Vrijdag 19/07/2019

Wat nu volgt, is allemaal chronologisch toeval

DOUGLAS DE CONINCK

- 'Ja, euh... ja.' - 'Is het dringend?' - 'Dat Dutroux mij vandaag belt. Er is geen probleem, zelfs al is het tien uur vanavond. Ik wil nieuws over mijn auto.'

Het is woensdag 14 augustus 1996, 19 uur. De dame die in het huis in Sars-la-Buissière de telefoon opneemt, is Henriette Puers, de schoonmoeder van Marc Dutroux. Zij is hier ingetrokken om zich over haar kleinzoon Frédéric (12) te ontfermen. Diens vader en moeder zijn de vorige dag gearresteerd op verdenking van de ontvoering van Laetitia Delhez (14) in Bertrix. De man aan de telefoon heeft zich voorgesteld als 'Jean-Michel de Bruxelles'.

Michel Nihoul moet die avond hebben geweten dat de kans dat Dutroux hem ooit nog zou terugbellen erg klein mocht worden geacht. Hij had de vorige dag al een paar keer gebeld. In plaats van Dutroux kreeg hij een barse rijkswachter aan de lijn. Die nam deel aan een grootscheepse huiszoeking in het huis in Sars. (Op dat ogenblik werd nog steeds verwoed gezocht naar Laetitia.) Zelf had Nihoul diezelfde 14 augustus op zijn gsm een oproep gekregen van een speurder van de nationale brigade van de gerechtelijke politie. Die had hem in weinig vriendelijke bewoordingen medegedeeld dat in zijn flat in Brussel eveneens een huiszoeking aan de gang was, en dat hij zich onmiddellijk diende te melden bij de politie "in verband met de verdwijning van een tienermeisje".

Los van de vraag of Nihoul iets te maken had met kinderontvoeringen heeft hij in de avond van 14 augustus 1996 geen gebrek aan redenen om in paniek te raken. In zijn flat ligt een immense hoeveelheid xtc-pillen. Die komen uit een partij van 5.000, waarvan hij er op 10 augustus 1.000 heeft overhandigd aan Michel Lelièvre, de handlanger van Dutroux die op 13 augustus eveneens is gearresteerd.

Je hebt domme criminelen, en je hebt slimme. Nihoul wordt tot de laatste categorie gerekend. Na al wat hij in de loop van woensdag 14 augustus verneemt, zijn er drie dingen die hij zeker weet, of moet kunnen vermoeden. Eén: Dutroux en Lelièvre zitten vast. Twee: het gerecht zet de grote middelen in voor de zoektocht naar een verdwenen kind. Drie: logischerwijze worden alle telefoonlijnen van Dutroux afgetapt. Wat horen de speurders Nihoul om 19 uur op het bandje zeggen? "Ik wil nieuws over mijn auto."

Dit telefoongesprek is het allerlaatste in een reeks van meer dan twintig van Nihoul naar Dutroux (of omgekeerd) tussen 6 en 14 augustus. In geen enkele daarvan wordt gesproken over een auto. Dat gebeurt nu wel.

Toen Laetitia Delhez op zaterdag 10 augustus in Dutroux' huis in Marcinelle uit haar Rohypnol-slaap ontwaakte, hoorde ze haar ontvoerder bellen met een man die hij aansprak als 'Jean-Michel'. Ze hoorde Dutroux zeggen 'ça à marché.' ("Het is gelukt.") Dit was de zaterdag waarop Nihoul in Brussel duizend xtc-pillen overhandigde aan Lelièvre.

Diezelfde Lelièvre zou een week later aan justitie verklaren dat Dutroux hem altijd had gezegd dat hij "op bestelling" kinderen schaakte. Er meldden zich acht getuigen die Nihoul kort voor de ontvoering van Laetitia in Bertrix meenden te hebben gezien in het gezelschap van Dutroux en co. Nadat de nationale brigade hem had gevraagd zich onmiddellijk te melden, was Nihoul op de vlucht geslagen, om zich 24 uur lang te verstoppen. Deze optelsom van feiten bracht onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte ertoe hem in staat van beschuldiging te stellen wegens "bendevorming" en medeplichtigheid aan de ontvoering van Laetitia.

Zes jaar en zes maanden later beoordeelde Francis Moinet, de voorzitter van de raadkamer van Neufchâteau, de hele optelsom als een chronologisch toeval. De getuigen hebben het zich collectief ingebeeld, de xtc-handel staat totaal los van de kinderontvoeringen, aldus Moinet vorige week vrijdag. In zijn beschikking staat: "De verschillende telefonische contacten tussen diverse protagonisten houden verband met de problematiek van de Audi 80 van Nihoul, die in panne stond. Niets laat toe te stellen dat deze communicaties iets te maken zouden kunnen hebben met een ontvoering. Er bestaat geen enkele contradictie tussen de verklaringen van Nihoul, Dutroux, Lelièvre en Randazzo."

Michel Nihoul heeft Lelièvre in de zomer van 1996 inderdaad de sleutels van zijn Audi 80 toevertrouwd. En het vehikel verkeert inderdaad in een zorgwekkende staat. Op 31 juli 1996 zijn Lelièvre en Damien Randazzo inderdaad naar Brussel gereden om de Audi 80 op te halen. Randazzo is een vriend van Lelièvre, carjacker en zelfverklaard "reparateur van auto's" uit Fleurus. Daar zal de wagen moeten worden hersteld.

Het loopt op 31 juli echter helemaal fout. Lelièvre en Randazzo vallen met de Audi in panne aan de Naamse Poort. Takelfirma Radar moet de Audi komen ophalen en de Brusselse politie houdt Lelièvre een tijdlang vast omdat die geseind staat wegens een niet uitgezeten celstraf. Elf dagen zullen hierna verstrijken. Op zondag 11 augustus, de dag na de xtc-transactie, komt dan vanuit Sars-la-Buissière Marc Dutroux aangereden met een eigen takelwagen. Hij haalt de Audi 80 op bij Radar en brengt het voertuig over naar Fleurus, waar hij het neerzet voor de woning van Randazzo.

De verklaringen van de diverse protagonisten in het dossier-Dutroux zijn inderdaad eensluidend. Randazzo zou op 15 augustus op vakantie vertrekken. "Vandaar", zegt Nihoul, "dat ik in die periode de hele tijd naar Dutroux zat te bellen. Die Randazzo had geen telefoon."

Eén ding is moeilijk te begrijpen. De reparatie van de Audi 80, zeggen alle protagonisten, zal worden "gefinancierd" met de opbrengst van xtc-pillen, waarmee Lelièvre een paar dancings zal aandoen. De reparatie, zo zegt Randazzo tijdens een van zijn verhoren, zou 8.000 frank kosten. Lelièvre krijgt echter van Nihoul duizend xtc-pillen. Naar rato van een marktprijs van 500 frank per pil in 1996, bedraagt de straatwaarde... een half miljoen frank. Dekte dat alleen de kosten aan de Audi? Wou Nihoul en passant als tipgever van de rijkswacht de bende-Dutroux infiltreren, zoals hij op het laatst zelf aanvoerde? Of heeft Bourlet het bij het rechte eind als die stelt dat de chronologische samenhang tussen xtc en ontvoering zo frappant is dat ze moet worden beoordeeld door een assisenjury? "Het is een kwestie van interpretatie", zei Victor Hissel, de advocaat van de familie Marchal, vorige week vrijdag. "Je kunt de elementen in het dossier op twee manieren lezen."

Bepaalde elementen uit het dossier zijn nooit geïnterpreteerd. De grijze kaart en alle andere boorddocumenten van de Audi 80 werden door de speurders van Connerotte teruggevonden in het huis van Dutroux. De factuur van Radar wordt op 1 september 1996 door de BOB van Charleroi teruggevonden bij Dutroux. Het kan dan ook bijna niet anders dan dat hij, hoewel bekendstaand als extreem krenterig, op 12 augustus uit eigen zak de factuur bij Radar heeft betaald. (Zoals elke automobilist weet, bestaat er bij Brusselse takelfirma's geen mogelijkheid om een auto te recupereren zonder dat je cash betaalt.)

Elke journalist die op 16 augustus 1996 in Sars-la-Buissière neerstreek, kon vaststellen hoe Dutroux een zekere verzamelwoede had ontwikkeld voor auto's en wrakken waarmee hij ooit nog iets van plan dacht te zijn.

Wat als Nihoul de Audi 80 liever kwijt was dan rijk? Wat als hij de auto aan Dutroux wou schenken? Dan hebben de protagonisten 6,5 jaar lang gelogen, en was het telefoontje van Nihoul in de avond van 14 augustus ("Ik wil nieuws over mijn auto") opgezet spel, met als doel zichzelf in te dekken. Waarom beamen Lelièvre, Dutroux en Randazzo dan volmondig de versie van Nihoul? Misschien wel omdat hij hen heeft verteld dat hij een invloedrijk man is en dat het op termijn in hun voordeel zal spelen als ze hem uit de wind zetten. Het is een kwestie van interpretatie.

Mensen geven niet zomaar auto's weg, toch niet alleen maar omdat er kosten aan zijn. Zondag onthulde Gino Russo, de vader van de vermoorde Mélissa, in het RTBF-programma Mise au Point dat de Audi eigenlijk nooit eigendom was van Nihoul. Gino Russo verwonderde er zich over "dat dit nooit is uitgelekt in de pers".

De Audi 80 komt op 29 juli 1988 in gebruik en wordt bij de Dienst Inschrijving der Voertuigen (DIV) geregistreerd als eigendom van de nv Intres Management. Dat is in die tijd een van de bedrijfjes van niemand minder dan Léon-François Deferm, de man die in 1993 alle schijnwerpers op zich gericht krijgt tijdens het onderzoek naar de moord op minister van Staat André Cools (PS). Deferm begon zijn loopbaan ooit als kelner, maar werkte zich in de jaren zeventig mede via zijn vriendschap met het PS-kopstuk Guy Mathot op tot internationaal gerespecteerd zakenman in de farmaceutische branche.

Nadat hij een paar lang de wereld afreisde, vestigde Deferm zich begin jaren tachtig opnieuw in België, nu als 'wonderdokter' voor in nood verkerende bedrijven. De man heeft een neus voor zaken. In november 1988 hevelt hij alle auto's van zijn bedrijven over naar een nieuwe vennootschap, de Management Car Company. Dat is fiscaal interessanter, en zo kan hij nu ook aan autoleasing doen. Het volledige wagenpark van Intres Management verhuist mee, en ook de Audi 80 met nummerplaat FBD 444.

Eind 1987 zien de 300 personeelsleden bij het noodlijdende Luikse technologiebedrijf Unisys in Deferm hun reddende engel. Deferm neemt het bedrijf over voor duizend frank en doopt het om tot Trident Technology Holding. Hij incasseert een subsidie van 70 miljoen frank van het Waalse Gewest en wordt de uitverkorene voor het Waalse deel van de "economische compensaties" die zijn verbonden aan het miljardencontract voor de aankoop van 46 gevechtshelikopters voor de landmacht bij het Italiaanse Agusta. Oud-PS-minister André Cools is daarover zelf gaan onderhandelen met de Italianen en heeft de belofte gekregen dat Trident zal worden begiftigd met een reeks helikopter-gebonden contracten voor 500 miljoen frank. Cools droomt hardop van "een Barco in Luik".

Hoewel Deferm in het Cools-onderzoek nooit in staat van beschuldiging werd gesteld, is het na al die jaren nog steeds moeilijk om blind te blijven voor een mogelijk verband tussen de moord en hoe het Trident verder verging. Op 10 juli 1989 gaat Deferm doodleuk over tot de vereffening van Trident en alle verbonden bedrijven. De hele winkel wordt in 24 uur tijd opgedoekt. Cools is zonder meer ziedend en verdenkt Deferm ervan dubbel spel te hebben gespeeld. Volgens hem doekte hij Trident op in ruil voor 175 miljoen frank cash van Agusta, waardoor de helikopterbouwer werd verlost van de verplichting om in Luik te investeren. In een van de vele boeken die achteraf over het Agusta-schandaal verschenen, staat te lezen hoe Cools later met opgegeven vinger Deferm zou hebben toegesproken: "U bent dood." Het draaide anders uit.

Michel Nihoul staat bekend als een man die graag bluft over wat hij "allemaal weet". Dat ondervonden twee journalisten van de Franse zender Canal+ toen ze begin 2000 met hem gingen tafelen in het Brusselse hotel L'Amigo en de verborgen camera lieten draaien. De Morgen berichtte op 10 december 2002 uitvoerig over de tape, waarop Nihoul met grote stelligheid beweert dat "ministers mensen hebben laten neerschieten in België, opdat ze niet zouden praten". Dat gebeurde, zo zei hij, in de marge van de moord op André Cools. Deze passage uit de Nihoul-tape publiceerden we toen niet. We doen dat nu wel:

Wie waren die mensen die zijn vermoord?

Nihoul: "Het waren twee Belgen (lacht)."

Ja, maar waarom werden zij vermoord?

"Omdat ze zouden gaan praten."

Waren dat officieel moorden?

"Nee (...). Die tiep doodt die ene kerel om zes uur 's morgens. Men stuurt de gerechtelijke politie om elf uur. Men neemt geen vingerafdrukken en men zegt: hij heeft zelfmoord gepleegd (...). Bij die tweede vent zegt zijn vrouw: 'Ik heb hem vermoord.' En die vrouw wordt vrijgelaten. Ze verschijnt voor de rechtbank, en daar zegt men: geen vervolging!"

Iemand die in de marge van het dossier-Cools zelfmoord pleegde? Dan denk je uiteraard direct aan die gepensioneerde luchtmachtgeneraal Jacques Lefebvre, van wie in de ochtend van 8 maart 1995 het lijk werd teruggevonden in een kamer in hotel Mayfair in Brussel. Lefebvre raakte als ex-kabinetsmedewerker van oud-premier Paul Vanden Boeynants midden in de Agusta-affaire verzeild, doordat hij vanaf 1989 aan het hoofd was komen te staan van Europavia, een lobbybedrijf van de Franse luchtvaartindustrie. Het bedrijf had zijn zetel op de Avenue des Courses 35, te 1000 Brussel.

Management Car Company, de ware eigenaar van de Audi 80 die volgens Moinet de onschuld van de contacten tussen Dutroux en Nihoul verklaart, is gevestigd in Avenue des Courses 35, te 1000 Brussel. Een bezoek ter plaatse maakt duidelijk dat het om één en hetzelfde gebouw gaat.

Als het klopt wat Nihoul op de tape van Canal+ verkondigde, dan is de geliquideerde Cools-getuige nummer twee nog makkelijker te identificeren. Het kan moeilijk om iemand anders gaan dan om Claude Delperdange. Hij wordt in de vroege ochtend van 12 juli 1991 - exact zes dagen voor de moord op Cools - in zijn villa in het Waalse Esneux per jachtgeweer naar de andere wereld geholpen door zijn echtgenote, Anne Mariage. Zij belt even later de politie en legt meteen bekentenissen af. Op het Luikse parket wordt onderzoeksrechter Daniële Reynders, de zus van huidig minister van Financiën Didier Reynders, met de zaak belast. Zij laat Mariage na vijf dagen weer vrij omdat ze oordeelt dat de vrouw heeft gehandeld uit wettige zelfverdediging.

Het zal acht jaar duren voor Mariage in Luik voor de (correctionele) rechtbank verschijnt. En voor het zover komt, duiken in de Franstalige pers speculaties op over seksfuiven ten huize Delpardange, die zijn 31-jarige echtgenote zou hebben gedwongen om daaraan deel te nemen. Wanneer het dossier-Delpardange al bijna zes jaar stof ligt te verzamelen in een lade op het parket in Luik, stelt Le Soir op 11 januari 1997: "Moet men vrezen dat het verticaal klasseren van het dossier bewust gebeurt, om de grootste discretie te kunnen bewaren over de identiteit van een deelnemer aan de seksfuiven in de villa te Esneux?"

Wanneer de zaak op 24 juni 1999 eindelijk haar gerechtelijke eindstadium bereikt, wordt Anne Mariage schuldig bevonden, maar... niet veroordeeld. Het persagentschap Belga meldt die dag: "Volgens haar advocaat, luidde de eerste reactie van Anne Mariage: 'Ze hebben mij niet durven berechten.'"

Delperdange en Mariage waren tot 31 maart 1989 (heel kort voor de vereffening) bestuurders bij de nv Trident Manufacturing van Léon-François Deferm. En om het allemaal nog wat spannender te maken: Delperdange werd er na zijn dood door justitie van verdacht de legendarische 'reus' van de Bende van Nijvel te zijn. Daar heeft Nihoul het op de tape van Canal+ trouwens ook over: "De zaak-Cools houdt verband met de zaak van de Bende van Nijvel, dat was een destabilisatie. Dat was geprogrammeerd door een politieke partij, in België." Hoe hij dat allemaal wist? "Ik verzorgde de relaties tussen partijen. Ik werd betaald door de partijen om onderlinge transacties te doen (...). Zo gaat dat, dat loopt via chantage."

Of montage. De enige reactie van Nihoul op het uitlekken van de tape luidde: "Dat is een montage." De reactie van zijn advocaat, Frédéric Clément de Cléty, op de uitspraken van Gino Russo volgden dinsdag in La Libre Belgique: "Dat was een lease-auto. Aan het eind van het contract hebben mijn cliënt en zijn partner, Marleen Decokere, de aankoopoptie gelicht, zoals dat vaak gebeurt. Dat staat allemaal in het dossier."

Er staat over de Audi 80 inderdaad heel wat in het strafdossier-Dutroux, maar bepaald gewoon is de historiek van de auto allerminst. Management Car Company (MCC) verhuurt de auto vanaf 1991: niet aan Nihoul, maar aan zijn partner, Marleen Decokere. Maar, zegt zaakvoerder Claude Scailquin van MCC op 24 oktober 1998 in proces-verbaal 8772 aan de speurders in Neufchâteau: "Eind 1992 hebben wij geëist dat de aankoopoptie zou worden gelicht, want Decokere betaalde autotaks noch verzekering. Wij schoten dat voor. De optie is toen wel gelicht, maar de nummerplaat is ons nooit terugbezorgd."

Normaal hoort Management Car Company in zo'n geval eerst een resem boze brieven te schrijven om betaling van openstaande facturen én de nummerplaat te eisen. Als dat niet helpt, zal een leasingbedrijf in de regel de politie waarschuwen. Maar dat is niet wat hier gebeurt. Het zal duren tot... 15 mei 1996 voor bij de DIV nummerplaat FBD 444 wordt geschrapt.

Nihoul en Decokere hebben met andere woorden bijna vier jaar lang gebruik kunnen maken van een auto die niet op hun naam stond en waar ze autobelasting noch verzekering voor hoefden te betaalden. De feitelijke eigenaar ondernam niets. Nochtans had Management Car Company alle redenen om Nihoul niet meteen te beschouwen als een voorbeeldige klant. Hij had in 1991 bij het bedrijf ook al een Porsche 924 geleast. Van die luxeauto kan zaakvoerder Scailquin zich vooral "problemen met de maandelijkse afbetaling" herinneren. En ook dat Nihoul in 1994 kwam melden dat de Porsche was gestolen. In werkelijkheid had hij de wagen uitgeleend aan een vriend, die er niet meer mee was teruggekeerd.

Hadden Nihoul en Decokere in de vroege jaren negentig behoefte aan een Audi 80? Niet echt. In die periode runden ze het visbedrijf DCN Benelux - dat later na een frauduleus faillissement over de kop zou gaan - waarmee ze de beschikking hadden over een Ford Transit, drie Renaults Express', twee bestelwagens, een Renault Clio en een Toyota Corolla. De indruk rijst dat de Audi 80 te midden van dit wagenpark al die jaren een administratieve vergetelheid is geweest, achtergelaten in een garage. Tot daar plots een besnorde man uit Charleroi kwam. Met een passie voor kapotte auto's. De datum van schrapping bij de DIV is enkel een extra aanwijzing dat het nooit de bedoeling is geweest dat de Audi 80 zou worden "hersteld" voor rekening van Nihoul. Nihoul bezat in augustus 1996 overigens nog zijn Toyota Corolla waar helemaal niks aan haperde.

De man aan wie Nihoul zijn Porsche "uitleende", was Alexis Alewaeters, een van de veroordeelden in het proces over cocaïne- en seksfuiven in de Brusselse club Le Mirano. Het was omtrent deze club dat Nihoul de journalisten van Canal+ ook nog meegaf dat koning Albert II daar in de jaren tachtig ooit was betrapt tijdens seks met "meisjes van veertien" en dat daar foto's van bestaan. Hij bood het weekblad Der Spiegel eind 2000 die foto's aan "voor een bedrag met zes nullen".

En weer is de wereld klein. Een van de namen die tijdens het proces-Mirano om de haverklap viel, was die van Michel V. Hij is een vroegere vennoot van Francis-Léon Deferm, toen die begin jaren tachtig die andere Brusselse nachtclub uitbaatte: Le Circus. Natuurlijk is het niet omdat Nihoul tijdens een etentje off the record sterke verhalen vertelt dat ze waar zijn. Het is ook niet omdat hij zijn niet-doorverwijzing in het dossier-Dutroux te danken heeft aan een auto van Léon-François Deferm dat hij een bevoorrechte getuige zou zijn in het dossier-Cools. Maar het omgekeerde is wel waar. Nogal wat mensen uit de entourage van Deferm zijn getuige in het dossier-Nihoul. Cruciaal voor de verdediging van Nihoul is zijn tijdsgebruik op 8 augustus 1996, de dag waarop diverse getuigen hem zagen in Bertrix. Nihoul krijgt voor die dag een alibi aangereikt door ex-advocaat Michel Van der Elst, die werd veroordeeld wegens medeplichtigheid aan de ontvoering van oud-premier Paul Vanden Boeynants. Dat alibi blijkt achteraf vals, maar wanneer Connerottes opvolger Jacques Langlois daar medio 1998 achter komt, heeft hij het dossier al afdoende geïnterpreteerd om nog te twijfelen aan de onschuld van Nihoul. Enkele maanden daarvoor heeft hij een vergadering belegd met Franstalige journalisten, die prompt een mediacampagne starten om Nihoul alvast tegenover de publieke opinie vrij te pleiten.

Van der Elst is in de jaren tachtig de vaste advocaat van diverse bedrijven binnen het imperium van Deferm. Na het uitzitten van (een deel van) zijn celstraf vanwege de zaak-VdB neemt Deferm hem meteen in dienst als juridisch expert bij zijn bedrijf Intres Management. Dat is het bedrijf waar het verhaal van de Audi 80 is begonnen. Intres Management is in die tijd gevestigd in de Franklin Rooseveltlaan 30 te 1000 Brussel. Een bezoek ter plaatse maakt duidelijk dat het hier gaat om hetzelfde bedrijfspand als de Avenue des Courses 35-37.

Voor de avond van 9 augustus 1996, de avond van de ontvoering van Laetitia Delhez, heeft Nihoul een stevig alibi. Hij is die avond samen met Decokere aanwezig op een barbecue in Linkebeek met Van der Elst en zijn echtgenote en haar twee kinderen. Verder is ook aanwezig: Philippe Cravatte. Het is deze neutrale en onverdachte outsider die de speurders in Neufchâteau er in 1997 van zal overtuigen dat het alibi tot in de puntjes klopt.

Wie is Philippe Cravatte? De rechterhand van Léon-François Deferm en kaderlid bij de nv Intres Management.

Begin maart beginnen voor de kamer van inbeschuldigingstelling in Luik de debatten over het tienvoudige beroep dat door inmiddels al tien partijen is aangespannen tegen het niet-doorverwijzen van Nihoul naar het assisenhof. Waarschijnlijk zal de problematiek van het chronologische toeval daar opnieuw uitvoerig worden besproken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden