Woensdag 13/11/2019

Interview

"Wat vandaag met Times Square gebeurt is verschrikkelijk, echt verschrikkelijk": socioloog Richard Sennett

Richard Sennett Beeld Daniel Cohen

Wereldwijd probeert een nieuwe middenklasse zich af te schermen in klinische, artificiële, op veiligheid afgestemde wijken. Maar dat, waarschuwt de Brits-Amerikaanse socioloog Richard Sennett, is infantiel en weinig duurzaam. “In open steden gaan mensen om met de ander, en net dat maakt van een stad een stad.”

Met Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst heeft Richard Sennett (76), professor stadsstudies aan de London School of Economics en verbonden aan het Senseable City Lab van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), alweer een heerlijk boek geschreven. Al 40 jaar lang, sinds hij destijds doorbrak met The Fall of Public Man, verkent Sennett het openbare leven en legt hij bloot wat mensen daar zoal goed en fout mee doen.

In Stadsleven, het derde deel van een trilogie die begon met een ode aan de ambachtsman (Homo faber, de makende mens, 2008) en vervolgd werd met Samen. Een pleidooi voor samenwerken en solidariteit (2012), stapt Sennett door Parijs, New York, Sjanghai, Delhi en Berlijn, ontmoet hij zowel bewoners als planologen en laat hij zijn bekende voorkeur zien voor de complexe, onafgewerkte en vitale kant van steden. Hij toont aan hoe dit alles, samen met een elementaire bescheidenheid, tot openheid leidt – een kwaliteit die volop onder vuur ligt, dezer dagen.

We spreken Sennett in Amsterdam, op een nog donkere ochtend, een uur waarop hij, moe als hij blijkt, liever nog wat had gerust. Maar als het over de vijanden van de open samenleving gaat, wordt hij één brok energie.

“Kijk naar de Hongaarse premier Viktor Orbán! Over die kerel zou ik willen dat u het hebt, meer zelfs, het zou me plezier doen als u uw artikel daarmee kon beginnen! Dat soort politici smeert zijn kiezers aan dat ze zonder de minste weerstand of frictie door het leven kunnen. Als ik oproep tot bescheidenheid, dan bedoel ik dat simplisten als Orbán daar net het tegendeel van zijn. Orbán lijkt op een grote peuter van twee. Hij behoort tot het soort politici dat burgers wil terugbrengen naar de ingeperkte wereld van hun kindertijd.”

U bekijkt Europa vanuit Londen. Vreest u niet de totale regressie?

“Ook weer niet, hoor. Ik denk dat de huidige angst bij een deel van de bevolking tijdelijk is. Ik denk niet dat Europa terugkeert naar de jaren dertig, naar een levensvorm waarin angst voor de ander alles overheerst. Ik kan me niet voorstellen dat het weer gebeurt. We weten wel beter vandaag: complexe en diverse samenlevingen zijn de enige mogelijke samenlevingen. Het is in open steden dat zo’n samenleving het best gedijt.”

Enerzijds woont meer dan de helft van de wereldbevolking vandaag in steden, zodat steden eigenlijk de wereld zelf geworden zijn; anderzijds zijn zowel het middeleeuwse Brugge als de moderne megapool Sjanghai steden. Wat maakt een stad een stad?

“Zoals ik in de inleiding van mijn boek schrijf, is de stad twee dingen: de stad is aan de ene kant een fysieke plek, met straten, pleinen en gebouwen; aan de andere kant een mentaliteit, een som van percepties, gedragingen en overtuigingen. Het eerste is wat ze in het Frans la ville noemen, de bebouwde omgeving; het tweede la cité, hoe de mensen daarin leven.”

“Wat mij in Stadsleven vooral boeit, is de manier waarop de razendsnelle groei van steden elders in de wereld, met name in Azië, lessen bevat voor ons. Ik heb lange tijd voor de Verenigde Naties gewerkt, en dat in even verschillende als bijzondere steden.”

“Een manier om op uw vraag te antwoorden, is dat toen steden als Sjanghai begonnen te groeien, de planners daar dachten dat het bestaande weefsel moest worden vernield, zodat ze met een schone lei konden herbeginnen. De organisch, historisch gegroeide textuur van Sjanghai heeft de kans niet gekregen om tot vandaag door te werken, iets waar men inmiddels spijt van heeft. Ik denk dat daar een les voor ons in zit: het begrip creatieve destructie, dat aanvankelijk heel modern klonk, is in realiteit een heel slechte gewoonte geworden van de 20ste eeuw.” 

“We zitten hier aan de Herengracht: welnu, ook deze buurt dreigt haar organische weefsel te verliezen, omdat zij exclusief aan het toerisme overgelaten wordt. In plaats van de levende, open stad hier intact te houden, in plaats van op het terrein complexe en diverse dingen te doen die beantwoorden aan de realiteit van de stadsbewoners, hebben de beleidsmakers er een museum van gemaakt.”

In deze door veiligheid, wantrouwen en kapitaal geobsedeerde tijd evolueren veel steden van open naar gesloten. Gelukkig zijn er tegenvoorbeelden. Ik deel uw gefascineerdheid voor Medellín, in Colombia.

“Dat is nu eens een prachtig voorbeeld van waar je met een stad naartoe kunt. Sergio Fajardo, die de hele beweging op gang gebracht heeft, was een wonderlijke burgemeester. Natuurlijk heeft Medellín problemen, en uiteraard heeft Fajardo’s beleid zijn critici, maar hij heeft er wel opnieuw een open stad van gemaakt. Vooral het project om de volkswijken via kabelbanen met de binnenstad te verbinden is een fantastische manier gebleken om ook arme mensen een plek te geven in de stad. Net doordat arme mensen er een plek kregen, en de stad op openheid inzette, is Medellín de voorbije jaren almaar minder gewelddadig geworden. Toen ik er een eerste keer kwam, in de jaren negentig, kon je er geen stap verzetten zonder lijfwachten. Vandaag leiden kinderen van acht je rond in hun buurt.”

Veel steden die zichzelf opnieuw uitvinden noemen zich ‘smart’, en doen op allerlei dure hightech een beroep. U staat daar kritisch tegenover.

“Begrijp me niet verkeerd. Ik bén voorstander van slimme steden. De vraag luidt alleen: wat noemen we een slimme stad? Op het MIT doen we onderzoek naar het democratische gebruik van technologie. Wat ik bijvoorbeeld slim vind, zijn collectieve begrotingen (burgers die elektronisch deelnemen aan de opstelling van het stedelijk budget, LD) zoals die in Brazilië ontstaan zijn, in steden als Curitiba. Technologie kun je voor goede en slechte dingen gebruiken. Helaas gebeurt te vaak dat laatste: als technologie door het grote geld wordt aangedreven, dan functioneert ze vaak op een gesloten manier. Technologie die goed gebruikt wordt, zoals in dat Braziliaanse voorbeeld, is uiteraard erg nuttig om een stad te openen, mensen in staat te stellen met elkaar in contact te komen.”

Is het probleem niet dat heel wat denkwerk omtrent slimme steden weinig focust op burgerschap?

“Technologie wordt meer en meer gebruikt om mensen te monitoren – camerabewaking, gezichtsherkenning en noem maar op – en niet om hen te helpen elkaar als burgers te ontmoeten. Ga naar Masdar in Abu-Dhabi of Songdo in Zuid-Korea: dat zijn smart cities waar hightech in geen geval democratisch wordt gebruikt. Maar kijk ook naar Lyon, in Frankrijk, en je zult een mooi voorbeeld ontdekken van het coöperatief gebruik van technologie. Lyon wordt vandaag heel erg mee gepland door de eigen burgers.”

“Het probleem heeft te maken met de markt, die ons erg prescriptieve technologie wil verkopen. De ingesteldheid van heel wat stadsplanners is dat steden vooral veilig moeten zijn en dat daar controle voor nodig is. Technologie is een controle-instrument geworden, terwijl het een coöperatief instrument moet zijn.”

In heel wat steden, schrijft u, zijn nochtans kleine start-ups aan de slag, die wél over samenwerking en burgerschap gaan.

“Alleen is het probleem dat die start-ups vaak niet tot bij de stadsplanners geraken. Die laatsten zijn meer geïnteresseerd in wat de grote hightechindustrie verkoopt.” 

“Het is wat ik het Starbucks-probleem noem. In principe heb je geen transnationaal bedrijf nodig om een kopje koffie te zetten. Alleen: hoe komt het dan dat we in alle grote steden van de wereld Starbucks aantreffen? Omdat er een simpele economische connectie bestaat tussen de eigenaar van Starbucks en de persoon die in stad x of y een filiaal runt. Wat Starbucks doet, koffie schenken, zouden we op zo’n manier opnieuw moeten uitvinden dat zo’n koffiebar echt interessant wordt voor de mensen die in die steden wonen.” 

“Dit gaat niet om rocket science, maar wel over de vraag hoe we die gigantische monopolies kunnen opbreken. Wereldwijd staat de Europese Unie daar het verst, veel verder alleszins dan de VS. Kleine start-ups, kleinschalige industriële activiteiten leunen ook nauw aan bij de homo faber, de makende mens, die zo vitaal is voor de open stad.”

Beroerte

Dat hij bekaf is, herhaalt Sennett, omdat het drukke dagen geweest zijn en de interviews en fotosessies op hem wegen. In zijn boek getuigt hij ook over zijn beroerte, enkele jaren geleden, en een lichaam dat niet altijd meer mee wil. Maar dan, moe of niet, staat de socioloog plots op omdat in onze spreekkamer, in het Ambassadehotel, een kunstwerk hangt – grove, dynamische, zwarte strepen op een witte achtergrond – dat zijn aandacht trekt.

Sennett: “Denkt u dat dit een schilderij van (de Amerikaanse abstracte expressionist, LD) Franz Kline is?”

Wij: “Zou het niet een reproductie zijn? Hoewel... Alle kunst in deze kamer ziet er authentiek uit.”

Sennett: “Kom, laat ons even van nabij kijken.”

Hij keurt het tableau op 10 centimeter afstand, kijkt links en rechts en komt dan tot het besluit: “Dit is een echte! Een echte Franz Kline! Prachtig, toch? En merkwaardig dat het hier zo hangt, zomaar in deze kamer.” Daarna gaat hij gaat zitten, en nipt aan zijn thee.

U zei het al: Amsterdam lijdt aan wat in de literatuur steeds vaker overtourism genoemd wordt. Almaar meer drukbezochte steden krijgen er last van. Hoe pakken we dat het best aan?

“Barcelona is de eerste stad die alarm sloeg, en terecht. Burgemeester Ada Colau heeft het probleem benoemd en op de kaart gezet. Het stadsbestuur begint het Airbnb moeilijk te maken om door te gaan op de weg die dat bedrijf ingeslagen is. Dat moet ook wel, want steeds meer historische binnensteden in Europa worden toeristengetto’s. Bewoners die niet-toeristische activiteiten willen ontwikkelen kunnen de huurprijs niet meer betalen. Steden moeten dringend overgaan tot wat we in het Engels commercial rent control noemen, het probleem dat ik bij Starbucks al aankaartte, en dat maakt dat alleen dat soort zaken nog ruimte krijgen. Voor creatieve burgers is in die getto’s geen plaats meer, zodat je ook op het culturele vlak een verarming krijgt. Het is dus hoog tijd voor een grote correctie.”

U heeft voor de Unesco in Venetië en Istanbul gewerkt, welke aanpak stelt u daar voor?

“Een van de dingen die je kunt doen is het toerisme spreiden, ook naar heel gewone buurten die niet toeristisch zijn. In Venetië, waar de bevolking al decennialang fors terugloopt, verzetten de burgers zich aanvankelijk tegen de gedachte dat toeristen nu ook naar hún buurten zouden komen. Maar toen we van buurtbewoners gidsen maakten, werd het wel interessant. Je kunt heel veel dingen doen door in te zetten op plekken die minder voor de hand liggen en ervoor zorgen dat burgers betrokken raken. Het probleem is dat geld en macht zo verweven zijn. Als Hilton aanbiedt om op dit of dat plein een nieuw hotel te bouwen, dan staan veel overheden dat klakkeloos toe, omdat het de ontwikkeling ten goede zou komen.”

Richard Sennett Beeld Daniel Cohen

Valt daar helemaal niets voor te zeggen, dan? Jobs en zo?

“Maar het massatoerisme doet ook jobs verdwijnen! In New York is het massatoerisme het hart van Manhattan aan het vermoorden omdat de overheid er gevallen is voor het grote toeristengeld. Er zijn heel kundige stadsplanners die goede dingen doen en de impact van toerisme en gentrificatie (ver­be­te­ring van de buurt door de komst van ka­pi­taal­krach­tige jon­ge­ren, LD) op zijn minst zouden kunnen vertragen, maar die van de politiek geen ruimte krijgen, want die is gecorrumpeerd door het grote geld.” 

“Niet alleen door het grote geld, trouwens, evengoed door culturele vooroordelen. Die toeristencentra en gegentrificeerde buurten beantwoorden aan een middenklasse die nu eenmaal niet graag arme mensen om zich heen ziet. Niet omdat ze niet met arme mensen kúnnen samenleven, ze wíllen het gewoon niet.”

“Maar om terug te keren op uw vraag: kijk naar Times Square. Dat plein is ronduit verschrikkelijk geworden, het is een slag die andere mensen en ikzelf verloren hebben. Times Square had uiteraard theaters, maar het was ook een plek waar goed opgeleide vakarbeiders in talloze kleine handwerkateliers aan de slag waren, met name in de kledingindustrie. Op Times Square zijn massa’s mensen eruit gebonjourd in naam van het grote geld. De huren zijn de hoogte ingegaan, het plein is zogenaamd opgeschoond en gebruiksvriendelijk gemaakt voor toeristen, maar de kleine nijverheid verdween, de grote jongens die in de plaats kwamen jaagden niet enkel de arbeiders weg, ze slaagden er ook in financiële constructies op te zetten waardoor daar vandaag minder belastingen betaald worden dan destijds. Vroeger was Times Square divers. Minder afgelikt dan nu, maar menselijk. Wat daar vandaag gebeurt is verschrikkelijk, echt verschrikkelijk.”

U zegt dat zowel gebouwen als buurten poreus moeten zijn, de doorstroming van verschillende sociale groepen mogelijk moeten maken. Kunt u die porositeit even toelichten?

“Wat ik bedoel is dat we de barrières moeten weghalen tussen volkse en middenklassebuurten. Voor de VN was het begrip porositeit erg verbonden met de opkomst van de gated community’s, woongemeenschappen die letterlijk van de stad zijn afgesloten en getto’s worden. 

“In Latijns-Amerika heeft me dat enorm getroffen: de totale segregatie tussen bevolkingsgroepen en hoe je overal, maar werkelijk overal barrières hebt. Die manier van leven wordt zo geïsoleerd dat daar op geen enkele manier nog burgerschap aan te onttrekken valt. Bovendien is die vorm van wonen niet duurzaam. Uniforme, gestandaardiseerde middenklassebuurten die bovenal op veiligheid en efficiëntie inzetten, zijn niet bestand tegen het onverwachte.” 

“Weet u dat ook de geluksstatistieken in dat soort buurten er slecht uitzien? Je hebt er allicht geen misdaad, maar wel erg ongelukkige mensen. Mensen in gemengde leefomgevingen, die contact hebben met mensen die anders zijn dan zijzelf, zijn doorgaans gelukkiger. In geïsoleerde wijken heb je niet enkel geen diversiteit, je hebt er ook geen gemeenschap.”

Uw boek gaat over ethiek in de stad. U houdt totaal niet van starchitecture, genre Calatrava’s station in Luik. Stadsplanners moeten bescheiden zijn, zegt u.

“Een ding is dat stadsplanners bescheidener moeten zijn, het andere dat stedelingen de slagkracht dreigen te verliezen om complexe situaties te verkennen en te beheren. De complexiteit van een stad is haar essentie, haar kloppende hart. Helaas worden mensen daar almaar afkeriger van. Mensen leven kennelijk steeds liever in buurten waar hen dat voor ogen staat wat ook de stadsplanner in gedachten heeft: controle. Wie het gevoel heeft dat hij niet om kan met de complexiteit van het eigen leven, heeft behoefte aan een erg gecontroleerde architecturale en sociale omgeving. Maar denken dat je het leven onder controle krijgt door het te simplificeren is verschrikkelijk pretentieus. Daarom besteed ik zoveel aandacht aan de noodzaak confident urbanites te worden, mensen die niet in een kramp schieten zodra ze hun buurman Arabisch horen spreken maar die in staat zijn met verschil en verscheidenheid om te gaan.”

U zei het al: een gevoel waar de Orbáns van deze wereld op inspelen.

“Heel wat rechtse praat die over migratie wordt geventileerd, is niets anders dan het opbiechten van het feit dat zij, in aanwezigheid van andere mensen, in paniek raken, alsof ‘anders’ hetzelfde betekent als ‘terrorist’. Als je op die manier door het leven stapt, vernauwen de grenzen van de werkelijkheid en neemt de infantilisering toe. Als Amerikaans staatsburger weet ik heel goed hoe mensen omgaan met het raciale conflict in de VS, de segregatie waardoor je weer volop raciaal bepaalde gemeenschappen krijgt, met kinderachtige wij-zijtaal en mensen die totaal in paniek raken als ze met een zwarte medemens een lift moeten delen.”

U gelooft heel erg in de school als verbindende kracht en oplossing.

“Omdat mensen daar leren dat ze altijd weer één uit de velen zijn. Kinderen moeten absoluut leren omgaan met diversiteit en superdiversiteit, met gemengde scholen en gemengde gemeenschappen. Dat is wat steden met mensen kunnen doen en wat stadsbesturen voor mensen zouden moeten doen: hun het gevoel geven dat ze allemaal deel uitmaken van een gemeenschappelijk verhaal.” 

“Alleen: in steden die sociaal-economisch hoe langer hoe vaker gesegregeerd worden, is die gemeenschapsvorming niet langer mogelijk. Vandaar dat weinig dingen zo belangrijk zijn als investeren in goede, gemengde scholen.”

Beeld rv

Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst van Richard Sennett, 416 p., Meulenhoff, Amsterdam,  €25.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234