Maandag 06/12/2021

Wat waren de jaren negentig in Servië cool

In Servië leefden harde criminaliteit en showbizz jarenlang samen als man en vrouw. Terwijl paramilitairen zich in Kroatië en Bosnië te buiten gingen aan verkrachtingen en etnische zuiveringen en maffiosi elkaar in Belgrado in restaurants aan flarden schoten, zorgden de voluptueuze popdiva's van de 'turbofolk' voor de bijbehorende soundtrack. Misdadigers werden in het Servië van Milosevic volksidolen. Sommigen dromen nu al van een revival.

Salvatore di Rosa

De criminelen die vorige maand de Servische premier Zoran Djindjic doodschoten, waren volgens de politie uit op een staatsgreep. Een van de kopstukken van de Zemun-maffiaclan, die de trekker overhaalde, vertelde tijdens zijn ondervraging dat die 'patriottische daad' diende om de prowesterse regering in Belgrado ten val te brengen en de aanhangers van Slobodan Milosevic weer aan de macht te krijgen.

Dat de zware jongens ijverden voor een voortzetting van de glansrijke jaren negentig onder Slobodan Milosevic is niet verwonderlijk. Ze werden toen als popsterren aanbeden in een samenleving die gedomineerd werd door de 'turbocultuur', een huwelijk van misdaad en showbizz. Milosevic kon zijn reeks Balkanoorlogen alleen volhouden door de Servische republiek over te laten aan gangsters. Zo hield de oude communistische rechtsstaat op te functioneren en konden de werelden van misdaad, politiek, leger en geheime diensten samensmelten tot één criminele bende.

De gewone man, die door oorlogen en economische sancties almaar armer en depressiever werd, zocht afleiding in wat de media hem voorschotelden. En die pikten gretig in op de nieuwe ontwikkelingen rond die 'nieuwe' soort van mensen. Die kwamen uit de achterbuurten van de hoofdstad gekropen en reden rond in de duurste BMW's, met op de passagierszetel een geblondeerde anorectische bimbo op hoge hakken. De nieuwe man was permanent gewapend, deed precies waar hij zin in had en werd door de politie met rust gelaten. Dokters, hoogleraren en andere mensen die zich nog per Yugo verplaatsten, daalden in aanzien, nu alle ogen gericht waren op de nieuwe rijken.

Het eerste idool van Milosevic' Nieuwe Servië werd Aleksandar Knezevic, alias Knele, die het op zijn 21ste al helemaal gemaakt had: veel geld, twee revolvers en een Porsche. Aan zijn blitzcarrière in de Belgradose penoze kwam een einde op 28 oktober 1992, toen hij in zijn kamer in het Hyatt Hotel dood werd aangetroffen met drie kogelgaten in zijn hoofd. Na de moord bejubelden kranten hem als de Servische James Dean. Zijn look - kort geschoren kop, afgetraind lichaam, trainingspak en een vingerdikke gouden ketting met daaraan een reusachtig Servisch-orthodox kruis van puur goud - werd massaal gekopieerd door jonge fans.

De nieuwe idolen hadden hun populariteit vooral te danken aan de commerciële media, en dan met name de televisiezender TV Pink, een amusementszender die zich volledig toelegde op turbofolk. Servische smartlappen, voorzien van technobeats. Toen de eigenaar lid werd van de neomarxistische JUL-partij van Milosevic' echtgenote Mira Markovic, kreeg TV Pink er ook een maatschappelijke functie bij: het voeren van stalinistisch getinte propaganda tegen de oppositie en andere vijanden: "Bastaards! Lakeien! Hoerenlopers!"

Het niveau van het amusement dat de zender verzorgt ligt in dezelfde buurt. Overdadig geschminkte en halfnaakte vrouwen brengen een haast ondraaglijke kitsch ten tonele. Die muzikale Frankenstein bestaat uit een mengsel van traditionele folkloreliedjes, populaire fanfaredeuntjes, opzwepende synthesizerbegeleiding en dito beats. Het geheel wordt voorzien van hitsige teksten, geënt op de oorlogen die zich de afgelopen jaren op de Balkan hebben afgespeeld. Dat spektakel wordt de kijker aangeboden tegen een bijna pedofiel decor, de huisstijl van TV Pink, waarbij 13 en 14-jarige meisjes in korte rokjes kronkelend meedeinen op de stampende beats. De muzikale shows worden sinds jaar en dag gepresenteerd door de bejaarde Milovan Ilic, in Servië wereldberoemd onder de naam Minimaks.

Deze turbofolkspecialist maakte er in het verleden een gewoonte van in zijn shows zware gangsters uit te nodigen, die doorgaans een relatie hadden met een turbofolkzangeres. Die amoureuze verhoudingen tussen popster en crimineel waren vaak ook ingegeven door carrièredrang: de muziekindustrie was grotendeels in handen van de misdaad. Wie een contract wilde moest daarvoor wel eens op de rug gaan liggen. Minimaks' favoriete gasten uit de muziekwereld waren naar eigen zeggen de fascistische politicus en krijgsheer Vojislav Seselj (nu in Den Haag, waar hij werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden) en de in 2000 doodgeschoten onderwereldbaas en massamoordenaar Zeljko Raznatovic, beter bekend als Arkan. Arkan was de echtgenoot van Serviës grootste turbofolkicoon Ceca, een constant gegeven op TV Pink.

Het verhaal van Arkan en Ceca betekende voor Servië wat de idylle van Lady Di en prins Charles voor de rest van de wereld was. Hun sprookje nam een aanvang in het begin van de jaren negentig, toen de oorlog met Kroatië losbrak. In het kielzog van het Joegoslavische Volksleger staken ook paramilitaire bendes de Donau over en trokken plunderend, verkrachtend en moordend door de provincie Oost-Slavonië. De Tijger-militie van de bankrover Zeljko Raznatovic was daar meer dan prominent bij aanwezig. Zijn circa duizend beulen had hij als hooliganaanvoerder gerekruteerd uit de crème van Rode Ster Belgrado-supporters. Bij de verwoesting van de stad Vukovar richtten de Tijgers weerzinwekkende slachtpartijen aan. Niet ver daar vandaan richtte Arkan in het najaar van 1991 in het plaatsje Erdut een kamp in waar verse Tijger-rekruten een snelcursus etnisch zuiveren kregen en leerden dat je vrouwen, kinderen en bejaarden in een oorlog vooral niet moest sparen.

In 1993 komt de 21-jarige zangeres Svetlana Velickovic naar Erdut om de Tijgers moed in te zingen. Met teksten als 'Servië, Servië, alleen lafaards willen niet voor je sterven' zet ze de toon voor de komende tien jaar. Arkan wordt smoorverliefd op het twintig jaar jongere plattelandsmeisje dat al hard op weg was een superster te worden onder de artiestennaam Ceca.

Alvorens Ceca ten huwelijk te vragen concentreert hij zich eerst nog op zijn 'werk' in Kroatië en later in Bosnië waar zijn mannen zich te buiten gaan aan het opblazen van moskeeën, etnische zuivering en plundering. Tussen het moorden door sleept Raznatovic zijn oorlogsbuit huiswaarts en zet hij een uitgebreid smokkelnetwerk. Met de opbrengsten daarvan kan hij in Belgrado zijn zwellende zakenimperium, met onder andere de voetbalclub FK Obilic, verder uitbouwen. Aan de vooravond van zijn megalomane huwelijk met Ceca is Arkan een van de rijkste mannen van Servië.

Hoewel een deel van de bevolking het als een nationale schaamte ervoer, vond op 19 februari 1995 voor de meeste Serviërs het huwelijk van de eeuw plaats. Het vier dagen durende feest was zonder twijfel de duurste bruiloft uit de Servische geschiedenis. Tijdens de van protserige luxe en pseudotraditionele toeters en bellen bol staande plechtigheid gaven de oorlogsmisdadiger en de turbodiva elkaar het jawoord ten overstaan van een Servisch-orthodoxe bisschop en de hele criminele, zakelijke en politieke elite van het land. Alles wat TV Pink die dag met de tientallen camera's vastlegde behoorde toen al tot de vaste elementen van de turbofolkiconografie: de jongen van de straat die rijk wordt, een jeep en een wapen koopt en een zingende prinses met decolleté tot aan haar tenen weet te bekoren.

Dankzij Arkans meer dan innige banden met het Milosevic-regime kreeg Ceca in de volgende jaren bijna ongelimiteerde zendtijd op de televisie. Haar cd's gingen in honderdduizenden exemplaren over de toonbank. Het illustreert hoezeer het door oorlog en economische sancties uitgemergelde Joegoslavië behoefte had aan idolen. Ook de zware jongens van Belgrado werden voorwerp van die idolatrie, dankzij de talloze liefdesaffaires met de zangeressen en de krachtige opstoot van Servisch nationalisme in combinatie met het 'wij steunen onze jongens aan het front'-gevoel onder de bevolking.

Ceca, de bekendste turbofolkster met een voorkeur voor de onderwereld, trok letterlijk naar het front, om in camouflage-uniform op te treden voor Arkan en zijn Tijgers. Maar ook de tweede popdiva van het land, de peroxideblonde Jelena Karleusa, is geen vreemde in de wereld van de misdaad. Ze had jarenlang een relatie met gangster-drugsdealer-zakenman Zoran Davidovic, bijgenaamd Canda. Hij werd in maart 2000 op een autosnelweg nabij Belgrado in maffiastijl in zijn rijdende auto doodgeschoten. Ook Marko, de zoon van Milosevic, had een hoog turbo- en misdaadgehalte. Hij verfde zijn haar geel, stampte in zijn geboorteplaats Pozarevac de discotheek Madonna uit de grond en reed elk weekend een BMW of een Jeep Cherokee in de prak. Toen hij vaststelde dat bij zijn imago een vrouw met turbolook niet zou misstaan, stuurde hij zijn vriendin Milica Gajic tot vier keer toe naar een vermaard plastisch chirurg in Griekenland.

De turbocultuur uitte zich in kleding en andere uiterlijke kenmerken die op de een of andere manier met de oorlog verband hielden. Aan het front maten de paramilitairen en speciale eenheden zich het imago aan van de helden uit de Amerikaanse B-films: Ray-Ban-brillen, strakke zwarte T-shirts zonder mouwen en kettingen van kogelhulzen om de hals. Dat geheel werd overgoten met een nationalistisch sausje van symbolen uit het middeleeuws Servische rijk en die van de cetnikmilities uit de Tweede Wereldoorlog. Jonge Servische mannen namen die modegrillen massaal over. Arkan trouwde in een Montenegrijns officiersuniform uit de Eerste Wereldoorlog, Ceca ging gekleed als de Maagd van Kosovo, zoals die is afgebeeld op schilderijen uit de 19de eeuw. Op muzikaal vlak ging de nationalistische mobilisatie gepaard met het herontdekken van epische gedichten over bloedige veldslagen en het 'folkloriseren' van moderne muziek.

Via TV Pink werd die cocktail losgelaten op het publiek. De dagelijkse portie turbofolk die Minimaks in zijn shows serveerde voorzag hijzelf van commentaar dat doortrokken was van zijn eigen wereldbeeld: xenofobie, homofobie, oorlogszuchtig nationalisme, onverdraagzaamheid en slechte manieren in het algemeen. En als de zangeresjes even stopten met vibreren en een minuutje wegdoken achter de coulissen om een ander jurkje aan te schieten, maakte hij van de gelegenheid gebruik om uitgebreid reclame te maken voor vermageringstabletten van het merk Turbo-Slank.

Zonder dat mensen het beseften werd turbofolk de soundtrack van oorlog, vernietiging en economische sancties, die het oude Joegoslavië ineen deden schrompelen tot een pariastaatje. In het boek Liedjes uit de buik van het volk: Een bloemlezing van de turbofolk uit 2002 schrijven de auteurs Vladimir Djuric en Goran Tarlac dat turbofolk niets anders is dan het product van dierlijke instincten: "Het komt uit de onderbuik, niet uit de hersenen of het hart." Volgens hen is turbofolk de laatste jaren geëvolueerd naar een genre dat uniek is in zijn soort: "Pseudo-patriottische oorlogsmuziek, waarbij de drijfveren verkrachting, slachting, moord en wraak zijn. Die kitsch staat bol van xenofobie en megalomanie en doet mensen vergeten wat heldendom, patriottisme en vaderland echt betekenen."

Het sprookje dat het turbofolkfenomeen voor honderd procent belichaamde eindigde op 15 januari 2000 met een kogelregen in de lobby van het Belgradose hotel Interkontinental. De toen al wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Arkan werd doorzeefd met 38 kogels. Ceca sloeg de rouwsluier om en nam in stilte het imperium van haar echtgenoot over, inclusief de voetbalclub Obilic. Algemeen wordt aangenomen dat zij daarbij Arkans testament heeft vervalst - zijn zeven kinderen uit twee eerdere huwelijken kregen geen dinar - en de hulp van zijn criminele vrienden heeft ingeroepen om de erfenis te beschermen.

Die alliantie met de maffia is haar nu zwaar opgebroken. Op 17 maart werd ze door de Servische politie gearresteerd op verdenking van actief lidmaatschap van de Zemun-maffiaclan, de vermoedelijke moordenaars van Djindjic. In het protserige fort van vijf verdiepingen dat Arkan in 1995 voor haar bouwde werd een volledig oorlogsarsenaal aangetroffen in een gesloten bunker onder het huis. Een cynisch gegeven daarbij was dat de commandant van het binnenstormende arrestatieteam Dragan Karleusa was, de vader van Ceca's grootste concurrent in het turbofolkcircus, Jelena Karleusa.

Volgens de politie heeft Ceca een innige band met een paar kopstukken van de misdaadgroep, onder wie de leider Milorad Lukovi, bijgenaamd Legija. Later raakte bekend dat Ceca als voorzitter van voetbalclub FK Obilic 500.000 euro heeft gekregen van de Zemun-boys om uitstaande schulden te dekken, waardoor Legija mede-eigenaar van de club werd. Halfweg april werd haar voorlopige hechtenis met dertig dagen verlengd.

Maar de turbofolk zal niet zomaar uitdoven, net zomin als dat na de uitlevering van Milosevic gebeurde. Tot aan Djindjic' dood bleef de verheerlijking van de gangstercultuur bestaan, konden nieuwe Arkans het dagelijkse leven terroriseren en bleven de maffiaclans elkaar in spectaculaire stijl neermaaien in restaurants en cafés.

Djindjic heeft tijdens zijn premierschap overtuigend gefaald om met die cultuur te breken. Hij was de afgelopen twee jaar vooral druk bezig met het elimineren van zijn politieke tegenstanders en het consolideren van zijn macht, terwijl hij zaken bleef doen met dubieuze figuren uit de Milosevic-jaren. Hij weigerde in te zien dat politieke hervormingen zinloos zijn zolang de populaire cultuur blijft hangen in de jaren negentig. Dat bleek zonneklaar bij het grote comebackconcert van Ceca in juni 2002, toen het stadion van Rode Ster Belgrado uitpuilde door een uitzinnige menigte van 80.000 man, die na ieder nummer de misdadiger Arkan luidkeels postuum bejubelden.

Met zijn cultuurbeleid bleef Djindjic aan de kant van de turbofolk en TV Pink staan. Ondanks alles ging hij met de zender in zee en drong hij hem een nieuwsbulletin, Infotop, op dat vooral positieve berichten hoorde te brengen over de nieuwe regering en Djindjic' eigen partij.

Turbofolk zal ongetwijfeld nog een tijd populair blijven. Voor westerlingen oogt en klinkt turbofolk buitengewoon banaal, maar de voorvechters ervan hebben een punt als ze zeggen dat TV Pink in wezen niet veel verschilt van MTV. Wie naar de videoclips op de Amerikaanse muziekzender kijkt ziet dat het samengaan van R&B-zangeressen en gangsterrappers als Puff Daddy en Snoop Doggy Dog min of meer dezelfde cocktail geeft: met kilo's goud behangen afgetrainde patsers in trainingspakken en donkere brillen zitten breed in hun BMW cabriolets, die gevuld zijn met hoerige vrouwen.

Wie weet heeft MTV ondertussen al een oogje op TV Pink.

De criminelen die vorige maand de Servische premier Zoran Djindjic doodschoten, waren naar eigen zeggen uit op een staatsgreep. Eigenlijk hadden ze vooral heimwee naar de gloriedagen van de turbofolk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234