Maandag 26/08/2019

Voeding

"We hebben een probleem als iedereen vegetariër wordt"

Louise Fresco. Beeld JEROEN OERLEMANS

Door technologische vooruitgang zal er in 2050 voldoende voedsel zijn voor de 10 miljard mensen die de wereld dan telt, zegt de invloedrijke landbouw- en voedselkundige Louise Fresco. En dan hoeven we niet eens allemaal aan de insecten.

De gastheer of gastvrouw ziet in het genenpaspoort of iemand allergisch is voor andijvie of misschien wat extra calcium nodig heeft. En tovert vervolgens een op de persoon toegesneden gerecht uit de 3D-printer. Met ingrediënten waarvan we precies weten waar ze vandaan komen.

Zo zou Louise Fresco zich een dinertje anno 2050 kunnen voorstellen.

Louise Fresco (1952) is bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit, een invloedrijk landbouw- en voedseldeskundige, schrijver van wetenschappelijke boeken en romans en columnist bij de Nederlandse krant NRC Handelsblad. Ze bekleedde topfuncties in de VN-landbouworganisatie FAO. 

Fresco heeft zich laten kennen als iemand die vertrouwt op ecologisch verantwoorde technologische vooruitgang in de landbouw. In 2050 zal er volgens haar voldoende voedsel zijn om 10 miljard monden te voeden.

Maar wát zullen we over enkele decennia eten? Fresco: "Dat hangt ervan af wie je bent en waar je woont. In geavanceerde economieën zal voedsel sterk gepersonaliseerd zijn – aangepast aan de behoefte van de individuele consument. Voor een deel van de mensen zal voedsel uit de 3D-printer komen."

"Tegelijk zal in de midden- en hogere klasse waardering blijven voor het authentieke, voor voedsel waarvan je weet hoe en door wie het is geproduceerd. De band met een boer zal voor een deel van de mensen belangrijk blijven. Dat is geen tegenstelling, maar complementair: mensen maken gebruik van technologie en houden vast aan het authentieke.

"In 2050 kunnen we waarschijnlijk met digitale technieken het hele productieproces van ons voedsel achterhalen. Wat ermee is gebeurd, waar het vandaan komt. Het verschil tussen biologisch en niet-biologisch zal minder groot worden doordat de techniek, de vooruitgang in de genetica, die twee categorieën verbindt.

"Overigens moeten we ons realiseren dat dit maar voor een deel van de wereldbevolking zal gelden. In 2050 zal lang niet iedereen in een hightechomgeving wonen.'"

Kunnen we in 2050 nog vlees en vis eten?

Louise Fresco: "We hebben dieren nodig omdat de Nederlandse veenweiden en de Argentijnse pampa's niet voor iets anders dan veeteelt kunnen worden gebruikt. Dieren zijn essentieel voor de circulaire economie – ze zetten afval om in eiwitten. We zullen meer plantaardig afval gaan recyclen, vooral via kippen en varkens. Als iedereen vegetariër zou worden, hebben we een probleem.

"Een deel van het vlees dat nu wordt verwerkt in vleeswaren zal worden vervangen door plantaardige eiwitten. Met behulp van een 3D-printer kun je het op vlees laten lijken.

"Het eten van vis, vooral uit visteelt, zal eerder toe- dan afnemen. Het telen van vis is efficiënter dan het houden van warmbloedige dieren. Een vis verdraagt lage temperaturen en heeft minder ruimte nodig. Wel betekent dit een verschuiving van vissen die alleen andere vissen eten naar vissen die je bijvoorbeeld insecten kunt voeren.

"Het grootste deel van onze eiwitten halen we nu nog steeds uit granen, aardappelen, cassave en groenten. Er zullen extra bronnen van eiwit worden aangeboord: algen en zeewieren. In de voedselvoorziening zal een verschuiving komen van land naar zee. Slechts een klein deel van onze calorieën krijgen we nu uit zee, terwijl die twee derde van het aardoppervlak beslaat. Er zijn veel voordelen om daar onze calorieën uit te halen. Vergeleken met 10.000 jaar landbouw staat de teelt uit zee nog in de kinderschoenen."

Moeten we niet aan de insecten?

"Ik serveer weleens sprinkhanen als we hoog bezoek hebben, maar ik geloof niet in een insectenrevolutie. Het potentieel zit niet in de directe menselijke consumptie. Insecten zullen vooral worden gebruikt in dierlijk voer. En je kunt ze als meel aan producten toevoegen – herkenbare sprinkhanen in de sla zullen de meeste consumenten niet zo gauw eten.

"Er zijn landen waar sprinkhanen en andere insecten worden gegeten, maar voedseltaboes zijn complex. In Europa eten we geen hond of kat en ik verwacht ook niet dat we dat in 2050 gaan doen.

"We weten nog relatief weinig van insecten. Hoeveel energie kost het om ze te kweken? Zitten er toxische stoffen in hun maag-darmkanaal? In Wageningen doen we daar onderzoek naar."

Uit uw boek Hamburgers in het paradijs blijkt dat u gemengde gevoelens hebt over biologisch boeren in de stad.

"Onze steden zijn nu niet ingericht voor landbouw en zelden voor tuinbouw. De mogelijkheden op winderige daken, vervuilde grond en in schooltuintjes blijven marginaal. Dat verandert met goedkope elektriciteit, met goedkope led-verlichting. Je kunt straks onder de grond gaan telen. Met een hoogtechnologisch systeem kan voedsel dan van dichtbij komen.

"Kortere voedselketens zijn niet per se gezonder en duurzamer dan lange voedselketens. Je weet niet of de leverancier van lokale producten voldoet aan de regels, of er schimmels op de groenten zitten. Korte ketens zijn wel belangrijk om mensen te laten weten waar hun voedsel vandaan komt. Ik ben voorstander van zichtbare ketens, maar dat wil niet zeggen dat alles uit de buurt moet komen.

"Gewassen als thee en koffie, maar ook granen zullen van ver blijven komen. Er komt meer differentiatie naar kwaliteit en herkomst. Je kunt nu al een single-blend koffie krijgen van een bepaalde plantage in Oost-Afrika.

"In 2050 zal waarschijnlijk zo'n 65 procent van de wereldbevolking in steden wonen, maar dat zullen niet allemaal hightechsteden zijn. Een derde zal nog op het platteland wonen, en daar zal de consumptie sterk lijken op het huidige voedingspatroon."

In Afrika wonen aan het eind van deze eeuw 4 miljard mensen. Hoe komen die allemaal aan voldoende voedsel?

"Dankzij grootschalige landbouw. In Afrika is nog land dat nu niet voor landbouw wordt gebruikt, terwijl het er wel geschikt voor is. Dat het nu niet veel oplevert, komt onder meer door gebrek aan irrigatie. Ten zuiden van de Sahara wordt hooguit 4 procent van het oppervlak geïrrigeerd. In China is dat 40 procent.

"Net als in andere delen van de wereld zal in Afrika de landbouw in 2050 voor een aanzienlijk deel gemechaniseerd en gerobotiseerd zijn. Het is een misverstand te denken dat het arbeidsoverschot in de landbouw terechtkomt.

"Met behulp van sensoren en datasystemen zal de controle over de productie nauwkeuriger worden – dat zal leiden tot minder uitstoot, minder verliezen, betere houdbaarheid van gewassen. Je oogst op het juiste moment, als de gewassen zo zijn aangepast dat ze tegelijk rijpen. Met behulp van drones zal je kunnen zien wanneer een gewas water of kunstmest nodig heeft."

Wordt de boer verdrongen door de techniek?

"Mechanisering van arbeid is onvermijdelijk. In de hele wereld zal arbeid schaarser worden. Jonge generaties willen niet met een hark de harde grond bewerken of met hun voeten in een nat rijstveld staan. Je wordt nu vaak boer bij gebrek aan beter.

"Er moet evenwicht zijn tussen menselijk en technologisch vernuft. Zoals we auto's niet meer met de hand in elkaar zetten, zal een deel van het werk in de landbouw door apparaten worden gedaan. Maar je wilt niet dat dieren alleen nog maar robots tegenkomen. Je wil dat onze voeding in goede handen is."

Er lijkt een herwaardering te zijn van het plattelandsleven.

"Er is waardering voor authenticiteit, maar dat is iets anders dan waardering voor de boer die werkt met melkrobots. Men wil ontzettend graag koeien in de wei zien, dartelende kalfjes bij zonsondergang. Maar zo brengen boeren hun dag niet door – ze zitten meestal achter de computer.

"Er is een discrepantie tussen de noodzaak om boerenarbeid productiever en aantrekkelijker te maken. Je ziet overal problemen met de opvolging. De vraag is of we straks nog boeren hebben.

"Intussen gooien we alle problemen van de voedselvoorziening over het hek van de boeren. Ze moeten innoveren, meer produceren, minder bestrijdingsmiddelen gebruiken, zorgen dat dieren en gewassen gezonder zijn. Dat hebben ze in veel opzichten goed gedaan, toch is hun imago niet verbeterd.

"Een doelstelling voor 2050 moet zijn dat er, vergelijkbaar met 'Parijs', een akkoord over voedsel wordt gesloten, waarin is vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Nu stelt de consument steeds hogere eisen, heeft de handel een groot deel van de productieketen in handen, holt de overheid er achteraan met steeds ingewikkelder regelgeving en zijn boeren in hoge mate slachtoffer. Dat moet beter kunnen."

Veel consumenten en politici in Europa staan wantrouwig tegenover technologische ontwikkelingen als genetische modificatie.

"We zijn steeds rijker en beter gevoed. Voedselvoorziening wordt ervaren als complex. Dat maakt mensen angstig. Ze willen geen risico lopen. Genetische modificatie wordt nu zo'n twintig jaar toegepast. In die tijd hadden we kunnen werken aan de benodigde regelgeving. Dat is verwaarloosd.

"We moeten hard werken om nieuwe genetische technieken in de Europese Unie geaccepteerd te krijgen. Dat lukt pas als we ons niet richten op de technieken, maar op de problemen die we moeten oplossen – het voeden van miljarden mensen. Wat niet helpt, is dat er weinig politici zijn die iets weten van biologie of genetica. Politici zijn voorzichtig, omdat ze alles wat technisch is eng vinden."

Ze moeten rekening houden met de publieke opinie.

"Veel politici gaan beslissingen liever uit de weg. Dat is funest, want je verliest tijd, terwijl de technologische ontwikkeling doorgaat. In 2050 draait het om biomassa en alle daarin nuttige stoffen. Niet voor de energievoorziening, maar voor de productie van materialen die nu nog worden gemaakt door de petrochemische industrie. De landbouw, die nu wordt gezien als deel van het klimaatprobleem, zal een deel van de oplossing worden."

Grotere vraag naar plantaardige producten zal leiden tot een grotere druk op het beschikbare aardoppervlak.

"Dat hoeft niet. Vrijwel nergens is de hoogst mogelijke opbrengst van het land bereikt. Als je het potentieel definieert als een combinatie van temperatuur, zonnestraling, water en voedingsstoffen, dan blijf je daar vrijwel overal ter wereld onder. Verbeter de productie en je maakt ruimte voor landschappen.

"De heilige graal in ons vak is de fotosynthese, het proces in planten waarbij lichtenergie de aanzet geeft voor het omzetten van CO2 en water in suikers en zuurstof. Fotosynthese is de basis van ons leven. De tijd is aangebroken dat we gaan werken aan het efficiënter maken van dat proces, zodat de opbrengst van gewassen kan worden verhoogd. Het proces is hypercomplex, reden waarom het nog niet is gelukt het te verbeteren.

"Onderzoek naar verbetering van de fotosynthese is te vergelijken met het werk van CERN, de Europese organisatie die onderzoek doet naar elementaire deeltjes. We besteden miljarden euro's aan de zoektocht naar de fundamentele bouwstenen van het heelal. Ik zeg: geef ons 1 procent van het geld dat naar CERN gaat en laat ons kijken hoe we de fotosynthese sterker en beter kunnen maken."

Wat zijn de grootste bedreigingen voor de voedselvoorziening?

"De technologie kan de bevolkingsgroei bijhouden. De bedreigingen hebben te maken met politieke onrust. In gebieden waar honger heerst, functioneren de staat en de markten niet, zijn mensen van hun grond verdreven of is er een natuurramp geweest.

"Geopolitieke spanningen kunnen ertoe leiden dat er blokken ontstaan die niet op een open manier met elkaar handel drijven. Het verzet tegen handelsverdragen, het geloof dat we het zelf wel kunnen, kan schadelijk uitpakken. Europa kan zichzelf niet voeden."

Welke belemmeringen zijn er voor de wetenschap?

"De wetenschap wordt geregeerd door financiering op korte termijn. Het is moeilijk om geld te vinden voor iets wat misschien over twintig jaar een doorbraak oplevert. De publieke belangstelling ligt bij esoterische vragen – is er nog een ander heelal? – of bij oplossingen voor medische vraagstukken. Wat daartussen ligt, onttrekt zich aan het zicht van de meeste mensen.

"De financiering van onderzoek is versnipperd: je hebt ontzettend veel commissies, overlegorganen en clubjes die het geld verdelen. Wetenschappers besteden zeeën van tijd aan onderzoeksvoorstellen die weinig kans van slagen hebben. Dat systeem moet op de helling: minder overlegorganen en meer financiering voor de lange termijn."

De heilige graal: hoe verbeter je fotosynthese?

Met zonlicht maken planten de bouwstoffen die ze nodig hebben om te groeien. Dat proces – fotosynthese – is de basis van het leven op aarde, de motor van de landbouw. 

"Als de fotosynthese twee keer zo hard gaat lopen, geven gewassen twee keer zoveel opbrengst", zegt René Klein Lankhorst van de Wageningen Universiteit. En zal er, met hetzelfde landbouwareaal, voorlopig ruim voldoende plantaardig voedsel zijn om de wereldbevolking te voeden. Zover is het nog niet, maar in Wageningen worden hoopgevende stappen gezet.

Bij fotosynthese wordt zonlicht gebruikt om kooldioxide (CO2) om te zetten in suikers, die dienen als energiebron en bouwmateriaal voor cellen. Dit proces speelt zich af in planten, algen en sommige bacteriën. Vergeleken met zonnepanelen draait fotosynthese in planten op een laag pitje. Vanwege de overvloed aan zonlicht is er nooit evolutionaire druk geweest om het systeem te verbeteren. "Gemiddeld zet een aardappel slechts 0,5 tot 1 procent van het zonlicht om in biomassa. De rest van het licht wordt niet gebruikt."

Dat kan beter, zegt Klein Lankhorst. Uit eerder onderzoek is gebleken dat fotosynthese moet kunnen worden opgevoerd tot 4 of 5 procent van het zonlicht. "Dan heb je het over een opbrengst die vier of vijf keer zo groot is. Terwijl verdubbeling van de opbrengst al een oplossing zou bieden voor toekomstige voedselvoorziening en voor de groeiende vraag naar biomassa in een groene economie." Bestuursvoorzitter Louise Fresco van de Wageningen Universiteit spreekt van de heilige graal in de landbouwwetenschap.

Fotosynthese is een uiterst ingewikkeld proces, waarbij honderden genen zijn betrokken. Het zal jaren, zo niet decennia, duren voordat de rol van al deze genen volledig helder is en planten beter kunnen worden 'opgevoerd'. 

In Wageningen voorlopig dus geen dubbeldikke bloemkool of megamaïs. Er is wel een stevige basis gelegd voor verder onderzoek. "De meeste genen die betrokken zijn bij de fotosynthese zijn bekend", zegt hoogleraar Mark Aarts. "Wat we nog niet weten, is hoe het primaire proces van fotosynthese is ingebed in het metabolisme van de plant. Op welke genen we kunnen selecteren om de fotosynthese daadwerkelijk te kunnen verbeteren zonder andere belangrijke processen te verstoren."

Aarts en collega's doen onderzoek met een kruidachtig plantje, de zandraket. Alle genen van dit plantje zijn in kaart gebracht en de genoomsequenties (de volgorde van de DNA-bouwstenen) zijn bekend. Bij diverse genotypes van de zandraket – verzameld in Europa, Azië en Afrika – wordt nauwkeurig gemeten hoe de fotosynthese verloopt bij verschillende lichtomstandigheden. Dat gebeurt in een kweekcel waar tientallen plantjes strak in het gelid staan en het licht dat op de groeiende blaadjes valt wordt gemanipuleerd.

Als de 'heilige graal' eenmaal is ontdekt, kan het verbeteren van fotosynthese worden bereikt met de klassieke veredeling, maar ook met moderne biotechnologie. "Langs de weg van de gewone veredeling ben je waarschijnlijk tientallen jaren kwijt", zegt Klein Lankhorst. "Het zal veel sneller gaan als sommige genetische veranderingen met biotechnologie worden aangebracht, bijvoorbeeld met de DNA-techniek Crispr-Cas. Wij willen alle opties bekijken. We gaan de maatschappelijke discussie over genetische modificatie niet uit de weg."

Wetenschappers van tientallen Europese universiteiten en andere academische instituten, waaronder de Wageningen Universiteit, hebben de handen in elkaar geslagen om expertise uit te wisselen en onderzoeksresultaten te combineren. Ze proberen voor het project Photosynthesis 2.0 geld te krijgen van de EU. Dat blijkt lastig. Het gaat om veel geld en er is weerstand tegen ingrijpend gebruik van biotechnologie bij gewassen. Klein Lankhorst: "Europa is benauwd voor discussies over genetische modificatie. Bij het publiek ontbreekt nog het gevoel van urgentie. Terwijl werken aan fotosynthese de beste optie is om straks meer en gezond voedsel te kunnen produceren."

Bio Louise O. Fresco 

Meppel, 1952

1986 promotie (cum laude) aan de Wageningen Universiteit op proefschrift over tropische plantenteelt in Afrika

1990-1997 hoogleraar plantaardige productiesystemen in Wageningen

1997-1999 directeur onderzoek op het departement voor landbouw van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de VN.

2000-2006 vicedirecteur-generaal van de FAO.

2005-2006 Cleveringa-leerstoel aan de Universiteit van Leiden.

2006-2014 universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

2014 tot nu bestuursvoorzitter van de Wageningen Universiteit.

Fresco is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Ze schreef dertien boeken, fictie en non-fictie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden