en recht en vrije, onafhankelijke media zijn ook cruciaal voor landen die flirten met de chaos. Want chaos, zo weten we maar al te goed, is besmettelijk.

Wat we ons niet kunnen permitteren, is dat belangrijke landen in de Sahel, de band van landen net ten zuiden van de Sahara, dezelfde weg op gaan als Syrië. Als Nigeria, een land dat vele malen groter is dan Syrië, uit elkaar zou gevallen door toedoen van groeperingen zoals Boko Haram, dan zullen we er snel spijt van krijgen dat we op voorhand niet grootser gedacht hebben.

Sommige mensen denken gelukkig grootser. Ik blijf oproepen horen van een heel aantal mensen - Afrikanen en Europeanen, legergeneraals en mensen van de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds - om dat prachtige Amerikaanse idee van stal te halen, het marshallplan. Dat plan zorgde voor handel en ontwikkeling, in dienst van de veiligheid, op plekken waar instellingen in elkaar gestort waren en er geen hoop meer was. Wel, de hoop is niet verloren in het Midden-Oosten en Oost-Afrika. Nog niet, zelfs niet op plekken die aan elkaar hangen met spuug. Maar de hoop wordt wat ongeduldig, en dat moeten wij ook doen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234