Dinsdag 23/04/2019

Toerisme

Wat Venetië kan leren van Brugge om overtoerisme aan te pakken

Het aantal dagjestoeristen in Brugge bereikte vorig jaar een nieuwe piek. Overtoerisme dreigt voor de West-Vlaamse hoofdstad. En toch is ze een voorbeeld. Beeld Shutterstock

Brugge is een van de volste steden van Europa. Dat blijkt uit een studie in opdracht van het Europees Parlement. De stad is zo vol, dat overtoerisme dreigt. En toch kunnen bestemmingen als Amsterdam, Venetië en Barcelona nog veel van de hoofdstad van het kantklossen leren.

Het Zand, de Steenstraat, de Basiliek van het Heilig Bloed. Liefst 8,3 miljoen toeristen zagen ze vorig jaar passeren. 2018 was daarmee een topjaar voor het Brugse toerisme, alweer. Het recordaantal dagjestoeristen van 2017 ging vlot voor de bijl (van 5,2 miljoen naar net geen 6 miljoen), net zoals het aantal dagrecreanten uit de omliggende gemeenten (een stijging van bijna 10 procent) en het aantal overnachtingen (eveneens een stijging van bijna 10 procent). 

Jaar na jaar – op een dipje na de aanslagen van 22 maart 2016 na – ziet de West-Vlaamse hoofdstad het aantal bezoekers toenemen. Onder meer daarom kwam de stad in het vizier van een groep onderzoekers van verschillende Europese universiteiten die in opdracht van het Europees Parlement 
overmatig toerisme in kaart hebben proberen te brengen. 

Keerzijde

Een exhaustieve lijst of rangorde bracht hun onderzoek niet voort. Wel 41 casestudies van 29 Europese locaties – één per EU-lidstaat – en twaalf iconische bestemmingen buiten de EU. Van Machu Picchu over Boedapest, van Yellow Stone tot Vaticaanstad en dus ook Brugge bekeken de academici in welke mate de bestemming te lijden heeft onder de massale toestroom van bezoekers.

Ze lijstten daarvoor onder meer het aantal bezoekers op en hoeveel dat er zijn per vierkante kilometer. Ook het aantal bezette bedden per nacht en in welke mate dat jaar na jaar toeneemt, wordt vermeld. Tot slot keken de onderzoekers naar wat het aandeel van Airbnb bij die overnachtingen is, en hoe groot het aandeel van het toerisme is voor de algemene inkomsten van een stad, regio of land. 

Daartegenover staat de keerzijde van de medaille voor toeristische trekpleisters. Wat zijn de gevolgen voor de mobiliteit? Wat is de impact op de lokale bevolking, en in welke mate wijzigt het toerisme zelfs de bevolkingssamenstelling? Wat zijn de gevolgen voor de lucht- en de lichtvervuiling, hoe reageert de huizenmarkt en hoe evolueren de consumptieprijzen in het toeristische gebied?

Zet al die factoren tegen elkaar af en je weet of een bestemming met overtoerisme te maken heeft, zegt professor Jan van der Borg (KU Leuven). Hij was niet betrokken bij de studie in opdracht van het Europees Parlement, maar bestudeert al sinds de jaren 80 de negatieve effecten van onze reislust. 

Verschraling

“Zodra de collectieve kosten groter worden dan de collectieve opbrengsten, spreken we van overtoerisme. Dat wil niet zeggen dat individuele handelaars dan geen fantastische winsten meer kunnen boeken. Dat doen ze namelijk meestal net wel. Maar het wil wel zeggen dat een bestemming als geheel meer nadeel begint te ondervinden van de bezoekers die ze ontvangt dan dat ze er voordelen van heeft.”

San Marcoplein, Venetië. Beeld REUTERS

Schoolvoorbeelden van overtoerisme zijn Venetië, Barcelona en Amsterdam. Toeristen vallen over elkaar op het San Marcoplein, staan in de file op de Ramblas en drijven de lokale bevolking tot pure wanhoop. Zover is het in Brugge niet. Nog niet, zegt Van der Borg. “Steden als Brugge en Berlijn zitten daar net onder. Overtoerisme is er nog niet, maar ze schurken er wel tegenaan. Dan is het oppassen.”

Hoe je dat merkt? “Door de drukte in de binnenstad, uiteraard. Maar je merkt het ook aan het winkelaanbod. Dat verschraalt zienderogen in een stad als Brugge. Ik was er onlangs nog eens. Een slager of bakker vind je nauwelijks nog in de historische binnenstad. Dat is daar de ene bonbonwinkel naast het andere kantstalletje. De huizenprijzen zijn ook al lang niet meer afgestemd op een gemiddeld inkomen.”

Schoolvoorbeeld

Het zijn dingen die de pas benoemde Brugse schepen van Toerisme Philip Pierins (sp.a) niet graag hoort. “Al wie zo graag het toerisme in een slecht daglicht stelt, moet goed beseffen dat ruim 6.000 Bruggelingen afhankelijk zijn van het toerisme voor hun inkomen”, zegt hij. Dat het een uitdaging is voor een stad om daar goed mee om te gaan, wil hij niet ontkennen. “Daar maken wij over de legislaturen heen steeds een prioriteit van. Brugge uitbouwen als toeristische trekpleister zonder het evenwicht in de stad te verstoren is een blijvende ambitie.”

Al bij al doet Brugge dat zelfs erg goed, zegt Van der Borg. Dat blijkt ook uit de studie van het Europees Parlement: al in de jaren 90 koos Brugge ervoor het toerisme te concentreren in de historische binnenstad, bijgenaamd de Gouden Driehoek. Bezoekers worden slim over de platgetreden paden gegidst, waardoor de overlast voor de rest van de stad beperkt blijft. Er geldt een strenge regulering voor stadsgidsen, en jaren geleden werd al overgegaan tot een hotelstop. 

“Brugge was ook heel vroeg met het invoeren van een verkeersplan. Het loopt daarmee mijlenver voor op andere toeristische trekpleisters”, weet de toerismedeskundige. “Brugge nam van meet af aan structurele maatregelen. Dat staat in schril contrast met een stad als Amsterdam, die nog steeds aan symptoombestrijding doet. Ze halen de iconische I Amsterdam-letters weg voor het Rijksmuseum en ze leggen de wildgroei aan wafel- en kebabstandjes aan banden om de lokale bevolking te sussen. Maar een echt plan hebben ze nog steeds niet.”

Amsterdam. Beeld ANP

Toch is Brugge nog lang niet klaar, waarschuwt Van der Borg. “Vooral niet omdat de voorspelling is dat de toeristische markt tegen 2030 zal verdubbelen. Op de lauweren rusten is er dus niet bij.”

Dat is ook niet de bedoeling, verzekert Pierins. Veel kan hij nog niet kwijt over de langetermijnplannen, want die staan in zijn beleidsbrief, die nog in volle ontwikkeling is. Pas eind februari stelt hij die voor in de Brugse gemeenteraad. Maar dat het kwalitatieve boven het kwantitatieve gezet zal worden, staat al buiten kijf.

“Het succes van het toerisme moeten we op een andere manier gaan uitdrukken: behalve met de economische meerwaarde gaan we nog meer rekening houden met de impact op de leef- en belevingskwaliteit. Volumes zijn dus niet langer een doel op zich. Meerdaags toerisme willen we stimuleren, maar de groei van het dagjestoerisme willen we afremmen. De bedoeling is in te zetten op de meerwaardezoeker die de tijd neemt om de stad te ontdekken. En op het congrestoerisme, omdat we op die manier het toerisme in tijd beter kunnen spreiden.”

De hotelstop wordt niet opgeheven, maximale bezetting van de bedden is het doel. Daarom ook komt er een congrescentrum voor zeshonderd bezoekers, dat voor een belangrijk stuk gefinancierd wordt met de inkomsten van de twee euro taks die verblijfstoeristen per nacht betalen.

Toeristen extra belasten om de lokale infrastructuur te kunnen blijven onderhouden, is overigens een van de ideeën die de Europese studie aandraagt om het toerisme leefbaar te houden. Pierins geeft toe dat ook Brugge nadenkt over nieuwe mogelijkheden om de bezoekers hun duit in het zakje te laten doen. Voor details is het nog te vroeg. “Maar de mensen moeten niet denken dat we straks entreegeld gaan vragen om de stad binnen te wandelen. Toerisme blijft een goede zaak voor Brugge, we gaan het kind niet met het badwater weggooien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.