Dinsdag 23/07/2019

Wathelet ontwijkt valkuilen op proces-Cools

Voormalig PSC-minister van Justitie Melchior Wathelet ontkent met klem dat hij politieke druk zou hebben uitgeoefend om advocaat-generaal Armand Spirlet en onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte uit te schakelen. Beide magistraten geloofden dat het aandelenspoor zou leiden naar de opdrachtgevers van de moord op PS-kopstuk André Cools, maar werden in 1994 door het Hof van Cassatie verplicht hun bevoegdheid voor het moordonderzoek af te geven. "Op de vraag of er bij die beslissing politieke druk werd uitgeoefend", zei Wathelet gisteren, "antwoord ik in grote hoofdletters: neen."

Luik

Van onze verslaggever

Georges Timmerman

Voor het Luikse assisenhof, waar de vermoedelijke opdrachtgevers van de moord op Cools terechtstaan, kwam Wathelet zich als getuige verantwoorden voor zijn interventies als toenmalig justitieminister in het gerechtelijk onderzoek naar de moord. Eerder werd Wathelet er op het proces van beschuldigd met enkele gerichte interventies het spoor te hebben geblokkeerd van de aandelenzwendel dat onderzoeksrechter Connerotte volgde, een spoor dat rechtstreeks leidde naar de bende van Italiaans-Luikse onderwereldfiguren uit de entourage van PS-minister Alain Van der Biest. De acht beschuldigden die momenteel in het assisenhof op de beklaagdenbank zitten, had Connerotte al in 1992 in het vizier. Zijn Luikse collega Véronique Ancia wou evenwel niets weten van dat spoor, zij dacht de oplossing te vinden in de grote corruptiedossiers zoals Agusta en Dassault. Het gevolg was een jarenlange vertraging van het onderzoek en een escalerend oorlogje tussen rivaliserende speurders en magistraten.

"Destijds was het moeilijk om te weten wie gelijk had en wie niet", zo verdedigde Wathelet zijn optreden. "Een minister van Justitie werkt blind. Ik moest ten allen prijze vermijden dat ik de schijn wekte dat ik een voorkeur had voor deze of gene piste." Hij stelde dat hij nooit op voorhand weet heeft gehad van het voornemen van het Hof van Cassatie, dat op 1 juni 1994 besliste dat Connerotte zijn aandelendossier moest afgeven aan Ancia, die vanaf dat moment als enige bevoegd was voor het volledige moordonderzoek. Daarmee sloot zijn getuigenis naadloos aan bij de verklaringen van Jacques Vélu en Eliane Liekendael, twee toenmalige topmagistraten van Cassatie die vorige week kwamen getuigen.

Advocaat-generaal Spirlet was de enige hoge magistraat bij het Luikse gerecht die destijds het aandelenspoor van Connerotte verdedigde. In zijn rapport van 25 maart 1994 deed Spirlet het voorstel om beide onderzoeksrechters parallel naast elkaar te laten verderwerken. Wathelet vertelde hoe de vroegere Luikse procureur-generaal Leon Giet een dag later, op zaterdagmorgen 26 maart, het rapport-Spirlet bij de minister thuis kwam bezorgen. "Iedereen die bij het dossier betrokken was, maakte zich grote zorgen", zei Wathelet. "Er was sprake van een breuk, een impasse, zelfs van een oorlog tussen de magistraten. Van een loyale samenwerking was geen sprake meer. Van Vélu, advocaat-generaal van Cassatie, vernam ik dat een situatie waarbij twee onderzoeksrechters elk apart op dezelfde feiten werken flagrant in tegenspraak met de wet was. Als men zoiets als justitieminister verneemt van een topmagistraat van Cassatie, dan neemt men dat ernstig. Er moest bijgevolg dringend worden ingegrepen. Terugblikkend geef ik toe dat men misschien te snel en te drastisch heeft ingegrepen."

Wathelet bepaalde zijn standpunt in een brief van 2 april 1994 aan de Luikse procureur-generaal Giet, waarin hij de door Spirlet voorgestelde oplossing verwierp en adviseerde om het dossier van de aandelenzwendel toe te vertrouwen aan een andere advocaat-generaal. "Hiervoor zag ik twee redenen", preciseerde Wathelet. "Het enige punt van overeenkomst tussen de tegengestelde visies bevond zich op het niveau van het parket-generaal. Er moest dus één advocaat-generaal zijn die voor de twee eventueel verbonden dossiers, de gestolen waardepapieren en de moord op Cools, bevoegd werd. In het toen heersende oorlogsklimaat moest die magistraat iemand zijn die door niemand werd gewantrouwd. Zelf heb ik geen naam voorgesteld. Het was Vélu die suggereerde om Spirlet te vervangen door advocaat-generaal Hubert Massa."

Hoe delicaat de positie van minister Wathelet wel was, bleek pas achteraf toen zijn naam opdook in gerechtelijke dossiers die raakvlakken hadden met het onderzoek naar de moord op Cools. Zo viel zijn naam eind jaren negentig herhaaldelijk in de nasleep van de arrestaties van de Luikse advocaat-generaal Franz-Joseph Schmitz en de Eupense afvalondernemers Günther en Matthias Falkenberg. In hetzelfde jaar dook Wathelets naam op in een nevendossier van de corruptiezaak Agusta/Dassault. Maar toen deze gegevens bekend werden, had Wathelet al zijn ontslag gegeven als minister om rechter te worden bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. Die functie bekleedde hij tot vorige maand, de huidige regering-Verhofstadt besloot zijn mandaat niet te verlengen. Momenteel overweegt de gewezen minister een politieke comeback.

Hoe delicaat de positie van Wathelet was, bleek pas toen zijn naam opdook in gerechtelijke dossiers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden