Zondag 07/06/2020

Tweede verblijf

Wat vinden tweedeverblijvers zelf? ‘Eerlijk? Dit ís een luxeprobleem’

Beeld Thomas Nolf / Bob van mol

Woensdag kwam de verlossing. Wie een tweede verblijf heeft, mag er weer heen. Met respect voor de regels rond social distancing, natuurlijk. ‘Onze politici hebben te veel tijd verspild aan onze situatie. Ze hadden ons veel sneller kunnen laten gaan.’

Aster De Pauw (46) ziet hoe corona de verschillen alleen maar uitvergroot

“Confronterend”, zo noemt Aster De Pauw de tegenstellingen die corona deze week uitvergrootte. Aan de ene kant Dylan (de jongen die in VRT-programma Karrewiet getuigde over de moeilijke financiële situatie thuis), en aan de andere kan mensen die graag naar hun tweede verblijf wilden. De Pauw werkt zelf in de sociale sector, bij Emiliani in Lokeren om precies te zijn. Daar ondersteunt ze mensen met een zware mentale of fysieke handicap.

“Al jaren ervaren we op de werkvloer hoe onze directie moet besparen op de zorg van de zwaksten in onze samenleving. Wij worden dagelijks geconfronteerd met mensen die niet rondkomen en niet in hun eigen zorg kunnen voorzien. Ik hoop al jaren dat de Vlaamse regering extra geld vrijmaakt voor de sociale en gezondheidssector. Ik vond dat applaus voor de gezondheidszorg op den duur wat beschamend.”

Dat ze nu terug kan naar het tweedeverblijf dat haar moeder voor de familie kocht, vindt ze leuk. Maar wakker lag ze er niet van. Het appartement in Sint-Idesbald is een klein gelukje dat volgt uit een droevig noodlot. “Mijn moeder heeft het appartement aan de dijk in Sint-Idesbald kunnen kopen nadat mijn vader overleed.” Het is de plek geworden waar familie De Pauw elkaar doorheen het jaar treft. 

Aster De Pauw en familie.Beeld thomas nolf

“Mijn moeder, mijn broer en zijn gezin, ons gezin. We kunnen er alle negen blijven slapen. In een normale zomer is het een gezellig komen en gaan.” Nu de kleinkinderen groter worden en de bezoekjes aan de kust iets minder vaak doorgaan, overweegt de familie De Pauw voor het eerst om het appartement te verhuren. “Wij wilden hier helemaal geen geld aan verdienen.”

Het begrip voor de coronamaatregelen nam niet weg dat De Pauw het instant-vakantiegevoel van de kust heeft gemist. “Wat eigenlijk raar is. Op zich doe je er niet veel anders dan thuis. Je moet er ook koken en boodschappen doen, maar met zicht op zee voelt dat allemaal minder vervelend aan. De dijk is bij wijze van spreken onze tuin. We bewegen hier veel meer, zelfs als het eens druilerig weer is.”

De kust is ook de plek waar kleine jongens groot worden. De Pauw ziet nog zo voor zich hoe Kornul, de oudste zoon, als klein jongetje in zijn pyjama naar de bakkerij van Danny en Martine trok. Op zoek naar ontbijtkoeken en pistolets. Mama hield alles in de gaten vanuit de woonblok met de toepasselijke naam ‘In den horizon’.

Kornul is nu zeventien. Hij deed voor het eerst een vakantiejob, bij Danny en Martine. De bakkerij kent hij vanbinnen en vanbuiten. Het is in de duinen dat hij al eens graag op ontdekkingstocht gaat. “Wanneer we een wandeling maken op het strand is het al eens voorgekomen dat we plots Kornul met een meisje in de duinen zien rollebollen. ‘Ah, daar is Kornul’, lachen we dan”, vertelt De Pauw.

Zij is maar wat blij dat ze binnenkort terug naar het plaatselijke winkeltje kan met zicht op de open zee. “Laat ons vooral hopen dat iedereen deze zomer van de kust kan genieten. Die is van iedereen.”

Lien Huygh (28) vindt dat politici sneller hadden moeten handelen

Eind jaren 90 botsten de ouders van Lien Huygh tijdens een wandeling in de buurt van de rivier Semois op een oude tabaksschuur met een mooi lapje grond. Haar vader was meteen verkocht. Hij zou de volgende jaren al zijn vrije dagen opofferen aan één doel: de schuur omtoveren tot een perfect buitenverblijf.

In de eerste jaren trok het gezin met de caravan naar Poupehan, nabij Bouillon. Vader Huygh vertimmerde kamer per kamer. Tot het noodlot toesloeg. Een hartaderbreuk. “De kamers waren nog niet allemaal af”, vertelt Lien Huygh aan de telefoon. Gelukkig kon het gezin op een grote schare vrienden rekenen die allemaal samen het levenswerk van Liens vader hielpen afwerken. In de nis van het dak werd een plekje voor de urne voorzien. “Zo kan hij uitkijken op al het groen waar hij zo gek van was.”

Lien Huygh.Beeld thomas nolf

Het is sinds november geleden dat Huygh nog in Poupehan was, bij haar vader. “Ik heb het heel moeilijk gehad met zijn dood.” In de winter is het er te koud om te verblijven. “We zouden begin maart voor het eerst dit jaar terugkeren om alles in orde te brengen voor de zomer. Maar daar besliste corona anders over.” Het gezin ontving berichten dat een aantal vandalen lelijk huisgehouden heeft in de streek. “Maar we weten niet hoe erg het is bij ons.”

Normaal zou Huygh ten vroegste op 8 juni naar Poupehan kunnen, bij eventuele nieuwe versoepelingen. Ze sprong dan ook een gat in de lucht toen ze het nieuws vernam dat ze nu al naar wat zij Niemandsland noemt mag. “Dit is echt belangrijk voor mij. Niet alleen om te kijken wat er allemaal hersteld moet worden.” Maar ook om even op het bankje te kunnen gaan zitten aan de oevers van de Semois. “Gewoon kijken naar hoe het water stroomt en hoe de vogels fluiten.” Net zoals haar vader dat ook zo graag deed. “Zelfs het gras afrijden of een muur een likje verf geven. Het brengt me daar allemaal tot rust.”

Toen er nog geen beslissing was over de tweedeverblijvers overwoog Liens moeder om toch al naar Poupehan trekken. “Maar we hadden gehoord dat er veel politie patrouilleert. Dus hebben we de situatie nog wat afgewacht”, zegt Huygh.

Ze begrijpt dat mensen erg verontwaardigd zijn over de twee debatten die deze week tegelijkertijd het nieuws haalden. Aan de ene kant het onderzoek van Uit de marge, het steunpunt voor jeugdwelzijnswerk, waaruit blijkt dat de lockdown nefast is voor kinderen en jongeren die opgroeien in een kwetsbare omgeving. Aan de andere kant enkele tweedeverblijvers die een rechtszaak aangespannen hadden tegen de overheid omdat ze vonden dat hun rechten geschonden waren.

“Ik kan alleen maar hopen dat het verhaal van Dylan (zie hierboven) de situatie van jongeren meer in de aandacht brengt”, zegt Hugh. Maar dat mensen tweedeverblijvers nu wat scheef bekijken, vindt ze overdreven. “Eigenlijk hebben de politici van ons land veel te veel tijd verspild aan onze situatie. Ze hadden ons ook veel sneller kunnen laten gaan. Men had de tijd en energie veel beter gespendeerd aan mensen die het echt moeilijk hebben.”

Lindsey Dewilde (43) geniet met haar zesjarige dochter in De Panne

We bellen Lindsay Dewilde op wanneer ze met haar zesjarige dochter al in De Panne is. Levensontwikkelingen die de krant niet per se moeten halen, hebben ervoor gezorgd dat Dewilde zich in een wat aparte situatie bevindt. Ze huurt het huis in Ieper waar ze woont en werkt, ze bezit een vissershuisje in het vakantiedomein Duinhoek I in De Panne. Het schoot zeker al door haar hoofd om ondanks het verbod toch naar De Panne te trekken.

Ze heeft het nieuws de afgelopen dagen niet helemaal gevolgd. “Ik ben vooral met mijn werk bij een hr-bureau en mijn dochter bezig geweest.” Wanneer we haar voorleggen of ze het niet raar vindt dat de regering er wel alles aan doet om tweedeverblijvers tegemoet te komen, maar tegelijkertijd weinig doet om families die het moeilijk hebben te ondersteunen, staat ze even stil bij het nieuws. “Toen ik vorige week ging winkelen en 160 euro moest betalen, schrok ik. Dat waren niet eens grote aankopen. Ik bedacht me toen dat heel wat mensen dat geld niet op hun rekening hebben staan.”

Lindsey Dewilde en Nina (6).Beeld thomas nolf

Dewilde zelf werd door haar werkgever twee dagen op de vijf op technische werkloosheid gezet. Ze prijst zich dan ook gelukkig dat ze de eindjes aan elkaar kan knopen en dat ze even tot rust kan komen in De Panne. “Ik hoor nu een aantal mensen zeggen dat ze de belastingen voor de twee maanden dat ze niet naar hun tweede verblijf konden komen, niet willen betalen. Dat gaat erover. Ook al gaat het om veel geld.”

Voor Dewilde is haar buitenverblijf eigenlijk haar echte thuis. “In Ieper heb ik niet één kader aan de muur hangen. Ik heb dat huis gehuurd omdat ik me niet mag domiciliëren in mijn vakantiehuis.” Zodra ze kon, is Dewilde in haar auto gestapt met dochter Nina. Een half uur, alleen maar rechtdoor op de N8, tussen Ieper en De Panne. “Vakantiegevoel in 30 minuten.” Ze lacht.

“Maar wij zijn geen zonnekloppers, hoor. Vijf uur op het strand onder een parasol liggen is niets voor mij.” Ze verkiest eerder een tripje over de Franse grens. “De tijd is er blijven stilstaan. Zelfs het kermiskraam, waar je naar cadeautjes kan grijpen, lijkt nog van voor de oorlog.” De stranden zijn er dan wel smaller, het eten is er beter en goedkoper. “Ga zelf maar eens kijken bij La Voile Bleue in Bray-Dunes. Mosselen voor 12 euro. Dat vind je in België toch niet meer.”

Ook voor Nina is De Panne veel aangenamer. “In de drukke straten van Ieper durf ik haar hier niet te laten fietsen, maar op de esplanade in De Panne en op het vakantiedomein is er meer dan plaats genoeg. Op het domein kan ze zich ook volop uitleven op haar rolschaatsen. Ik heb de voorbije periode thuis gewerkt en dan moet ze zich heel de tijd stil bezighouden. Dat is eigenlijk niet goed voor zo’n jong kind.”

Dewilde is dan ook erg gelukkig dat ze met haar dochter naar De Panne kan. “Een van de eerste dingen die ik ga doen is genieten van een zonsondergang terwijl Nina met haar voetjes in het water wandelt.”

De discussie over buitenverblijven is volgens Mark Coenen van de pot gerukt

Of Mark Coenen zijn opgekalefaterde boerderij in San Venanzo in Le Marche mist? “Iemand die dood is, die mis je. Of mijn jongste broer, die al maanden een paar jaar serieus met zijn gezondheid sukkelt, die mis ik. Maar of ik mijn tweede huis – dat technisch gesproken mijn eerste huis is, want ik woon in België in het huis van mijn vrouw – mis? Die discussie is van de pot gerukt. Net zoals een tweede huis een luxe is, is niet naar je tweede huis kunnen een luxeprobleem.”

“Wie zijn geluk laat afhangen van zijn tweede verblijf, heeft diepere persoonlijke problemen”, vervolgt Coenen. “Mensen die opeengepakt wonen en de eindjes maar moeilijk aan elkaar geknoopt krijgen, daar zou de regering beter iets aan doen. Tweedeverblijvers zijn bijzaak.”

Mark Coenen.Beeld Bob Van Mol

Coenen ziet zijn tweedeverblijf in Le Marche als een cadeau. “Oké, ik heb ervoor gewerkt. Maar als we kunnen, delen we dat cadeau met anderen.” Na een aardbeving in de streek stelde de familie Coenen hun boerderij ter beschikking van mensen die dakloos geworden waren door de natuurramp. “Uiteindelijk hebben ze onze woonst niet nodig gehad, maar het is het minste wat we kunnen doen.”

Coenens grootste problemen met zijn buitenverblijf op dit moment? Kleine akkefietjes, zoals een raam dat op mysterieuze wijze openwaait. “De plaatselijke boer houdt ons op de hoogte via e-mail als er iets scheelt. Dat krijgen we van op afstand dan wel geregeld.” Het huis steunt op muren van een halve meter dik en heeft al verschillende aardbevingen overleefd. “Bovendien heeft het nog steeds geen pootjes, dus ik maak me er geen zorgen over.” Dankzij Facebook en Zoom kan Coenen vrienden uit de streek af en toe horen en zien. “Oké, die Facebook-bazaar geeft me wel wat stress, maar wij kunnen perfect het glas samen eens heffen op onze gezondheid.”

Italië werd hard getroffen door het coronavirus, de regio waar Coenen elke zomer vertoeft, bleef relatief gespaard. Hij volgt het nieuws online zo goed mogelijk op. “Zo oefen ik mijn Italiaans nog wat.” Hij leert ook hoe Italië zich wil wapenen tegen de financiële schokgolf die in het kielzog van het virus over het land raast. “Elke Italiaan krijgt een cheque van 500 euro om in Italië te reizen, er wordt massaal geïnvesteerd in cultuur en de overheid steunt je ook als je een fiets wil kopen.” Het moet Coenen van het hart: de Italianen pakken de crisis – in tegenstelling tot wat we in Vlaanderen van de zogezegde luie Italiaan verwachten – niet onverstandig aan.

Zijn gezin zou in augustus naar San Venanzo reizen. “Dat is nog tien weken. Tegen dan is er al veel water door de Tiber gestroomd. Ik verwacht wel dat we kunnen gaan.” Maar ook mocht dat niet zo zijn, zal Coenen er zijn slaap niet voor laten. “Ik ben de afgelopen vijftig jaar geen enkele zomer thuisgebleven. Ik zou het helemaal niet erg vinden om dat dit jaar wel te doen. Het Hageland is een mooie streek. Dan gaan we gewoon kamperen. Ook leuk.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234