Zaterdag 10/12/2022

We hebben nog te weinig helden

Een primeur moet dit worden, neem ik me voor. Het eerste interview met Jenne Decleir zonder ook maar één vraag over zijn vader. De aanleiding vereist het niet, de tijd is er rijp voor. Vastberaden, dus: geen enkele vadervraag zal ik stellen, de woordengroep ‘treffende gelijkenis’ zal niet in me opkomen. Het moet een verademing worden. Voor hem in de eerste plaats.Ik houd vol. Maar ik moet er niet naar vragen. Vader Jan komt plots vanzelf opduiken. En hoe. “Als ik tegen mijn tachtigste iets wil verwezenlijkt hebben, dan wel dat mijn kinderen, als ik er zal hebben, trots kunnen zijn op hun vader.” Hij neemt een trek van zijn sigaret, tikt de as af en kijkt naar buiten. “Zoals ik ook trots ben op die van mij.” Nog een trek, een diepe. “Op dit moment zie ik nog geen enkele reden waarom een kind van mij trots zou kunnen zijn op zijn vader.”Lief voor de buitenwereld, streng voor zichzelf. Een zoekende mens, Jenne Decleir, met een groot talent voor bewondering en verwondering. Het beste bewijs van generositeit. Hij geeft, spreekt niet met de handrem op. Niet inhoudelijk, niet vormelijk. Zijn stem is vast en luid, zijn lichaam spreekt mee. Ogen zoeken links, rechts, boven en onder naar antwoorden. Jenne Decleir doet de dingen voluit. Ook roken. Met gretige trekken en in een snel tempo.En zoals het een talent voor verwondering past: hij is artistiek allesbehalve monogaam. Hij acteert. Theater (met het collectief Het Ongerijmde), televisie (momenteel in de Ketnetserie Click-id), film (gastrollen tot nog toe). Maar hij speelt vooral ook muziek. Met zijn band Hotel Amigo - mambo, reggae, ska - is hij deze zomer in het weekend altijd wel ergens te zien.Een veelvraat, dus. Op alle vlakken. Zo begint het gesprek met een haast linguïstische mijmering. Decleir blijkt diep gefascineerd door dialecten. Als Antwerpenaar spreekt hij zelfs perfect West-Vlaams: ‘Omdak zo vele moaten èn in West-Vloanderen. Van in tied dak in Oostende not schoole gieng.’ En hij is vertrokken. Dat het huidige Antwerps doet denken aan het slang van The States, doceert hij. “Onder invloed van de zwarten ontstond een soort ritmisch, sappig Amerikaans. Ik zie hier hetzelfde gebeuren onder invloed van de allochtonen. Heel opvallend. Antwerpen krijgt zijn eigen slang.” Hij demonstreert vervolgens nog fijne staaltjes authentiek Iers, Schots, Cockney, latino-Amerikaans. Ik begrijp cojones (‘kloten’) ergens onderweg. En ten slotte nog iets diep nasaals uit de contreien van Tennessee en Louisiana, “zoals Robert De Niro in Cape Fear”. Vermakelijk, maar we hadden afgesproken om over die gevallen held te praten. De foto, zo stelt hij zelf voor, mag in een ondergrondse parkeergarage van een nabijgelegen supermarkt genomen worden. “De videoclip van ‘Bad’ is opgenomen in zo’n ondergrondse garage. Dan klopt het.” Hij heeft graag dat de dingen kloppen, zeker als ze Michael Jackson aangaan.

Obligate eerste vraag bij de dood van een held: waar was je toen je het nieuws vernam?

Decleir: “Thuis. Het was mijn ex die langskwam en het me vertelde. Ik heb toen meteen alle nieuwssites afgezocht, de tv op CNN gezet. En ja, ik heb er toch enkele dagen wat dof bij gelopen. Een jeugdheld, mijn allereerste grote held die sterft. Een icoon dat tijdloos leek. Ja, dan sterven je kindertijd en je jeugd automatisch een stukje mee natuurlijk.”

Wanneer begon de fascinatie?

“Met ‘Bad’, toen ik voor het eerst die videoclip zag, geregisseerd door Martin Scorsese. Ik was tien of elf jaar. Volledig van de kaart was ik. ‘Wie is die man?’ Ik moest meteen die plaat hebben, en al zijn vorige. Met mijn vader ben ik dan naar de concerttoer van Bad gaan kijken in Rotterdam. Dat vonden we allebei fantastisch. Hoe hij maar bleef doorgaan. Dansen en zingen, voluit, elke seconde. Die moves, die ritmes. Mens, wat was dat goed. “‘Ja, maar Prince was toch wel veel beter’, zeggen sommigen. Dat vind ik appelen met peren vergelijken. Prince vind ik ook fantastisch, maar hij is anders. Prince is een muzikant, een singer-songwriter. Michael Jackson schreef ook wel nummers - al was het toch vooral zijn producer Quincy Jones die ze afmaakte - maar Jackson was zijn muziek. Hij was dat ritme. Prince had trouwens alleen maar de ‘split’ qua dansmoves, daar kon ik niets mee aanvangen. (lacht) Nee, serieus, Michael Jackson viel samen met zijn oeuvre. Hij stond ergens voor. Iets bovenmenselijks had hij.”

Niet man, niet vrouw. Niet blank, niet zwart.

“Precies. Geen aards wezen, zo leek het wel. Dat is wat mij van bij het begin zo fascineerde. Ik ben hem altijd blijven volgen, al werd dat na Dangerous minder fanatiek. Ik ben nog wel naar dat optreden gaan kijken, maar hij was toen toch al minder goed. Bovendien was de grungeperiode aangebroken en kreeg dat even voorrang. Maar ik ben zijn platen blijven kopen. Ook heruitgegeven edities van Off the Wall, Thriller en Bad, met uitleg van Quincy Jones en onuitgegeven demo’s. Ook dvd’s van liveoptredens bleef ik inslaan. Als ik die bekijk, van optredens uit zijn Thriller- en Bad-periode, krijg ik nog elke keer kippenvel. Zo ongelooflijk goed.”

Maar de man zelf...

“Was zo zot als een achterdeur. Klopt. Maar je zou van minder. Hij is op zijn vijftigste gestorven en hij stond van zijn zes jaar op het podium. Dat maakt 44 jaar in de spotlights, 44 jaar een compleet vals leven. Hij kende het podium en de wetten ervan. Maar van het leven zelf had hij geen benul. Hij wist niet wie hij was. Natuurlijk niet. Hij heeft nooit tijd of ruimte gekregen om dat uit te zoeken. Spelen met kinderen, dat kende hij niet. Hij heeft dat veel later ontdekt. Te laat. Schrijnend om hem bezig te zien in die weinige documentaires en interviews die er zijn: computerspelletjes spelen, dollen in zijn pretpark. Natuurlijk vond hij het fijn om kinderen bij zich te hebben. En natuurlijk is dat dan leuker zonder ouders. Zo kon hij volop het kind uithangen, letterlijk. Ik geloof niet dat hij kinderen misbruikt heeft. Ik denk dat hij niet eens wist waarvoor het diende, daar beneden. Trouwens, heb je die beelden van de laatste dagen bekeken? Met kauwgom in de mond, wat arrogant sloffend. Nu pas was hij adolescent geworden. Hij zat volop in zijn puberfase.”

De meest tragische figuur uit de showbizzgeschiedenis.

“Wellicht. Vooral ook omdat hij er zelf de vinger niet op kon leggen. Hij heeft zich kapot gezocht, dat zag je, naar een manier om dat gemis op te vullen. Om die leegte te duiden. Op den duur werd hij ook nog eens een gigantisch slachtoffer van zijn eigen perfectionisme. Hij is gestorven als de eenzaamste man ter wereld, denk ik. Maar goed, daar wil ik eigenlijk niet te veel over nadenken. Wie hij was op het podium, wat hij heeft gemaakt, daar gaat het mij om. En dat was en blijft grandioos.”

In hoeverre heeft hij jou beïnvloed?

“Ik heb zijn pasjes tot in de details bestudeerd en heb ze me eigen gemaakt als kind. Ik betrap mezelf er tijdens een optreden soms op dat ik bij bepaalde drumslagen mijn schouders naar voren gooi of mijn hoofd in een schok naar links draai. Typische Jacksonmoves die ik blijkbaar onbewust heb overgenomen. Maar los daarvan: Jackson heeft mij vooral geïnspireerd, eerder dan beïnvloed.”

Is dat wat helden horen te doen: inspireren?

“Absoluut. Helden doen je zin krijgen om jezelf te overstijgen. Ze geven je zin om ervoor te gaan. Ze bewijzen dat veel mogelijk is. Misschien hebben we vandaag nog te weinig helden. We zijn het een beetje verleerd om te bewonderen, durven het vaak ook niet meer. Daar zijn we te ironisch voor geworden. Ik heb altijd helden gehad. En nee, niet altijd van die iconen als Jackson. Ook heel gewone mensen. Dankbaar als ze me inspireerden en fascineerden.”

Het is een talent, bewonderen. Heb je dat altijd gehad?

“Ja, omdat ik er vanuit ga dat ik nog geen bal weet en kan. Ik haal mijn wijsheid het liefst uit ervaringen en uit mensen. Het is me nooit gelukt om wijsheid uit cursussen te halen. Dat kon ik echt niet. Al doende leer ik. Door met mensen samen te zijn, leer ik. Ik heb maar één keer goede punten gehaald voor ik naar de showbizzschool en later Studio Herman Teirlinck trok. Voor het vak geschiedenis was dat, over het oude Griekenland. Waarom? Omdat ik in die tijd een computerspelletje had, met Orpheus en Eurydice in de hoofdrol, dat zowat alle plaatsen van het oude Griekenland aandeed. Ik kan niet opslaan als het niet leuk is. Klinkt verwend, maar zo is het. Ik heb genoeg geprobeerd. Ik kan niet anders.”

Michael Jackson is, ruwweg samengevat, ten onder gegaan aan de roem. Ben je zelf al gestruikeld over het fenomeen ‘bekendheid’?

“Ik heb er nog maar weinig leuke ervaringen mee. Door mijn familienaam heb ik er al van jongs af aan mee te maken. ‘Kijk eens, net zijn vader.’ Daar sta je dan, behandeld als een grootsheid, louter gebaseerd op een gelijkenis. Meer nog, dan moest ik telkens weer instaan voor de grootsheid van mijn vader. Het waren de enige momenten waarop mijn medeleerlingen mij interessant vonden, trouwens: wanneer mijn vader glorieerde. Als hij me dan kwam halen aan school wilden ze plots van alles weten. Daarbuiten kon ik hen gestolen worden.”

De tijden zijn veranderd, neem ik aan.

“Ik heb onlangs eens uit nieuwsgierigheid een hoop persartikelen over mij naast elkaar gelegd. Ik heb geen enkele kop gevonden waarin niet ‘zoon van’ vermeld staat. Vraag het aan de eerste de beste op straat. ‘Wie is Jenne Decleir?’ Als hij dat al weet, zal hij negen op de tien keer antwoorden: ‘Is dat niet de zoon van Jan Decleir?’ Die ben ik. Die gast die zijn geld verdient met ‘zoon van’ te zijn. Ze moesten eens weten hoe hard ik werk. Maar goed. Het is op zijn minst een goede manier om grieten te versieren, dacht ik lange tijd. Maar dat viel helaas dik tegen. (lacht)”

Tijd voor een vadermoord?

“Die is allang geleden gepleegd. Iets wat elke zoon hoort te doen, toch? Hoezeer het me professioneel soms ook kan tegensteken, persoonlijk heb ik er volledig vrede mee. Nogmaals: ik ben trots op mijn vader. En ik wist natuurlijk dat dit zou gebeuren, toen ik voor hetzelfde vak koos als hij. Ik moet daar nu eigenlijk niet over janken. Al ben ik altijd wel blij als mensen me als Jenne behandelen en niet als Jan Decleir junior. Ik werk er hard voor, probeer halsstarrig mijn eigen strepen te verdienen.”

Schept je familienaam ook geen verwachtingen over je selectie? Wordt er niet verwacht dat je voor highbrowseries of -films kiest?

“Daar ben ik gewoon nog niet voor gevraagd. Ik zou het kunnen, dat weet ik. Ik zou het ook graag doen. Maar het is de prijs die ik betaal om niet te willen buigen voor de vakjesmentaliteit. Als je al twee Ketnetseries op je naam hebt staan, word je gecatalogiseerd als een slapstickman. En ik heb dan ook nog eens meegespeeld in een Plop-film. Ik doe dat allemaal graag, alleen al uit nieuwsgierigheid. Dat is een stelregel van mij: geen oordeel vellen over iets als je niet weet wat het is. “Als zestienjarige heb ik nog eens op de achtergrond gitaar staan playbacken bij een Tien om te zien-optreden. Ook dat was fascinerend om mee te maken. Ik ben gewoon een heel nieuwsgierige mens. Ik verzamel ervaringen. Maar goed, dat brede spectrum speelt je dan wel eens parten, natuurlijk. De Kavijaks zijn helaas geflopt, dus ook dat kon niet als ankerpunt dienen. Maar ik lig er niet wakker van. Ik heb geen gebrek aan werk. Eigenlijk laat ik me maar door één motto leiden: ik wil me amuseren met de dingen die ik doe. Muziek is momenteel heel belangrijk voor me. Ik zou nog zoveel andere stijlen willen tackelen, los van Hotel Amigo. Country, soul, bigband.”

Solo?

“Ja, maar dat is niet vanzelfsprekend. Het moet cool zijn. Fond hebben. Anders ben ik maar ‘een acteur die ook eens een liedje heeft gemaakt’. Dat mag het echt niet zijn.”

Heb je op privévlak geen groots masterplan?

“Nee. Ik moet de horizon kunnen zien en niet weten wat erachter ligt. Zo functioneer ik het best. Alles moet een verrassing zijn. Word ik vader, dan moet mij dat overkomen. Ik wil dat niet plannen. Het is daar toch nooit het goede moment voor, dus plannen is sowieso al zinloos. Weten hoe de komende jaren er gaan uitzien, daar word ik heel ongelukkig van.

Waarom?

“Weet ik niet.”

Claustrofobie?

“Misschien is dat wel de beste omschrijving. Als mensen zich te hard aan mij binden, word ik claustrofobisch. Op welke manier ook. Vrienden die nijdig worden omdat ik volgens hen de vriendschap te weinig onderhoud, dat zijn geen vrienden. Dan begin ik te twijfelen aan de liefde. Nogmaals: alles moet een verrassing kunnen blijven En ja, dan wordt een relatie wel moeilijk, ik weet het. Ik heb het geprobeerd. Maar het is me niet gelukt. Een relatie brengt verantwoordelijkheden met zich mee, waar ik moeilijk energie voor kan opbrengen. Soms wil ik echt alleen kunnen zijn. Volledig met rust gelaten. Dat kun je je in een relatie niet veroorloven wanneer je dat wilt. “Het verontrust mij soms wel. Hoe moet het nu verder? Je kunt gewoon niet op mij rekenen. Ik ben de trouwste mens die er is, daar gaat het niet om. Maar ik vind het moeilijk om ’s ochtends samen op te staan, de dag te plannen en me strikt aan die planning te houden. Als ik tegen de vooravond plots zin krijg om ergens naartoe te gaan, dan moet ik dat kunnen doen. Anders stik ik. Ik heb het anders geprobeerd, maar het lukt me niet. Ik zie haar nog altijd graag, Sofie (Van Mol, nvdr). Jammer dat het niet gelukt is.”

Te veel onrust, kortom.

“Ik ben een rusteloze mens, ja. Ik wil niet te ver vooruit kunnen kijken. De dingen mogen niet te vast liggen. Ik heb die onrust echt nodig. Dat zweept me op. Anders dommel ik in.”

Ben je gelukkig?

“Ik ben niet ongelukkig. Geluk, dat is vrij zijn van zelfmedelijden. De westerse ziekte bij uitstek, vind ik. Het is af en toe verleidelijk, maar ik probeer ertegen te vechten. Er misschien zelfs wat om te lachen soms. We zijn alleen geboren. We zullen alleen sterven. Ik heb me daar allang bij neergelegd.”

Klinkt stoer voor een 31-jarige.

“Niets met stoerdoenerij te maken. Dat meen ik.”

Nooit last van existentieel gewankel?

“Bezig zijn met muziek en acteren geeft me voldoende zin in het leven. Mijn zingeving, dat is mijn gedrevenheid om op dat vlak iets te verwezenlijken waarop ik trots kan zijn. Ook in film. Ik houd hartstochtelijk van film, van de filmische vertelkunst. Ik wou als kind filmregisseur worden, het zal er wellicht nooit van komen. Maar ik wil er mooie dingen mee doen. Het gaat mij niet om succes, niet om beroemdheid. Als ik dat wilde, dan was dat zo gebeurd: twee zinloze interviews over mijn kat die gestorven is, meedoen aan een spelprogramma links en rechts, en ik ben beroemd. Maar dat interesseert me niet. “Ik kijk niet neer op BV’s die dat wel doen. Alleen ben ik er zelf te weinig gevat voor, te weinig ad rem. Ik ben gewoon geen BV. Dat statuut zou me trouwens weinig voldoening geven. Mij interesseert het alleen om mooie dingen te maken in muziek en film. Om nog zoveel mogelijk grote, universele verhalen aan te raken. Zo verrijk ik mezelf. Sommige klassieke verhalen zijn zo goed en diepgaand dat je je eigen psycholoog wordt wanneer je ze probeert te doorgronden. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom ik dit vak doe.”

Om jezelf te leren kennen?

“Absoluut, en om mijn angsten te overwinnen. Niets zo fout als je angsten te aanvaarden. Niets wat je vrijheid zo fundamenteel gijzelt. Angst zet ook aan tot vooroordelen en agressie. Angst moet bestreden worden. Het klinkt cliché, maar niets heeft me mijn onzekerheid zo doen overwinnen als op een podium kruipen. Het was nochtans een gevecht, elke keer opnieuw. Maar voor ik het goed en wel besefte, functioneerde ik beter op het podium dan ernaast. “Heel veel theaterstukken dwingen je om diep in je angsten te graaien. Dat is goed. Een panische angst die helaas niet door theater opgelost kan worden, maar me al vaak voor de voeten heeft gelopen: angst voor de politie. Door het oranje rijden, bijvoorbeeld, ik kan het niet. Dat had ik nochtans niet als tiener. Inbreken in meisjesinternaten, ik zat er niet mee in. Geen idee waar het vandaan komt. Een trauma opgelopen over autoriteit? Misschien. Maar goed, ik ben volop bezig me ertegen te verzetten. Kan ik eindelijk weer wetten overtreden. (lacht)”De laatste sigaret is gerookt. Hij gaat ervandoor, moet nog teksten instuderen voor opnames de volgende dagen. En er komt weer een vol Hotel Amigoweekend aan. Tussen de drukte door beluistert hij ze dezer dagen opnieuw en opnieuw, zegt hij. Thuis en in de auto: Thriller, Bad, Off the Wall. “Annie, are you ok, will you tell us that you’re ok?”, zingt hij zacht, bij wijze van illustratie. Hij zucht. “Geweldig toch?”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234