Woensdag 23/06/2021

'We doen allemaal veel te hard ons best'

Wouter Deprez, een jongen van 37, stelt de dingen in vraag. De Vlaming, zijn relatie, zichzelf. 'Waarom streven wij altijd naar meer geluk, zoals een paard dat een wortel achternaloopt maar op zijn rug al twee manden vol wortels draagt?' L

Het is woensdagavond 21 november, Ename Blond ontpopt zich steeds nadrukkelijker als codewoord, en Wouter Deprez leunt tegen de muur. Als rammelaars van geluk bengelen in 's mans linkeroor twee zilveren ringen. "Ik heb sommige dingen die puntig zijn al puntiger gespeeld dan vandaag", zegt hij. "Maar ik vond het tof om nog eens in het West-Vlaams te spelen."

Deprez staat in De trukendoos, een met zweet en geschiedenis doorwasemde comedyclub in het West-Vlaamse Stasegem, en bespreekt de net afgelopen try-out van Hier is wat ik denk. Deprez' vijfde voorstelling, de eerste na zijn sabbatjaar in Zuid-Afrika. Hier is wat ik denk boetseert nostalgie met verlangen, spijt en angst, woede, hoop. Haast achteloos houdt Deprez het publiek een spiegel voor, eentje met barsten. De zaal proest het uit. Want, zegt hij ook: "We poepen alles kapot."

Doorspoelen, nu, naar een wazige vrijdagochtend, naar een uithoek van Gent. Op de houten keukentafel trappelt een troep dino's ter plekke, miniatuurversie. In de tuin van Wouter Deprez twijfelt een kip tussen vlijen en vluchten. Van de ochtend krijgt ze een kus. In de verte schreeuwen schoorsteenschachten en vaalgrijze betonplaten gretig om aandacht.

Alles is hier zo vol gebetonneerd, zal Deprez later die dag zeggen, tijdens alweer een try-out, in De Grote Post in Oostende. Als om te bewijzen dat wij wel degelijk de baas zijn. Maar daar, in Zuid-Afrika, is dat niet. Daar kun je je nog klein en kwetsbaar voelen, in de overweldigende natuur. Daar voel je nog dat je leeft. Hier, echter, is wat Wouter Deprez denkt.

"Ik denk dat we hier met een probleem zitten. We blijven onszelf een aantal officiële verhalen vertellen waar we maar in blijven geloven, maar die eigenlijk geen zin meer hebben. Die soms zelfs pure onzin zijn. Wel, die officiële verhalen wil ik in vraag stellen.

"Over relaties bijvoorbeeld. Het lijkt mij bijzonder onrealistisch wat wij daarvan verwachten. We moeten toch niet blijven doen alsof een relatie nog is wat ze veertig of vijftig jaar geleden was? Een hele grote pragmatiek, vooral niet onnozel doen en voor de rest blijven mensen door sociale controle wel bij elkaar. Een andere zinsbegoocheling is de romantische relatie waarin men alles is voor elkaar, voortdurend, en waarin voluit gedroomd en gevoeld mag worden. Maar van de honderd huwelijken die tegenwoordig worden afgesloten, draaien er 73 of 74 op een scheiding uit. De derde optie tot slot is dat een relatie niet perfect is, en dat je lijdzaam aanvaardt dat het nu eenmaal zo is. Ik stel me met geen enkele van die drie mogelijkheden tevreden, en ben zeer benieuwd welke nieuwe vorm we kunnen bedenken.

"Het gaat tegenwoordig ook veel over 'de Vlaamse identiteit'. Daar wordt voortdurend over gezegd dat die wordt aangevallen, maar er komt nooit een uitspraak over de inhoud ervan. 'Suburbane mentaliteit', is het verste dat we zowat geraakt zijn. 'Stil' is een eigenschap die ook vaak terugkomt, en dat zou dan betekenen dat we tevreden zijn. Dat zou 'hardwerkend voortdoen' betekenen. We moeten zogezegd hard werken voor ons huis, hard werken om te zorgen dat ons gezin het goed heeft, hard werken om een mooie auto te hebben, hard werken om de hypotheek af te betalen, en daar is nu bij gekomen dat we ook gedeeltelijk voor ons eigen pensioen moeten zorgen. Ik zie het niet, rond mij, de meeste mensen zien er absoluut niet gelukkig uit.

"Tijdens mijn try-outs voel ik zelf opvallend veel weerstand wanneer ik kluchtjes maak over de Vlaamse identiteit. Komt er hier weer iemand op onze kop schijten, zie ik de mensen vaak denken. Waar komt dat vandaan? Dat gevoel zit ook diep vervat in de hele communicatie van de N-VA: wij zijn klein en zij zijn groot. Zelfs op heel nuchtere, onderbouwde commentaren wordt gereageerd met 'ze kakken weer op onze kop'. Vanaf deze orde van grootte gaat dat niet meer.

"Wat je nu ziet, is dat iedereen alles wil zijn voor elkaar, en dat we met zijn allen continu aan het doen zijn alsof we druk bezig zijn. En als plots de bom barst, heeft niemand het zien aankomen. Wij zien hier nooit iets aankomen. Als er opeens iemand geflipt in het rond begint te schieten, is dat altijd een normale gast van wie we het nooit hadden verwacht. Alle normale gasten moeten dringend in quarantaine, dat zijn altijd diegenen die flippen. De rare gasten, die kun je gerust in de maatschappij laten, daar hoor je nooit iets over.

"Na mijn terugkeer uit Zuid-Afrika vond ik het heel choquerend om te zien hoe slecht wij hier met verschil om kunnen gaan. Terwijl die verschillen heus niet groot zijn, maar hier is de hele boel zo strikt georganiseerd dat je niet met verschil in contact moet komen. Elk in ons eigen kleine groepje blijven zitten, en heel hard ons best doen om dat groepje te definiëren, zo gaan we er niet komen. De hoog- en de laaggeschoolden, de hippen en de marginalen, de ondernemer en de werkmens: we zullen de handen in elkaar moeten slaan. Maar de bereidheid om de ander tegemoet te komen lijkt steeds vaker te ontbreken. Er heerst pure paranoia, sociale angst zelfs, waardoor mensen zich niet meer door elkaar laten bijsturen.

"Er zijn zoveel dingen waar wij bang voor zijn, maar die zodra we ze zelf aan den lijve ondervinden eigenlijk best plezant blijken. Ik zag een documentaire over mensen in Nederland en Noorwegen die een eigen energiecentrale opstarten door de zonnepanelen op hun dak met elkaar te verbinden. In het begin was iedereen heel pragmatisch aan het denken, maar na verloop van tijd sloop er duidelijk een warm hart in dat project. Mensen waren trots, hielden rekening met elkaar, zochten samen naar oplossingen, en vonden het uiteindelijk enorm plezant. Maar wat doen wij hier? Wij leggen onze eigen zonnepanelen op ons eigen dak, gesubsidieerd door de overheid, en daar stopt het bij.

"We moeten niet plots allemaal een bloemenkleed aantrekken en ons insmeren met patchoeli, maar waarom kunnen we niet gaan samenzitten en kijken hoe we de problemen samen kunnen oplossen? Weet je, ik kan soms zo triest worden als ik zie hoe het systeem hier uit de hand is gelopen."

Als zalf op een zwerende wonde strijkt op het terras een ekster neer. Slaat met de vleugels. Tjokt voort. Vanuit de nevelen van de geest galmt plots een grom op.

Deprez hoest, diep, drinkt van zijn kop vers gezette koffie, en vraagt hoe het allemaal zo scheef is kunnen groeien. Waarom wij er met zijn allen aan blijven meedoen, aan al die stommiteiten. En, hij zal het nog een paar keer herhalen, dat hij vaak niet snapt waar wij eigenlijk mee bezig zijn.

"Mijn ouders zijn in een heel klein huisje begonnen, hebben zich stap voor stap verbeterd, door er hier en daar een kotje bij te bouwen. Verschrikkelijk lelijk, maar ik ben wel nostalgisch naar dat geduld en naar die lage verwachtingen. Voor ons is het al een ramp als er een klein putje in de plamuur zit.

"Ik had een nonkel. Nonkel Pol. Die had soms serieuze woedeaanvallen, en had het helemaal niet goed gedaan op school. Mijn drie andere nonkels hebben hem meegepakt naar de textielfabriek waar zij werkten, en gevraagd of nonkel Pol niet kon helpen. Wel, nonkel Pol heeft tot aan zijn pensioen in die fabriek gewerkt. Nu zou nonkel Pol in een beschutte werkplaats terechtkomen, waar hij gecoacht zou worden om eventueel tot een hogere groep te mogen toetreden.

"Mensen stellen zichzelf ook zo weinig in vraag, heb ik de indruk. Waarom doen we wat we doen? Omdat het zo hoort, omdat het zo vastligt? We praten er meestal zelfs niet eens over. We kruipen allemaal met ons gezin in een klein kotje, we werken ons schema af, we denken dat het later wél goed zal zijn, als we dit eerst doorgesparteld hebben, en intussen doen we gewoon voort.

"We streven naar geluk, zoals een paard dat een wortel achternaloopt en dat op zijn rug al twee manden vol wortels heeft hangen. Waarom zijn wij altijd maar op zoek naar nog meer? Naar extra? Tachtig procent van de Vlamingen verklaart zichzelf gelukkig, maar na de Finnen hebben we het hoogste zelfmoordcijfer van Europa. Wat voor discrepantie is me dat?

"In mijn jeugd ging ik in de zomer komkommers trekken bij een boer. Daar kwam soms eens een seizoensarbeider van boven de zeventig meehelpen, die duidelijk niet trager wou werken dan de jonge gasten. Puur van de inspanning moest die man om het uur spugen, enkel en alleen omdat hij zich niet wilde laten kennen. Wel, wij doen met zijn allen krak hetzelfde.

"Elk teken van ons lichaam negeren wij, en we doen gewoon voort. Maar waar slaat het allemaal toch op? Waarom is een airco plots zo belangrijk? Waarom is merkkleding plots zo belangrijk? Ik kon op school nog aankomen met een polo van de Aldi zonder dat er op mijn kop werd gezeten. Loop nu alleen al een gemiddelde geboortelijst af: voor een simpel kleedje zit je al snel aan zestig euro. Maar toch kopen we braaf bij dat ene boetiekske in het dorp, want de anderen doen dat ook. Komaan, het kan toch niet zo moeilijk zijn om de lat opnieuw wat lager te leggen? En het gaat niet enkel om geld - was het maar zo simpel - het gaat om over wat er van je gevonden zal worden, over maatschappelijke status.

"Nog zoiets: werken met ons hoofd is overduidelijk superieur aan werken met onze handen. Onze kinderen moeten per se Latijn volgen, wat prima is, maar waarom kan de andere route niet evenzeer tot geluk leiden? Als ik zie met hoeveel toewijding mijn vader een stuk hout kan bewerken, dat is voor mij even waardevol als een nieuwe show schrijven. Maar dat krijg je toch zo moeilijk verteld tegenwoordig. Eerlijk gezegd weet ik nog niet goed hoe ik dat allemaal in mijn voorstelling moet verwerken. Want alles wat ik wil vertellen, dat ben ik zelf ook.

"Een voorbeeld. Ik heb de laatste jaren niet slecht verdiend, en dus staat er redelijk wat geld op mijn spaarrekening. Plots werd ik door de bank opgebeld om te vragen wat ik met dat geld wil doen. Dat interesseert mij hoegenaamd niet, en toch ben ik dan opeens allerlei formulieren aan het uitpluizen, om te bekijken hoe ik mijn geld het best kan beleggen. Waarom ben ik plots tijd die ik met aangename dingen kan doorbrengen, aan het verkloten met iets waar ik geen zin in heb?

"Maar nu is er duidelijk iets aan het gebeuren. Alles is mogelijk. Mensen zijn de dingen beu, heb ik het gevoel. Enerzijds voelt dat lastig, want het is voornamelijk negatieve energie die in de lucht hangt, en het is heel erg individueel. En bovendien tonen wij steeds minder dankbaarheid, hoe katholiek dat woord ook klinkt, voor de verwezenlijkingen van de vorige generaties.

"Onlangs heb ik me laten informeren om een geveltuintje te installeren. Je kunt hier dus een subsidie van een paar tientallen euro's krijgen om een plant te kopen bij een erkende plantenteler om dan op je gevel te zetten. Ik zeg niet dat die subsidie afgeschaft moet worden, maar hoeveel van die voorzieningen zijn er eigenlijk die wij allemaal vanzelfsprekend vinden?

"Ik merk tegelijk ook dat we steeds meer aan het uitkijken zijn: wie willen we mee in de boot, en wie niet? En dan krijg je van die rare dingen. Iedereen vindt dat we langer moeten werken, maar ons eigen werk is toevallig altijd net iets te zwaar om het langer vol te houden dan strikt nodig is.

"Ik ken niemand tussen de dertig en de veertig die kinderen heeft en die niet constant oververmoeid rondloopt. Sommigen gaan vier vijfde werken, maar moeten dan evenveel werk doen in een kortere tijdspanne, waardoor ze nog meer als een kieken zonder kop rondlopen. Waarom beslissen we niet met zijn allen samen om minder hard te werken? Meer aangename dingen te doen?

"Waarom moet een school per se zo vroeg starten? Waarom moeten wij per se zo vroeg naar ons werk? Waarom ligt dat allemaal vast? Kunnen we dat niet in vraag stellen? En intussen maar op onze borst kloppen dat we hardwerkende Vlamingen zijn. Is het geen beter idee om het wat rustiger aan te doen? Dat zou ons nochtans deugd doen, heb ik in Zuid-Afrika gevoeld. Het moet heus niet zo chaotisch als het daar vaak was, maar een klein beetje minder zou alleen maar gezond zijn.

"Vinden we het dan zo plezant om in de stad te werken, maar niet in de stad te wonen, en dus elke dag in de file te staan? Waarom komen wij daar niet tegen in opstand? En hoe komt het dat er niet meer verkeersagressie is? Omdat we afvlakken, en het aanvaarden. Al die a priori's die op voorhand vastliggen en die wij zomaar aanvaarden: ik begrijp dat niet.

"Ik vind het op zich niet erg om hard te werken, maar wij nemen veel te weinig rust. We doen allemaal veel te hard ons best. De gemiddelde Belg kijkt drie uur tv. Drie uur! Ik heb geen tv, maar ik spendeer die drie uur even doelloos op het internet. Het draait je helemaal op, die lampen zijn niet goed, je raakt compleet overprikkeld en je krijgt constant het gevoel dat het nooit stopt. Ik had in Zuid-Afrika helemaal geen nood aan nieuws om het half uur. Maar als er hier ergens Wifi is, zal ik er gebruik van maken. En we kunnen in al die dingen precies moeilijk een stap terug zetten. En ik ben de enige niet, een massa konijnen voor een lichtbak zijn wij, ja."

De gedachtestroom meandert uit. Richting Markske van F.C. De Kampioenen, richting thee, de bosbarometer, en ironie onder hoogopgeleiden.

Als je in Zuid-Afrika ironisch begint te communiceren, zegt Deprez, snappen ze niet wat je aan het doen bent. Het deed hem, dus, enorm veel deugd om de dingen rechtstreeks te moeten formuleren. Voortaan wil hij eerlijk kunnen zeggen wat hij denkt. Maar, zo lacht hij, dat is niet altijd even simpel.

"En dat terwijl veel mensen goesting hebben in een grote verandering. Maar de meesten blijven op hun honger zitten, want het enige wat de voorbije jaren als verandering werd opgeworpen, is dat Vlaanderen en Wallonië uit elkaar zouden moeten gaan. Onzinnig, maar er wordt geen zinnig alternatief voorgeschoteld.

"Als je nu als politieke partij geen mogelijkheid ziet om een grote alternatieve stuurrichting voor te stellen, met de bankencrisis nog niet achter ons, de economische crisis volop bezig én de milieucrisis in het verschiet. Als het nu geen moment is om te veranderen! Als we na alles wat er de voorbije jaren is gebeurd nog niet het officiële verhaal van de economie in vraag stellen! Misschien zou het zelfs een hele opluchting zijn om alles eens drastisch om te gooien! Wij willen altijd weten waar we gaan uitkomen als we iets veranderen. Maar we weten helemaal niet waar we zullen uitkomen, tenzij we voortdoen zoals we bezig zijn, en dan zal het niet plezant zijn.

"Ik wil de hoop weer binnenlaten. Zomaar zeggen dat het absurde tijden zijn, dat doen we al met zovelen. Die energie van 'waar slaat het allemaal op' wil ik graag omzetten in iets positiefs. Laat ons alstublieft aan iets beginnen zonder te weten waar we gaan uitkomen. Nee, het zal niet altijd plezant zijn, maar ja, vaak wel. Nu zijn we toch maar van alles aan het missen wat hard de moeite waard is."

Tot slot nog even terug naar Stasegem, naar die woensdagavond eind november, vlak voor Deprez' zestiende try-out. Het Centraal Israëlitisch Consistorie van België neemt Radio 1 over, op tafel staan tartiflette, koffie en bier. "De delen apart zitten al goed", zegt Deprez. "Nu alles nog aan elkaar plakken."

Als een introverte monnik ordent Deprez een stapel A4's. De voorlopige tekst van Hier is wat ik denk. Met blauwe balpen zijn hele passages doorgestreept. Plakband kleeft de kluchten aaneen. Eensklaps maakt Deprez de zakken leeg. Legt ratelend een sleutelbos op tafel, een leger muntstukken, een briefje van vijf euro. Schiet kwiek een verse polo aan, een blauwe van de Aldi, gordt zijn microfoon om. Regisseur Randall Casaer drukt de bandopnemer in. Play. Wouter Deprez staat op, krabt aan zijn elleboog en vlindert richting applaus.

Hier is wat ik denk gaat op 9 februari in première in NT Gent. Info: www.wouterdeprez.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234