Zaterdag 10/12/2022

'We hebben allemaal onze blinde vlekken. Daar zet ik graag een spotje op'

INTERVIEW. Is het nieuwe boek van Griet Op de Beeck nu een roman of een verhalenbundel? 'Geen van beide', zegt ze met een cryptische glimlach. 'Het kan geen kwaad jezelf als schrijver af en toe heruit te vinden.' In Gij nu voert ze mensen op die op een keerpunt in hun leven staan. Een verkenning in zeven passages.

Luiheid is een eigenschap die je Griet Op de Beeck (°1973) niet kunt aanwrijven. Sinds haar debuut Vele hemels boven de zevende (2012) en het even overdonderende succes van opvolger Kom hier dat ik u kus (2014) koestert ze haar bestsellerstatus in de Lage Landen. Maar denk niet dat ze op haar lauweren is gaan rusten. "Ik schrijf elke dag. En als je niets anders te doen hebt, dan blijkt het een volkomen natuurlijk ritme als er om de twee jaar een nieuw boek ligt." Maar ze beseft ook: "De grootste valkuil is natuurlijk een dun doorslagje van het vorige te maken."

Thematisch blijft Op de Beeck in Gij nu evenwel op vertrouwd terrein. Nogal wat personages bevinden zich in een boulevard of broken dreams waar uiteindelijk enige hoop aan de horizon gloort. Vormelijk zoekt ze voorzichtig een nieuwe piste. Gij nu is een verzameling van aan elkaar gelaste korte verhalen, met toch één overkoepelend idee. "Ik wilde mezelf in een andere mal duwen", benadrukt Op de Beeck. "Terwijl ik in Kom hier dat ik u kus één personage in diverse levensstadia volgde, probeer ik in Gij nu diepgang te creëren door rondom een vijftiental personages te cirkelen. Het zijn stuk voor stuk mensen die op een kantelpunt in hun leven staan of terugblikken op een cruciaal moment. Momenten waarop het ten goede keerde of net verkeerd liep.

"Dat is misschien ook wel de kern van het bestaan: laat ik alles stagneren of kies ik voor evolutie? Laat ik schuldgevoel, machteloosheid of een uit het verleden geërfd monster de overhand nemen? Dat interesseert me buitengewoon. Ja, ik kijk graag in de donkerste hoeken van de menselijke psyche. Maar je kunt dat pas doen, vind ik, als je ook de lichtheid opzoekt."

Toch wemelt het in Gij nu van de personages die aarzelen om echt van koers te veranderen. Zoals bij de oudere dame in het slotverhaal, die prentbriefkaarten ontvangt van een onverwachte bewonderaar uit haar jeugd. "Ik zie om me heen veel mensen die ontzettend bang zijn voor verandering en kampen met een laag zelfbeeld", zegt Op de Beeck. "En ze zijn nog banger om onder hun eigen tapijt te kijken, waar al hun monsters zich schuilhouden. Mensen hebben de neiging om negatieve emotionaliteit uit de weg te gaan. Omdat het een storm zou ontketenen waar ze de controle over verliezen. Ik probeer in dit boek met veel mildheid naar hen te kijken. Waarom komen ze niet tot die cruciale stappen en zijn ze - als ze niet oppassen - straks al een beetje dood voor ze effectief in hun kist liggen? Het is een intrigerende tragiek waar je als schrijver wat mee kunt. We hebben allemaal onze blinde vlekken. Daar zet ik graag een spotje op."

Regelmatig zorgt Op de Beeck voor een schokeffect. De dood van het pekineesje van de buren brengt een carrousel van twijfel op gang bij het oudere koppel Harry en Emma. En heftige vliegtuigturbulentie brengt de zwaarlijvige Bram en zijn buurvrouw nader tot elkaar. "Veel mensen zijn niet in staat hun demonen in de ogen te kijken, tenzij ze ertoe gedwongen worden. Dat kan iets stoms zijn maar ook iets heftigs. Zolang het maar alles op scherp stelt. Blijf je dan hardnekkig weigeren of ga je toch ramen en deuren openzetten?"

Toch weigert Op de Beeck halsstarrig om in pessimisme te vervallen, laat staan in determinisme. "Ik geloof ongelooflijk sterk in de maakbaarheid van de mens. In je jeugd wordt weliswaar de blauwdruk gelegd voor alles. Maar je kunt wel aan je lot ontsnappen. Ik moet plots denken aan een installatie van de kunstenaar Tim Etchells van Forced Entertainment die ik in een Londense galerie zag. Ze bestond uit niet meer dan een groot wit doek met daarop 'Give up on your dreams', in zeer saai geprinte letters. Het klonk als een droog bevel. Ik vond dat in al zijn blote eenvoud een geniaal werk. Want net als je dat leest, worden dromen belangrijker dan ooit."

Zeg iets, meng u nu toch in dat gesprek, zei hij in stilte tegen zichzelf, maar er schoot hem niks te binnen. Voor het eerst in zijn leven voelde hij zich bejaard. Hij nam een grote slok van zijn champagne, die was al lauw geworden. Dat krijg je met deze hitte, dacht hij, dan gaat alles naar de kloten.'
(uit: 'Er moet betere ellende bestaan dan deze zei ze en ze lachte', p. 17)

"Een bejaarde die onder lichte dwang op een cruiseschip belandt en er geconfronteerd wordt met zijn gebrek aan eigenwaarde: ik vond het een mooi uitgangspunt. Het is een cliché: hoe ouder, hoe meer verstarring. Maar tegelijk voelt niemand van tachtig zich écht tachtig. In je hoofd zijn er velen volgens mij nog vijfendertig of vijftig. Het is gewoon het lijf dat niet meer mee wil. Bovendien zijn de materiële omstandigheden vaak minder vanzelfsprekend om knopen door te hakken en te zeggen: ik neem mijn valies en ben weg.

"Maar het besef van grote eindigheid laat ook een verheviging toe. Is het echt zo dat alles afzwakt bij oudere mensen? Ik ben daar helemaal niet van overtuigd. Het komt er net nog meer op aan, met alle wijsheid en leven die je hebt vergaard. Wat heeft een tachtigjarige niet allemaal aan maatschappelijke ontwikkelingen voorbij zien komen? Dat verlangen naar intensiteit en zelfreflectie is even groot. Daarom wil ik hen ook zo portretteren en het cliché vermijden van de bejaarde die met zijn sloefen aan al om vier uur naar tv zit te kijken.

"Er wordt te snel van uitgegaan dat bejaarden geen energie of wil meer hebben en dat ze maatschappelijk niet meer meetellen. Maar wie weet hoe het stormt in die hoofden? Kijk maar naar Marcel, die alles voelt wankelen. Er zijn natuurlijk mensen die op schrikbarend jonge leeftijd al vroegoud zijn. Er bestaan naar mijn gevoel bejaarden van 35 en jongeren van 81 (lacht)."

Sinds de telefoon voelde Dennis zich almaar opnieuw elf, die avond voor hij naar klarinetles moest terwijl hij weer niet had geoefend. Die weeë, knagende, diepe onbehaaglijkheid. Hij observeerde al die mensen die hij al een heel leven kende en probeerde zich hun reacties voor te stellen.
(Uit: 'Zijn familie geloofde heilig dat doen alsof ook een kunst was', p. 35)

"Wat mij intrigeert bij het verhaal van hartlijder Dennis is het moment waarop je als volwassene weer afhankelijk wordt van je familie. En hoe er zo nieuwe machtsverhoudingen ontstaan. Als je zo ziek bent dat je niet verder meer raakt dan het toilet, dan kun je bijna niet anders dan weer bij je ouders gaan wonen. Je krijgt weer een soort opgedrongen intimiteit. Dennis moet beslissen of hij de kans neemt om verder door te leven en een harttransplantatie te ondergaan. Maar wat is de kwaliteit van zijn leven? En hoe verhoudt hij zich tot zijn familie die het beter lijkt te weten? Hij leeft al jaren in een mindset van teleurstelling en gezondheidsperikelen. Als er dan toch een perspectief wenkt, lijkt dat enger dan berusten in zijn situatie."

Meer dan zon of wind of regen, voelde hij angst als hij door de straten liep. Een prooi, wachtend om verscheurd te worden. Wie almaar bezig is met niet gevonden mogen worden, krijgt op den duur sowieso het gevoel dat hij wel iets fouts moet hebben gedaan.
(uit 'Terwijl hij zich probeerde voor te doen als mens onder de mensen', p. 64)

"Hoe snel word je gestigmatiseerd als vluchteling of illegaal? En wat is de weerslag op zo'n mens? Dat zijn de hamvragen van dit verhaal. Die impact is erg groot, natuurlijk. Zo liet een Antwerpse vluchtelingenorganisatie hen onlangs brieven schrijven, bestemd voor de Antwerpenaren, om goodwill te kweken. Vervolgens gingen de asielzoekers zelf de straat op om ze aan voorbijgangers uit te delen. Een Syrische jongen schreef in zijn brief: 'Ik ben een goede mens. Wees niet bang, ik ga goed voor u doen, ik ben u dankbaar.' Ik vond dat heel confronterend.

"Een vluchteling krijgt nu het gevoel dat hij zich beter moet gedragen dan wij allemaal. Een bewijs van structurele wonden die zijn geslagen. Of er een legitieme angst is bij de bevolking voor de vluchtelingenstroom? En is er een alternatief? Ik las al veel opiniestukken van specialisten die zeggen dat we nog een heel eind af staan van het instorten van onze sociale zekerheid. Uit de hoek van de wetenschap - mensen zonder electoraal belang - heb ik dus nog niet veel zorgwekkends gehoord. Wél uit de mond van politici. Ik denk dan: laten we vooral niet vergeten hoe wij hier leven. En kijk dan naar de dronebeelden van Syrië waar alles met de grond gelijk is gemaakt. Waarover spreek je dan?

"Ik denk dat we zelf het klimaat in handen hebben. Hoe meer we zelf onze stekels opzetten en angsten creëren, hoe meer argwaan, en hoe groter de polarisering en hoe reëler de kans op conflicten. Laten we de openheid hebben om te snappen dat vluchtelingen met zeer menselijke noden zitten. Angst is de heerlijkste voedingsbodem voor politici. En helaas: ook de meest idealistische politicus is bezig met zijn eigen electorale belang."

Op één na was het telkens de ander die haar had verlaten. Meer dan een afscheid was het telkens weer een aanslag op moeizaam bij elkaar gesprokkeld geloof in wat zij waar kon maken.
(Uit: 'Wat niet meer wordt verwacht telt dubbel had zij ontdekt', p. 83)

"We zoeken bij de ander altijd bevestiging van ons zelfbeeld, zelfs als dat destructief is, zoals bij deze Kathleen. Ze zoekt telkens iemand die haar dat inadequate gevoel geeft. Wie bijvoorbeeld heel gevoelig is voor afwijzing, ziet die ook overal. Projectie is helaas in alle vormen van communicatie een wezenlijk bestanddeel. Dat wordt vaak vergeten. Je kunt niet altijd met een metaperspectief naar jezelf en de dingen kijken. Het is nochtans heel gezond om dat regelmatig te doen, want alleen zo kun je je eigen valkuilen steeds beter vermijden.

"Kathleen houdt oprecht van Dries en ondersteunt haar nieuwe vriend bij iets waar hij wiebelig over loopt. Ze wil het ongelooflijk goed doen, stelt zich dienstbaar op, tot in het absurde. Is dat geen 'pleasen', vraag je? Het kan ook liefde zijn. Er bestaan tenslotte weinig relaties met een complete wederkerigheid. Slechts wie zich bewust is van de littekens uit zijn jeugd kan tot een gezonde hechting komen. En evengoed zijn er onevenwichtige relaties die door de neuroses van beiden toch blijven bestaan. Kijk maar naar legendarische artiestenkoppels. Volgens mij is dat geen goede zaak. Al vel ik nooit een moreel oordeel."

Elisabeth liep naar hem toe, leunde een tikje voorover, zag zijn akelig verkrampte spieren, de spanning in zijn gezicht, en opeens bevroor ze. Ze staarde naar haar gekwelde jongen en deed niks.
(uit: 'Ook wanhoop kan opraken had zij ontdekt', p. 131)

"Tijdens de epilepsieaanval van haar zoon gaat Elisabeth in verzet tegen haar zorgrol. Ze is er diep van overtuigd dat haar zwaar gehandicapte zoon erg ongelukkig is. Haar man ziet dat anders. Ze weet vooral geen raad met haar eigen tekortschieten: je hebt een ongezond kind op de wereld gezet en bovendien neemt het je je eigen leven af, hoe groot de liefde ook mag zijn. Ze moet aanvaarden dat ze gefaald heeft.

"Het is een van de laatste taboes. Want er wordt over gehandicapte jongeren vaak in een hoerastemming gesproken: 'Kijk eens wat er wél mogelijk is en wat ze wel nog kunnen.' Mensen gaan daarover vaak de negativiteit uit de weg. Prachtig als mensen het mooie kunnen zien, maar dat is niet iedereen gegeven. Moederliefde is niet altijd zo vanzelfsprekend, denk ik. Kun je zomaar verwachten dat mensen met overtuiging elke dag weer die zorgrol opnemen? Een complexe zaak."

Bram had het gangpad in de gaten gehouden, één ding stormachtig hopend dat het niet een jonge vrouw zou zijn. De gêne was deel geworden van zijn leven, even vanzelfsprekend als de pijn aan zijn knieën en zijn rug, maar tegenover vrouwen van zijn leeftijd, mooi of lelijk, dat maakte niks uit, verloor de schaamte elke bodem.
(uit 'Mensen gilden alsof ze op een rollercoaster zaten maar dan zonder het plezier', p. 139)

"Bram is echt een dikke man. En hij schaamt zich daarover. Schaamte is een zeer onderschatte drijfveer bij veel mensen, hoe ze er ook uitzien. Er is een fantastisch citaat van de essayist Andrew Solomon over schaamte: 'When we are ashamed, we can't tell our stories. And our stories are the foundation of our identity.' Dat is ongelooflijk waar. Schaamte is een van die grote, woeste, negatieve krachten die mensen weghouden van het samenvallen met zichzelf.

"In dit verhaal vraag ik me af hoe determinerend schaamte kan zijn. En wat er gebeurt als je ze toch probeert te overwinnen. Inherent én intrigerend aan schaamte is dat het moeilijk is om erover te spreken. Schaamte kan zo allesomvattend zijn dat het bij bepaalde mensen hun hele doen en laten bepaalt. Je kunt ze beter wel op tafel gooien en betrappen waar de oorsprong van schaamte schuilt. Vaak komen we niet verder dan oppervlakkigheden over het verval van het lichaam. We kennen bijvoorbeeld ook allemaal de verhalen van erg mooie mensen met een ziekelijk complex over hun neus. Schaamte schuilt nochtans veel dieper. Dat toch kenbaar maken, is belangrijker dan vijf kilo vermageren of je haarkleur veranderen."

Hij trekt mij rechtop tot ik zit, hij doet mijn truitje uit en maakt behendig mijn bh los. En daar zit ik, halfnaakt, een paspop die zich laat bepotelen, en ik probeer in Landers ogen te kijken en de rest te vergeten. Ik zie hoe Cynthia meteen ook haar bloesje uitspeelt, en zelf haar bh losmaakt. Typisch. Lander kijkt gebiologeerd naar haar borsten, ze zijn beduidend groter dan de mijne.
(Uit 'Een donkere rookpluim walmt ernstig de lucht in een vreemde geur verspreidt zich een goudvink maakt zich tsjilpend uit de voeten alsof hij groot onheil wil ontvluchten nu het nog kan', p. 244)

"Ik sta er altijd verbaasd naar te kijken hoe - na Keulen en andere ophefmakende verkrachtingszaken - zeer intelligente mensen toch in forse stereotypes over aanranding spreken. Verkrachting gaat meestal over de schemerzone. Zelden gaat het over feiten waarbij je als vrouw op straat wordt vastgegrabbeld en meteen een mes tegen je hals krijgt geplant. In de overgrote meerderheid van de gevallen was er oogcontact of een gesprek en, wie weet, werd er zelfs gekust. Of droeg het meisje inderdaad een heel korte rok of had ze een diep decolleté.

"Toch zegt alles in het slachtoffer op een bepaald moment nee tegen de agressor. Maar de psychologische reflex bij een aanranding is vaak dat je bevriest, dat je het toch laat gebeuren. Er zijn maar weinig verkrachtingsslachtoffers die stampend en roepend van zich afbijten. Dat gebrek aan verzet zorgt voor een schuldgevoel. En die schemerzone leidt er ook toe dat negen van de tien gevallen niet worden aangegeven bij de politie.

"We oordelen ook te snel. Sommige lezers zullen in dit verhaal misschien geen echte seksuele agressie ontdekken. Dat is nochtans voor mij wel het geval. Dat meisje van vijftien wil zich conformeren en erbij horen. Ze durft niet onder te doen voor haar leeftijdgenoten. Hoe waren we zelf op ons vijftiende? Ze heeft ook geen enkele vorm van begeleiding. Je wilt niet weten welke smoezeligheden er allemaal gebeuren in achterkamers tijdens puberfeestjes. En dat doet me weer denken aan een zorgvuldig opgebouwde kunstinstallatie van Tracey Emin. Daarin toont ze hoe ze zich vanaf haar dertien à veertien jaar conformeerde aan de wensen van mannen. Als een man iets van je wil, ga je mee. En als ze hun ding gedaan hebben, laten ze je achter. Het kostte haar jaren om te realiseren hoe beschadigend dat was. En te merken dat het ook tegen haar werd gebruikt: ze was de matras van het dorp.

"Zo zie je maar hoe complex seks en machtsrelaties zijn."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234