Zondag 17/11/2019

We folteren niet, de president zegt het

De regering-Obama gaf vorige maand de beruchte foltermemo’s vrij waarmee juristen van de Bushregering de wettelijke basis legden voor het toelaten van een reeks brutale ondervragingstechnieken, waaronder ‘waterboarding’, het gecontroleerd verdrinken van een gevangene. Dat bracht een zeer woelig debat over de toelaatbaarheid van martelingen op gang, dat nu al weken de Amerikaanse geesten verdeelt. Er gaan stemmen op om zowel voormalig president George W. Bush als Condoleezza Rice, voormalig veiligheidsadviseur van het Witte Huis, ter verantwoording te roepen. Auteur en hoogleraar mensenrechten Ian Buruma weegt voor en tegen van folteren tegen de terreur.

Toen president George W. Bush in september gevraagd werd of er iets mis was met de manier waarop Amerikaanse ondervragers omgingen met ‘hoogwaardige’ gevangenen in Guantánamo Bay, antwoordde die met de beroemde woorden: “We folteren niet.”De definitie van foltering is zoals bekend voor discussie vatbaar, maar we weten al een poosje dat de voormalige president een beetje, laat ons zeggen, spaarzaam met de waarheid was. De Amerikaanse ondervragers waren op zijn minst in overtreding met de door de VS geratificeerde Geneefse Conventies tegen “een wrede, onmenselijke en vernederende behandeling”.Iemand vastbinden op een plank en ei zo na doen verdrinken, en dat keer op keer, of een gevangene dwingen om naakt en besmeurd met zijn eigen uitwerpselen dagenlang rechtop te staan met de handen vastgebonden aan het plafond, tot zijn benen in omvang verdubbeld zijn, is misschien geen foltering volgens nota’s opgesteld door overheidsjuristen, maar zulke praktijken zijn beslist wreed, onmenselijk en vernederend.Barack Obama’s eerst daad als president van Amerika was een onmiddellijke verbod op foltering. De vraag nu is hoe met het verleden om te gaan, meer bepaald met het feit dat die praktijken niet alleen geduld werden, maar zelfs werden bevolen door hoge gezagsdragers.Moeten de verantwoordelijke gezagsdragers, inclusief Bush, vervolgd worden voor inbreuken op de wet? Moeten alle details over wat er gebeurd is, vrijgegeven en gepubliceerd worden? Moet er een speciale onderzoekscommissie komen? Of is het beter, zoals Obama voorstelt, om “naar de toekomst te kijken en niet naar het verleden”?Obama besefte al snel dat de reactie die zijn voorkeur wegdroeg in feite onmogelijk was, want een weigering om terug te kijken zal de toekomst nog sterker hypothekeren. Ex-vicepresident Dick Cheney heeft herhaaldelijk aangevoerd dat hij geen spijt heeft over wat hij graag ‘doorgedreven ondervragingstechnieken’ noemt, zoals bijna-verdrinking, omdat ze “ons land behoedden” voor terroristische aanvallen. Het verbod van Obama, vindt hij, maakt de VS “kwetsbaar”. Kortom: progressieve gewetensbezwaren omtrent moraliteit, wettelijkheid en internationale folterconventies zijn dom en onverantwoordelijk. De implicatie is duidelijk: als de VS opnieuw aangevallen worden door terroristen, dan weten we wie daar verantwoordelijk voor is.De belangen kunnen dus niet groter zijn in het ‘folterdebat’ dat de VS beroert. Aan de ene zijde staan Cheney en zijn bondgenoten, die foltering pragmatisch opvatten: als de collectieve veiligheid ernstig bedreigd wordt, dan moet zelfs een progressieve democratie de handen vuil maken. Niemand houdt ervan te folteren, maar de veiligheid is belangrijker dan morele bezwaren, en de wetten moeten dan maar aangepast of verfijnd worden.Aan de andere zijde staan zij die foltering veroordelen als een morele perversiteit die onder geen beding toegelaten kan worden. Het is in feite het wettelijke standpunt van zij die de Geneefse Conventies geratificeerd hebben: “Geen enkele uitzonderlijke omstandigheid, of het nu een staat van oorlog of de dreiging van oorlog betreft, internationale politieke instabiliteit of een andere noodsituatie, mag ingeroepen worden om folteren te rechtvaardigen.”Maar dat zijn niet de enige gronden waarop het folterdebat momenteel wordt uitgevochten in Amerika. Om begrijpelijke redenen proberen pleitbezorgers van Obama’s besluit om folteren te verbieden Cheneys pragmatische kijk te beantwoorden met een even pragmatisch tegenargument. Ze voeren aan dat folteren, in tegenstelling tot wat Cheney beweert, niet de beste manier is om Amerika te beschermen. Een persoon die extreem veel pijn heeft zal om het even wat zeggen, en dus onbetrouwbare informatie verschaffen. Ze beweren dat andere, meer geavanceerde ondervragingstechnieken niet alleen humaner (en legaler) maar ook effectiever zijn.Om dat punt hard te maken bij het grote publiek, dat nog altijd graag gelooft dat Cheney gelijk heeft en dat folteren gerechtvaardigd is als het levens redt, hebben progressieve commentatoren en politici de oprichting gevraagd van een speciale commissie die de verwezenlijkingen van de vorige regering ten gronde moet onderzoeken. Ze geloven dat die zal aantonen dat folteren contraproductief is. Het brengt niet alleen enorme schade toe aan het imago van het land en het rechtsbeginsel, het zal ook leiden tot meer, en niet minder, terrorisme.De intellectuele en politieke verdiensten van dat argument zijn duidelijk. De huidige regering mag niet in de val trappen die Cheney heeft uitgezet en verantwoordelijk geacht worden als er nog eens een terroristische aanslag plaatsvindt omdat ze folteren verboden heeft.Maar zijn dit echt de juiste gronden waarop het debat gevoerd moet worden? Als folteren uit den boze is, wat de omstandigheden ook zijn, dan is de vraag omtrent de effectiviteit irrelevant. Als je de discussie op die gronden voert, dan loop je het risico dat het morele principe helemaal vervaagt.Blijft enkel nog de vraag over waarom folteren zo absoluut veroordeeld moet worden terwijl andere oorlogsdaden, zoals bombarderen, dat een veel grotere menselijke tol heeft, misschien wel aanvaardbaar is als een onvermijdelijk gevolg van de landsverdediging. Bombarderen kan een oorlogsmisdaad zijn als terreurdaad gericht tegen ongewapende burgers. Maar militaire operaties die burgers doden of verwonden worden vaak niet automatisch beschouwd als misdaden, zolang ze niet tot doel hebben een hulpeloos individu pijn te berokkenen of te vernederen, zelfs als zij of hij een vijand is. In het geval van folteren is dat wel degelijk de bedoeling, en daarom verschilt het van andere oorlogsdaden.Een vooraanstaand Amerikaans rechts commentator was onlangs van mening dat pogingen om de folteraars en hun bazen in de regering-Bush verantwoordelijk te stellen de spot zouden drijven met “de inspanningen die stoere en dappere Amerikanen zich getroosten om ons te beschermen terwijl we slapen”. Nog los van het feit dat mensen folteren niet hetzelfde is als ten strijde trekken en heel weinig moed vergt, is het ook totaal fout. Na jaren van folterpraktijken in een van de vuilste oorlogen van Zuid-Amerika besloten de Braziliaanse generaals er een einde aan te maken, omdat de geïnstitutionaliseerde toepassing de tucht en het moreel van het leger aantastte. Het dreef de spot met mannen die stoer en dapper hoorden te zijn, maar jammer genoeg schurken waren geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234