Zaterdag 24/09/2022

'Wat stond er op mijn visum gestempeld? 007!'

Als oorlogscorrespondent voor een Britse commerciële televisiezender kreeg Gerald Seymour zowat alle brandhaarden van de woelige jaren zestig en zeventig van heel dichtbij te zien. De ideale leerschool voor een schrijver van politieke thrillers. 'Ik wil een getuige zijn, net als toen ik ergens op een donkere straathoek in Belfast verslag uitbracht voor de televisie.'

Gerald Seymour

De onbekende soldaat

Oorspronkelijke titel: The Unknown Soldier

Vertaald door Paul Witte

De Boekerij, Amsterdam, 376 p., 16,95 euro.

Een moslimterrorist wordt per ongeluk vrijgelaten uit Guantanamo Bay en begint aan een lange, gevaarlijke tocht van Afghanistan naar een geheime basis, diep in de Saoedi-Arabische woestijn, opgejaagd door de Amerikaanse en Britse geheime diensten. De onbekende soldaat, Gerald Seymours nieuwe thriller, is een spannend, goed gedocumenteerd, diepgravend en intelligent verhaal. Puur vakwerk, maar dat zijn we gewoon van Seymour (64), die al dertig jaar met de regelmaat van de klok uitstekende thrillers schrijft over actuele onderwerpen, van het Noord-Ierse conflict tot het naspel van de Bosnische burgeroorlog.

Seymour ziet eruit en praat als een goedmoedige Engelse opa, maar schijn bedriegt. Na een eerste loopbaan, van 1963 tot 1978, als oorlogscorrespondent (het bloedbad tijdens de Olympische Spelen van München van 1972, de oorlogen in het Midden-Oosten van de jaren zeventig, Noord-Ierland, Vietnam), is hij nog altijd verslaafd aan spanning. "Ik heb een microbe in mijn bloed, zoals malaria: de journalistiek. Dat zal nooit weggaan. Ik schrijf fictie, maar de feiten moeten kloppen. Met feiten bedoel ik niet de snelheid van een kogel of wat het restaurant op de hoek op het menu heeft, maar de mensen, de personages. Die moeten kloppen. Ik reis, ik praat met mensen, ik probeer zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Als ik toch fouten maak, is dat een vernedering. Dan ben ik kwaad op mezelf, want ik wil een getuige zijn, net als toen ik ergens op een donkere straathoek in Belfast verslag uitbracht voor de televisie. Als de lezers voelen dat je de feiten en de sfeer juist hebt, gaan ze in alles met je mee. Maar als ze je op fouten of slordigheid betrappen, haken ze af. Authenticiteit is een kwestie van vertrouwen."

Op het einde van de jaren zeventig was u een sterreporter van ITN, een baan waarvoor veel collega's een of meer lichaamsdelen zouden afstaan. En dat gaf u op om thrillers te schrijven, wat toch een nogal onzeker beroep is. Waarom?

"Ik had het vijftien jaar gedaan. Grote verhalen gehad. München, Bloody Sunday, in Londenderry. De Yom Kippoer-oorlog, de opstand in Aden... Het was een goede job. Maar toen schreef Frederick Forsyth De dag van de jakhals. Hij was BBC-journalist, schreef dat boek en veranderde in één keer heel het concept van de thriller. In Engeland waren Hammond Innes en Alistair MacLean en Ian Fleming opeens ouwe koek. Je had een nieuw soort thriller. Toen dachten veel mensen op redacties in Londen: dit wil ik ook proberen. En ik was een van die velen. Ik verwachtte niet dat het iets aan mijn leven zou veranderen, maar dat deed het wel - mijn eerste, Harry's Game werd een bestseller. Maar nog belangrijker was dat ik begon te beseffen dat er ook een leven buiten de journalistiek bestond. Ik had een andere manier gevonden om mij uit te drukken."

Een betere manier dan televisie maken?

"Toen ik begon te schrijven, einde 1972, begin 1973, was ik mij al bewust van de beperkingen van mijn vak. Daar kan ik een heel concrete gebeurtenis aan vastknopen. Ik was in München geweest, toen de Palestijnen van Zwarte September de Israëlische atleten gijzelden. Ik was op het vliegveld toen de schietpartij begon. Vijf van de acht Palestijnen werden doodgeschoten, drie gepakt. Een maand of wat later kaapte Zwarte September een vliegtuig van Lufthansa en ruilden de Duitsers hun drie gevangenen voor de passagiers. De drie werden op een vliegtuig naar Tripoli gezet. Wij charterden een jet en gingen hen achterna. Het was allemaal heel avontuurlijk, we hadden geen toestemming om te landen maar we landden toch, we hadden geen visa maar geraakten toch het land binnen.

"Drie dagen later besloten de Libiërs, god weet waarom, dat wij de drie Palestijnen mochten interviewen. Dat was natuurlijk een enorme primeur. Een van de drie sprak Engels en ik maakte een conventioneel, vijandig, behoorlijk agressief interview, waarna het allemaal chaotisch werd en de Libiërs ons deden stoppen. Goed, we hadden onze beelden, we hadden onze primeur en iedereen feliciteerde mij. Maar achteraf besefte ik dat ik het slechtste interview van heel mijn loopbaan had gemaakt. Die Palestijnse jongen was een enorm interessante figuur. Hij was lid van een groep die heel het imago van de internationale sport voorgoed veranderd had. Lid van een groep die heel de Arabische wereld in beweging had gebracht, die in de soeks en de bazaars op de handen werd gedragen. Tijdens de schietpartij op het vliegveld, toen hij dacht dat hij zou doodgaan, had hij in zijn broek gedaan en zich op de grond laten vallen en het been van een politieman vastgeklemd en gesmeekt om te blijven leven. Wat een verhaal! Maar ik had hem zo agressief aangepakt dat hij, die dacht dat hij een held was, er helemaal niets meer van begreep. Ik had niets over hem verteld. Het was een mislukking.

"Ik heb nog meer van die ervaringen gehad. Ik herinner me Belfast, een jongen van misschien zestien, met een dik touw om zijn enkel en een grote Engelse soldaat aan het andere einde van dat touw. Ze brachten hem naar een bestelwagen waarvan alle deuren open stonden - hij was de enige die de bom onschadelijk kon maken die ze hadden vervoerd. Ik zie zijn gezicht nog, een schriel ventje maar hij keek zo plechtig, zo ernstig, omringd door reuzen van soldaten met grote geweren en kogelvrije vesten, en toch uitdagend. En ik herinner me een andere jongen, zeventien, ook in Noord-Ierland, dood op straat, met zijn geweer naast zich. Hij had gaten in zijn schoenen, je kon zijn sokken zien. Hij was een martelaar voor zijn zaak en op zijn begrafenis liep er vierduizend man achter de kist, maar hij had gaten in zijn schoenen! Wie zijn die mensen? Wat is hun verhaal? Dat zijn vragen die je als nieuwsman niet kunt beantwoorden. Als schrijver kun je het ook niet, maar je kunt het wel proberen. Dat is het verschil en daar is het mij om te doen."

De thrillers zijn dus een logisch verlengstuk van de journalistiek?

"Ze waren er nooit gekomen als ik niet al die jaren voor de televisie had gewerkt. Het viel niet mee om afscheid te nemen van de camera, maar ik kreeg een goed voorteken. (lacht) Het was een groot moment voor mij toen ik op het einde van de jaren zeventig voor het eerst op eigen houtje op reis ging, zonder perskaart, zonder een vette kredietkaart van ITN, zonder die machinerie en die macht achter mij. Het was een beetje beangstigend. Ik wilde naar Oost-Duitsland, om de Muur van de andere kant te bekijken. Ik nam in Hamburg de nachttrein naar het oosten. Om twee uur 's ochtends waren we aan de grens. Heel spannend allemaal: mannen met laarzen tot aan hun knieën op het perron, gigantische Duitse herders die naar iedereen blaften. Net iets uit een boek van Eric Ambler. Prikkeldraad, hoge wachttorens, schijnwerpers... Het was een lange trein, maar afgezien van een handvol Oost-Duitse gepensioneerden die een dagje naar het Westen waren geweest, waren er bijna geen passagiers. We staan in de rij bij de douane en ik begin me af te vragen of ik wel binnen zal geraken, met mijn visum uit Dublin. Er staan zes mensen voor mij. Ik wacht, het is mijn beurt, ze kijken naar mijn paspoort, kijken naar mij, slaan een stempel op mijn visum en ik mag passeren. Ik sta opgelucht in de trein, ga zitten en bekijk mijn paspoort. En wat staat er op mijn visum gestempeld? '007'! Toen wist ik dat het niet meer stuk kon. (lacht)"

U mist uw oude beroep toch wel een beetje?

"Je mist de roddels. Je mist de zwarte humor. Ex-collega's zijn soms jaloers op mij omdat ik vrij ben en kan schrijven wat ik wil. Dat is waar, maar ik ben soms jaloers op hen. Het is toch wel een bijzonder vak, het is iets anders dan tandarts zijn of bakker of bankier, het is iets wat je niet zomaar opgeeft. Weet je wat het is? Je zit op de trein en je hoort mensen over iets praten, en je zegt niets en je denkt: die kletsen uit hun nek. En hoe weet ik dat? Omdat ik er geweest ben. Je bent bevoorrecht."

Uw verhalen vertrekken altijd van een politiek gegeven. Hoe begint dat? Staat u op een mooie dag op en zegt u, nu ga ik een boek over Irak schrijven, eens kijken welke plot ik kan bedenken?

"De verhalen schrijven zichzelf - ze moeten groeien. Ik werk niet met een planning of structuur en eerst heb ik niet meer dan wat je op de achterkant van een enveloppe zou kunnen schrijven. Ik zal een voorbeeld geven: een paar jaar geleden werd ik 's ochtends wakker en hoorde ik op de radio een interview met een Brit, een communist, die twintig jaar in Zuid-Afrika vast had gezeten. De journalist vroeg hem wat het ergste was dat hij in die twintig jaar had meegemaakt. Hij dacht even na en vertelde toen dat hij een poosje in een blok had gezeten waar ter dood veroordeelden op hun executie wachtten. Vierentwintig uur voor hun terechtstelling begonnen alle gevangenen psalmen te zingen en dat ging aan één stuk door, in crescendo. Tot het abrupt stopte, toen het valluik van de galg openging. En dan was het stil. Dat was het ergste wat hij had meegemaakt. Ik hoorde dat en ik wist dat daar een verhaal in zat. Twee weken later was ik in Zuid-Afrika.

"De onbekende soldaat is voortgekomen uit televisiebeelden van twee oude mannen die ze uit Guantanamo Bay vrijlieten, omdat iemand had begrepen dat ze niets met terrorisme te maken hadden. Ik dacht, veronderstel dat een echte terrorist per ongeluk wordt losgelaten. Wat zou er dan gebeuren? Wie is die man? Hoe is hij daar geraakt? Waar gaat hij naartoe als hij vrijkomt? Wie gaat hij opzoeken. En twee jaar later heb je dan een boek."

Is dat niet riskant, over actuele onderwerpen schrijven? Alles gaat zo snel, loopt u niet het gevaar dat de geschiedenis u inhaalt?

"Er is een risico, ja. Je hebt een idee, je speelt er een poosje mee, je begint te reizen, onderzoek te doen, je schrijft, het boek gaat naar de uitgever en alles bij elkaar zitten er toch wel achttien maanden, misschien wel twee jaar tussen het eerste idee en de publicatie. In twee jaar kan er veel gebeuren. Kijk maar naar de voorbije twintig jaar. Het IJzeren Gordijn is er niet meer, de Apartheid in Zuid-Afrika is gesneuveld, er is zelfs een onzeker staakt-het-vuren in Noord-Ierland. Dat waren allemaal dingen waarvan iedereen dacht dat ze nog tientallen jaren zouden blijven bestaan. Ik denk dat ik gewoon geluk heb gehad, ook met De onbekende soldaat: Guantanamo Bay is er nog altijd, Osama bin Laden is spoorloos, de dreiging van het terrorisme is niet weg. Maar als het mij zou overkomen, als de feiten mij zouden achterhalen, dan zou ik dat rampzalig vinden. Beschouw het als een gok."

Was u niet een beetje bezorgd in de jaren negentig, toen alles opeens goed leek te gaan. 'Het einde van de geschiedenis'?

"Ja, en toen kwam 11 september! (lacht) Wat heb ik in de jaren negentig gedaan, toen de Koude Oorlog voorbij was? Ik heb twee boeken over Irak geschreven. Een boek over de officieren van de Stasi, waar die allemaal gebleven waren. Een boek over de mislukking om de oorlogsmisdadigers in Kroatië te pakken. Je zoekt nieuwe dingen, nieuwe plaatsen. Als je een getuige wilt blijven, mag je geen vooroordelen hebben, je moet alert zijn. Toen ik in Zagreb was om onderzoek te doen over de oorlogsmisdaden, zie iemand tegen mij: als je hier een tennisbal weggooit, botst hij negen kansen op tien op een massagraf. (lacht) Het is net hetzelfde met mijn werk. Waar je ook kijkt, er is altijd een verhaal."

Bart Holsters

'Het was een groot moment voor mij toen ik voor het eerst op eigen houtje op reis ging, zonder perskaart, zonder een vette kredietkaart van ITN, zonder die machinerie en die macht achter mij'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234