Maandag 17/01/2022

Wat voert de bankiersfamilie nu weer in haar schild?

De Londense financiële wereld daverde deze week op haar grondvesten. Na 261 opeenvolgende jaren besliste Rothschild & Sons, een van de invloedrijkste banken uit de City, zich terug te trekken uit de stagnerende goudhandel. Daarmee trad een familie voor het voetlicht die het huidige Europa rijk maakte. Ze financierde Wellingtons overwinning in de slag van Waterloo, hielp Frankrijk aan winst in WO I en bekostigde Israëls project voor een atoombom.

Maarten Rabaey

Bill Gates werd in de twintigste eeuw de rijkste man ter wereld door te investeren in de technologische revolutie; de Rothschilds werden de rijkste familie ter wereld door in de negentiende eeuw te investeren in de industriële revolutie. Vandaag stomen ze zich klaar voor de 21ste eeuw.

Hun roots gaan terug tot 1743, toen een joodse goudsmid, Meyer Amschel (1744-1812), een wisselkantoor opende in het joodse getto van Frankfurt-am-Main. Hij plaatste een Romeinse arend op een 'rood schild', in het Duits 'Rothschild'. Zoon Meyer Amschel jr. (1773-1885) nam later die naam aan om stapje voor stapje een bankierspatrimonium uit te bouwen. Geheimhouding is van bij het begin het handelsmerk geweest van de familie. Amschel specialiseerde zich niet alleen in een boekhouding die voor die tijd vooruitstrevend was, maar hield ook zwarte kluizen verborgen voor de belastinginspecteurs. Via de keurvorst van Hessen-Kassel konden de Rothschilds relaties aanknopen met de elite uit die tijd. Het gat in de markt dat ze vonden was dat ze geld leenden aan Europese vorstenhuizen en soevereine staten, die door hun weelderige levensstijl dikwijls krap bij kas zaten. Nathan & co. veralgemeenden later het principe van die 'staatsobligatie', door grote en kleine investeerders er in te laten beleggen. Regeringen hielden van het idee omdat ze er kolossale geldsommen mee konden verzamelen voor hun industriële revolutie; investeerders hielden ervan omdat ze konden handelen met prijzen die fluctueerden naargelang het optreden van de staat. Over oprichter Amschel werd toen geschreven "dat hij de enige Europeaan was voor wie de keizers nederig knielden".

Hoe meer succes de pater familias boekte, hoe vertakter zijn bank werd. Amschel jr. bleef thuis maar vier van zijn vijf zonen werden naar verschillende Europese hoofdsteden gestuurd om voordeel te halen uit de opkomst van het kapitalisme en de groei van de internationale handel. Nathan stuurde hij naar Londen, James naar Parijs, Salomon naar Wenen en Carl naar Napels. Niet allemaal hadden ze geluk; de Italiaanse tak verdween al in 1861, de Duitse tak stierf in 1901 uit; de Oostenrijkse moest voor het antisemitisme in 1938 vluchten uit Wenen; maar een multinational was geboren.

Vooral Nathan (1776-1836) slaagde erin om zijn stempel te drukken op de toenmalige Europese politiek. Hij steunde in woord en daad de Britse militaire acties tegen Napoleon door over het Kanaal goud te laten smokkelen om het offensief te financieren van de hertog van Wellington, die uiteindelijk in Waterloo definitief de Franse keizer op de knieën kreeg. Nathan beschikte over een fijnmazige eigen inlichtingendienst - zijn agenten gebruikten snelle boten, gecodeerde brieven en postduiven - waardoor hij als eerste te weten kwam dat Napoleon verslagen was. Nathan speculeerde na dat nieuws op transacties in staatsfondsen en kon door die zet het familiefortuin verruimen, volgens sommige bronnen zelfs in twintigvoud.

Legendarisch is dat hij via zijn agenten wel eerst het gerucht lanceerde dat Wellington verslagen was, waardoor zijn tegenstanders op de markt op het verkeerde been werden gezet. Saillant detail: pas later werd bekend dat de Franse tak van de familie ook Napoleon geld had geleend.

Nathan zou later nog dikwijls knipogen naar het familiemotto Concordia, Integritas, Industria (Eenheid, Integriteit, Industrie), als hij nieuwe geruchten lanceerde waardoor beursmakelaren in paniek verkochten en hij alles tegen dumpingprijzen opkocht, om daarna te genieten als de koers zich herstelde. De Britse romanschrijver Thackeray zei over Nathan dat hij "niet de koning van de joden was, maar de jood van de koningen".

Hoe machtiger de familie werd, hoe minder ontzag ze kreeg voor de gevestigde macht. Een pompeuze aristocraat die ooit binnenstormde bij Nathan vond hem lezend aan zijn bureau. Zonder op te kijken zei de bankier: 'Neem een stoel'. Verontwaardigd zei de man daarop: 'U spreekt met de Prins van Thurn & Taxis'. Waarop Rothschild - zonder op te kijken - droogjes repliceerde: 'Neem dan twee stoelen'. "Het kan me niet schelen welke marionet op Engelands troon gaat zitten om een keizerrijk te regeren waar de zon nooit ondergaat", liet Nathan zich ooit ontvallen. "De man die de Britse geldstroom controleert, controleert het Britse keizerrijk. En ik controleer de Britse geldstromen." De Londense aristocratie besefte dat pas toen hij de Bank of England behoedde voor het bankroet nadat door een rush op de goudvoorraden 145 banken failliet gingen. In 1885 gaf ze Nathan de erfelijke titel van baron.

In Frankrijk ging het ondertussen ook James (1792-1868) voor de wind. Na de nederlaag van Napoleon in juni 1815 had hij in Parijs de 'Banque Rothschild'. Aanvankelijk heette die 'Rothschild frères' maar de eeuwige rivaliteit tussen Fransen en Engelsen zorgde er ook voor dat de broers aan elke zijde van het Kanaal een gezonde concurrentie onderhielden. De Engelse tak legde zich vanaf dan louter toe op de bancaire wereld, de Franse ook op filantropie, kunst en productie van exquise wijnen: Nathans jongste dochter Philippine lag mee ten grondslag aan het fameuze huis Mouton-Rothschild. James kleinzoon Eric is een van de drijvende krachten achter het wijnhuis Château Lafite.

Ook in België liet de familie kurken knallen. Meteen na de revolutie van 1830 kwam haar ter ore dat het jonge koninkrijk weinig reserves had. Ze leverde de nodige financiële middelen aan de natie, via de directeur van de nieuwe 'Banque de Belgique', Charles de Brouckère - naar wie het gelijknamige plein in Brussel werd vernoemd. De revolutionair De Brouckère wist als eerste minister van Financiën dankzij de Rothschilds een tegengewicht te vormen voor de toen al machtige Société Générale. Door investeringen in het, overigens bloedige, Kongo-project van koning Leopold II en goede banden met de bankiersfamilie Lambert groeide hun invloed in de Brusselse coulissen gestaag. Maar de bankiers kregen vooral een enorme greep op de Franse staat doordat de regering daar in geldnood kwam na enkele grote infrastructuurwerken zoals spoorwegen en kanalen. De Franse tak kreeg daardoor het beheer over het belangrijkste deel van het familievermogen, liefst 20 van haar 34,3 miljoen gekende Britse ponden.

Haar invloed op het internationale toneel bleef maar groeien. In 1871 speelden de Franse tak een belangrijke rol bij de vredesonderhandelingen tussen Frankrijk en Duitsland door de garanties van Parijs' oorlogsschulden te verlenen. De Britse tak zorgde in 1875 voor flink wat ophef door een lening te verschaffen aan de regering-Disraeli om de helft van de aandelen van het Suez-kanaal op te kopen. Dat gebeurde zonder goedkeuring van het parlement, maar zorgde er wel voor dat Londen zijn invloed in Noord-Afrika bewaarde.

Een paar decennia later bezorgden de Franse Rothschilds hun regering de nodige financiële middelen om in de Eerste Wereldoorlog de Duitse keizer te bestrijden. Maurice de Rothschild werd na het krijgsgewoel verkozen in het Franse parlement voor het centrumrechtse Nationaal Blok maar financieel verging het zijn imperium toen veel minder goed. Door de depressie van eind jaren twintig en jaren dertig werden zware verliezen geleden. Bovendien ondergroef niet alleen het antisemitisme van de Duitse nazi's maar ook dat van Frans extreem-rechts en de communisten het vertrouwen in hun bank. Zo schreef in 1937 partijkrant l'Humanité dat de half miljoen Franse joodse families de schuld hadden aan de sociaal-economische ellende. Hun vermogen kreeg nog een klap toen de linkse regering-Blum begon te nationaliseren.

Dat was evenwel klein bier in vergelijking met de Tweede Wereldoorlog, toen Hitler zich tot doel stelde het jodendom uit te roeien. Tijdens WO II zag de familie zich dan ook vooral genoodzaakt om de schade te beperken. Hoewel ze zware persoonlijke, materiële en financiële verliezen leed, slaagde de Franse tak erin om zijn vermogen naar veiliger oorden over te boeken, onder meer naar Canada en de Verenigde Staten - waarvoor ze visa kregen dankzij hun vriendschap met president Roosevelt. Ze investeerden ook veel in de emigratie van Duitse joden. De Britse tak steunde volop de regering en leden werkten zelfs actief mee met de inlichtingendienst MI5.

Tijdens en na de oorlog speelden de Londense Rothschilds een belangrijke rol in de oprichting van Israël. Tot op vandaag blijft de joodse staat hun steun krijgen. Ze zijn zelfs indirect mee schatplichtig aan de nieuwe heisa omtrent Israëls nucleaire arsenaal, deze week in het nieuws door de vrijlating van Mordechai Vanunu, de Israëlische atoomgeleerde die in 1985 de plannen van het geheime Israëlische programma onthulde. Het waren immers de Rothschilds die in 1960 positief reageerden op een vraag van Israël om een 'programma voor speciale wapens' te financieren.

De joodse solidariteit in de familie was niet volledig. In 1938 shockeerde Nathans achterkleinzoon Victor zijn Londense toehoorders door te stellen "dat ondanks de trage moord op 600.000 mensen op het continent we het wellicht eens moeten zijn dat zoveel vluchtelingen de privacy van ons land schenden". Niet alle familieleden waren het ook eens met de noodzaak van een joodse staat. Sommige vreesden dat het antisemitisme zou groeien tegenover joden die zich elders assimileerden. Die nuances konden niet beletten dat de familie door antisemieten altijd is belaagd als onderdeel van een joods complot 'om de wereld over te nemen'.

Veel karakteristieken van de familie zijn terug te voeren op het 'eeuwig geldende' testament van stichter Myer Amschel. Daarin werd vastgelegd dat het fortuin van de familie nooit bekend mocht worden gemaakt; dat sleutelposities in het huis voorbestemd waren voor familieleden; dat de oudste zoon alles moet erven en dat huwelijken binnen de familie moesten worden gehouden. Er moest worden getrouwd met neven en nichten uit eerste of tweede lijn om het fortuin samen te houden. Wie het niet eens was met die voorwaarden moest uit het testament worden geschrapt.

In de negentiende eeuw ondervond Nathans tweede dochter Hannah dat aan den lijve. Ze verzaakte het judaïsme door een christen te trouwen. De familie verbande haar. Haar huwelijk leek vervloekt: Hannahs jongste zoon stierf na een val van een pony, haar man werd levenslang belet carrière te maken. Het was niet de enige catastrofe die de familie trof. In 1996 pleegde Amschel Rothschild, genoemd naar zijn beroemde voorvader en voorbestemd om de Britse tak over te nemen, op 41-jarige leeftijd zelfmoord. Toen eerder dit jaar de voorzitter van de Britse bank, Sir Evelyn de Rothschild, op pensioen ging, werd de bank geërfd door baron David de Rothschild, de beheerder van het huidige Franse imperium. David paste het imperium aan de tijdgeest aan. Nadat zijn bank was genationaliseerd door de socialistische president François Mitterrand specialiseerde hij zich in de fusie- en acquisitiemarkt. Door de stagnerende goudhandel af te stoten, leidt hij nu zijn familie binnen in de 21ste eeuw. Want verdwijnen van het toneel doet de familie niet. In Zwitserland worden in de schoot van de familieholding nieuwe plannen gesmeed voor investeringen in het nieuwe, uitgebreide Europa. Dat bedrijf heet niet voor niets: Rothschild Continuation. Nu nog de film.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234