Maandag 17/05/2021

Wat New Mexico anders maakt dan de rest van de Verenigde Staten

Acoma-indiaan Orlando Antonio: 'Met onze casinowinsten kopen we land. Eerst tot de grens met Mexico, daarna kopen we Mexico op. We zijn geen nietsnutten, we zijn pienter genoeg om een plek in het moderne Amerika op te eisen'Politicoloog Joseph Stewart: 'Mensen werken tot ze voldoende geld hebben om hun rekeningen te betalen. De rest van de maand, tot hun geld op is, blijven ze thuis. Dat is verdedigbaar en gezellig, maar niet heel Amerikaans'Docent journalistiek Miguel Gandert: 'Dit is een machtig oord, enorm, mooi, vreemd, op het schrikbarende af soms. Een laboratorium voor de smeltkroes van mensen'

'We hebben een oude ziel'

Er is in New Mexico een vrij strikte verdeling in de opinies. Terwijl het plebs en de havelozen gretig op hun staat spuwen, dwepen de toeristen en de universitairen ermee. New Mexico is hoe dan ook een staat van paradoxen: plaats van de atoombom maar ook van een ecologisch alternatieve levensstijl, plaats van spitstechnologie én achterlijkheid, plaats van aversie tegen 'de kolonisator Amerika' maar ook van extreem patriottisme in hoofde van de Spaanse of indiaanse gekoloniseerden, bakermat van een eigenaardige multicultuur. En tussen al die tegenstellingen door is de staat groezelig gezellig, en opluchtend anders dan de gestroomlijnde rest van het land.

Orlando Antonio verwijst voor zijn naam naar zijn moeder, die vaak reisde en een boontje had voor de stad in Florida. Hij laat in het midden of hij zelf gelooft wat hij vertelt. Zijn indiaanse naam spreekt hij snel en redelijk onverstaanbaar uit. Hij spreekt overigens de hele tijd snel, en hij begeleidt de klanken met gebaren. Zo gaat het in zijn eigen taal, het Keresan, en hij behoudt die gebaren als hij Engels spreekt. Hij praat zo gejaagd, zegt hij zelf, omdat hij niet al te goed begrepen wil worden. Hij wil niet vastgepind worden op zijn woorden, hij wil niet dat zijn stam vastgepind wordt op die woorden. Een zekere vaagheid, een gewisse tolerantie voor dubbelzinnigheid, heeft in de loop van de geschiedenis van zijn stam levens gered. En bovendien: hoe zou je met precisie kunnen spreken over ontstaansmythen en lang vervlogen histories? Maar praten doet hij wel. "Toen ik in de jaren vijftig naar school ging, was het nog bijna een schande een indiaan te zijn. Telkens wanneer ik contact zocht, gooiden de andere kinderen, Spaans of Anglo, mij verwijten toe, sloegen ze me of negeerden ze me op een manier die misschien nog pijnlijker was dan een dagelijks pak slaag. Het kwam erop neer dat ik ophield met praten en de mogelijkheid tot contact opgaf. Op een dag werd ik geacht een spreekbeurt te geven. Ik was er als de dood voor, ik wist niet wat ik als onderwerp zou kiezen. Maar toen ik voor de klas stond, dacht ik: wat zou het? Ik besloot te vertellen over mijn eigen leven, over mijn achtergrond. Na het uur werd er traag geapplaudisseerd, en op de speelplaats bleken kinderen ineens contact met mij te zoeken. Ze stelden voor om na de les een pizza te delen. Ik heb daar vrienden voor het leven gemaakt. Sindsdien ben ik niet meer opgehouden te praten."

Hij hoest slijm uit zijn hese keel. Orlando heeft van praten zijn beroep gemaakt (en van taal, hij werkt aan de universiteit in Albuquerque mee aan een verbeterde woordenlijst van het Keresan).

Hij is gids in zijn geboorteplaats, de pueblo van Acoma, en leidt belangstellenden rond langs "de oudste nederzetting van New Mexico die ononderbroken in gebruik is geweest, minstens zevenhonderd jaar oud". Hij is een van de handvol indianen die er zelf nog wonen. De meeste van zijn zesduizend stamgenoten hebben deze stad zonder waterleiding en elektriciteit verlaten voor lager gelegen comfort.

Maar Orlando is de tradities genegen. Hij maakt deel uit van de roadrunner-clan, terwijl de macht in zijn pueblo in handen is van de antilope-clan. De Acoma-indianen leven in een matriarchaal systeem. "Dank God voor de vrouwen", zegt Orlando, ter compensatie van het kwade dat hij af en toe over hen vertelt. Hij wijst geregeld naar zijn pijnlijke knieën. "Als vrouwen zeggen: 'Spring', dan springen we", voegt hij aan het medische bulletin over zijn knieën toe. "Men zegt: de politieke en religieuze macht komt toch altijd aan mannen toe. Maar de mannen zijn in beide gevallen slechts de gezant van de feitelijke machthebsters. De politicus onderhandelt en legt het resultaat voor aan zijn vrouw. Die accepteert het resultaat of stuurt hem opnieuw op pad." De jongste dochter erft het ouderlijke huis, in de veronderstelling dat zij het langst voor de ouders zal kunnen zorgen. Mannen gaan bij hun echtgenote wonen. Althans, in zestien van de negentien pueblo's is dat zo. In de drie andere, onder meer in Taos, verloopt de erfenis via de mannen. "Een huwelijk van een man uit Acoma met een vrouw uit Taos is problematisch. Zij hebben geen van beiden een huis en moeten welhaast in Albuquerque gaan wonen."

En een vrouw uit Acoma die valt voor een man uit Taos?

"Die hebben het gemakkelijk: zij kunnen kiezen waar ze wonen, en naargelang van hun keuze bepalen ze wie van beiden het voor het zeggen krijgt."

Terwijl hij de afgrond toont waar zijn voorouders op ongeregelde tijdstippen een franciscaan hebben afgegooid, vertelt Orlando over de geschiedenis van zijn stam, of zelfs van de mensheid - dat onderscheid is hier niet zo groot. Over de twee zussen die uit de grond gekropen zijn met een korf vol zaad en lekkers en die de planten en de dieren op aarde hebben geïntroduceerd. "Onze moeder is de aarde, onze vader is de zon." De bleke zus zag de plek niet zitten en vertrok naar het oosten, de donkere zus werd de oermoeder van de Acoma. Haar oudste kind werd het eerste lid van de antilope-clan. "Wij geloven dus niet dat de blanken ons hebben ontdekt. We geloven dat de blanke zus van ons is weggetrokken en dat haar kinderen later zijn teruggekeerd."

Die terugkeer verliep problematisch. De Spanjaarden probeerden de pueblo-indianen politiek, economisch en religieus te overweldigen. Toen de Acoma-indianen een groepje Spanjaarden doodden die een maagd hadden verkracht en bovendien kalkoenen hadden gestolen (de kalkoen was een heilig dier) liet de conquistador Don Juan de Oñate een wraakexpeditie uitrukken. Zeventig goedbewapende soldaten schoten en hakten Acoma aan flarden. Achthonderd mannen, vrouwen en kinderen zouden in 1599 zijn gedood. "Van alle overlevende mannen ouder dan vijfentwintig jaar werd een voet afgehakt. Zij werden lijfeigenen."

Orlando trekt met twee linkervingers ingebeelde strepen over zijn wang. "Blanken denken dikwijls dat wij oorlogskleuren op ons gezicht smeren. Dat zijn geen oorlogskleuren, het zijn kleuren van koppigheid. Ze betekenen wat ons betreft: nooit opgeven." Hij herhaalt het enkele keren: never quit.

Maar omdat ze niet opgaven werden de mannen van de stam bijna uitgeroeid. "Dank God voor de vrouwen. Die waren wijzer, en zij gaven wel op." Al gooiden ze af en toe een pater de dieperik in, bijvoorbeeld een pater die zich aan kinderen vergreep.

Orlando wijst naar zijn snor. "Dat is mijn Spaans-Mexicaanse erfenis. Zuivere Acoma-indianen hadden geen baardgroei. In die Spaanse tijd zijn nogal wat vrouwen verkracht. Later waren er vrijwillige verbintenissen: die snor dank ik aan mijn overgrootmoeder. Tegenwoordig is er bijna geen Acoma-jongen meer die geen baardgroei heeft."

De vrouwen hebben, kort na het genoemde bloedbad, de beroemde kerk van Acoma gebouwd. Die werd opgetrokken, daar drongen de paters op aan, op de plek waar de oude, in hun ogen heidense rituelen plaatsvonden, met grondstoffen, boomstammen en stenen die van heel ver moesten worden aangesleept. "Een tijdje geleden kon ik Hillary Clinton rondleiden, en ze vroeg me hoe dat zat, waarom we al die jaren de kerk hebben onderhouden die toch een symbool was van onderdrukking. Welnu, zonder dat de paters het wisten, hebben de vrouwen de heilige afmetingen van de traditionele religie in het gebouw geïntroduceerd, evenals de vier symbolische kleuren. Zo kregen we twee religies, en beleden wij onze religie terwijl de paters dachten dat ze ons hadden bekeerd." Dat was een van de momenten waarop vaagheid nuttig bleek. Clinton zorgde er mede voor dat er tegenwoordig overheidstoelagen zijn om het gebouw op te knappen.

Sinds enige tijd wordt Acoma ook gefinancierd met de opbrengsten van een casino.

"Zou ik nog mensen gidsen als ik zelf een fiks deel van die opbrengsten zou ontvangen?"

De Acoma-indianen hebben beslist met hun casinowinsten land te kopen. "Eerst tot de grens met Mexico en daarna kopen we Mexico op. We willen bewijzen dat we geen nietsnutten zijn, dat we behoorlijk voor onszelf kunnen zorgen, dat we pienter genoeg zijn om een plek in het moderne Amerika op te eisen."

In de verte zien we stamgenoten die te paard hun kudde tussen de jeneverbessen sturen. Orlando kijkt goedkeurend naar laaghangende wolken, die nabije mesa's lijken te likken. Hij proeft zelf enkele regendruppels. "We hebben al zes jaar zo goed als geen regen gekregen." Voor een landbouwersvolk als de Acoma is dat rampzalig. "Maar de afgelopen winter waren de tekenen gunstig."

Zoals veel bewoners van deze halfwoestijn wordt hij voortgestuwd door een irrationele verwachting van regen - zoals het in een andere context werd genoemd: de overwinning van hoop op ervaring.

Enkele honderden kilometers ten zuiden van Acoma ligt Trinity Site. Daar ontplofte op 16 juli 1945 de eerste atoombom. De site ligt op een militair domein dat behoudens uitzondering niet toegankelijk is voor leken, maar langs een aanpalende weg staat een bord voor atoomtoeristen. Het woestijnzand is er met een vreemd, groen dons bekleed, het groen van Engelse erwtjes, dat bij nader inzien ook wel gras is. Wellicht is er helemaal geen verband tussen de fall-out en het groen. Een echtpaar stopt. De vrouw fotografeert haar echtgenoot tegen de achtergrond van het bord.

"Nog enkele bommen", suggereert ze, "en de woestijn is vruchtbaar gemaakt."

Enkele honderden kilometers ten noorden van Acoma ligt, binnen handbereik van zowel Taos als de Rio Grande, het dorp van de aardschepen.

Als je niet oplet, mis je het helemaal. Als je wel oplet, denk je eerst dat hier iets heel fouts is gebeurd. De huizen zitten namelijk soms in de grond, op een raamkant na. Dat blijkt moedwillig zo te zijn gebeurd, om de muren beter te isoleren.

Het verhaal van de huizen gaat ongeveer als volgt. In de late jaren zestig zakte de jonge architect Michael Reynolds af naar hippievriendelijk Taos. Hij probeerde er carrières uit, werd achtereenvolgens professioneel motorcrosser, hardloper en zelfs muzikant. Hij ontdekte de meditatieve waarde van de piramide, begon ook zonder de bemiddeling van drugs visioenen te hebben en bezoek te krijgen van geesten, en kwam tot de conclusie dat de aarde heel snel om zeep dreigde te gaan.

Zijn woningen worden, zoals de pueblo's, gedeeltelijk uit leem opgetrokken, maar toch was het niet bij de indianen dat Reynolds zijn inspiratie haalde. "Mijn grootste inspiratiebron", zegt hij, terwijl hij met zijn vingers door zijn baard- en hoofdhaar woelt, "was de boom. De boom haalt zijn energie uit de zon, zijn water uit de lucht en de grond. De boom leeft niet in conflict met de planeet, in tegenstelling tot veel mensen, hij wordt één met de planeet. De boom is geen uitbuiter, hij geeft meer terug dan hij neemt, hij voegt aan de aarde toe."

Dat werd de richtlijn bij zijn eigen bouwplannen. Zoals Hillary, een jonge medewerkster en tegelbakster, het formuleert: "De aarde lijdt. We moeten nu proberen lief voor haar te zijn."

Reynolds voegde nog twee grote regels aan dat uitgangspunt toe. Hij zou, in de mate van het mogelijke, werken met afval dat andere mensen produceerden. Beton en hout komen niet aan zijn huizen te pas. En het was voor hem essentieel om uit de netwerken te verdwijnen. In zijn woningen is er geen aansluiting op een waterleiding of een elektriciteitsnet.

Wat is daarop tegen?

"Behalve dat het goedkoop is om geen gebruik te maken van algemene nutsvoorzieningen? Je spaart jaarlijks minstens voor enkele honderden dollars uit. Daarnaast is het mijn overtuiging dat die algemene netten destructief zijn voor de planeet. Ze vervuilen het uitzicht, met kabels en pijpen. En wat erger is: ze vervuilen de aarde. Voor het elektriciteitsnet worden atoomcentrales gebouwd die kernafval en andere gevaren opleveren. Het water wordt gezuiverd en via riolen weer afgevoerd, wat op zijn beurt gif en afval oplevert. Bovendien halen de watermaatschappijen soms de grondwaterspiegel overhoop. De huizen die ik ontwerp, de aardschepen ('earthships' is de oorspronkelijke term, RR), willen precies dat zijn: schepen, machines die zich onafhankelijk in de aarde bevinden en die ons naar de toekomst voeren."

Reynolds bouwt zijn huizen door met zand gevulde wegwerpautobanden op elkaar te stapelen. Dat worden muren. Omdat de wanden zo dik zijn, isoleren ze zowel tegen warmte als tegen kou, wat in dit woestijnklimaat zijn nut heeft. Ze worden versierd met flessen en blikjes. Op het dak wordt de neerslag opgevangen en naar reservoirs geleid die per eenheid ongeveer 8.000 liter kunnen bevatten. Het water wordt, via een ingenieus systeem, vier keer gebruikt. Via zonnepanelen wordt elektriciteit opgewekt. Het opmerkelijke is dat de aardschepen vrij gezellig zijn, misschien in weerwil van de filosofie. Sommige lijken op oude Egyptische tempels, andere lijken nergens op. Ze kosten niet meer dan klassieke woningen, 130.000 dollar voor een ruim, afgewerkt huis. Linette, een soort erebewoonster die bij haar pensionering door een multinational haar klassieke woning heeft opgegeven (haar bedrijf suggereerde dat ze eerst een psychiater zou opzoeken alvorens een aardschip te gaan bewonen), heeft voorgerekend dat haar algemene kosten op jaarbasis 47 dollar bedragen. Aan gas voor haar kookfornuis. Hillary heeft wel eens water moeten laten aanrukken door vrienden uit Taos, omdat het een jaar lang niet geregend had, maar over het algemeen lukt het om met gemiddeld 200 mm regen per vierkante meter per jaar de behoeften te dekken van de bewoners, hier verspreid over enkele tientallen aardschepen. De eigen uitwerpselen en het afvalwater gaan naar de bemesting van de woestijn, die inderdaad her en der tekenen van groene groei begint te vertonen (in dit geval niet het lijkgroen van de atoombom). Binnenskamers beginnen huizen een soort serre te installeren waarin de bananenboom populair is. Reynolds probeert ook biobenzine te produceren voor zijn auto, en in toenemende mate zelf voedsel te telen.

Het systeem is niet helemaal sluitend. Bij langdurige droogte krijgen de bewoners dus bevoorradingsproblemen met hun water. In principe hebben de huizen binnenin een min of meer constante temperatuur ("in de winter zakken we diep onder het vriespunt, in de zomer halen we 40 graden boven nul, maar binnen verschilt de temperatuur over het hele jaar hooguit 2 à 3 graden. En dat zonder kachels", zegt Reynolds) maar dat principe houdt geen rekening met deuren die openen en sluiten. Een trui is dan ook aangewezen. Je moet tevens geregeld een bad nemen wil je voldoende saswater voor het toilet produceren (het toiletwater is herbruikt en lichtelijk gefilterd douchewater).

"Maar ten gronde", zegt Michael, "staan we na dertig jaar experimenteren klaar om zowel in het bevroren Alaska als in het bloedhete Phoenix te bouwen." In België, Strombeek, heeft zijn groep al een gebouw neergezet. "Ik wil niet beweren dat je in België al je energie uit de zon kunt halen, misschien moet je ook de wind benutten, of zelfs toegeven dat je er met een combinatie van die twee niet komt, maar doorgaans heeft elke plek haar sterke en zwakke kanten. Wij wonen hier in halfwoestijn, bij ons is water het heikele punt. Toch lukt het ons meestal om met het schaarse water rond te komen. De natuur kan bijna altijd perfect voor ons zorgen."

Realiseert hij hier met zijn groep de definitieve Amerikaanse droom? Hij wordt zo onafhankelijk van de overheid dat hij zelfs geen elektriciteit nodig heeft.

"Ik zie het verband wel, maar dat was niet mijn uitgangspunt. De planeet is zo klein dat het er wat mij betreft niet toedoet of je Amerikaan bent of Irakees. Alle landen zijn economisch of politiek naar de vaantjes aan het gaan. Vorig jaar waren er in Californië en elders stroompannes. Deze zomer voorziet men aanzienlijke tekorten. Wij wonen veiliger dan de rijkste Amerikaan omdat wij ook tijdens de grootste pannes gewoon verder kunnen leven. De armste mens die zijn eigen energie produceert, is mijns inziens veiliger dan de rijkste die van het net afhankelijk is. Ik maak nog maar eens de vergelijking met de boom. De boom is onafhankelijk. Die heeft geen opvang nodig, of geen regeringsinterventie."

In de afgelopen dertig jaar betekende regeringsinterventie in deze woonzone doorgaans obstructie. De staat New Mexico nam Reynolds zijn vergunning als architect af omdat hij de regels brak door afval in nieuwbouw te verwerken en door bijvoorbeeld een afvoer onder de woonruimte te laten lopen. "Ik noem mezelf nu biotect, dat is een beroep waarvoor de overheid nog geen regels heeft vastgelegd. Op zich is het natuurlijk gek. Deze staat heeft grote lappen grond voorbestemd voor atoomexperimenten. Alsof daar geen regels met voeten getreden werden... Hoeveel dieren zijn daar gedood, hoeveel vervuiling is daar veroorzaakt?"

Tegenwoordig laat de overheid zijn bouwproject met rust.

Waarom zijn zijn gebouwen niet populairder?

"Ik denk dat we al bij al, over de wereld verspreid, tweeduizend aardschepen hebben gebouwd. Jaarlijks beleggen we drie expedities om ergens in de wereld prototypes te presenteren. We zijn pas in Valencia geweest. Het is voor iedereen altijd wel duidelijk dat onze bouwwerken voordelen hebben, maar het is niet simpel om onze huizen verteerbaar te maken voor een groot publiek. Klassieke architecten denken dat ongeveer alles mogelijk is. Ze trekken het gebouw van hun dromen op en maken het dan via pijpen of leidingen leefbaar. Met onze bouwtechniek zijn er beperkingen. Onder andere omdat onze muren dik moeten zijn, hebben de huizen een ander uitzicht. Dat stigma van het uitzicht hindert ons. We gingen in Schotland een project presenteren en daar wou men dat we zo dicht mogelijk de traditionele gebouwen zouden benaderen. Mijn reactie was: bullshit, met traditie zullen we het in de toekomst niet redden. De historische gebouwen zijn weliswaar mooi, maar ze vereisen tegenwoordig kernenergie, airconditioning, centrale verwarming en weet ik veel. Wij willen niet aan onze basisconcepten tornen. Dat is net zoals met een auto: die kan allerlei ontwerpen verdragen, maar hij kan er nooit functioneel hetzelfde uitzien als een boot. Een boot moet drijven, een auto moet rijden. Onze gebouwen moeten drijven in de omstandigheden die de toekomst ons oplegt."

Was hij dertig jaar geleden al even pessimistisch over de toekomst van de planeet als nu?

"Ja, toen al had ik het idee dat het elke dag slechter gaat met de aarde. Ik kon dan wel op een berg gaan wonen en zelf zo weinig mogelijk hinder ondervinden van wat er plaatsvond, maar uiteindelijk zou dat me niet redden. Mijn beste verdediging tegen de vernietiging van de planeet is mijn eigen idee te veralgemenen. Iedereen, wereldwijd, alles te geven wat ik voor mezelf zo nodig acht. Momenteel wordt er oorlog gevoerd over petroleum. Velen voorspellen dat de volgende wereldoorlog over water zal worden uitgevochten. In beide gevallen wordt oorlog overbodig als we de jongelui leren hoe ze verwarming en water uit de lucht kunnen halen."

Reynolds zoekt verder naar een verfijning van zijn technieken. Hij heeft zijn interesse voor piramides nog niet opgegeven, hij filosofeert over manieren om ook andere natuurfenomenen te benutten. "Waarom niet de regenboog? Ik ben er zeker van dat de regenboog een invloed heeft op mensen, misschien wel helend werkt."

Ik probeer, onder andere aan de universiteit van Albuquerque, mensen te vinden die kunnen uitleggen wat New Mexico anders maakt dan de rest van het land. Op de een of andere manier blijken de gesprekspartners stuk voor stuk antropologen, in hoofdberoep of als neveninteresse. Dat hoeft niet echt te verwonderen, want als je eenmaal uitgepraat bent over de schoonheid van dit gebied, de bergen, de woestijn, de sneeuw, de onderbevolkte vlaktes en de telegenieke uitstulpingen boven het plateau kun je nog altijd een leven lang geïntrigeerd blijven door de smeltkroes van menselijke culturen. Een tiende van de bijna twee miljoen inwoners is indiaans; 17 procent is, volgens officiële statistieken, deels indiaans; goed 60 procent is wit, wat hier ongeveer even vaak Spaans- als Engelstalig betekent.

Ossy Werner, een gepensioneerde antropoloog die in Slowakije is geboren, herinnert zich dat hij op een bepaalde dag in een restaurantje in het stadje Cuba binnenstapte en dat je zonder grote problemen vijf groepen kon onderscheiden: Anglo's, Spaans-Mexicanen, Apachen, Navajo's en hippies. Op een ander tijdstip woonde hij een traditionele dans bij in een pueblo en sommige indianen zagen er blanker uit dan hijzelf - en hij is behoorlijk wit. De hele, verwarrende mengelmoes is aanwezig: indianen met sproeten, een Spaanssprekende gouverneur die Richardson heet en die het vuur aan de schenen wordt gelegd door zijn Engelstalige politieke rivaal Sanchez...

Het is, zegt docente antropologie Sylvia Rodriguez (Spaanstalig met flinke scheuten indiaans bloed), gemakkelijk om lyrisch te worden over die smeltkroes. "We zijn hier allen min of meer ten prooi gevallen aan de betoveringsindustrie. De toeristische dienst heeft bij wijze van spreken ook de bewoners ervan overtuigd dat ze iets speciaals hebben. Maar dit is wellicht de armste staat van het land, we hebben gigantische problemen met drugs en alcohol, de nationale regering dumpt hier al het afval dat ze elders niet kwijtraakt. Ik probeer de paradoxen van onze staat altijd duidelijk te maken met dit voorbeeld. Je kent Los Alamos, het plaatsje waar een nationaal laboratorium is gevestigd waar spitstechnologie wordt geproduceerd en waar ooit de atoombom is bedacht. Daar vind je relatief gesproken het grootste aantal gedoctoreerde inwoners van het land. Daar maken de Anglo's, de witte Engelstaligen, de dienst uit. Het buurstadje is Española, met een bevolking die bruin of rood is, Spaanstalig. Daar is geen werk, geen toerisme, en het enige wat je er ten overvloede vindt, is verloedering."

De bewoners van Los Alamos beschouwen die buren als potentiële dieven, de inwoners van Española vinden hun buren wereldvreemd en bekakt. Een jaar of tien geleden brak er tijdens een basketwedstrijd van teams uit beide stadjes een vechtpartij uit, en dat is ongeveer de stand van de verhoudingen: wederzijdse agressieve afwijzing.

Elders worden plaatsen nog volgens haast feodale regels bestuurd. Ossy vertelt dat in Cuba tot vorig jaar vier Spaanstalige families de plak zwaaiden en onder hun vieren de multinationals zoals McDonald's buiten hielden. Dat was niet omdat ze zo tegen fastfood gekant waren, maar omdat ze hun eigen ondernemingen geen concurrentie lieten aandoen. "Veel van die Spaanse families zijn omstreeks 1500 naar dit gebied gekomen. Ze zijn heel katholiek, maar op een bepaald moment merkten ze op dat ze ook een vrijdagritueel onderhielden. Bleek dat ze als verplicht bekeerde joden uit Spanje waren vertrokken. Dat joodse element was helemaal in de vergetelheid geraakt."

Het leven, zegt de reisgrage politicoloog Joseph Stewart, is zoveel trager dan elders. "Ik nam onlangs het pendelbusje naar de luchthaven. De chauffeur bleek afkomstig uit Houston, Texas. Hij vertelde: 'Als je in Houston stilstaat in de file, verlies je geld. Hier verlies je niets, want er is geen geld, en dus kun je evengoed stilstaan'. Dat is volgens mij de definitie van de lokale economie. Bevriende werkgevers hoor ik steevast over hun personeelsleden klagen, omdat die werken tot ze voldoende geld hebben om hun rekeningen te betalen. De rest van de maand, tot hun geld op is, blijven ze thuis. Dat is verdedigbaar, natuurlijk, en zelfs gezellig, maar het is niet heel Amerikaans.

"Mensen zijn erg tolerant voor miserie. Toen ik hier pas was komen wonen, ging ik op bezoek naar Farmington. Verscheidene mensen drukten mij op het hart niet na valavond terug te keren omdat ik ofwel zou worden aangereden door een dronken of gedrogeerde chauffeur, ofwel een uit dronkenschap op de weg neergestorte bewoner zou doodrijden. In andere delen van het land zou men denken: dit is zo erg dat we iets moeten ondernemen. Hier hoort het erbij, de roes van het leven."

Hij is het niet helemaal eens met de verheerlijking van de smeltkroes.

"De onderscheidingen worden zelden helemaal uit het oog verloren. Noem hier nooit een Spanjaard een Mexicaan. Een Spaanse Amerikaan behoort tot een familie die vóór 1700 naar dit gebied is gekomen. Al wie later arriveerde en Spaans sprak, wordt beschouwd als Mexicaans Amerikaans. Dat onderscheid wordt gecultiveerd, al zullen de meesten wel weer niet zuiver tot de ene of de andere categorie behoren."

Hij verdwaalt ook in de politieke aanhankelijkheid. Het noorden is Democratisch, het zuiden Republikeins. De pueblo-indianen, die voornamelijk in het noorden gesitueerd zijn, horen eerder in het Republikeinse kamp (de Republikeinen maakten hun casino's mogelijk), terwijl Navajo's veeleer bij de Democraten thuishoren. Bij geen van de stammen is er een hoog stempercentage, maar hun invloed groeit, mede omdat ze een deel van de casinowinst aanwenden om politieke campagnes te helpen financieren. Zelfs Democraten zijn hier nog vrij vaak pro-oorlog. Dit is, zegt Stewart, een heel patriottisch deel van het land. "Dat is altijd zo geweest. De Spaanstaligen willen, allicht omdat ze de minderheid in het land vormen, extra benadrukken dat ze 's lands belang willen behartigen."

Miguel Gandert doceert journalistiek, fotografeert de pueblo-indianen, werkt mee aan antropologische onderzoeksprojecten en organiseert reizende tentoonstellingen. Hij is, voornamelijk, van Spaanstalige komaf, al werd er tijdens zijn jeugd (hij is in 1956 geboren) naar gestreefd dat het Engels de dominante taal zou worden. Zelfs zijn ouders probeerden Engels met hem te spreken, "wat voor mij een echte handicap betekend heeft - mijn moeder sprak geen moedertaal". Waarom, vraag ik hem, lijkt de situatie van met name de indianen hier zoveel beter, of minder slecht, dan elders in het land?

Hij antwoordt in een wegomlegging. Hij herformuleert de vraag. "Wat maakt New Mexico zo verschillend? Dit deel van het land heeft een unieke geschiedenis doorgemaakt. We hebben twee grote migratiegolven beleefd. De eerste, Spaanse golf, kwam uit het zuiden. New Mexico was toen de noordgrens van Mexico. Later kwamen de Anglo's uit het oosten. Elders hebben de Anglo's de oorspronkelijke bevolking ofwel uitgeroeid, ofwel verdreven, maar hier zijn de indianen altijd gebleven. Ze zijn gedeeltelijk dezelfde dorpen blijven bewonen. Hun pueblo's zijn in zekere zin nooit veroverd.

"Het tweede verschil: dit is woestijngebied. Toen de Spanjaarden arriveerden, hadden ze de indianen nodig om te overleven. Het riviergebied werd automatisch betwiste grond. Aan een rivier in een woestijn heb je slechts twee mogelijkheden: oorlog voeren of onderhandelen." De twee opties werden uitgeprobeerd, "maar hier kreeg je, ruim driehonderd jaar geleden, afspraken tussen indianen en Spaanstalige nieuwkomers. Er ontstond wat we noemen een buurcultuur. De Spaanse nederzettingen en de indianendorpen sloten verbonden, die hen moesten beschermen tegen de raids van de andere indianen, onder meer de Comanches. De Spanjaarden gingen in tijden van gevaar in de indiaanse pueblo schuilen en vice versa. Dat was al tweehonderd jaar aan de gang toen de VS dit gebied koloniseerden.

"In de katholieke cultuur is het peter- en meterschap belangrijk. De peter of meter zorgt voor opvang van het kind als de ouders iets overkomt. Bij ons gebeurde het vaak dat Spaanstaligen een peter zochten in het naburige indianendorp, of omgekeerd. De pueblo Picuris en het Spaanse buurdorp Pinasco bewaakten traditioneel elkaars geheime ceremonies. De Spanjaarden zorgden ervoor dat de indianen niet gestoord werden bij het voltrekken van hun rituelen, en de indianen bewaakten Pinasco tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van de penitenten, de lui die zichzelf geselen."

Hoe passen de gruwelverhalen over afgehakte voeten en bloedbaden in Acoma in die buurcultuur?

"Dat is", zegt Miguel, "wat wij noemen de grote, zwarte legende. Niet dat de Spanjaarden lief waren in Acoma. Geen enkele Europeaan was aardig voor de indianen. Maar nadat Don Juan de Oñate in Acoma huis had gehouden en inderdaad voeten had laten afhakken, moest hij in Spanje voor de rechtbank verschijnen en werd hij veroordeeld.

"De Anglo's stuurden met pokken geïnfecteerde dekens naar de indianen, of ze dwongen de Navajo's tot een dodenmars naar een reservaat. Ze waren niet beter, misschien zelfs slechter, dan de Spanjaarden. Zij hebben die zwarte legende uitgevonden toen ze, na hun aankoop van Louisiana, de noordelijke helft van Mexico wilden annexeren. Ze probeerden toen, met het voordeel van onze huidige kennis, ongeveer wat Saddam in Koeweit heeft uitgericht. Door de Spanjaarden als barbaren af te schilderen, door gruwelverhalen te verspreiden, hebben de Anglo's die verovering willen rechtvaardigen."

Dat klinkt bekend.

"Inderdaad. Als de Spaanstaligen inderdaad de hele tijd zo gruwelijk hadden gehandeld, hoe valt het dan te verklaren dat zowel de pueblo's als de Spaanse nederzettingen nog altijd bestaan? Nogmaals, ik ontken de gruwelen niet, maar de Spanjaarden hebben voor de komst van de Anglo's wetten gecreëerd die de indianen beschermden. Waar Anglo's nog lang niet aan toe waren.

"Tot de Amerikaanse kolonisatie (de oorlog met Mexico begon in 1846, RR) leefden we volgens Europese wetten. We volgden afspraken die ook in Europa van kracht waren. Er werden bestuursraden georganiseerd over de verdeling van het water. Tot op zekere hoogte zijn die wetten trouwens nog altijd van kracht. Indianen kunnen golfterreinen aanleggen omdat zij het eerste recht op land hebben. Ik woon in het plaatsje Bernaillo. Ten noorden en ten zuiden ervan liggen pueblo's. Die hebben het eerste recht op water. In verschillende plaatsen gelden nog afspraken over het reinigen van de kanaaltjes. Als de hoger gelegen dorpen hun kanalen niet reinigen, krijgen de lager gelegen nederzettingen geen water.

"Dit is, naar Amerikaanse normen, oud gebied. Santa Fe is vierhonderd jaar oud. Ik weet in welk dorp mijn betovergrootvader woonde, ik weet dat mijn overgrootmoeder een Navajo was. Mensen kennen hun wortels.

"We hebben", zegt hij, "een oude ziel. Dit is ook een machtig oord, enorm, mooi, vreemd, machtig, op het schrikbarende af soms. Het is hier bijna een laboratorium voor de smeltkroes van mensen, wat van de plaats een voorloper maakt. Maar New Mexico is ook de ontstaansplaats van de atoombom, het symbool van vernietiging. De uitersten zijn altijd aanwezig: aardschepen en bomkraters. Het is een romantische plaats, wat betekent dat veel lui met geld erop afkomen. Maar daar sta ik liever niet bij stil. Ik denk dan liever aan die oude ziel."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234