Zondag 20/06/2021

Wat kunnen we leren van Charles Dickens?

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Kranten moeten opnieuw een hoekje vrijmaken voor een ouderwets feuilleton, vindt Karl van den Broeck, Chef Boeken van De Morgen.

Dit jaar vieren we de tweehonderdste verjaardag van Charles Dickens. Overal duiken er artikels op die een antwoord zoeken op de vraag welke verhalen de Britse sociaal bewogen rasverteller zou hebben geschreven wanneer hij vandaag zou hebben geleefd.

Dagelijks duiken in het nieuws verhalen op die zo lijken weggeplukt uit het Verzameld werk van Dickens: het aantal daklozen neemt alsmaar toe. Asielzoekers slapen in kartonnen dozen in de vrieskou. Meer dan 100.000 Belgen leven van voedselpaketten. Europa dwingt de Grieken om het minimumloon met een kwart te verlagen en kinderen in Griekse scholen vallen flauw van de honger. Gelukkig zijn er soms lichtpuntjes, zoals eergisteren toen een barmhartige rechter de 'muffinman' vrijsprak. Het recht om het vuilnis van anderen te eten, is dus toch nog overeind gebleven.

Leven we écht in tijden die te vergelijken zijn met die van Dickens? Maakt het manchesterisme (het oer-liberalisme dat zweert bij een puur laisser faire) opnieuw opgang? Een mens zou soms denken van wel. Europa en het IMF laten maar één litanie horen; in drie coupletten: dereguleren, besparen, belastingen verlagen. Dat was ook de boodschap die Richard Cobden in de jaren 1840 verkondigde. In Groot-Brittannië werden toen hoge belastingen geheven op de invoer van graan. De 'Corn Laws' zorgden ervoor dat voedsel duur was waardoor de prille kapitalisten - onder meer in Manchester - hogere lonen moesten betalen aan hun arbeiders. Enkel door de invoerheffingen en andere belastingen te verlagen, kon de economie groeien. Voedsel werd goedkoper, de lonen konden worden verlaagd en de bedrijven werden competitiever.

U kunt er de parallellen met de huidige discussies over lastenverlagingen, loonmatiging, prijsregulering en indexkoppeling zelf wel bij verzinnen. Het manchesterisme bezorgde Groot-Brittannië zijn gouden eeuw én een sociaal bloedbad dat Charles Dickens dan weer beschreef in zijn boeken.

De wortels van de 'Dickensperiode' liggen aan het einde van de achttiende eeuw en de invoering van de kinderarbeid. Volgens een hardnekkig verhaal (mythe?) kreeg de Britse premier William Pitt toen de Engelse textielbazen over de vloer. Die klaagden dat de belastingen veel te hoog waren en dat ze die niet konden betalen. Pitt zou toen de legendarische woorden "Take the children" hebben uitgesproken.

Het waren die textielateliers die door Dickens "dark satanic mills" werden genoemd en die wij ook kennen uit de boeken van 'onze' Eugeen Zetternam (Mijnheer Luchtervelde) en de film Daens.

August Snieders, die vijftig jaar lang hoofdredacteur was van Het Handelsblad, de grootste Vlaamse krant in de negentiende eeuw, beschreef in 1862 de gevolgen van het toelaten van kinderarbeid: "Neemt de kinderen, onverschillig van welk geslacht, en die woorden, door de daad gevolgd, zijn in zekeren zin al een vloek geweest, welke niet alleen op de mindere klasse neêrviel, maar op gansch de samenleving; omdat het eene overbekende waarheid is, dat het maatschappelijk bestaan, in één enkel deel getroffen, door gansch zijn bestaan lijdt en kwijnt."

Kinderarbeid toestaan was een brug te ver. Het veroorzaakte enorme scheuren in het maatschappelijke en economische weefsel en het familieleven. Snieders, die Vlaams, sociaalvoelend en katholiek was, veroordeelde het socialisme, maar hij wist zeer goed dat de opkomst ervan volledig op conto van het manchesterisme was te schrijven.

Historici weten dat de geschiedenis zich nooit herhaalt. Ook nu niet. De casinokapitalisten van vandaag zijn de kinderen (jongeren) tegenwoordig liever kwijt dan rijk. In landen als Spanje en Griekenland loopt de jeugdwerkloosheid op tot 50 procent. En ook de oudere, duurdere en - zogenaamd - minder productieve werknemers, vallen uit de boot. Ze willen nog wel lagere (of helemaal geen) belastingen, goedkope arbeidskrachten en soepele milieuwetten. In de derde wereld zetten ze zonder scrupules wél kinderen aan het werk.

Kunnen we vandaag iets leren van Charles Dickens of van onze eigen sociaal bewogen auteurs uit de negentiende eeuw: August Snieders, Eugeen Zetternam, Cyriel Buysse, Reimond - Hard Labeur - Stijns? Uiteraard. En misschien kunnen we van hen nog veel meer leren dan van de experts, de wetenschappers, de publicisten en de journalisten (mea culpa) die het monopolie hebben op opiniepagina's als deze.

Want gelooft u echt, zoals Joël De Ceulaer het onlangs stelde, dat we ons voor het verkrijgen van inzicht moeten wenden tot de non-fictie, tot de wetenschap? Benieuwd wat Stephen Hawking over de indexsprong te vertellen heeft. Of een econoom (is dat een wetenschap?) over het leed van de asielzoekers aan het noordstation.

Briljant

Voor een keer ben ik het volmondig eens met Theodore Dalrymple die onlangs in The American Conservative fulmineerde tegen het steriele welles-nietesdebat in de kranten. "Iedere (publicist, KvdB) heeft een simpel principe, dat zogenaamd de sleutel tot het geluk, de rijkdom en economische groei bevat. Maar vandaag is het, meer dan ooit, nodig om onze aangeboren neiging om de oplossing voor alle vragen te zoeken, te onderdrukken. Dickens lezen kan ons daarbij helpen."

Een voorbeeldje: in Hard Times voert Dickens het huiveringwekkende personage Gradgrind ("a man of facts and calculations") ten tonele. Hij klaagt de uitbuiting van de arbeiders aan, maar hekelt tegelijkertijd het populisme van de vakbondsleider Slackbridge ("he was not so honest"). Dickens was lucide, had oog voor nuance. Hij was een briljant observator die de mensen over wie hij schreef doorgrondde. Hij wist dat elke briljante theorie in de banale (of vreselijke) praktijk aan het wankelen gaat. Dat is meer dan je van de meeste wetenschappers kunt zeggen. Kranten moeten misschien op hun opiniepagina's opnieuw een hoekje inruilen voor een ouderwets feuilleton.

Dickens wist dat elke briljante theorie in de praktijk aan het wankelen gaat, dat kun je van de meeste wetenschappers niet zeggen. © getty Beeld UNKNOWN
Dickens wist dat elke briljante theorie in de praktijk aan het wankelen gaat, dat kun je van de meeste wetenschappers niet zeggen. © gettyBeeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234