Vrijdag 10/04/2020

'We hebben elk doodlopend straatje gezien'

De voorbije jaren wist Sigur Rós niet van welk hout pijlen te maken. Na een aantal vruchteloze pogingen om een nieuwe plaat op te nemen, werd een lange pauze ingelast. Maar tot hun eigen verbazing hebben de IJslanders nu toch een zesde worp klaar.

Jónsi Birgisson heeft flink wat bekijks in het Londense Kensington Hotel. Niet zozeer omdat hij herkend wordt als het gezicht van Sigur Rós, maar omdat de zanger naast een knalrood T-shirt ook een zwarte broek draagt die met ritsen aan elkaar lijkt gezet, boven een helgroene en een fluogele sok. Geen schoenen, vreemd genoeg. Drummer Orri Pall Dyrason sloft op een lijzig tempo achter hem aan en wekt de indruk dat hij loopt te slaapwandelen door de lobby.

Vier jaar na het bijzonder succesvolle Með suð í eyrum við spilum endalaust, een plaat die Sigur Rós zowel op Rock Werchter als Pukkelpop een plek als headliner bezorgde, is het IJslandse viertal terug. Dat is minder evident dan het lijkt, want eerdere pogingen om een zesde plaat op te nemen draaiden op niets uit. De groep werd voor onbepaalde tijd op non-actief geplaatst. En terwijl Jónsi solo ging, opteerden de andere leden voor het vaderschap.

Nu omschrijven ze Valtari, de nieuwe, als de plaat die ze altijd al hadden willen maken maar bijna nooit hadden opgenomen. De muziek klinkt mysterieus en ingetogen en ligt, zo vindt Jónsi, in het verlengde van ( ) uit 2002. Daar is wat van aan, want de songs - lange, in zichzelf gekeerde composities die uiterst langzaam ontluiken - stellen het zonder de euforische uitbarstingen van de vorige plaat en doen opvallend intiem aan. Daardoor is de kans klein dat ze, zoals in het verleden, gebruikt zullen worden bij elke natuurdocumentaire waar een uitbarstende geiser in te zien is, maar dat maakt er uiteraard geen mindere plaat van. De songs lijken op water te drijven en kabbelen aan een slakkengangetje richting ambient.

Mooi, alleen hebben Jónsi en Orri vandaag weinig zin om er verder veel woorden aan vuil te maken. Ze zitten op televisie naar het wereldkampioenschap snooker te kijken en geven een zwak handje. Hun Engels is er sinds de laatste keer op vooruit gegaan, maar de meeste antwoorden komen niettemin met horten en stoten tot stand. Een beetje zoals de muziek werd opgenomen, zo blijkt, want terwijl de groep op haar website aankondigde dat er een indefinite hiatus werd ingelast, bleven ze achter de schermen druk in de weer.

"Er was wel even paniek toen de ene opnamesessie na de andere niet het verhoopte resultaat opleverde. Het ging moeizaam, maar eerlijk gezegd: al onze platen ontstaan op een eigenaardige manier. Ze leggen hun eigen wil op, volgen hun eigen logica. Dit keer was het vooral heel verwarrend. We hadden vorig jaar al een plaat klaar, maar achteraf wist niemand wat we ermee aanmoesten. Niet dat het slecht was, maar niemand bleek écht tevreden. Dan hielden we een sessie waar we nummers recycleerden die de vorige platen niet gehaald hadden. We namen twee songs op die niet werkten, maar toen we ze op halve snelheid speelden, klonk het resultaat een stuk beter. Nog eens zes maand later namen we er een koor over op. Zo ging het voortdurend. Twee stappen vooruit. Eén achteruit. We hebben in onze zoektocht elk doodlopend straatje gezien. Maar nu ben ik ontzettend blij dat we toch hebben doorgezet."

Wie van jullie nam uiteindelijk het initiatief om de draad weer op te nemen?

Jónsi: "Onze managers. Dat klinkt niet erg cool, besef ik. Onze vorige plaat was heel extrovert geweest, en de nieuwe moest daar haaks tegenover staan. Met uitsluitend rustige, ingetogen nummers. Alleen hadden we geen zin om eraan te beginnen, dus werden er volop smoezen verzonnen om er onderuit te raken. De ene keer moest iemand dringend de kinderen van school halen. En andere keer zat het licht in de studio niet goed. Er was altijd wel wat. Ze hebben ons dus wel een beetje moeten pushen.

"Uiteindelijk bleek dat veel van de songs die we in eerste instantie aan de kant hadden geschoven alleen nog een beetje liefde nodig hadden voor ze definitief in de juiste plooi zouden vallen. Dat besef heeft uiteindelijk de kentering veroorzaakt. Al de vorige opnamesessies waren op niets uitgedraaid, en dat werkte verschrikkelijk demoraliserend. Niets zo erg als eindeloos blijven aanmodderen. "

Jullie zijn een democratische groep, wat wil zeggen dat iedereen evenveel inspraak heeft. Ik kan me inbeelden dat dat de boel ook niet echt vooruit helpt.

Orri: "Dat is waar. We zijn een beetje als de Verenigde Naties: we hebben allemaal vetorecht, en daar maken we gebruik van. Voortdurend. Een song kan pas de plaat op als we daar allemaal ons fiat over hebben gegeven. Maar we maken nooit ruzie en er wordt nooit gescholden. Behalve wanneer we teveel gedronken hebben. Geen ramp, want doorgaans kan niemand zich daar de dag nadien nog wat van herinneren."

De vorige tournee van Sigur Rós was één groot circus met veel toeters en bellen, maar de nieuwe nummers klinken zo intiem en ingetogen dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat jullie er opnieuw mee op de grote festivals zullen gaan staan.

Jónsi: "Dit keer zullen we zwarte confetti gebruiken in plaats van witte, zodat iedereen beseft dat we een heel deprimerende plaat hebben gemaakt. (lacht) Het klopt dat we nooit nog zo flamboyant zullen zijn als toen. Op dat vlak zijn we echt wel tot het uiterste gegaan, denk ik.

"In die zin is het ook logisch dat Valtari het andere uiterste opzoekt. Als de vorige plaat een regenboog was, dan is deze een donkere hemel. Een beetje zoals Heima ook een heel andere concertfilm was dan het in grofkorrelig zwartwit gefilmde Inni. We zoek graag extremen op. Heima werd destijds overal op superlatieven onthaald, maar zelf vonden we het een vreselijke film. Totaal overbodig ook. Al ben ik er intussen achter dat de meeste mensen nog nooit in IJsland zijn geweest, en dus ook niet weten hoe andere IJslanders eruit zien. Ik kom er elke dag tegen, dus voor mij was dat geen grote openbaring. De meeste mensen zien er heel andere dingen in dan wij. Het voordeel is dat we er zelf niet naar moeten kijken. Bij Inni heb ik trouwens hetzelfde gevoel."

Probeer eens te omschrijven welke emotionele band jullie met Sigur Rós hebben.

Orri: "De groep vormt een belangrijk deel van ons leven, en we hebben er ontzettend veel aan te danken. We brengen veel tijd met elkaar door, en na al die jaren samen on the road zijn we erg close met elkaar geworden. We beschouwen elkaar als familie, maar buiten de groep spreken we zelden of nooit af. Geloof me: als je net anderhalf jaar met z'n vieren op tournee bent geweest, heb je achteraf even behoefte aan andere gezichten. Aan mensen die je niet met je ogen toe aan de lichaamsgeur kunt herkennen.

"Veel mensen onderschatten wat het is om zeven dagen op zeven vierentwintig uur per dag met elkaar op te trekken. We zitten samen in de bus, staan samen op het podium, bouwen na de show samen een feestje, en worden bijgevolg ook samen dronken. Dus eens terug in IJsland zijn we in de eerste plaats aan rust toe."

Op tournee staan jullie elke avond voor duizenden mensen, terwijl IJsland letterlijk een leeg land is. Je kunt er dagen rondrijden zonder een levende ziel tegen te komen. Je komt er dus letterlijk van het ene uiterste in het andere terecht.

Jónsi: "Dat bepaalt voor mij ook een deel van de aantrekkingskracht. Maar los daarvan vind ik dat er veel te mythisch wordt gedaan over de helende werking van het landschap en zo. Ik kan alleszins niet zeggen dat de IJslandse natuur ons bovenmatig inspireert. Volgens mij kunnen we overal componeren, maar om de een of andere reden eindigen we toch altijd weer in het zwembad bij ons thuis, waar we al onze platen opnemen.

"Thuis een studio hebben biedt wel voordelen. Je kunt tot in het absurde toe experimenteren, zonder dat je op het geld moet letten. 'Fjögur Piano', het laatste nummer van de plaat, is een goed voorbeeld. We hebben elk een partij ingespeeld, maar de afspraak was dat niemand van elkaar mocht horen wat het geworden was. Dus telkens iemand achter de vleugel kroop, moesten de andere drie in de auto wachten tot hij klaar was. Achteraf hebben we alles aan elkaar geplakt, en wat mij betreft is dat nu een van de mooiste nummers die we tot nog toe gemaakt hebben. Dat soort probeersels houdt het boeiend. Bovendien: je kunt niet altijd met de kaarten zitten spelen."

Er zijn steeds minder bands die écht een eigen geluid hebben, en de laatste grote aardverschuiving in de muziek moet techno zijn geweest, inmiddels ook al vijfentwintig jaar geleden. Jullie zijn een van de weinige uitzonderingen.

Jónsi: "Dat vind ik een mooi compliment, alleen weet ik niet of het klopt. Zelf hoor ik onze invloed alleszins zelden of nooit in de muziek van andere bands doorschemeren. Ik ga daar ook niet bewust naar op zoek. Maar als we andere groepen inspireren, is dat uiteraard fantastisch. Ik heb wel gemerkt dat het een tijdje bon ton was om ons goed te vinden. Je kon geen interview met een acteur lezen of hij liet onze naam vallen. Op een gegeven moment beweerde zelfs Jean-Claude Van Damme dat hij fan was. Geef toe: véél cooler kan het niet worden. We hebben wel eens gefantaseerd dat hij in een van onze videoclips zou figureren. Alleen: voorlopig ontbreekt het ons aan een nummer waar hij echt tot zijn recht zou komen."

Jij hebt inmiddels je eerste soundtrack gecomponeerd voor We Bought a Zoo van Cameron Crowe. Kennelijk ben je gevraagd omdat op de filmset voortdurend muziek van Sigur Rós werd gedraaid. De omgekeerde wereld.

Jónsi: "Ik had nog nooit een filmscore gemaakt en ik heb het enorm onderschat. Ik dacht: ze tonen me wat beelden, en ik schud snel-snel wat melodielijnen uit mijn mouw. Maar zo simpel is het niet. Je moet rekening houden met de sfeer van de film, met de lijn van het verhaal, met de persoonlijkheid van de personages. Met sommige stukken dialoog, zelfs. Dat vraagt een heel andere manier van werken. Uiteindelijk heb ik een aantal thema's gecomponeerd die de regisseur naar eigen goeddunken over bepaalde scenes heeft geplakt, maar ik was wel trots op het resultaat. Alleen: in IJsland is die film niet eens in de zalen geraakt, dus niemand van mijn vrienden heeft hem al gezien. De rest van de groep ook niet trouwens."

Inmiddels zijn er een boel IJslandse artiesten - Olafur Arnalds, Johann Johannsson, Of Monsters and

Men - die internationaal wellicht nooit een kans zouden hebben gekregen als Sigur Rós het pad niet had geëffend. Krijgen jullie daar in eigen land

erkenning voor?

Jónsi: "Eigenlijk niet. (lacht) Maar als er vandaag meer IJslandse bands een internationale carrière hebben, is dat lang niet alleen onze verdienste. Sociaalnetwerksites als Facebook spelen daar ook een belangrijke rol in. En in Reykjavik heb je een fantastische platenwinkel, 12 Tónar, die op een heel eigen manier de plaatselijke muziekscene promoot. Die winkel heeft niet alleen een eigen label waarop veel IJslandse bands hun eerste kans krijgen, maar als je er als klant binnenloopt, kun je in een comfortabele sofa een hele dag naar locale acts luisteren. Je krijgt er zelfs een glas wijn of een kop koffie bij. En je hoeft niet eens iets te kopen! Dat lijkt misschien een bescheiden initiatief. Maar vergeet niet dat IJsland een heel kleine scene heeft. Mond-aan-mondreclame is de beste promotie."

Tenslotte: ik stond er zelf ook van te kijken, maar Sigur Rós bestaat inmiddels al achttien jaar. Wat is de belangrijkste overweging als je de balans opmaakt van het afgelegde parcours?

Jónsi: "Op het gevaar met een cliché te antwoorden: we doen wat we graag doen en hoeven aan niemand verantwoording af te leggen. Dat is een vrijheid waar elke muzikant onmiddellijk voor zou tekenen. We hebben ons eigen ding gedaan. De platenfirma heeft geen enkele inspraak. We praten zelfs nooit met die mensen. Eerlijk gezegd: we waren ervan overtuigd dat ze zouden weigeren om de nieuwe plaat uit te brengen omdat ze zo verschilt van de vorige. We waren zelfs al bezig met na te gaan op welke manier we Valtari in eigen beheer konden uitbrengen. Maar tot onze grote verbazing vonden ze het een mooie plaat en hebben ze alle zeilen bijgezet. Als zij niet moeilijk doen, dan wij ook niet, natuurlijk. Ik ben nog altijd liever muzikant dan zakenman."

Valtari van Sigur Rós verschijnt vandaag bij Parlophone/EMI.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234