Donderdag 25/04/2019

John John & Missy

“Wat wou jij worden toen je zo oud was als ik?”, vraagt je dochter als jullie in de auto zitten. Clown, zeg je, en dat snapt ze wel

Beeld Tim Coppens

Bart Eeckhout is hoofdredacteur bij De Morgen en papa van John John (9) en Missy (5). Elk weekend schrijft hij over de belevenissen met zijn kroost.

Plots staan er twee bezoekers in de deuropening van je kantoortje. In hun handen houden ze ­voorzichtig een plastic bekertje met zuurzoete oplos­thee. Het soort smerige instantspul dat je enkel op krantenredacties aantreft.

“Dag kinderen.”

Je kinderen vinden de thee reuze­lekker. Telkens als ze langs­komen, hoort een beker thee bij het ritueel. Ze zijn hier niet alleen voor de thee. Ze zijn hier ook niet alleen voor jou. Missy stapt kordaat op je bureau af. Ze klimt op je stoel en pakt het toestel vast dat ze enkel van hier kent: de vaste telefoon. Eén minuut later zitten je kinderen te bellen van het ene toestel naar het andere in je kantoor. Leuk, zo’n walkietalkie voor grote mensen. Dat je daar je geld mee kan verdienen: John John en Missy vinden het een heerlijk toekomstbeeld.

Je dochter wil elfje, keeper, juf en/of mama worden. Behalve als ze je komt ophalen op kantoor. Dan wil ze journalist worden.

“Later kom ik hier ook werken”, meldt ze. Ze laat het niet eens als een wensdroom klinken, veeleer als ­vaststaand feit. Dit is wat kinderen doen volgens jouw kinderen. Eerst gaan ze naar school, dan gaan ze het werk doen van vader (of moeder). Wat anders?

“Wat wou jij worden toen je zo oud was als ik?”, vraagt je dochter als jullie in de auto zitten. Clown, zeg je, en dat snapt ze wel. Maar ook bakker (vanwege de heerlijke geur in een bakkerij) of postbode. Dat begrijpt Missy dan weer niet. Je legt haar uit dat je pépé ook postbode was. Net zoals zij haar vader achterna wil, wilde jij dat bij je grootvader.

“Waarom ben je dat dan niet geworden?” Zoals altijd bij een confronterende vraag van je kinderen, laat je een stilte vallen. Omdat je geen zin had om vroeg op te staan, of door de sneeuw te fietsen, stamel je uiteindelijk. Je dochter kijkt naar de smeltende sneeuw die op de voorruit van de bedrijfswagen te pletter stort. Ze schudt een ­denkbeeldige kouderilling van zich af. In haar hoofd staat ze weer een stapje dichter bij de journalistiek. Zoals papa.

John John zit al een fase verder. Soms gaat hij aan je oude bureau zitten om een krantenstuk te ­tikken. Vanuit de deuropening hou je hem in de gaten. Pontificaal zit hij op de hoge bureaustoel te tronen. Op een stoeltje naast hem en overduidelijk hiërarchisch de junior: Missy. Zij voert, gewapend met balpen en ­stiften, de opdrachten uit die hij geeft. Hij speelt de baas die hij denkt dat jij bent. (Quod non)

“Wat moet je eigenlijk kunnen om journalist te worden?” De vraag van je zoon klinkt tegelijk uitdagend en nieuwsgierig. “Niet zo heel erg veel”, beken je naar waarheid. “Een beetje taal, een beetje WO, een beetje van alles.”

Zijn kinderhoofd maakt snel de berekening. Je ziet hem denken. “Oef, geen Frans. Dat gaat lukken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.