Maandag 06/12/2021

‘We hadden wat te veel in de lucht geschoten’

Het ‘friendly fire’-incident waarbij vrijdagavond per ongeluk

13 rebellen werden gedood, wijst op het gebrek aan organisatie bij

de Libische opstandelingen. Maar er wordt aan gewerkt.

Daar staan ze weer, voor de poorten van het oliestadje Brega. Niet voor het eerst, ook niet voor de tweede maar voor de derde keer in minder dan een maand. De shebeeb, de ongeregelde Libische rebellen, laten het niet aan hun hart komen.

Hier in de woestijn halverwege Ajdabiya en Brega zien ze er heldhaftiger uit dan ooit, met hun zonnebrillen tegen het felle licht en de kaffiya’s om hun gezicht te beschermen tegen de koude woestijnwind.

“De meesten onder ons zijn al weken niet meer thuis geweest. Als we geluk hebben, kunnen we een paar uur per nacht slapen in Ajdabiya en dan de volgende ochtend weer vroeg naar het front. Het is niet erg: het is bijna een job geworden voor ons”, zegt de 25-jarige Saad Mohammed.

Maar voorlopig hebben ze niet veel te doen op deze heuvelrug waar zich vandaag het laatste checkpoint voor Brega bevindt. Af en toe is te zien hoe een kilometer verderop mortiergranaten inslaan. Beter uitgeruste rebellensoldaten racen in pick-ups naar het echte front, 15 kilometer verderop.

De shebeeb - en de journalisten - kunnen hen alleen maar nakijken. Want er gelden nieuwe regels aan het Libische front: voorbij het laatste checkpoint worden alleen nog echte soldaten toegelaten. “Als de shebeeb zware wapens hebben, laten we ze nog wel door”, zegt een soldaat, “maar vanaf hier staan ze onder orders van het leger.”

Dat een beetje organisatie geen overbodige luxe is, bewijst het incident van vrijdagavond, toen bij een westerse luchtaanval per ongeluk dertien rebellen werden gedood, een eind verderop op deze weg.

“Het was een misverstand maar het was in de eerste plaats onze schuld”, zegt de 20-jarige Mansour Ali, in het normale leven een verpleger in het psychiatrisch ziekenhuis van Benghazi, bij de westelijke poort van Ajdabiya. “We waren zo blij dat we weer een stukje dichter bij Brega stonden dat we een beetje te veel in de lucht hebben geschoten.”

Dat is nu ook de officiele versie: een al te enthousiaste rebel, die toevallig over een stuk luchtafweergeschut beschikte, heeft in de lucht geschoten precies op het moment dat er NAVO-vliegtuigen over het gebied vlogen. De piloten moeten gedacht hebben dat ze beschoten werden door Kadhafi-troepen.

Zelfs bij de broer van de enige overlevende van het incident is er geen spoor van boosheid te bespeuren. De 18-jarige Ibrahim Fahim Shebbi ligt zwaarverbrand op intensieve verzorging in het Jala-ziekenhuis in Benghazi. Hij is te vermoeid om te praten, dus zijn 20-jarige broer Winis doet het woord.

“Ibrahim werkte in een koffieshop toen de opstand begon. Sindsdien is hij voortdurend bij de shebeeb aan het front geweest. Hij weet alleen dat er plots een geweldige ontploffing was.”

Ibrahim had daar eigenlijk niet mogen zijn, na valavond en voorbij het checkpoint van het leger. “Ze waren op zoek naar achtergebleven soldaten van Kadhafi. Waarschijnlijk zijn ze een beetje te enthousiast geweest”, zegt zijn broer.

Ook de drie verplegers in de ambulance die werd geraakt, hadden daar niet mogen zijn, zegt een verpleger in het ziekenhuis van Ajdabiya die een halfuur voor de luchtaanval is vertrokken. “Wij worden verondersteld om bij valavond terug te keren naar het ziekenhuis. Maar ze wilden bij de shebeeb blijven, zeiden ze.”

Gebrek aan organisatie

Het incident illustreert nog maar eens het gebrek aan organisatie bij de Libische rebellen. Niet dat daar niet aan wordt gewerkt. Bij het buitenrijden van Benghazi bevindt zich een rekruteringscentrum waar zich elke ochtend nieuwe vrijwilligers aanmelden. De locatie is symbolisch: onder Kadhafi was dit de 7 april-kazerne, genoemd naar de dag in 1976 toen Kadhafi zijn revolutionaire comités carte blanche gaf om op dissidenten te jagen. Op 7 april 1977 werden hier verschillende oppositiefiguren opgehangen; de beelden werden dagenlang door de staatstelevisie uitgezonden. De kazerne is nu omgedoopt tot 17 februari, naar de officiele begindatum van de opstand.

Op zondagochtend kregen honderden vrijwilligers hun eerste les in het omgaan met wapens. Verspreid over het oefenterrein werden groepjes jongemannen onderricht in het gebruik van kalasjnikovs, stalinorgels, mortier en afweergeschut.

“Dit zijn geen soldaten”, zegt woordvoerder Salem Mohammed (45), in het gewone leven een zakenman. “Het blijven shebeeb maar we proberen hen een minimum aan training te geven. Alleen als ze bijzondere capaciteiten hebben, sturen we hen verder naar het front maar nog altijd in de tweede linie, achter de soldaten.”

Maar Mohammed geeft toe dat veel shebeeb gewoon recht naar het front rijden zonder langs het centrum te passeren. “Wat wil je? Veel mensen willen graag hun bijdrage leveren. Wij kunnen ze niet tegenhouden.”

Wapens krijgen ze hier niet. Op een stoep zitten enkele tientallen jongemannen naar de training te kijken. “Wij hebben onze training al achter de rug”, zegt de 21-jarige Motas Sayed. “We zitten nu te wachten tot andere jongens van het front terugkeren zodat wij hun wapens kunnen overnemen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234