Zaterdag 08/05/2021

Water en vuur

Altijd een heetgebakerd volkje geweest, die Corsicanen. Ze wonen dan ook op een woest eiland, dat bruist en borrelt van de schoonheid. In het zuiden is het drukker, in Haute-Corse heb je, zeker buiten het hoogseizoen, nog de ruimte.

"Geef me drie fregatten en de baai van Saint-Florent, en ik beheers de hele Middellandse Zee!" Dat riep de grote admiraal Lord Nelson uit, toen het even niet wilde vlotten in een zeeslag tegen de Fransen in 1794. Uiteindelijk konden de Britten in het naburige Calvi en Bastia toch aan land gaan en bezetten ze heel Corsica.

Nelson verloor in die laatste dagen van de slag overigens wel het zicht in zijn rechteroog, toen hij - door de vele medailles op zijn borst een schitterend doelwit - door een klaar ziende Franse schutter werd getroffen.

"Geef ons een paar duizend hectare land in de buurt van Saint-Florent, en ik beheers die hele kuststrook hier", moet het bijna twee eeuwen later ook geklonken hebben bij de familie De Rothschild. Telgen van de superrijke dynastie hadden in de laatste decennia van de vorige eeuw met enkele Corsicaanse kapitaalgenoten hun zinnen gezet op het ontluikende toerisme in deze noordelijke streek van Corsica. Voor een appel en een ei (een flesje Château Mouton-Rothschild zat er wellicht niet in) verkochten honderden boeren in de streek samen tot vijfduizend hectaren grond aan de De Roth-schilds. De arme landbouwers waren tot wanhoop gedreven omdat veel waterbronnen op hun land langzaam aan het opdrogen waren.

Maar de De Rothschilds, uitkijkend op die kapitale baai van Saint-Florent, ook wel 'le petit Saint-Tropez' genoemd, hadden een Corsicaans vliegje in hun rechteroog. Ze planden een enorme uitbouw van toeristische faciliteiten aan de kust, waaronder een reuzen- resort met wel duizend bedden, maar misrekenden zich. De Conservatoire du littoral, een instantie onder het ministerie van Natuurbehoud, stak een stokje voor de megalomane plannen en wist een groot deel van de gronden af te snoepen van de Rothschilds.

Ongestoord luieren

Sindsdien wordt er hier veel werk gemaakt van milieubehoud. De Désert des Agriates - want om dit 15.000 hectare grote gebied gaat het plusminus - kan zodoende bijna ongestoord blijven luieren in de zon, een occasionele bosbrand niet te na gesproken.

Boeren zijn er in deze afgelegen woestenij niet meer te bekennen - hoewel dit ooit de graanschuur van Corsica was - maar toeristen ook amper. Een enkeling waagt nieuwsgierig een tochtje naar een van de pagliaghji, hutachtige onderkomens voor de landbouwers van weleer.

"Die ronde stenen huisjes hadden maar één vertrek en één deur, en een rond dak dat in een punt uitloopt", vertelt gids Stella Lacrimini, die een sigaret in één minuut oprookt en verder ook nog het wereldrecord 'wetenswaardigheden over de Haute-Corse, het noordelijke deel van het eiland', bezit. "Er waren geen dorpen, de boeren woonden niet in de Désert, daar was het te onherbergzaam voor. Af en toe kwamen ze een kijkje nemen. Ze werkten dan wat en konden een nachtje blijven slapen in hun pagliaghju. Soms gebruikten ze die hutten ook om graan in op te slaan, of hooi. Na een dag of wat gingen ze terug naar hun kustdorp."

Gelukkig is die kust aan deze noordwestkant van het eiland dus grotendeels gespaard gebleven van grote bouwprojecten. Het hoeft ook niet overal zo vol te zijn als aan de Costa Belgica, toch? Een kilometer of 30 naar het zuidwesten verrees niet zo lang geleden wel een nieuwe Club Med, in Algajola, en ook een naburig dorp als L'Île-Rousse is uit zijn voegen aan het barsten. Tja, die anderhalf miljoen toeristen die Corsica elk jaar ontvangt, kun je moeilijk allemaal op het maquis te slapen leggen. Maar over het algemeen lijkt hier in het noorden buiten het hoogseizoen nog veel ruimte te zijn.

Klein maar fijn

Op z'n langst is Corsica 183 kilometer, op zijn breedst 83. Ruim 8.600 vierkante kilometer in totaal, iets meer dan onze provincies Luik en Luxemburg bij elkaar. Inwoners: 330.000 slechts, verdeeld over 360 gemeenten. Dure overhead/overheid.

Maar wat is het landschap mooi. Je ziet het al vanaf de ferry, vele mijlen van de haven van Bastia verwijderd: een muur van bergen lijkt uit het water op te rijzen. Corsica pronkt dan ook met twintig toppen boven de 2.000 meter.

Die eerste, majestueuze indruk wordt bevestigd als je een stuk land landinwaarts gaat, de levendige stad uit. Overweldigend is het zicht. Wild, woest, wijds. Overal gaat het op en neer, zo onregelmatig mogelijk. Machtige granieten hellingen, bedekt met grijs-groene oliviers en bruinig kreupelhout. En telkens weer krijg je, onverwacht achter een bocht, een zalig zicht op de zee cadeau. Op andere plekken liggen buitenissige rotsblokken naast de weg, meters hoog of breed, hallucinant gevormd, met grote gaten, uitgeslepen door het zeezout en het kustzand dat al eeuwenlang wordt meegevoerd door de immer waaiende wind.

Universiteitje

Hoog, groot? Ja, die bergen, die rotsen. Maar tegelijk is veel op Corsica klein. De hoofdstad Ajaccio, in het zuiden, telt 64.000 inwoners. Stad twee, Bastia in het noorden, komt niet verder dan 40.000. Eén universiteit is er, in Corte, in het noordelijke binnenland, een stadje waar ocharme 6.000 mensen wo-nen. Buiten de zomermaanden komen daar 5.000 studenten bij. Vanavond lijken die allemaal tegelijk in een van de grotere etablissementen aan de hoofdstraat een fles witte wijn met twee of drie glazen te bestellen. Actie van de patron. De leukste cafés van Corsica vind je in Corte.

Even buiten het hellende stadje loop je de Gorges de la Restonica in. "Op het einde, vijftien kilometer verderop, kruis je bijna de beroemde wandelroute GR20", zegt Stella. GRRRRR20, zeggen vele anderen, zelfoverschatters die er niét in slaagden die 200 km lange, loodzware klautertocht te voltooien.

Rond Corte ben je wel in het absolute binnenland. Bergland! Lammergieren die konijnen op de rotsen te pletter gooien om de botten van de onfortuinlijke beesten te breken. Tja, vreet ze anders maar eens op, zonder bestek. Herders die de toekomst lezen in de darmen van geslachte schapen - of nee, de laatsten die dat deden zijn al zo'n jaar of vijftig dood. Maar toch. Hier geen zeebonken. Op versleten stoelen op stoffige dorpspleinen zitten oude mensen die nog nooit de zee hebben gezien, hoewel die hoogstens 40 km verderop ligt. "Wij wonen op een eiland, maar we zijn een echt bergvolk", hoor je hier zeggen. "De angst voor het grote water heeft er hier lang in gezeten", zegt Stella. "Van de zee kwam ook alleen maar rottigheid: stormen, piraten, vreemde veroveraars. En ziekten."

Brand!

Terug naar de westkust. Voor een rood licht in Monticello zwaait de buschauffeur uitbundig claxonnerend naar een kwieke oude man langs de weg. "Dat is Lucien, de chauffeur van Jacques Dutronc", legt hij uit. "Jacques woont hier vlakbij, in Corbara, met zijn Françoise Hardy."

Precies veertig jaar geleden werd deze streek, La Balagne, getroffen door een enorme bosbrand. Even tussendoor: meestal ontstaan die branden door onachtzaamheid, maar vroeger was er soms ook opzet in het spel, zo wordt gefluisterd. Door de vlam in een perceel kreupelhout te jagen, werd 'weideland' ge- creëerd. Daar kon je door de EU zwaar gesubsidieerde koeien op laten grazen. Dat die koeien amper melk gaven omdat er op de rotsachtige bodem geen gras wil groeien, dat hoefde niemand te weten. In de jaren 90 maakte Brussel een eind aan de praktijk.

Bosbranden zijn overigens een van de oorzaken van het goeddeels verdwijnen van de olijfboom van het eiland. In het magnifieke Parc de Saleccia kan Isabelle Demoustier erover meespreken. "Een vuurzee in 1974 richtte ook hier een ravage aan. Toen de rook was opgetrokken, bleven er op ons domein nog welgeteld tien olijfboompjes over."

Op heel Corsica groeien er anno 2014 nog maar 150.000 olijfbomen. Vroeger waren het er 12 miljoen. Isabelles man Bruno maakte er zijn levenswerk van om de verwoeste vegetatie te herstellen en begon op deze plek een botanische tuin aan te leggen. Twintig jaar had hij nodig. Nu kun je op de zeven hectaren van Saleccia enorme mirte- struiken bewonderen, prachtige pistachebomen, de onverwelkbare immortelle die een kerrieachtige geur verspreidt, en nog tientallen andere bijzondere mediterrane soorten.

Isabelle wijst nog even naar de heuvel achter het park. "Die blijft een constante dreiging. We moeten die kurkdroge hellingen dringend bosbrandveilig maken, want als er daar ooit een brand ontstaat, kan die zo maar overslaan naar ons park."

België boven

Op weg naar Calvi is het tijd voor een nieuwe tussenstop: Le Moulin Atrium in het nietige Lumio, ooit een molen, nu een delicatessenzaak. Je kunt hier kastanjesuiker en kastanjebrood kopen, kastanjekoekjes, een varkensvleesterrine met kastanje, crèpes met kastanje en appel-peer-kastanjecrumble. Om de kastanjebloesemhoning niet te vergeten!

Interessanter nog is het kleine lunchrestaurant in de zaak, waar voortreffelijke wijn en nóg lekkerder hapjes worden geserveerd.

In het kleine Calvi wacht daarna een andere surprise. Aan de overkant van de baai ligt, perfect geïntegreerd in het rotslandschap, een stukje België. Het Station de recherches sous-marines et océanographiques de Calvi (Stareso), op het uiterste puntje van de Cap de la Revellata, is de enige buitenlandse site van de Uni-versité de Liège. Het onderzoeksstation werd hier begin de jaren 70 gebouwd. Onder leiding van Pierre Le-jeune wordt hier de zee onderzocht door een achttal vaste researchers, aangevuld met stagiairs. Vorig jaar liepen hier studenten van 19 universiteiten stage. Een beetje dringen is het wel: het station bestaat uit twee kleine labs, een eetzaaltje, twee slaapzalen en opslagruimte voor duikmateriaal.

En wat die vorsers hier doen? Allerlei extreem nuttig werk. Ze meten fluctuaties in lange-afstandszeedeiningen, volgen de kwaliteit van het marine milieu op de voet, waarschuwen de vaste wal wanneer de langoustinevisserij tijdelijk zou moeten worden opgeschort, enzovoort.

"De Méditerranée vormt een onuitputtelijk onderzoeksobject", zegt directeur Lejeune. "Dit is eigenlijk geen zee, maar een oceaan. Een kilometer van de kust, en je zit al 1.500 meter diep. Ook biologisch is er een enorm verschil met bijvoorbeeld de Noord-zee. In de Noordzee zit misschien wel duizend keer meer 'leven', maar het gaat - met enige overdrijving - slechts om een paar soorten. De Mid-dellandse Zee is veel diverser."

Kijk eens aan, een stukje Vurige Stede aan zee. Water en vuur verenigd op een kale Corsicaanse rots.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234