Vrijdag 23/04/2021

AchtergrondJeugdcriminaliteit

Wat loopt er mis in Brussel? ‘De huidige spanningen zijn maar het topje van de ijsberg’

null Beeld

De zenuwen bij de Brusselse politie en jongeren staan zo strak gespannen dat je er cello op kunt spelen. Coronapatrouilles worden aangevallen, arrestaties verhinderd, brandweerlui en ambulanciers krijgen zelfs stenen naar hun hoofd geslingerd. Telkens reageren politici, media en de publieke opinie vol afschuw. Maar welke frustraties gaan er schuil achter al die incidenten? ‘Als je hier opgroeit, ben je een echte held als je een normaal leven uitbouwt.’

Vincent Van Quickenborne (Open Vld) drukt meteen zijn stempel als nieuwe minister van Justitie. Na de recente aanvallen op de Brusselse politie kondigde hij een lik-op-stukbeleid af. De parketten mogen geweld tegen de politie niet meer klasseren zonder gevolg. De boodschap werd in veel Vlaamse huiskamers op instemmend gebrom onthaald, maar op het terrein, bij jeugdwerkers en jongeren, overheerst de ergernis.

“Dit is alleen maar olie op het vuur”, zuchten Tom Flachet (47) en Ali Moustatine (38) van de Molenbeekse jeugdorganisatie D’Broej. In samenwerking met onderzoekers van hogeschool Odisee en KU Leuven brachten zij onlangs het boek Radicalisering: donkere spiegel van een kwetsbare samenleving uit, waarin ze een dialoog aangaan met Brusselse jongeren.

Tom Flachet: “Als je alleen het geweld tégen de politie aanpakt en de politie vrij spel geeft om er stevig in te vliegen, zal de haat alleen maar toenemen.”

Regering en politie hopen wellicht op een afschrikkingseffect?

Flachet: “Dat werkt niet. Men doet alsof het geweld tegen de politie gepland is, alsof de jongeren ernaar op zoek zijn, zoals hooligans die naar een voetbalmatch gaan om te knokken. Onzin. Die agressie is bijna altijd impulsief: jongeren ontploffen, meestal als reactie op de politie. Dan denken zij niet aan de consequenties.

“Uit onderzoek blijkt dat slachtoffer-daderbemiddeling veel meer effect heeft. Dat is géén softe aanpak, want je moet als dader je slachtoffer in de ogen kijken en er deftig mee praten. Een gevangenisstraf brengt meestal niets bij - niet voor het slachtoffer, niet voor de jongere en niet voor de maatschappij.”

Ali Moustatine: “De spanningen tussen politie en jongeren bestaan al jaren. Het stoort me dat er alleen wordt gefocust op de incidenten, en niet op wat eraan voorafging. Waaróm loopt een mondmaskercontrole uit de hand?”

Don Pandzou (32) en Yassine Boubout (23) weten hoe het is om op te groeien in moeilijke stadswijken. Pandzou richtte acht jaar geleden Waka Waka Generation op, een vereniging die zich richt op jongeren met Sub-Saharaanse roots. Hij werkt ook op het kabinet van Brussels staatssecretaris Pascal Smet (sp.a). Boubout is masterstudent rechten aan de VUB, begeleidt jongeren die het slachtoffer zijn geworden van politiegeweld en adviseert organisaties en politiemensen.

Don Pandzou: “De huidige spanningen zijn maar het topje van de ijsberg. Eronder zit een gigantisch vat vol opgekropte frustraties. De belangrijkste oorzaak daarvan is de precaire situatie van die jongeren. In Brussel leeft een op de drie kinderen in armoede. In sommige wijken is 60 procent van de mensen langdurig werkloos. Als je daar opgroeit, weet je dat bepaalde jobs niet voor jou zijn weggelegd en dat je niet welkom bent in de betere delen van de maatschappij.”

Yassine Boubout: “’Waarom zou ik moeite doen, ik vind toch geen deftige job’, is de zin die ik het vaakst hoor. Corona is een katalysator voor die frustraties. En politiemensen zijn de boeman, omdat zij de maatregelen moeten handhaven die zoveel mensen beu zijn. Zij incasseren alle woede.”

Pandzou: “Men heeft het vaak over ‘moeilijk bereikbare groepen’ die de coronamaatregelen niet zouden begrijpen en naleven, maar ik ken gezinnen die zelfs ná de eerste lockdown niet naar buiten durfden en hun kinderen niet naar school lieten gaan, zo bang waren ze om besmet te raken. Het grote probleem is dat de maatregelen gericht zijn op plattelandsgezinnen met een groot huis en een tuin, niet op de bewoners van een grootstad.”

Boubout: “Exact. De inwoners van Kuregem, Molenbeek of de Modelwijk hebben geen tennisvelden, geen park om te joggen en geen mountainbike om zich uit te leven in de natuur. Ze leven in een betonnen jungle. De jeugdhuizen, fitnesszaken en sportclubs zijn dicht, het verenigingsleven ligt stil. De straat is hun enige toevlucht.”

Pandzou: “Beseffen mensen wel hoe zwaar zo'n lockdown is voor jonge gasten die op een klein appartement van 40 vierkante meter wonen, met drie generaties onder één dak, zonder ruimte, zuurstof of een stille plek voor je schoolwerk? Dat zorgt voor stress, lawaai, problemen, ruzies... En als je dan even een luchtje gaat scheppen en je slaat een babbeltje met een vriend, word je lastiggevallen door een geïrriteerde politieman die het die dag moeilijk heeft om de coronamaatregelen te handhaven. Je enige mondmasker, dat je al drie dagen draagt, zit in de was. Maar de politieman gelooft je niet en vraagt je identiteitskaart. Je wordt nerveus en stribbelt tegen, want je moeder heeft gevraagd om je zusje van school te gaan halen en je wilt niet te laat komen. Voor je het weet, zit je op het commissariaat of heb je een boete van 250 euro gekregen, waarvan je niet weet hoe ze die thuis gaan betalen. Dát is de leefwereld van die gasten.”

Don Pandzou: ‘In Brussel leeft één op de drie kinderen in armoede. In sommige wijken is 60 procent langdurig werkloos.’ Beeld
Don Pandzou: ‘In Brussel leeft één op de drie kinderen in armoede. In sommige wijken is 60 procent langdurig werkloos.’

Moustatine: “Wie verliest het meest als de scholen dichtgaan? Kinderen die geen laptop of eigen kamer hebben. Wie lijdt het meest tijdens een lockdown? Stadsjongeren in kleine appartementjes. Zij hebben maar één vluchtroute: de straten en pleintjes waar ze voetballen en discussiëren. Maar dat mag dus niet meer.”

Emma (34) is jeugdwerker in Brussel, en wil enkel getuigen onder een schuilnaam, omdat ze het gevoel heeft dat de politie haar organisatie nu al viseert.

Emma: “Gasten die politiemensen in het ziekenhuis kloppen, moet je vervolgen. Maar de huidige situatie is het gevolg van twintig jaar van onderinvesteringen: in politie, justitie, onderwijs, armoedebestrijding, groen, publieke ruimte, sportinfrastructuur en jeugdwerking. De gevolgen daarvan zie je elke dag in de Brusselse Kanaalzone. De rellen en agressie tegen de politie zijn een gevolg van een systeem dat zwaar is tekortgeschoten. Maar als je dat zegt, ben je een linkse softie die delinquenten de hand boven het hoofd houdt.”

Op welk domein zijn de noden het hoogst?

Emma: “Het Brusselse onderwijs is een ramp. Tot de jaren 90 had ons onderwijs een grote emanciperende kracht voor kansarmen. Die is de voorbije twee decennia dramatisch afgenomen door het bezuinigingsbeleid. Veel Franstalige scholen zijn niet meer in staat om deftig onderwijs aan te bieden. Er is een carrousel van jongeren die overal zijn buitengesmeten en uiteindelijk in 'vuilbakscholen' terechtkomen. Die moeilijke jongens zitten in klassen van 30 tot 35 leerlingen, omdat het Franstalig onderwijs geen inschrijvingsplafond hanteert. Ga er maar aan staan als leerkracht. Het is al een succes als drie vierde van de klas op tijd is en er een heel uur geen stoel door het lokaal vliegt.

“Begin dit jaar staakten de leerkrachten van het André Thomas Atheneum in Anderlecht nadat een collega was vergiftigd. Ze klaagden over een gebrek aan bescherming en aan een disciplinair kader. Er was ook een tekort aan leerkrachten en middelen: een oud zeer in veel scholen.

“Ik ken scholen waarvan de inspectie al jaren zegt dat ze eigenlijk gesloten moeten worden. Men houdt die enkel open vanwege de maatschappelijke meerwaarde: ze bieden een dagopvang aan jongeren waar men anders geen raad mee weet. Onderwijs kun je dat niet meer noemen.”

Tomas De Kerpel (37) is directeur bij Abrusco, een vzw die het welbevinden van Brusselse jongeren wil versterken en hen begeleidt naar een passend diploma.

Tomas De Kerpel: “Wij werken met jongeren die schoolmoe zijn en zonder diploma dreigen uit te vallen. De term ‘vuilbakscholen’ vind ik te negatief. Die scholen tonen net hun hart door jongeren op te nemen die nergens anders meer welkom zijn. Ze zijn het laatste redmiddel en wij ondersteunen hen om met die jongeren toch nog een waardevol traject te lopen.”

Welke klachten horen jullie bij de jongeren?

De Kerpel: “Dat ze geen perspectief hebben op een mooi leven. Velen groeien op in armoede, in eenoudergezinnen of kindrijke families waar vader noch moeder werkt. Ze komen vaak te laat op school omdat ze eerst nog voor hun kleine broer of zus moeten zorgen. Thuis hebben ze weinig bewegingsruimte, dus hangen ze rond op straat, waar ze vatbaar zijn voor slechte invloeden. Bovendien horen en lezen ze wat er over hen wordt gezegd in de media. Sommigen denken: de samenleving ziet mij als uitschot? Bon, dan zal ik me ook zo gedragen.

“Toch boeken we vaak successen. Ik herinner me een meisje dat onhandelbaar was in de klas. We hebben haar toen een-op-eenbegeleiding aangeboden en bouwden zo moeizaam een band met haar op. Wat later raakte ze betrokken bij een zware vechtpartij. De politie werd erbij gehaald en we stimuleerden haar om aan herstelbemiddeling te doen. Stilaan drongen we tot haar door. Na een traject van jaren draaide ze de knop om: ze behaalde een diploma, solliciteerde bij ons en heeft nu een gezin, terwijl ze vroeger als onhandelbaar werd bestempeld. We mogen jongeren dus niet te snel opgeven. Er zijn veel lichtpuntjes in het ‘hellhole’, maar je moet ze willen zien.”

Pandzou: “Ik ken veel jongeren vol goede bedoelingen. Zij spreken vlot drie talen, zijn creatief en willen nuttig zijn voor de maatschappij, maar ze botsen voortdurend op muren. En er wordt vaak negatief over hen bericht. Dat maakt hen boos.

“Na de vechtpartij in Blankenberge had iedereen het over ‘de Brusselse jongeren’, terwijl dat een heel heterogene groep is. Zo creëer je een fout stigma. Staat er toevallig Sint-Joost, Molenbeek of Anderlecht op je identiteitskaart, dan mag je niet binnen in de discotheek en krijg je moeilijk toegang tot recreatiedomeinen. En als je naar de kust wilt, roept de politie al op voorhand dat ze aan etnische profilering gaat doen.”

Flachet: “Telkens wanneer er iets gebeurt, reageert de maatschappij met nieuwe vormen van uitsluiting, waardoor het probleem groeit. Op hete dagen is het ondraaglijk in Brussel. De recreatiedomeinen in de buurt zijn moeilijk toegankelijk en de jongeren voelen zich er ook niet echt welkom. De zee was voor hen de beste oplossing, zeker door de goedkopere treinen. Maar na één incident maken we ook dat weer bijna onmogelijk.”

De nuchtere Vlaming zal opmerken dat die gasten zich dan maar hadden moeten gedragen.

Flachet: (scherp) “Níémand weet precies wat er aan die vechtpartij is voorafgegaan. Waarom is de conclusie dan dat het de schuld van de jongeren is? Misschien werden ze uitgedaagd door racistische strandgangers die niet gediend waren van hun aanwezigheid of muziek? Op de sociale media was de teneur dat ‘die makakken niks te zoeken hebben op het strand’. De jongeren aanvaarden zulke opmerkingen niet meer. Als ze uitgedaagd worden, reageren ze. Maar ze komen heus niet naar zee om keet te schoppen.

“De heisa na die vechtpartij was typisch: een hoop parlementaire vragen en politieke statements, de media die dagenlang over niks anders praatten. Een redder met twintig jaar ervaring zei: ‘Wij hebben hier al last gehad met Fransen, Nederlanders en Duitsers, maar alleen als het om Brusselse jongeren gaat, wordt dat zo uitvergroot.’ Hoe die gasten als gangsters van het strand werden geleid, onder luid applaus van de toeristen, daar draaide mijn maag van om. Dat was het beeld van een maatschappij die hen uitspuwt. En dat voelen ze elke dag.”

Moustatine: “Onze jongeren krijgen voortdurend de boodschap dat ze in het vierkant van de maatschappij moeten passen. Maar dat vierkant wordt steeds kleiner. ‘Ben jij een Charlie of niet?’ vroeg men aan moslimjongeren, na de aanslagen op Charlie Hebdo. Zonder nuance! De jongeren vonden die moorden verschrikkelijk, maar velen vonden die Mohammed-cartoons ook beledigend. Als ze ‘#jesuischarlie’ zeggen, verraden ze hun godsdienst, maar passen ze in het vierkant. Als ze dat weigeren, plaatsen ze zich buiten de samenleving. Zo wordt de marge wel heel krap.”

Flachet: “Dit jaar roept bij mij echo’s op van de situatie vijf jaar geleden: de periode van de Syrië-strijders en terreur in Europa. Na de aanslagen in Brussel werd Molenbeek een maand lang belegerd door de media. Bewoners werden achternagehold door journalisten en nadien viel de politie overal binnen. Onderschat niet wat voor trauma dat was voor de bewoners. Zij werden twee keer slachtoffer: eerst van de aanslagen die hen óók bang maakten, en nadien van de reactie daarop. Het racisme groeide, hun leefwereld werd verdacht en hun godsdienst gezien als bron van alle kwaad. Voeg daar nog de provocerende verklaringen van politici aan toe, zoals Jan Jambon met zijn ‘dansende moslims’ (de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken zei in ‘De Standaard’ dat 'een significant deel van de moslimgemeenschap danste na de aanslagen', red.). Ook nu zie je dat de politiek wil scoren op de kap van de jongeren.”

Yassine Boubout: 'Een agent zei tegen een jongere: 'Als je nu niet zwijgt, eindig je zoals Adil.' Als je zoiets hoort, word je natuurlijk zot.' Beeld
Yassine Boubout: 'Een agent zei tegen een jongere: 'Als je nu niet zwijgt, eindig je zoals Adil.' Als je zoiets hoort, word je natuurlijk zot.'

Moustatine: “Politiek en media vormen samen een vernietigende machine. De media focussen voortdurend op rellen en incidenten die mensen opjutten, politici reageren daarop met straffe verklaringen die de indruk wekken dat ze er iets aan doen. In werkelijkheid doen ze enkel aan symptoombestrijding en weigeren ze het systeem aan te pakken waaruit die incidenten ontstaan. Zo wordt de machine steeds gevoed en worden de stereotypes versterkt. Politiek en media zullen die machine niet stilleggen, ze leven ervan.”

Verliezen we de verantwoordelijkheid van jongeren en hun ouders nu niet uit het oog?

“De meeste ouders knokken om hun kinderen een goede toekomst te geven. Maar sommigen kampen met schulden, verslavingen, problematische huisvesting... Hoe groter hun problemen, hoe moeilijker het is om hun kinderen veiligheid en structuur te bieden.”

Moutsatine: “Álle actoren in de maatschappij zijn verantwoordelijk. Het is te makkelijk om alles in de schoenen van de jongeren en hun ouders te schuiven. Ik heb genoeg ouders zien huilen omdat ze geen greep meer hadden op hun zoon. Die mensen willen ook het beste voor hun kinderen.”

Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) had onlangs in ‘Humo’ een boodschap voor de Brusselse jongeren: ‘Het leven is niet eerlijk, maar doe je uiterste best en stop met zagen.’

Emma: “Dat kan hij wel zeggen, maar die gasten zien geen perspectief. Hun school, hun wijk, hun vrienden, overal zijn er problemen: generatiearmoede, gasten die in de gevangenis vliegen... Wie zo’n milieu wil ontgroeien, moet echt sterk in zijn schoenen staan. Niet elke jongere kan dat.

“Sommigen komen pas tot inzicht als ze al een strafblad van meerdere pagina's hebben en duizenden euro's aan boetes en schadevergoedingen moeten betalen. Met zo'n blok aan je been is het moeilijk om uit de ellende te raken.

“Ik ken een man die in de gevangenis zit voor zware feiten. Hij erkent die feiten en aanvaardt zijn straf. Maar het heeft zes jaar geduurd voor hij werd veroordeeld. Hij moest loopbaanonderbreking nemen om zijn straf uit te zitten. Die man had zijn leven op de rails, en nu wordt dat er weer afgehaald.”

Moustatine: “Ik weet één ding: als je in zo'n context opgroeit, je studies afmaakt en een normaal leven uitbouwt, ben je een held, un vrai héro, want dan heb je heel veel obstakels overwonnen. Die positieve voorbeelden zijn er. Veel zelfs. Waarom halen die de media zo weinig?”

In april werd de 19-jarige Adil uit Anderlecht doodgereden door een politiewagen, nadat hij op zijn scooter was gevlucht voor een politiecontrole. De familie van Adil diende klacht in tegen de twee agenten in de combi, maar het parket oordeelde vorige week dat hen geen schuld treft.

Boubout: “Dat komt zwaar aan bij de jongeren. De dood van Adil leeft nog heel sterk. Veel jongeren kenden hem.”

Emma: “Voor die gasten bestaat er geen twijfel over dat Adil moedwillig is aangereden. Zij spreken van moord. Dat er wellicht geen ‘justice for Adil’ komt, maakt hen woedend. ‘Het zijn altijd dezelfden die doodgaan, en altijd dezelfden die ermee wegkomen’, hoor ik vaak.”

Boubout: “Een jongere vertelde dat een agent tegen hem riep: ‘Als je nu niet zwijgt, eindig je zoals Adil.’ Als Adil je vriend was, word je zot als je zoiets hoort. Dan is het heel moeilijk om nog respect op te brengen voor het uniform. Veel jongeren zien de politie als een orgaan dat hen kan oppakken en doden. Zij weten dat zij of hun kleine broer de volgende kunnen zijn. En ze hebben geen vertrouwen in de controlemechanismen bij de politie. Als ze slachtoffer worden van politiegeweld, wijs ik hen op hun rechten en vraag ik of ze klacht willen indienen. Negen op de tien weigeren dat: ‘Het helpt toch niet.’”

Welke verhalen van politiegeweld krijg je zoal te horen?

Boubout: “Ik ontvang wekelijks drie à vier verhalen van jongeren die hardhandig zijn aangepakt. Een derde heeft klappen gekregen. De inspecteurs kennen de dode hoeken van de bewakingscamera's in hun gebouwen, ze weten heel goed waar ze ‘hun ding kunnen doen’. Een andere klassieker is dat ze een verdachte bij een arrestatie met het hoofd tegen de combi laten bonken.”

Ook politiemensen zitten vol frustraties. Ze patrouilleren in wijken waar ze voortdurend worden uitgescholden, bespuwd en belaagd. Als ze dan voor de zoveelste keer dezelfde knaap oppakken, nadat vijftien anderen dat met geweld probeerden te verhinderen, kan het al eens te veel worden, zeggen ze.

Boubout: “Ik begrijp dat, maar zo creëren we een spiraal van steeds zwaarder geweld langs beide kanten. Politiemensen zijn opgeleid om altijd professioneel te blijven. Als het even te veel wordt, moeten ze afstand nemen. Maar van sommige inspecteurs is geweten dat ze slaan vóór ze vragen stellen.”

Emma: “In mei deelde politievakbond VSOA een filmpje waarin twee agenten in Anderlecht een overvaller proberen te arresteren, terwijl ze door minstens tien omstaanders worden geschopt en geslagen. Daar stond honderd man rond en niemand greep in. Achteraf hoorde ik dat één van die politiemannen bekendstond als 'een harde'. Een maand voordien had hij de arm van een jongen gebroken. Ik praat dat niet goed, maar als je losse handen hebt, kun je vroeg of laat iets terugverwachten.

“Het wantrouwen tegenover de politie zit heel diep. Mensen vertelden me dat er in hun sociale woonblok ’s nachts een buurman met een machete door de gangen liep, terwijl hij Duitse slogans brulde. Toch belde niemand de politie, want ‘dan weet je niet waar het eindigt’. Mensen zijn dus banger voor de politie dan voor een psychopaat met een wapen.”

Moustatine: “Toch worden veel wijkagenten, ook vrouwen, erg gerespecteerd in de wijken. Als zij op straat in de problemen komen, zullen ze hulp krijgen van de bewoners.”

Pandzou: “Er zijn wijken waar de politie bijna nooit komt, tenzij met minstens drie combi's om alle vluchtwegen af te sluiten of de eerste combi te beschermen bij een inval in een gebouw. Dat komt allemaal heel agressief over. Zo bouw je geen band op.”

Emma: “Een dakloze jongen werd opgepakt door de politie, omdat hij hen met eieren had bekogeld. Als wraak staken ze eieren tussen zijn kleren en duwden die plat. Zo werd hij in het putje van de winter de straat op gestuurd, met natte en vieze kleren. Zijn énige kleren. Veel politiemensen willen hun job goed doen, maar bij sommigen druipt het racisme er gewoon af.”

Pandzou: “Een vriend van me werd dood aangetroffen in een politiecel. Zelfmoord, beweerde de politie. Maar achteraf bleek dat er sporen van geweld waren. Dat werd toegedekt, net zoals ze met de zaak-Chovanec hebben geprobeerd. Dan hoor je de verdedigers van nultolerantie niet. In de meeste gevangenissen is halalworst dubbel zo duur als gewone worst: waarom zijn zulke pesterijen nodig? En hoeveel chatrooms en WhatsApp-groepen met racistische praat zijn er de voorbije jaren al opgedoken?”

Tom Flachet: 'Hoe die gasten als gangsters van het strand van Blanken­berge werden geleid, onder luid applaus van de toeristen, daar draaide mijn maag van om.' Beeld
Tom Flachet: 'Hoe die gasten als gangsters van het strand van Blanken­berge werden geleid, onder luid applaus van de toeristen, daar draaide mijn maag van om.'

Hoe kan de band tussen politie en jongeren verbeteren?

“Alvast niet met dat nultolerantiegedoe. De politiek pleit voor de vuist en de stok, maar de stok is gebroken en de vuist van justitie is kreupel. Ons systeem kan zo'n lik-op-stukbeleid niet aan. De parketten seponeren veel zaken vanwege een gebrek aan mankracht en middelen. In juni staakten de jeugdrechters omdat ze griffiers tekortkwamen. Het gebrek aan manschappen bij de Brusselse politie is structureel. En onze gevangenissen zitten al jaren overvol. De cipiers zijn zo malcontent dat ze vier jaar geleden het kabinet van Koen Geens (CD&V, toenmalig justitieminister, red.) kort en klein sloegen, en sindsdien zijn ze niet meer gestopt met staken. Nultolerantie, dat is pure windowdressing.”

Pandzou: “Het is van de Dutroux-affaire geleden dat de politiewerking nog zo in vraag werd gesteld. Veel jongerenorganisaties, zoals Uit De Marge, JES en Nakama, organiseren projecten en doen aanbevelingen om de relatie tussen politie en jongeren te verbeteren. Het Brussels Parlement houdt zelfs parlementaire hoorzittingen. Dat moet tot resultaten leiden.”

Boubout: “Een dialoogske zal niet volstaan. We hebben community policing nodig, met agenten uit de wijk, die gekend zijn, mensen helpen en praatjes maken met de bewoners, in plaats van alleen op te duiken als het bagarre is. Met rondrijden en fouilleren win je geen respect. Er zijn veel politiemensen met goede bedoelingen, maar degenen die jongeren pesten en slaan moeten eruit. Die zwijgcultuur rond excessief geweld en racisme door politiemensen: stop daarmee. Alleen zo kan de haat in de wijken verkleinen en zullen meer mensen tussenkomen als jongeren een arrestatie proberen te verhinderen. En ook jeugdhuizen en jongerenwerkingen moeten openstaan voor samenwerking met de politie.”

Flachet: “Racistische politiemensen sturen meestal hun kat naar zo'n dialoogmoment. Als trainer in de Brussels Boxing Academy organiseerde ik enkele jaren geleden een boksactiviteit tussen jongeren en politie. Alleen de good cops kwamen erop af, de wijkagenten met goede bedoelingen. Het probleem zit bij de black police: agenten in burger die goed getraind zijn en er flink op los kloppen. De jongeren waren heel teleurgesteld dat zij niet aanwezig waren.”

Moustatine: “De oplossing zal niet van bovenaf komen. Mijn enige hoop rust op het gezond verstand van jongeren en politie. Samen couscous eten zal niet volstaan. Ze moeten een échte dialoog aangaan en openstaan voor argumenten en oplossingen van de twee kanten.”

Flachet: “Misschien zorgt Jurgen De Landsheer, de nieuwe korpschef in Anderlecht, wel voor een kentering. Tijdens een reportage in Terzake hielp hij een jongen die was gevallen met de fiets. Meteen nadien werd hij bekogeld met eieren. De journalist vroeg of hij dat zomaar liet gebeuren. De Landsheer glimlachte en zei: ‘Zo makkelijk laat ik me niet uitdagen. Ik wil de communicatie aangaan met die jongeren.’ Dát is de manier.”

Community policing heeft meer kans op slagen met politie-inspecteurs uit de eigen wijken. Maar wie wil er voor ‘de vijand’ gaan werken?

Boubout: “Er zijn jongeren die dat willen, maar ze worden vaak geweigerd voor de opleiding. Meestal staan ze in de database als ‘vriend van criminelen’. In de dichtbevolkte wijken kennen al die gasten elkaar.”

Hakim (26) groeide op in Molenbeek en slaagde dit jaar voor de politieopleiding. Hij is al enkele maanden actief op het terrein in Brussel.

Hakim: “Het klopt dat de politie veel jongeren uit de wijken weigert omdat ze niet het geschikte profiel hebben of vroeger iets mispeuterd hebben. Zelf ben ik bij de politie gegaan omdat ik mijn steentje wil bijdragen aan een betere relatie met de jongeren. Ik heb zelf ook ooit vervelende politiecontroles moeten ondergaan. Nu ik zelf inspecteur ben, begrijp ik dat beter. Wij moeten vaak jongeren identificeren, om bijvoorbeeld na te gaan of ze geseind staan, maar ik voer die controles altijd uit met veel respect, niet met botte repressie. Ik ken de leefwereld van de jongeren, ik was vroeger een van hen. Ik ben ook opgegroeid in een kleine woning, in een kansarme wijk. Dure kleren, citytrips, pretparken, dat was niet voor ons weggelegd. Gelukkig kon ik mijn energie kwijt door fanatiek te sporten. Ik heb Braziliaanse jiujitsu gedaan op internationaal niveau.”

Moet je je voor je keuze verantwoorden in de wijk?

Hakim: “Ja. Sommige jongeren hebben een gettomentaliteit: ze wanen zich de baas in hun wijk en verdienen geld 'op hun manier'. Zij begrijpen mij niet. Maar in plaats van te klagen over de politie, zorg ik liever voor verandering. Er zijn veel goede flikken. De meeste interventies verlopen zonder problemen. Helaas onthouden de mensen alleen de negatieve uitzonderingen.”

Word je door iedereen aanvaard in het korps?

Hakim: “Er zullen wel collega's zijn die mijn verbindende aanpak raar vinden. Maar als ze zien wat ik bij conflicten kan bereiken, draaien ze bij. De volgende stap is dat ze mijn aanpak ook zelf toepassen, maar zo ver zijn we nog niet (lacht). Er is aan beide kanten nog veel werk. Helaas wijst het beschuldigende vingertje altijd maar in één richting.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234