Dinsdag 24/05/2022

Wat vliegt de tijd

Voor een jong kind kruipt een uur gedwongen stilzitten voorbij en lijkt de zomer wel een eeuwigheid te duren. Maar als je ouder wordt, tikken de dagen elk jaar opnieuw nog wat sneller weg. Voor je het weet is er weer een week, een maand, een eeuw voorbij. Nostalgie en een toenemend besef van sterfelijkheid spelen daarbij ongetwijfeld een rol, maar volgens nieuw onderzoek is er méér aan de hand.

De negentiende-eeuwse psycholoog en filosoof Paul Janet toonde zich al verbluft door deze vaststelling. 'Wie meerdere lustra (periodes van vijf jaar, nvdr) achter de rug heeft, zal vaststellen dat de laatste daarvan veel sneller lijkt te zijn vervlogen dan de voorbije periodes, ook al duurden die nuchter bekeken precies even lang. Als je terugdenkt aan je laatste tien jaar op school, lijken die wel een eeuw te hebben geduurd. Vergelijk ze met de laatste tien jaar die je tot dusver hebt geleefd: een uur, zo lijkt het.'

Nostalgie? Ongetwijfeld, maar recent onderzoek suggereert dat de ervaring dat 'de tijd vliegt' een fundamenteel onderdeel is van de mysterieuze manier waarop ons brein het verstrijken van de tijd registreert. Susan Crawley en dr. Linda Pring, twee psychologen van het Londense Goldsmiths College, maakten afgelopen week hun bevindingen daaromtrent bekend op de jaarvergadering van de British Psychological Society. Zo noteerden ze een algemene tendens om te denken dat belangrijke gebeurtenissen - een sterfgeval in de familie, bijvoorbeeld, of een grote ramp - zich recenter voordeden dan in werkelijkheid het geval was. De onderzoekers kwamen er echter achter dat deze vertekening minder vaak voorkomt naarmate mensen ouder worden. Bij proefpersonen van boven de zestig werd zelfs het omgekeerde vastgesteld: zij hadden de neiging te denken dat de gebeurtenissen in kwestie zich lànger geleden hadden voorgedaan dan in realiteit het geval was.

"Dat de tijd sneller verstrijkft naarmate je ouder wordt, is een idee dat je zowat elke dag hoort opperen," zegt Crawley. "Maar in een juridische of medische context is de bekwaamheid om het tijdsverloop adequaat in te schatten wellicht cruciaal. Veel van onze proefpersonen vonden deze opdracht vreselijk moeilijk en erg frustrerend. Ze konden zich de gebeurtenissen in kwestie nog erg goed herinneren, maar konden ze absoluut niet plaatsen in de tijd. Vaak moesten ze teruggrijpen naar gebeurtenissen uit hun privéleven om de gebeurtenissen te kunnen dateren - wat ze op dat ogenblik deden bijvoorbeeld, of de mensen met wie ze erover spraken."

"Onder meer daarom zijn mensen tussen vijfendertig en vijftig veel beter in het accuraat dateren van publieke gebeurtenissen dan zestigplussers. Er is in die periode sprake van een soort 'herinneringspiek': er gebeuren een heleboel nieuwe, opwindende dingen waardoor mensen publieke gebeurtenissen in verband kunnen brengen met persoonlijke ervaringen."

De menselijke soort dubt al over het weglekken van de tijd sinds de jaren 1500, toen Copernicus ons een astronomische uitleg voor het vervlieden van de dagen en de seizoenen bezorgde. De Industriële Revolutie - om van de uitvinding van de wekker nog maar te zwijgen - heeft die obsessie alleen maar aangescherpt, maar de psychologie is er maar laat toe gekomen deze typisch menselijke zorg ook echt te gaan onderzoeken.

"Psychologen hebben tijd altijd beschouwd als iets vanzelfsprekends of gingen ervan uit dat het een neutrale factor betreft", zegt dr. Mark Levine van Lancaster University. "Maar subjectieve tijd is veelvoudig, gefragmenteerd en contradictorisch, niet hetzelfde als 'clock time'. Het probleem is dat de meeste psychologische onderzoeken zich alleen hebben toegespitst op 'clock time'. Hoe meer we tijd op die manier meten, des te meer hij lineair lijkt en verwijderd raakt van hoe we de tijd nu echt ervaren."

Door de millenniumovergangtoestanden beginnen nu toch enkele karige details naar boven te komen. Maar wat we tot dusver weten is dat de perceptie van tijd verschilt van persoon tot persoon, van moment tot moment, van cultuur tot cultuur. Leeftijd is daarbij niet de enige bepalende factor. De tijd lijkt sneller te gaan voor mensen met een lage lichaamstemperatuur, mensen met een hoge lichaamstemperatuur daarentegen denken dat de tijd langzamer gaat. Gevoelens van opwinding en prikkeling vertragen het subjectieve tijdsgevoel. Sportlui hebben het gevoel dat de tijd stilstaat wanneer ze een cruciaal moment in hun wedstrijden bereiken, slachtoffers van een verkeersongeval ervaren een 'slow motion'-effect op het tijdstip van de fatale klap.

Cultuur en nationaliteit zijn eveneens bepalende factoren in de perceptie van tijd, ontdekte psycholoog Peter Collett van de Oxford University. Hij ondervroeg honderden managers uit Groot -Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Bulgarije, Polen en Tsjechië. Hij ontdekte daarbij dat Duitsers - die meestal als zeer stipt omschreven worden - zich het minst bewust waren van het verstrijken van de tijd. Britse managers vonden dat hun werknemers laat waren als ze acht minuten na het begin van een vergadering kwamen binnenvallen. Duitse managers dachten dat pas na vijftien minuten. In tegenstelling tot hun reputatie tonen Fransen zich ook redelijk punctueel: ze komen niet meer te laat dan andere Europeanen. Er is één verschil: als ze te laat komen is het dan ook veel te laat, en ze vinden niet dat daarbij een excuus of vorm van uitleg hoeft.

Hilde Sabbe

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234