Vrijdag 30/10/2020

OpinieNoëmi Willemen

Wat voor vrouwbeeld hebben we eigenlijk als ‘nee’ in het kraambed opeens niets meer betekent?

Noëmi Willemen.Beeld Alexander Meeus

Noëmi Willemen is historica aan de Ecole de Sexologie et Sciences de la Famille (UCLouvain). Ze doet onderzoek naar cultuur en wetenschap rond geboorte in de 20ste eeuw.

In de krant gaf vroedvrouw Sophie Van Cauwelaert uitleg bij haar bachelorproef over geweld in de verloskamer. In de commentaarsectie op Facebook – zelden een rozentuin – was het lachen, gieren, brullen geblazen. Wat een onnozelheid: het idee dat je tijdens je bevalling zo maar eventjes zou bepalen of er vingers in je vagina komen. 

Het is afschrikwekkend hoeveel mensen vinden dat zwangeren niet over zichzelf moeten beschikken. Volgens de patiëntenwet heb je echter alle recht om zelf te beslissen over de eigen behandeling en die van de baby die je draagt. Wie vindt dat een zorgverlener die een zwangere aan het toucheren is, niet moet ophouden als er “Stop!” geroepen wordt, moet eens heel diep nadenken wat men eigenlijk aan het verdedigen is.

Obstetrisch geweld – haal die aanhalingstekens maar weg – is een wereldwijd fenomeen dat steeds breder wetenschappelijk gedocumenteerd wordt. Anders dan in de beeldvorming komt het niet alleen voor in onderbemande, armzalige ziekenhuizen in zogenaamde derdewereldlanden. Vlaamse artsen zijn terecht fier op de erg lage sterftecijfers, maar jammer genoeg is ook onze topzorg niet immuun voor grensoverschrijdende handelingen. 

Dit is een moeilijk, pijnlijk thema voor alle betrokkenen, waar we liefst een open en sereen debat over voeren. Obstetrisch geweld is volgens de literatuur bovenal een systeemfout. Overmedicalisering is een groot deel van het probleem. We moeten af van het beeld dat alles wat zorgverleners doen ook “nodig” is. Geboorte is gelukkig maar zelden een dramatisch moment waarbij artsen vliegensvlug levensreddend moeten handelen, ook al zit het zo in onze collectieve beeldvorming gebeiteld. 

Dat bevallingen in Vlaanderen zo vaak gepaard gaan met een resem ingrepen is veel minder een gevolg van medische noodzaak dan van een historisch gegroeide interventiecultuur. De expertise en de intenties van artsen en vroedvrouwen staan voor alle duidelijkheid niet ter discussie, maar veel routinepraktijken (continuë monitoring, lavement, elk uur toucheren, knippen, beperken van beweging, rugligging) verdienen het om kritisch in vraag gesteld te worden. 

Om een voorbeeld te geven: het percentage episiotomieën (knippen) daalt elk jaar maar bevond zich volgens de laatste cijfers van 2018 rond de 40 procent. Dat is meer dan het dubbele van onze buurlanden waar men nochtans werkt op basis van dezelfde internationale literatuur die deze ingreep slechts in noodgevallen aangewezen acht. Het gaat hier niet om het vooropstellen van een soort “juiste” geboorte. De discussie over “natuurlijk” versus “medisch” bevallen is hier niet relevant. Het gaat erom dat zwangeren de ruimte moeten krijgen om zelf te bepalen welke zorg voor hen geschikt is.

Standaardprotocollen waarbij zorgverleners voorgeschreven zorgtaken moeten afvinken zetten de autonomie van zwangeren onder druk. Veel ouders zijn erg tevreden, maar getuigenissen over traumatiserende behandelingen zijn allesbehalve anekdotiek. Ze worden ontstellend makkelijk weggelachen of gesmoord met de dooddoener dat de baby toch gezond is. In het overgrote merendeel van de gevallen is de veiligheid van de baby echter nooit in het gedrang geweest. Heel vaak gaan deze verhalen niet over spoedsituaties of een ouderwetse gynaecoloog die geen moderne les over patiëntenomgang heeft gekregen. 

Jonge, vrouwelijke zorgverleners overschrijden even goed grenzen omdat de geboortecultuur dicteert dat bevallingen “efficiënt” moeten verlopen. Of ze grijpen meer en doortastender in dan nodig omdat de druk om te handelen in deze risico-averse samenleving zo groot is. Je wordt als zorgverlener eerder vervolgd voor de ingreep die je niet deed dan voor de behandeling die je wel uitvoerde, ook al was er weinig reden om te denken dat deze tot betere uitkomsten zou leiden.

Het is niet verwonderlijk dat de term obstetrisch geweld veel zorgverleners, die hun best doen in moeilijke omstandigheden, doet steigeren. Het is moedig en bemoedigend dat steeds meer van hen het probleem erkennen. Maar laat ons de oplossing niet zoeken bij vriendelijk uitleggen wat je al aan het doen bent of dat zachthandig aanpakken. 

Wat nodig is, is dat een zwangere “nee” kan zeggen. Er wordt te makkelijk gesuggereerd dat zwangeren assertief moeten zijn. Er zijn weinig plekken waar mensen zich kwetsbaarder voelen dan in een verloskamer, waar de machtsverhoudingen het allesbehalve makkelijk maken om het voorgestelde beleid in vraag te stellen. Wat nodig is, is dat zorgverleners ondersteund worden om zwangeren individueel te begeleiden. Liefst kunnen ze dan lang voor de eerste wee verschillende mogelijke scenario’s en de voor-en nadelen en alternatieven (waaronder afwachten of niets doen) van gangbare behandelingen samen bespreken. 

Wat nodig is, is dat zwangeren die komen bevallen de vraag krijgen: “Wat heb jij nodig?” zonder dat dat a priori voor hen ingevuld wordt. Wat nodig is, is dat zwangeren de eindbeslissing krijgen, want het is hun lichaam. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234