Donderdag 03/12/2020

AchtergrondOnderwijs

Wat na het middelbaar in coronatijden? ‘De werkgever krijgt meer macht aan de onderhandelingstafel’

Ook meer jongeren met een diploma uit het beroeps- en technisch secundair onderwijs besloten de voorbije maanden om hun kans te wagen op de arbeidsmarkt. Net over die groep maken sommigen zich zorgen.Beeld Illias Teirlinck

Een goede studiekeuze maken richting hoger onderwijs was dit jaar geen sinecure. Ook twijfelen sommige jongeren over het vinden van een job. Op de sprinkplank staan naar hoger onderwijs of arbeidsmarkt is in coronatijden geen lachertje. 

“Weet u waar ik me vooral zorgen om maak?”, vraagt onderwijssocioloog Bram Spruyt (VUB). “Om de groep jongeren uit vaak sociaal of emotioneel moeilijke situaties die in het beroepsonderwijs zitten en in plaats van les te volgen vorig schooljaar gaan werken zijn. Soms in het zwart.”

Afstandsonderwijs was voor die groep heel moeilijk. Bovendien hebben ze vaak een acuut geldtekort en kregen ze de kans om daar iets aan te doen. Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent): “Ik vrees dat velen van hen niet meer echt geneigd zullen zijn om terug te keren naar school. En dat is een probleem, want een diploma halen is zeker ook voor die groep belangrijk. Zo kunnen ze eventueel later nog iets doen als die eerste job mislukt.”

Een bezorgdheid die ook pedagoog Pedro De Bruyckere (Artevelde Hogeschool) deelt. “We hebben in België een leerplicht, geen diplomaplicht”,  zegt hij. “Kinderen kunnen in het jaar dat ze 18 jaar oud worden dus eigenlijk stoppen met naar school gaan. De groep die dit jaar van het vijfde naar het zesde secundair trekt en dus vorig jaar mogelijks een slechte ervaring heeft gehad, moet in het oog worden gehouden. Het zou jammer zijn mochten zij bij de eerste tegenslag er meteen de brui aan geven. Ik zeg niet dat het zal gebeuren, maar het is wel mogelijk. Zeker in steden is dat een aandachtspunt: we zagen het aantal drop-outs in Antwerpen bijvoorbeeld al stijgen voor corona.”

Of ze nu wel een diploma halen of niet, wie in deze coronatijden de arbeidsmarkt opkomt, heeft reden om zich zorgen te maken. Want op die markt zijn er momenteel veel onzekerheden. Veel hangt af van hoe de corona-epidemie de komende weken en maanden verder evolueert, stelt Baert. “Krijgen we het virus onder controle? Wanneer is er een vaccin? Komt er een nieuwe lockdown? Dat zal allemaal invloed hebben op hoe de arbeidsmarkt zich zal gedragen.”

Al zijn er volgens de arbeidseconoom wel enkele zekerheden. De periode van krapte die we lange tijd gekend hebben, en waarbij er dus heel veel vacatures waren voor heel weinig werkzoekenden, lijkt stilaan voorbij. “Dat betekent dat de werkgever aan de onderhandelingstafel bij een aanwerving opnieuw meer macht krijgt. Waar bedrijven tot nu bijna met elkaar moesten concurreren om iemand te kunnen aantrekken, zal dat binnenkort omgekeerd zijn.”

Masterstudenten

Ook bij de VDAB vangen ze signalen op dat jongeren vrezen dat het wel eens een moeilijkere periode zal worden om werk te vinden. Zo merken ze dat het totale aantal inschrijvingen van werkzoekenden in stijgende lijn gaat. Eind juli waren er 7,9 procent meer werkzoekenden ingeschreven dan in juli 2019. “Dat heeft enerzijds te maken met een verhoogde instroom, maar ook met een vertraagde uitstroom”, zegt Joris Ghysels, manager monitoring bij de VDAB. “Het wordt dus moeilijker om werk te vinden.”

Als we de jongeren onder de 25 jaar bekijken, dan zien we dat de grootste stijging bij de afgestudeerde masterstudenten zit. Er hebben zich eind juli van dit jaar maar liefst 28,6 procent meer masterstudenten ingeschreven dan een jaar geleden. “Dat kan wijzen op een grotere twijfel bij die categorie om werk te vinden”, stelt Ghysels. Want hoe sneller je je als afgestudeerde bij de VDAB inschrijft, hoe sneller je wachttijd van 12 maanden om een uitkering te kunnen krijgen voorbij is. Ze ‘dekken’ zich dus als het ware in tegen verwachte werkloosheid.

Ook het aandeel jongeren uit een technische richting in het secundair dat zich bij de VDAB inschrijft, stijgt met bijna 14 procent. Nochtans een studieniveau dat ook voorbereidt op verder studeren. De groep die uit het beroepssecundair komt, stijgt dan weer met 11,6 procent.

Met andere woorden: naast de groep van de masterstudenten besloten ook meer jongeren met een diploma uit het beroeps- en technisch secundair onderwijs de voorbije maanden om hun kans te wagen op de arbeidsmarkt. Net over die groep maken sommigen zich zorgen. Bij de sluiting van de scholen was het vaak voor die praktijkgerichtere opleidingen een pak moeilijker om afstandsonderwijs te voorzien. Waardoor de vrees leeft dat die jongeren nu met hiaten in hun kennis op de arbeidsmarkt zullen komen en het daar nog moeilijker zullen krijgen. 

Maar volgens Patriek Delbaere, topman van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs (OVSG) dat in het secundair vooral TSO en BSO-scholen heeft, is die vrees onterecht. “Dat was het ‘geluk” van vorig jaar: de sluiting viel in het laatste trimester. Veel van de leerstof hadden leerlingen dus al gezien. Dat trimester missen, zal zich volgens mij niet vertalen in het missen van fundamentele lesinhouden. Bovendien is het zo dat iedereen sowieso nog ‘on the job’ bijgespijkerd wordt.”

Toch blijven er zorgen voor wat deze generatie jongeren nog op de arbeidsmarkt mag verwachten. “Corona is zeker een katalysator voor technologische veranderingen die er sowieso al zaten aan te komen”, legt Baert uit. “We weten uit onderzoek dat bedrijven nu extra investeren in automatisering en robotisering, omdat mensen niet naar het werk kunnen komen. Dat betekent dat een aantal groepen werknemers nog meer onder druk zullen komen te staan. Wie een beroep heeft geleerd dat nu geautomatiseerd kan worden, zal het lastiger hebben. Dan hebben we het vooral over administratieve beroepen. Sommige groepen zullen het moeilijk krijgen.”

Juist daarom zal volgens deskundigen levenslang leren en heropleiden in de toekomst van cruciaal belang zijn. Baert: “We hebben met enkele arbeidsmarktspecialisten een rapport geschreven in opdracht van Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) over welke maatregelen er genomen moeten worden vanuit het beleid om net die groepen te hebben. We moeten voorkomen dat ze littekens oplopen door langdurig werkloos te blijven. Want werkloosheid versterkt je capaciteiten niet en ondermijnt je zelfvertrouwen. En een werkgever ziet dat niet graag staan op je cv. Daarom stellen wij een competentiecheck voor. Net zoals je mensen een gezondheidscheck laat ondergaan om de zoveel tijd, kunnen we op gezette tijdstippen controleren of iemand niet bijgeschoold moet worden. Zo kunnen we bepaalde groepen sneller heroriënteren naar een andere job.”

Keuzestress

Er schrijven zich dus meer jongeren in als werkzoekende bij de VDAB dan vorig jaar. Ook al zou je, gezien de situatie op de arbeidsmarkt, kunnen verwachten dat er net vaker gedacht wordt aan verder studeren of na de eerste opleiding nog een tweede te gaan doen. Maar ook het hoger onderwijs ziet op dit moment niet meteen een algemene stijging van  het aantal inschrijvingen.

“We hebben ons de vraag al gesteld: ‘Waar blijven die inschrijvingen nu?’” Leen Smisdom, studiekeuzebegeleider van de Odiseehogeschool, krabt zich in de haren. In vergelijking met andere jaren blijft het aantal inschrijvingen voorlopig wat achterwege. Studenten weten volgens haar wel ongeveer wat ze willen studeren, maar de finale keuze maken is blijkbaar heel moeilijk. Smisdom krijgt vragen binnen die ze in normale tijden in maart of april krijgt. “Daarnet nog zat er een mailtje in mijn inbox van een jongen die nog twijfelde tussen twee richtingen”, zegt Smisdom. “Waarop ik hem vroeg: ‘Waarom kom je daar nu nog mee af?’ Hij vertelde dat hij nog gehoopt had om enkele studenten te kunnen spreken vooraleer hij zijn keuze kon maken.”

Andere hogescholen signaleren dan weer dat het nog te vroeg is voor conclusies. Bij sommige komen de inschrijvingen net als bij Odisee ook trager op gang, bij andere niet. Wat in beide gevallen maar weinig zegt over het totale aantal studenten dat uiteindelijk zal starten bij het begin van het academiejaar.

Maar feit is wel dat een studiekeuze maken niet bij iedereen van een leien dakje verloopt. Een studie kiezen is altijd erg moeilijk. In dit coronajaar was dat nog moeilijker. De meeste secundaire scholen beginnen doorgaans al in september of oktober van het zesde middelbaar aan het begeleidingsproces van hun leerlingen, maar vorig schooljaar zijn heel wat belangrijke momenten in het tweede semester door corona weggevallen. Het hoger onderwijs was de eerste sector die de deuren sloot. Waardoor ook alle openlesdagen, info-momenten en sit-ins, waar alle opleidingen zichzelf voorstellen aan de jongeren, fysiek wegvielen. 

Alles moest online gebeuren. Hoe graag universiteiten en hogescholen ook beweren dat studenten daar veel gebruik van hebben gemaakt, het blijft wat anders dan de sfeer op de campus opsnuiven of aan de lijve ondervinden hoe snel (of traag) een les in een aula kan gaan. Daarom ook dat verschillende hogescholen vlak voor de zomer een versnelling hoger schakelden en studenten de mogelijkheid gaven om een afspraak te maken om in kleine groepen de campus te komen bezoeken.

“We maken ons vooral het meeste zorgen over jongeren die van thuis uit weinig of geen steun krijgen, bijvoorbeeld omdat de ouders het hoger onderwijs niet goed kennen”, zegt Smisdom. “Zeker nu de begeleiding vanuit de secundaire scholen minder intensief is dan andere jaren.  Terwijl het voor jongeren net nodig is dat ze vaak de wake-upcall krijgen van de school: ‘Hier moet je mee bezig zijn’. Niet elke student doet dat uit zichzelf.”

Ook over tendensen bij de inschrijvingen die wel binnenlopen, is voorlopig nog weinig zinnigs te zeggen. Sinds de eerste coronagolf de inspanningen van het zorg- en onderwijspersoneel in de verf zette, leeft bij sommigen de hoop dat de nieuwe waardering voor die beroepen zich vertaalt in meer starters in die opleidingen. 

Links en rechts zijn er al enkele signalen op te vangen dat die de inschrijvingen voor de lerarenopleidingen of voor zorgberoepen in de lift zitten. Zo meldde de AP Hogeschool deze week dat het aantal inschrijvingen in de opleiding verpleegkunde boomt. Al blijven dat momentopnames: in andere instellingen blijft men meer op de vlakte of spreekt men net van stabiele cijfers in die opleidingen. “Die tendensen zullen pas echt duidelijk worden als het academiejaar begonnen is”, klinkt het op de HoGent. 

Maar als dat academiejaar begint, moet er wel veel aandacht zijn voor die eerstejaars, vinden zowel universiteiten als hogescholen. Ze moeten prioriteit krijgen. Door hen bijvoorbeeld voorrang te geven in de aanwezigheid op de campus. “We streven ernaar dat 80 procent van hen fysiek les kan volgen op de campus”, zegt Gerrit Schuermans van de PXL Hogeschool. “Ze krijgen inderdaad dus een beetje voorrang, met de bedoeling om hen een vliegende start te laten maken.”

Dat is niet alleen bedoeld om kersverse studenten wegwijs te maken in de leerstof en verschillen in voorkennis sneller weg te werken. Even belangrijk is dat studenten zo de kans krijgen om student te zijn, om een sociaal leven op te bouwen. Dat je vrienden voor het leven maakt tijdens je studententijd is niet voor niets een volkswijsheid. Al wordt dat een pak moeilijker als die studententijd noodgedwongen herleid wordt tot een online ervaring. 

Dat laatste is, voor alle duidelijkheid, niet de bedoeling: universiteiten en hogescholen geven aan dat er altijd les gegeven zal worden op de campus, zelfs bij eventuele heropflakkeringen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234