Donderdag 13/08/2020

InterviewJan De Maeseneer

‘We hadden veel sneller een vaccin kunnen hebben’: professor Jan De Maeseneer legt vinger op de wonde

Jan De Maeseneer. 'De wereld wist dat er een nieuw coronavirus zou komen. We hebben ons niet goed voorbereid.' Beeld © Stefaan Temmerman

Al jaren schreeuwt professor emeritus huisartsengeneeskunde Jan De Maeseneer (UGent) dat de organisatie van de gezondheidszorg in ons land anders moet. Dankzij corona treden steeds meer mensen hem bij. ‘Eindelijk gaan de ogen open.’

Het Franse Nice, de eilandgroep de Azoren of het Zuid-Afrikaanse Johannesburg. Zonder corona had Jan De Maeseneer weer een resem internationale congressen afgevinkt de voorbije weken. Maar de professor emeritus huisartsengeneeskunde heeft net zoals de rest van de bevolking de geneugtes van het thuiswerk mogen ontdekken.

“En van wandelen en fietsen.” Al liep het meteen fout. “Bij mijn eerste fietstocht ging ik tegen de grond. Vier ribben gebroken.” Het weerhield hem er niet van om nog een artikel af te werken voor het vaktijdschrift The Lancet en zowat alle studies over de pandemie uit te pluizen.

Hoe evalueert u de aanpak van de covidcrisis? 

De Maeseneer: “Er zijn grote fouten gemaakt. In 2002 was er de uitbraak van het SARS-virus, in 2012 hadden we MERS. Allebei coronavirussen. Toen al werd geopperd dat we moeten nadenken over de ontwikkeling van een vaccin. Hoe verder je daarmee staat, hoe minder tijd je nodig hebt om een nieuw coronavaccin te ontwikkelen. De Europese Unie heeft in 2012 zelfs middelen hiervoor vrijgesteld en bedrijven opgeroepen om hierin te investeren. Maar er was geen interesse. De wereld wist nochtans dat er een nieuw coronavirus zou komen, maar we hebben ons niet goed voorbereid.

“Het illustreert de zwakte van ons systeem. Je zou voor onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins andere mechanismen moeten kunnen ontwikkelen, die niet louter berusten op marktlogica en kortetermijnwinst.”

Hoe heeft België die eerste coronagolf doorstaan? 

“We hebben het goed proberen te doen, maar zijn op twee belangrijke problemen gestoten: een gebrek aan beschermingsmateriaal en een gebrek aan tests. Het hele systeem is in elkaar gezakt omdat die twee voorwaarden niet waren vervuld.

“Corona is een grote les in bescheidenheid. Het is niet omdat je dertien jaar geen beschermingsmateriaal nodig hebt, dat je die stock niet moet onderhouden. Wat je ook merkt op Europees niveau is dat alle landen op zichzelf terugplooien. In de nood kent men zijn vrienden, maar we zien vooral vrienden die zeggen: ‘Eigen nood eerst’. Als we solidariteit willen dan zullen we die structureel moeten verankeren.”

Hoe kunnen we vermijden dat zulke tekorten ons in de toekomst parten spelen?

“Dat beschermingsmateriaal moeten we gewoon beter organiseren. Je spreekt af waar je een stock aanlegt en zorgt ervoor dat de distributie vlotter loopt. Nu heeft het veel te lang geduurd eer de maskers daadwerkelijk ter plekke waren. Het was een soep. Op een bepaald moment was er een apart maskercircuit voor zorgverstrekkers die per prestatie worden betaald en voor degenen die forfaitair worden vergoed. Dat is ridicuul.

“Het probleem van de testcapaciteit was ook al lang bekend. In 2017 oordeelde de WHO in een rapport dat onze testcapaciteit, in het geval van een pandemie, ondermaats is. We hebben zo’n 160 labo’s in België maar er is er geen enkele in handen van de overheid. In de Italiaanse regio Veneto bijvoorbeeld heeft de overheid per 500.000 inwoners een labo dat klaar staat om virussen testen. Dus daar konden ze vanaf dag één van start.”

Had dat zo'n verschil gemaakt?

“Absoluut. Studies tonen dat aan. Zo is er een vergelijking gemaakt tussen de Italiaanse regio Veneto en Lombardije. Lombardije is dichter bevolkt en had minder testcapaciteit. Wel nu, de verschillen zijn enorm. In Lombardije hadden ze 113 doden per 100.000 inwoners. In Veneto zijn dat er 19. Maar daar konden de huisartsen dus alle zieken testen. Hierdoor belandde amper 25 procent van de besmette personen in het ziekenhuis. In Lombardije was dat 50 procent, met alle gevolgen van dien.

“Het toont hoe belangrijk het was dat huisartsen op de eerste lijn meteen konden testen. Hier was dat onmogelijk. Hier moesten de huisartsen in de triagecentra de mensen die een test nodig hadden, doorverwijzen naar het ziekenhuis, waardoor je extra druk op de beddencapaciteit creëert.

“In België hebben we geen staatslabo’s. Op zich is die keuze verdedigbaar. Maar je zou die labo’s, die toch met overheidsgeld gefinancierd worden, kunnen vragen: ‘Kijk, jullie verdienen easy money en dat is prima. Maar wie zijn erkenning wil behouden, moet ons kunnen aantonen dat hij binnen de 72 uur in staat is om pakweg 1.000 testen te doen.’ Zo geef je ze een publieke opdracht.”

Jan De Maeseneer. ‘Voor mij is het belangrijkste: wat is er fout gelopen en waarom? En dan kun je er niet omheen dat de gezondheidszorg in ons land een aantal structuurfouten heeft.'Beeld © Stefaan Temmerman

De ziekenhuizen hebben wel stand gehouden.

“Het is fantastisch wat ze hebben gerealiseerd. De tour de force die ze hebben uitgehaald – de capaciteit op intensieve zorg uitbreiden tot bijna 2.500 bedden – dat heeft geen enkel ander land ons nagedaan. Maar zoiets kan je maar één keer doen. Dat lukt geen tweede keer.

“Waarin we ons helaas niet hebben onderscheiden van de andere landen is onze aanpak van de woon-zorgcentra. We hebben de deuren gesloten en hebben het personeel en de patiënten aan hun lot overgelaten. Dat kun je niet goedpraten.”

Wie is daar verantwoordelijk voor? 

“Die vraag laat ik met plezier over aan degenen die dat moeten onderzoeken. Voor mij is het belangrijkste: wat is er fout gelopen en waarom? En dan kun je er niet omheen dat de gezondheidszorg in ons land een aantal structuurfouten heeft.”

Dan komen we bij uw stokpaardje: de organisatie van de gezondheidszorg. Hoe fijn is het om dezer dagen overal te horen hoe experts pleiten voor een hervorming? 

(lacht) “U spreekt met een tevreden man. Te meer als ik zie hoe Zorgnet-Icuro (koepelorganisatie van de Vlaamse ziekenhuizen, SV) een van mijn aanbevelingen heeft overgenomen om de organisatie van de gezondheidszorg naar de gewesten te brengen. Eindelijk gaan de ogen open.

“Kijk, onze organisatie bemoeilijkt op dit moment een adequate respons op de covidcrisis. Al in december 2019 heb ik een heel hervormingsvoorstel uitgewerkt. Mocht dat gerealiseerd geweest zijn, dan waren een aantal dingen vandaag helemaal anders gelopen.”

Hoeveel ministers van Volksgezondheid mogen we van u nog hebben?

“Vier, in plaats van negen. Dat lijkt me al een mooie afslanking. Eén minister voor Gezondheid en Welzijn per gewest – Vlaanderen, Wallonië en Brussel – en dan nog een federale minister die kan fungeren als een soort coach en verbindingsfiguur. Nu komen we op het internationale toneel altijd in verspreide slagorde aan, waardoor het soortelijk gewicht van ons land op die platformen nauwelijks iets voorstelt.”

Maar een herfederalisering, zoals her en der geopperd wordt, ziet u dus niet zitten?

“Op zich is daar niks mis mee, maar het is niet realistisch. Er is geen draagvlak voor en het is bijzonder complex. België zit nu eenmaal op een scheidingslijn van belangrijke invloedssferen. Dat zijn historisch gegroeide verschillen die je niet zomaar kan terugdraaien.

“Wel vind ik dat je het geld centraal moet verzamelen, omdat je met 12 miljoen mensen een steviger draagvlak hebt. Brussel met zijn 1,3 miljoen mensen is te klein daarvoor.”

U pleit ook voor een fiscalisering. Wat houdt dat precies in? 

“Dat betekent dat je het geld voor de gezondheidszorg niet meer uit de sociale bijdragen haalt, maar volledig uit belastingen. Op dit moment zetten we via de sociale bijdragen de lonen onder druk, terwijl degenen die de gezondheidszorg vooral nodig hebben de 65-plussers zijn. Het is een beetje raar dat je systeem grotendeels gefinancierd wordt door mensen die veel minder de gebruikers zijn. Laat ons een leven lang bijdragen aan de gezondheidszorg, via rechtvaardige belastingen: zo motiveer je mensen die veel en weinig ziek zijn tot solidariteit.”

Wat betekent dit in de praktijk?

“In een eerste fase verandert er niet veel. De 13 procent die nu van je brutoloonkost gaat naar gezondheidsbijdragen, verschuift dan naar de bedrijfsvoorheffing.

“Voor mij is het vooral van belang dat het budget van de gezondheidszorg groeit, jaarlijks met 3 procent boven de inflatie. Wat bijvoorbeeld kan door een correcte vermogenswinstbelasting. Door de middelen niet langer uit de sociale zekerheid te halen, wordt gezondheidszorg een ‘normaal budget’. Een budget dat moet bediscussieerd en goedgekeurd worden door het parlement, niet iets wat besproken wordt in allerlei organen en commissies van de ziekteverzekering, waar de bevolking weinig zicht op heeft.”

Is dat wel haalbaar? Die hele financiering is toch uitermate complex?

“Er zijn geen tien mensen in België die weten hoe je de ligdagprijs in een ziekenhuis moet berekenen, luidt de grap. Ik denk inderdaad niet dat het parlement zich moet buigen over het aandeel van het waspoeder in het berekenen van die ligdagprijs, maar ze kan zich wel over de grote lijnen uitspreken. Zoals het een democratisch land betaamt.

“Als land moet je doelstellingen afspreken. Waar wil je naartoe? Wat vind je belangrijk? Hoe kan je de sociale gezondheidskloof terugdringen? Een federale minister van Volksgezondheid zou dit proces kunnen begeleiden.”

U staat erom bekend altijd in de weer te zijn en van het ene naar het andere internationale congres te hollen. Blij dat de lockdown stilaan op zijn einde loopt? 

“Ik moet bekennen dat ik enorm heb genoten van de vertraging. Opeens realiseer je je toch dat het allemaal niet hoeft.

“Op 12 maart ben ik zelf ziek geworden. Ik vermoed dat het covid was, maar zeker ben ik niet. (schamper) Er was geen testmateriaal. Ik heb er meerdere weken last van gehad. Ik ben een 65-plusser en hoor dus bij de risicogroepen. En ik ken ook collega’s die eraan zijn overleden. Het zet de zaken in perspectief. Die vele congressen: eigenlijk is dat allemaal relatief onbelangrijk.”

Wie is Jan De Maeseneer?

- 68 jaar
- gehuwd, twee kinderen en vijf kleinkinderen
- professor emeritus huisartsgeneeskunde UGent
- directeur WHO Collaborating Centre on Primary Health Care
- 40 jaar huisarts in het Gentse wijkgezondheidscentrum Botermarkt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234