Vrijdag 09/12/2022

AchtergrondKinderdoders

‘Wat sommige ouders hun kinderen aandoen, is onbegrijpelijk. Er zijn mensen die nóóit kinderen zouden mogen hebben’

Jeffrey Jinek: 'Wat sommige ouders hun kinderen aandoen, is onbegrijpelijk. Er zijn mensen die nóóit kinderen zouden mogen hebben.' Beeld San Francisco Chronicle via Gett
Jeffrey Jinek: 'Wat sommige ouders hun kinderen aandoen, is onbegrijpelijk. Er zijn mensen die nóóit kinderen zouden mogen hebben.'Beeld San Francisco Chronicle via Gett

In zijn dromen keren ze vaak terug, de verminkte kinderlichaampjes, de kille daders en de beestachtige brutaliteit van de plaatsen delict. Dertig jaar lang was Jeffrey Rinek (69) FBI-agent en beet hij zich vast in de schokkendste misdaden: de moorden en verkrachtingen van kinderen. Heel soms zag hij in de donkere, verdorven geest van de daders een glimp van spijt, maar even vaak was het koude berekening. ‘Ik heb geen enkele seksuele sadist gezien die genezen was na een verblijf in de gevangenis.’

Ayfer Erkul en Annemie Bulte

Michael Lyons komt het vaakst spoken in die nachtelijke uren. Hij katapulteert Rinek telkens terug naar 1996, Yuba City, Californië. De 9-jarige Michael was de Amerikaanse Steve Vissers: net als de Antwerpse jongen werd ook hij meegegrist door een onbekende. Net als Steve werd hij gevonden aan de oever van een rivier. Verkracht, gefolterd en vermoord. Net als in Antwerpen werd ook de moordenaar van Michael bijna onmiddellijk aangehouden. FBI-agent Jeffrey Rinek maakte deel uit van het speurdersteam dat werd opgeroepen toen Michaels lichaam was gevonden.

Jeffrey Rinek: “Het leek wel alsof hij was weggegooid. Zijn shirt was over zijn armen naar boven getrokken, over zijn hoofd. Daaronder was hij naakt. Er was zoveel bloed, het was surrealistisch. Ik herinner me nog hoe de mieren over hem kropen. Ik wilde ze wegvegen, maar hield me net op tijd in, om geen belangrijk bewijsmateriaal te vernietigen.”

Rineks stem beeft en slaat over. Zijn vrouw Lori, die het online-interview buiten beeld meevolgt, reikt hem een zakdoek aan. Lori kent de trauma’s van haar man even goed als de moordzaken zelf. Aan haar vertelde hij iedere avond in hun huis in Sacramento over het verhoor van een seriemoordenaar, die gedetailleerd had beschreven hoe hij zijn slachtoffer had verminkt. Of over de autopsie op het kleine slachtoffer, die een helse doodsstrijd had onthuld. Sinds hij in 2006 met pensioen ging, werkt Rinek als privé-speurder. Zijn specialisatie: misdaden tegen kinderen. Echtgenote Lori vergezelt hem vaak wanneer hij slachtoffers of nabestaanden opzoekt.

Lees ook

‘Over zeven jaar heeft hij zijn straf uitgezeten… En dan? Die man heeft zélf tegen de speurders gezegd dat hij herbegint’

Het was Lori die hem aanraadde om alles van zich af te schrijven in een boek. Zo zouden ook hun twee zonen weten wat hun vader had doorgemaakt en waarom hij er zo vaak niet was. Een boek zou ook andere speurders en slachtoffers kunnen helpen, meende Lori. In the Name of the Children is een huiveringwekkend relaas van enkele zaken die Rinek in zijn lange carrière heeft behandeld. De 6-jarige Danny werd in 1992 meegenomen door de 14-jarige Jonathan, die hem aanrandde en dood achterliet in een bos. Jonathan was mentaal een beetje achterop: zijn moeder hielp hem om Danny’s lijk te dumpen. Het duurde jaren voor de jongen werd teruggevonden.

Er is de 6-jarige Alexia, die door haar drugsverslaafde moeder werd gedwongen bleekwater te drinken om de demonen uit haar lijf te drijven. Het kind werd na haar dood in stukken gesneden en verbrand in de open haard, voor de ogen van haar zus. Er zijn Alexander, Juli en Franki. En er is dus Michael Lyons, altijd weer.

WITTE TOYOTA

Over Michael Lyons schrijft u dat de plaats delict zelfs twintig jaar later het laatste is wat u ’s nachts ziet vóór u in slaap valt, en het eerste waar u ’s ochtends aan denkt.

Rinek: “Ik heb in mijn leven veel lijken gezien. Mijn vader was een begrafenisondernemer, ik zat als kind vaak bij hem als hij lichamen balsemde. Toen Michael verdween, was ik al bijna twintig jaar FBI-agent en had ik tientallen crime scenes bezocht. Maar niets had mij voorbereid op wat ik die dag te zien kreeg.

“We vonden zijn lichaam op 17 mei, een dag na zijn verdwijning. We waren er net op tijd: het wassende water van de rivier stond op het punt hem mee te sleuren. Michael lag op zijn buik, zijn lichaam was zwaar verminkt. 72 messteken, zou de wetsdokter later vaststellen: vele oppervlakkig, sommige heel diep. We draaiden hem voorzichtig om en trokken zijn shirt omlaag, en bijna onmiddellijk zagen we dat zijn keel was overgesneden – zó diep dat zijn ruggengraat zichtbaar was. We moesten naar adem happen. Naast hem lag een deken doordrenkt met bloed; wellicht werd hij daarop vermoord.

“We herkenden hem niet meteen, maar wisten dat het Michael was toen we het T-shirt van Batman zagen. Dat klopte met de beschrijving die we hadden gekregen. Tot op de dag van vandaag kan ik geen Batman-logo’s zien zonder onwel te worden. Ik vertelde die avond aan Lori dat we Michael hadden gevonden, de jongen met het Batman-shirt. Ik had er niet om gevraagd, maar de volgende dag gooide ze alle kleren met Batman-logo’s van onze zonen weg.”

Terwijl jullie Michaels lichaam onderzochten, werd enkele honderden meters verderop zijn moordenaar aangehouden.

Rinek: “Dat was een gelukkig toeval. We hadden een bootpatrouille gebeld om Michael via de rivier over te brengen naar de lijkschouwer. De nieuwshelikopter die boven onze hoofden cirkelde, deed ons afzien van dat plan: we wilden niet dat Michaels ouders het nieuws via de tv zouden vernemen. Daarom droegen we hem naar onze auto, onder de beschutting van de bomen.

“Maar de bootpatrouille was al onderweg. Op een bepaald moment zagen de agenten een witte pick-up op de oever staan, een Toyota: de man in de wagen stapte uit en zei dat hij vastzat in de modder. Hij vroeg ook wat er daar verderop allemaal gebeurde. Verdacht, vonden de agenten, want vanwaar de man zich bevond, was Michaels vindplaats helemaal niet te zien.

“De man werd aangehouden. Algauw bleek het om Robert Rhoades te gaan, een 43-jarige kapper uit Sutter, op tien kilometer van Yuba. Rhoades was voorwaardelijk vrij na een celstraf voor de mishandeling van de 4-jarige kleindochter van zijn vrouw. Eerder was hij ook veroordeeld geweest voor de ontvoering en verkrachting van een vastgoedmakelaar. Hij had een afspraak gemaakt met de jonge vrouw, en verkrachtte haar in het huis dat zij hem liet bezichtigen. Daarna duwde hij haar in de auto en raasde hij de weg op. ‘Net als in de film’, riep hij vrolijk. ‘We zijn Bonnie en Clyde, maar vandaag ben jij de enige die sterft!’ De vrouw sprong uit de auto en kon tegen hem getuigen.”

Rhoades nam Michael bij klaarlichte dag mee in zijn auto. Had niemand iets gezien?

Rinek: “Een getuige verklaarde later dat hij die dag een pick-up had gezien die een jongen naderde en vertraagde. De chauffeur vroeg iets, waarna hij de jongen in zijn wagen sleurde en wegstoof. Maar die getuige dacht dat het om een vader ging die zijn ongehoorzame zoon verplichtte in te stappen. Pas later begreep hij dat hij Michaels ontvoering had gezien.”

Bekende Rhoades de moord?

Rinek: “Nee. Tijdens de ondervragingen praatte hij amper: hij vroeg alleen maar naar zijn Toyota. Toen hij aan de leugendetector werd gelegd, vroeg een collega of hij de jongen had vermoord. ‘Waar is mijn pick-up?’ antwoordde hij. Dat was voor ons een stilzwijgende toegeving, bijna zo goed als een bekentenis. Mensen liegen niet graag, ze veranderen liever van onderwerp. Rhoades had ook nee kunnen antwoorden, maar in plaats daarvan vroeg hij naar zijn auto: dat was niet voldoende als bewijs, maar het vormde wel een goede basis voor verder onderzoek.”

'Robert Rhoades was impotent, typisch bij seksuele sadisten: ze kunnen enkel klaarkomen terwijl ze iemand folteren.' Beeld Humo
'Robert Rhoades was impotent, typisch bij seksuele sadisten: ze kunnen enkel klaarkomen terwijl ze iemand folteren.'Beeld Humo

U schrijft dat het belangrijk is om te analyseren wat de dader precies heeft gedaan met het slachtoffer.

Rinek (knikt): “Daar kun je veel uit afleiden. Michaels moordenaar was een seksuele sadist, iemand die opgewonden raakt als hij zijn slachtoffer ziet lijden. De jongen is urenlang gefolterd en seksueel misbruikt. We wisten van zijn vrouw dat Rhoades impotent was, wat typisch is voor seksuele sadisten: ze kunnen enkel klaarkomen terwijl ze iemand folteren.

“De vraag was of Robert Rhoades ook gewelddadig was tijdens de seks met zijn partners: folterde en verkrachtte hij hen? Kort na zijn arrestatie bleek dat Rhoades een kortstondige relatie had gehad met een vrouw die in een tent op de rivieroever woonde. Ze gedroeg zich erg afstandelijk: ze zei dat ze Rhoades wel kende, maar dat ze slechts één keer seks hadden gehad. Of ze dat zo gedetailleerd mogelijk wilde beschrijven, vroeg ik haar. Was hij een goede minnaar? Had hij haar pijn gedaan?

“Ze vertelde dat hij bijzonder ruw was geweest. Hij had een hamer genomen en daarmee vlak naast haar hoofd op de grond geslagen. Ook had hij ervan genoten zichzelf pijn te doen: op een bepaald moment had hij zijn stijve penis doormidden geplooid. Ze zei ook dat hij haar anaal had verkracht. Het geweld en het seksueel sadisme leken zó erg op wat Michael had moeten ondergaan, dat we wisten dat we op het juiste spoor zaten met Rhoades als verdachte.”

Hoe reageerde Rhoades’ vrouw op zijn arrestatie?

Rinek: “Ze woonde in bij haar ouders. Toen we haar gingen ondervragen, vertelden die meteen wat voor een geweldige man Rhoades was. Ik begon heel gedetailleerd te beschrijven hoe we Michael hadden aangetroffen. Rhoades’ vrouw kreeg een toeval, en vertelde – nadat ze een beetje was bekomen – dat ze hem had leren kennen toen hij in de gevangenis zat, voor de verkrachting van die vastgoedmakelaar.

“Je hebt van die vrouwen die brieven schrijven naar gevangenen en verliefd worden. Zij trouwde met Rhoades toen hij nog in de cel zat. Na zijn vrijlating leek het goed te gaan, tot hij haar kleindochter aanrandde en weer achter de tralies vloog. Toen was het een tijdje uit tussen hen, zei ze. Maar niet lang nadat hij voorwaardelijk vrijkwam, waren ze weer samen. Kort daarna raakte hij verslaafd aan methamfetamine.”

Danny Immens, de moordenaar van Steve Vissers, werd door zijn moeder opgehemeld tijdens het proces. Hoe reageerden Rhoades’ ouders?

Rinek: “Zij minimaliseerden alles. Ze wisten dat hij grote problemen had en drugsverslaafd was, maar waren ervan overtuigd dat hun zoon Michael niet had vermoord. ‘Onmogelijk’, zei zijn moeder letterlijk in de rechtbank.”

Robert Rhoades is nu 69 en wacht op zijn executie in de gevangenis van San Quentin. Hij was met Michael Lyons niet aan zijn proefstuk toe.

Rinek: “Toen zijn DNA werd ingevoerd in de criminele databank van Californië, was er een match met de onopgeloste moord op Julie Connell, een 18-jarige studente. Ze verdween in 1985 toen ze in het park zat te lezen, en werd vijf dagen later gevonden in een dierenkooi in een ravijn. Ze was vastgebonden met ducttape, verkracht, en net als bij Michael was haar keel overgesneden. Na die ontdekking werd Rhoades in 2007 voor de tweede keer tot de doodstraf veroordeeld.

“Of en wanneer hij zal worden terechtgesteld, is nog onduidelijk. Maar de kans dat hij ooit vrijkomt, is bijzonder klein. Rhoades is een psychopaat en een seksuele sadist: die combinatie maakt van hem een erg gevaarlijke man. Ik ben blij dat hij achter de tralies zit, dat geeft de families Lyons en Connell tenminste een beetje gemoedsrust. Waar ik wel soms nog wakker van lig, is dat we misschien niet álle slachtoffers hebben teruggevonden. Mogelijk heeft hij nog meer kinderen gefolterd en verminkt.”

PEDO IN ROLSTOEL

U hebt veel gevaarlijke pedoseksuele moordenaars achter de tralies gezet. Zijn ze gelouterd wanneer ze de gevangenis verlaten?

Rinek: “Ik heb geen enkele seksuele sadist gezien die genezen was na een verblijf in de gevangenis. Ik heb jarenlang deelgenomen aan gesprekken met daders die op het punt stonden voorwaardelijk vrijgelaten te worden. De staatsgevangenis van Californië organiseerde die sessies als deel van het proces dat seksuele delinquenten moesten doorlopen om voorwaardelijk vrij te komen. De daders moesten verplicht op iedere vraag antwoorden en dat leverde een schat aan informatie op. Ze vertelden hoe ze hun slachtoffers hadden uitgezocht, hoe ze hun vertrouwen hadden gewonnen, en wat ze hadden gevoeld terwijl ze die arme kinderen molesteerden.

“Ik kreeg soms rillingen van hun antwoorden. Sommigen waren ervan overtuigd dat je met wederzijdse toestemming seks kon hebben met een jongen van 5 jaar. Anderen vertelden dat ze meer van dat kind hielden dan iemand anders ooit zou kunnen. Opvallend was ook dat de meesten het aantal slachtoffers dat ze hadden gemaakt, minimaliseerden. Meestal moet je dat aantal verdubbelen. Een ex-priester zei dat hij zo’n 350 jongens had aangerand; dat waren er in werkelijkheid veeleer 700, gaf hij na een tijdje toe. Eén keer zei een man dat hij, zodra zijn straf voorbij was, zou verhuizen naar een staat waar geen minimumleeftijd stond op huwelijken met minderjarigen. Hij droomde ervan te trouwen met een 8-jarig meisje. Die uitspraak kostte hem zijn voorwaardelijke vrijlating en hij werd weer opgesloten.

“Heel soms gaf iemand toe dat hij beter uit de buurt van kinderen kon blijven. Maar dat waren uitzonderingen. Héél af en toe helpen chemische castratie en therapie, maar het beste wat je kunt hopen, is dat zo’n persoon begrijpt wie hij is en wat hem drijft – én zijn gedrag daaraan aanpast.”

Vormen pedoseksuele delinquenten een minder groot risico naarmate ze ouder worden?

Rinek: “Nee, die afwijkende seksuele driften verdwijnen niet. Kenneth Parnell, die kinderen ontvoerde, jarenlang opsloot en misbruikte, werd na vijf jaar cel vrijgelaten. Toen hij 71 jaar was, en door allerlei aandoeningen aan een rolstoel was gekluisterd, werd hij opnieuw gearresteerd. Hij had iemand de opdracht gegeven om een jongetje van 4 voor hem te kopen.”

'Kenneth Parnell had iemand de opdracht gegeven om een jongetje van 4 voor hem te kopen.' Beeld Humo
'Kenneth Parnell had iemand de opdracht gegeven om een jongetje van 4 voor hem te kopen.'Beeld Humo

U schrijft dat de leeftijd waarop een pedoseksueel zelf werd misbruikt, belangrijk is: hij kiest zijn slachtoffers vooral in die leeftijdscategorie.

Rinek: “Jonathan, die in 1992 de 6-jarige Danny Hohenstein doodde terwijl hij hem probeerde te sodomiseren, was zelf verkracht door de vriend van zijn moeder toen hij een jaar of 6 was. In mijn boek onthul ik de echte naam van Jonathan niet, omdat hij minderjarig was en nooit is veroordeeld. Hij bekende dat hij Danny had aangerand in de toiletten van het park waar hij hem naartoe had gelokt. Danny viel, stootte zijn hoofd en was wellicht op slag dood. Jonathan en zijn moeder legden het lichaam in de kofferbak en dumpten het in de bossen.

“Danny was niet Jonathans eerste slachtoffer. Hij was al verschillende keren betrapt terwijl hij kinderen probeerde aan te randen. Telkens waren het jongetjes van een jaar of 6.”

Ook Cary Stayner, de Yosemite Park Killer, werd als kind misbruikt. Maar zijn slachtoffers waren ouder: twee volwassen vrouwen en twee meisjes van 16.

Rinek: “Cary Stayner had eigenlijk zijn oog laten vallen op de dochters van 8 en 11 jaar van de vrouw met wie hij een knipperlichtrelatie had. Hij wilde eerst de moeder doden en dan de kinderen verkrachten en vermoorden. Een jaar lang broedde hij op dat plan en fantaseerde hij erover.

“Hij nam zijn voorzorgen om niet gepakt te worden: hij keek naar tientallen politieprogramma’s en documentaires over DNA en bewijsmateriaal op een plaats delict. Hij had van tevoren een soort verkrachtingskit klaargemaakt: een tas waarin hij ducttape, touw, een vuurwapen en een lang, gekarteld mes had gestoken. Die kit lag altijd in zijn auto. Maar toen hij in februari 1999 op een avond zijn slag wilde slaan, wandelde er toevallig een buurman voorbij.

“Stayner was woedend, maar nog steeds opgewonden. Hij reed naar Yosemite National Park, waar hij klusjesman was in een motel. Daar zag hij in één van de afgelegen hutten zijn drie eerste slachtoffers: Carol Sund, die het park enkele dagen bezocht met haar 16-jarige dochter Juli en vriendinnetje Silvina. Meer dan een maand later werd de verkoolde auto van de slachtoffers teruggevonden in het park. In de kofferbak lagen twee lichamen: Carol en Silvina. Juli werd pas een week later gevonden, verstopt onder een struik in het park. Ze was naakt, en haar keel was zo diep overgesneden dat ze bijna onthoofd was. Ze was ook seksueel misbruikt. Opvallend was dat haar schaamhaar recent was afgeschoren: een detail dat later van groot belang zou blijken.”

Wanneer kwam Stayner in het vizier van de speurders?

Rinek: “Maanden later pas. Eerst werden twee mannen aangehouden die een verleden hadden van drank, drugs en roofovervallen. Toen ik zei dat ze niet het juiste profiel hadden, werd ik van het onderzoek gehaald. Die verkeerde piste heeft ons erg veel kostbare tijd doen verliezen.

“In juli 1999 werd het lichaam van Joie Armstrong gevonden in Yosemite. Haar hoofd lag tientallen meters verderop. Cary Stayner werd verhoord als getuige omdat zijn wagen in de buurt was gezien op het moment van Joies verdwijning. Op het politiebureau zei hij dat hij mij onder vier ogen wilde spreken, waardoor ik opnieuw bij het onderzoek werd betrokken. Stayner zat in de kamer met een lege uitdrukking, maar ik zag dat hij met een ei zat en kon hem overtuigen om te praten. Uren later bekende hij de vier moorden.”

U slaagde erin om Stayner én veel verdachten te laten bekennen dankzij uw ondervragingstechniek.

Rinek: “Ik heb geen techniek, ik ben gewoon mezelf. Dat is een techniek op zich, zegt mijn vrouw vaak (lacht). Ik geloof niet in harde ondervragingen van het type good cop, bad cop, zoals de Reid-techniek. Die veelgebruikte methode zet een verdachte stevig onder druk om te bekennen, maar bij misdadigers als Stayner levert dat niet veel op. Ze willen meestal pas praten als je inspeelt op hun emotionele kant, als ze het gevoel hebben dat iemand hen waardeert en naar hen luistert. Bij psychopaten lukt dat niet, maar bij de meeste anderen wel.

“Ik leefde mij in hun misdaad in, en vroeg hen om alles te beschrijven zoals zij het hadden gevoeld en meegemaakt. Als ze erover praatten, zei ik, zou dat niet alleen een opluchting zijn voor de nabestaanden, maar ook voor henzelf. Vaak zat tegenover mij een getormenteerde ziel die met zichzelf worstelde en het product was van een disfunctionele familie, of zijn jeugd in instellingen had doorgebracht.”

'Carey Stayner nam zijn voorzorgen om niet gepakt te worden: hij keek naar tientallen politieprogramma’s en documentaires over DNA en bewijsmateriaal op een plaats delict.' Beeld Humo
'Carey Stayner nam zijn voorzorgen om niet gepakt te worden: hij keek naar tientallen politieprogramma’s en documentaires over DNA en bewijsmateriaal op een plaats delict.'Beeld Humo

De Yosemite Park Killer had zo’n woelige familiegeschiedenis. Zijn broertje Steven Stayner werd op z’n 7de ontvoerd door Kenneth Parnell, de rolstoelpatiënt die op 71-jarige leeftijd een kind wilde kopen.

Rinek (knikt): “En daar voelde Cary Stayner zich enorm schuldig over. Als oudste kind van de familie achtte hij zich verantwoordelijk voor de verdwijning van zijn broertje.

“Steven werd ontvoerd op de terugweg van school. Parnell sloot hem jarenlang op en misbruikte hem. Aan de buitenwereld stelde hij Steven voor als zijn zoon, en hij verhuisde telkens als de grond hem te heet onder de voeten werd. Steven kon op zijn 14de ontsnappen, maar zou het misbruik nooit kunnen verwerken. Hij werd gepest op school, dronk steeds meer en raakte verslaafd aan drugs. Hij trouwde op zijn 17de, kreeg twee kinderen maar kwam om het leven in een motorongeluk. Hij was 24 jaar.”

Ook Cary Stayner was zelf het slachtoffer van een aanranding.

Rinek: “We vergeten vaak dat veel daders zelf slachtoffer zijn geweest. Stayners leven werd niet enkel bepaald door de verdwijning van Steven: zes maanden later werd hij zélf verkracht, door een oom. Hij was 11 jaar. Zijn oom bedolf hem onder de kinderporno. Stayner vertelde dat hij heel geboeid was door een foto met naakte meisjes van 11 – dáár is zijn obsessie ontstaan. Hij was degene die in Yosemite Park aan Juli had gevraagd om haar schaamhaar af te scheren, zodat ze er jonger zou uitzien. Toen hij dat zei, wist ik dat hij geen ordinaire verkrachter was, maar een pedoseksueel. Net als andere pedofielen geloofde hij dat Juli plezier had beleefd aan de aanranding.”

Waarom vraagt u verdachten altijd om een brief met verontschuldigingen?

Rinek: “Zo’n excuusbrief is in de eerste plaats een schriftelijk bewijs dat de verdachte zijn daden erkent. Als hij erover vertelt in een brief, wil dat zeggen dat hij de verantwoordelijkheid voor die daden op zich neemt. Ik hoop ook altijd dat zo’n excuus minstens een béétje troost biedt aan het slachtoffer of aan de nabestaanden.”

Hebben misdadigers als Stayner echt spijt?

Rinek: “Ze zijn erg egocentrisch en doen verwoede pogingen om hun misdaden te rationaliseren. Zelfs als ze een excuusbrief schrijven, hebben ze het vooral over zichzelf. Of hun berouw altijd echt is, weet ik niet. Maar zo’n brief onthult wel altijd dingen die niet aan bod zijn gekomen tijdens het verhoor. De moorden op Carol en Silvina beschreef hij alsof hij een vervelend karwei had opgeknapt: de twee waren ‘overbodig’. Uit zijn brief bleek dat Juli de uitverkorene was. Zij was het meisje dat hij urenlang verkrachtte in de hut en later meenam naar het bos, om haar daar verder te verkrachten en uiteindelijk te vermoorden. Zijn excuusbrief was enkel gericht aan haar, níét aan de andere slachtoffers. Hij schreef dat hij betreurde wat hij haar had aangedaan. Tussen alle klaagzangen over zijn leven door was dat misschien een glimp van spijt.”

BLEEKWATER

Moordenaars als Robert Rhoades en Cary Stayner zijn uitzonderingen. De meeste kindermoorden gebeuren in de familie, door ouders of verwanten. Soms gaan daar de vreselijkste mishandelingen aan vooraf.

Rinek: “Wat sommige ouders hun kinderen aandoen, is onbegrijpelijk. Er zijn mensen die nóóit kinderen zouden mogen hebben.

“Op een dag kwam een oproep binnen van een moeder die totaal overstuur was: haar dochtertje van 3 was verdwenen. Toen we vroegen of we het huis mochten doorzoeken, was ze verontwaardigd. Hoe durfden we haar te verdenken! Toen ze ons uiteindelijk toch binnenliet, moesten we niet lang zoeken. Mijn partner opende de vuilnisbak en zag er voetjes uit steken. De moeder had haar dochter verdronken en in de vuilnisbak gepropt. Die had ze gevuld met kattenbakkorrels, om de vloeistoffen uit het lijk op te slorpen.”

Het verhaal van de kleine Alexia in uw boek is intriest.

Rinek: “Alexia Reale was 6 jaar toen ze verdween. Ze leefde samen met haar moeder, stiefvader en zus in Sacramento. Haar oma woonde in een andere staat en omdat ze zo lang niets meer had gehoord, vroeg ze de politie om even langs te gaan. De agenten vonden niets vreemds, maar een tijdje later stelde een leerkracht brandwonden vast bij Alexia’s 13-jarige zus Jessica. Toen ik haar ondervroeg, zei ze dat haar stiefvader een fles bleekmiddel over haar had uitgegoten.

“Van Alexia was nog altijd geen enkel spoor. Ik voelde dat Jessica iets verborg, en ze werd erg onrustig toen ik op haar bleef inpraten. Pas na lang aandringen vertelde ze dat zij en haar zusje iedere dag een milkshake moesten drinken waarin bleekwater was gemengd. De eerste keer had ze geweigerd, waarna haar stiefvader haar een vuistslag op het oog had gegeven: ze móést drinken.

“De moeder en de stiefvader waren verslaafd aan methamfetamine, en leefden in de overtuiging dat de twee dochtertjes waren bezeten door vampierachtige demonen. Die konden enkel vernietigd worden met bleekmiddel. Jessica gaf telkens over nadat ze het mengsel had moeten drinken, maar Alexia was daar te jong voor: de oudere zus stak dus een vinger in haar keel, zodat zij ook kon braken.

“Op een dag werden de meisjes betrapt door hun moeder, die Jessica opsloot in haar kamer. Om haar schade in te halen kreeg Alexia het gifmengsel dríé keer per dag toegediend. Na een week, toen Jessica even uit haar slaapkamer mocht, zag ze Alexia bewegingloos op de grond liggen. Het arme kind werd in een diepvrieskist gelegd. Enkele dagen later zaagden moeder en stiefvader haar in stukken, die ze verbrandden in de open haard. De assen werden in de rivier gestrooid. Jessica werd gedwongen om toe te kijken.”

U had geen lijk. Konden de daders vervolgd worden?

Rinek: “Ze hielden vol dat Alexia naar haar vader was gegaan. Het was moeilijk om een moordonderzoek te openen, omdat er in hun huis geen enkel spoor meer te bekennen was van het meisje. Alles was gepoetst. Met bleekwater.

“Het enige wat we vonden, waren familiekiekjes waar iemand uit was geknipt. Dat was heel griezelig. We deden opgravingen in de tuin, omdat daar een tiental honden begraven lagen. Het koppel had hen omgebracht omdat ze ervan overtuigd waren dat ook de huisdieren bezeten waren door demonen. Het zou best kunnen dat ze het lijk van Alexia eerst aan de honden hebben gevoerd, dachten we – maar hun maaginhoud leverde niets op. Ik overtuigde de procureur om Alexia’s moeder en de stiefvader toch te vervolgen. Uiteindelijk pleitte de vrouw schuldig, en werd de man schuldig bevonden door een jury.

“We zijn er nooit in geslaagd fysiek bewijs te vinden voor het feit dat Alexia in het huis had gewoond. Ze was weggevaagd, alsof ze nooit had bestaan.”

Uw boek gaat niet enkel over kindermoorden, maar ook over hoe hard u zélf hebt geleden onder uw werk, net als uw familie.

Rinek: “Niet iedereen kan dit werk aan. Ik heb een partner gehad die er na een tijdje de brui aan gaf: een bekwame speurder, maar hij ging eronderdoor. Deze zaken vreten aan je geweten, ze wegen op je, ze volgen je naar huis. Ik word ’s nachts vaak wakker, badend in het zweet, terwijl ik de naam van één van de kinderen uitroep.”

U hebt twee zonen. Heeft uw werk u veranderd als vader?

Rinek: “Mijn zonen zijn nu volwassen. Maar toen ze jonger waren, eiste ik dat ze mij altijd lieten weten waar ze waren. Eén keer kwam mijn oudste niet rechtstreeks naar huis van school. Ik werd gek. Ik liet de schoolbus stoppen en doorzocht hem. Wat bleek, uiteindelijk? Hij had me verteld dat hij naar een vriend ging, en ik was dat stomweg vergeten.

“Een andere keer zat ik ver van huis voor mijn werk en kon ik mijn kinderen urenlang niet bereiken: ik kreeg voortdurend de bezettoon. Ik vroeg de sheriff een kijkje te gaan nemen. Die ochtend stond mijn familie doodsangsten uit toen enkele gewapende politiemannen het huis binnendrongen. Maar opnieuw was er niets aan de hand: indertijd was de telefoonlijn bezet als je op het internet surfte. De jongens hadden gewoon de hele nacht computerspelletjes zitten te spelen.”

Ondanks uw zware en lange carrière bent u na uw pensioen aan de slag gegaan als privéspeurder gespecialiseerd in kindermoorden.

Rinek: “De eerste zes maanden na mijn pensioen raakte ik amper uit mijn bed. Dertig jaar stress en vermoeidheid afschudden was niet makkelijk. Maar gaandeweg voelde ik dat ik weer een doel nodig had, een missie. Ik wilde niet stoppen, omdat mijn werk niet af was – en dat is het vandaag nog altijd niet: er worden nog steeds kinderen ontvoerd en vermoord, mishandeld door hun ouders of uitgebuit door pooiers. Ik wil niet dat ze vergeten worden. Geen enkel kind verdient het om uitgewist te worden.”

‘Jeffrey L. Rinek en Marilee Strong, ‘In the Name of the Children: an FBI Agent’s Relentless Pursuit of America’s Worst Predators’, BenBella Books’

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234