Woensdag 29/06/2022

AchtergrondVakantieliefdes

‘Wat kon ik baseren op een week met een onbekende, op een dwaze verliefdheid?’

null Beeld Sasa Ostoja
Beeld Sasa Ostoja

Corine Koole sprak met twee mensen die in een zomer smoorverliefd op elkaar werden. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? Deze week: Susan (64) en Harco (62) over hun zomer in 1981.

Corine Koole

Susan

“Ik kwam uit Engeland en was bleek over mijn hele lichaam met wat rode verbrande vlekken op mijn dijen. Hij kwam uit Nederland en was blond en diepgebruind tot aan zijn kruin – dat soort dingen maakt indruk als je jong bent. Ik had zijn broer ontmoet in de bus op een Grieks eiland, ze sliepen op het strand zei hij en dat was ik toevallig ook van plan. En daar in de branding zag ik Harco voor het eerst: een schuchtere, in zichzelf gekeerde gestalte. Ik werd getroffen door zijn teruggetrokkenheid die ik voor zachtaardigheid aanzag.

“Dat hij geen indruk wilde maken, vond ik leuk. Hij was met zijn zus en broer op vakantie, ik met een vriendin, we kampeerden in tentjes in het zand, het was 1981. Hij kijkt naar mij, dacht ik, toen we een dag later met een groepje gingen eten. En toen zijn zus even later vertrok, sliepen we samen in zijn tentje. De zoen die we daarvoor, zittend in het warme zand, wisselden had niets van dat gehaaste, bijna driftige kussen zoals ik dat van televisie kende. Het was meer aftastend, alsof we vonden dat we elkaar het best konden leren kennen via onze monden, omdat die het gevoeligst waren.

“Maar mijn toekomst lag elders, wist ik. Namelijk gewoon thuis, in Londen. Na de vakantie zou ik beginnen aan een opleiding fotografie, daar was ik van plan een jongen te leren kennen; zo had ik het me voorgenomen. Ik was op mijn 24ste, geloof ik, niet zozeer uit op verliefdheid, dan wel op een relatie. Maar Harco gooide alles overhoop. Een paar dagen later reisden we door naar Samos, ik herinner me dat hij een andere veerboot had dan ik, en dat ik paniekerig dacht: nu zie ik hem nooit meer. Maar bij de haven wachtte hij op me.

“We zwommen naar een rots een eindje van de kust, vanwaar je het strand kon zien, een mini-eilandje en daar zei ik tegen hem: ik geloof dat ik van je houd. En hij antwoordde: ik ook van jou. Maar waar bracht ons die bekentenis? Ik zou volgens plan doorreizen met mijn vriendin naar Turkije en Egypte, hij zou aan het einde van de week naar huis gaan, wat kon ik baseren op een week met een onbekende, op een dwaze, onontkoombare verliefdheid?

“Hij stuurde vier brieven naar het kantoor van American Express in Caïro. Er waren vier vestigingen, naar elk adres zond hij er een, zodat hij zeker wist dat ik er in ieder geval één zou ontvangen, en ik zei tegen mijn vriendin, ik wil weg hier, ik wil naar Amsterdam.

Hij haalde me op van het station. Ik schrok toen ik hem zag staan. Hij droeg een roze spijkerjasje, een witte broek en een vreemd kort T-shirt en zag er heel anders uit dan ik me herinnerde.

Onwennig begroetten we elkaar en liepen naar buiten. Voorbij de taxi’s, en later ook voorbij de trams. Tot mijn verbazing haalde hij een gammele fiets van het slot, legde mijn tas op het stuur en vroeg mij achterop te gaan zitten. Bij elk stoplicht moest ik afstappen omdat de fiets vervaarlijk wiebelde en het moeilijk had met het gewicht van mijn tas en mij. Op zijn kamer maakte hij hutspot met worst voor me – het was een warme avond in augustus. Wat een raar exotisch land, Nederland, dacht ik, maar ik vond alles geweldig met mijn liefde.

“Terug in Londen belden we eens per twee weken, vaker was te duur. Tot hij na drie maanden bij mij kwam wonen. Hij gaf zijn studie op in Nederland en werd afwasser en later vond hij loeizwaar werk met gehandicapten die hij in een schoolbusje moest tillen.

Na twee jaar zijn we naar Nederland verhuisd, want Londen is alleen leuk als je geld hebt. Ik heb moeten wennen aan de ‘alles moet kunnen’-mentaliteit van Nederlanders die menen ongevraagd iets over je te kunnen zeggen, maar dit land heeft mij ook assertiever gemaakt.

Harco en ik zijn nog steeds samen. Nooit ruzie, nooit drama. Eigenlijk is hij zoals hij was toen ik hem voor het eerst aan dat strand zag staan en zoals hij zoende: vriendelijk en kalm. Zoals hij met ons anderhalf jarig kleinkind speelt, de overgave die hij toont, vind ik mooi. Over gevoelens hebben we het nooit, ingewikkelde gesprekken voeren we niet. Dat is niet nodig, eigenlijk is Harco de Engelsman die ik had verwacht in Londen te zullen ontmoeten. Maar dan een met huid die in staat is te bruinen.”

Harco

“Ik had geen idee, van niks, die zomer dat ik Susan ontmoette. Ik was 22 en deed een beetje halfhartig de opleiding aan de bibliotheekschool, en toen mijn zus zei, ik ga op vakantie, ga je mee, haalde ik mijn schouders op en ging. Daar in Griekenland sliepen we met z’n allen op het strand, mijn broer was er ook, en ik dacht alleen maar: wat doe ik hier.

“Met Susan die daar ook kampeerde, zoende ik op het strand, maar dat betekende niets. In mijn herinnering gebeurde er pas iets tussen ons toen we een paar dagen later in de bus naar de haven stapten en mijn zus mij een duwtje gaf en zei, ga jij nu naast Susan zitten. Susan was Engels, en wat meer moet ik zeggen: ze bleek grappig en vrolijk, iemand die de dingen niet zo serieus nam. Ze corrigeerde me niet wat betreft mijn nurkse, hoekige gedrag. Ze verlangde niet dat ik anders was. Ze was een verademing vergeleken bij de pinnige meisjes thuis die ik kende.

“En gek genoeg, pas toen het niet langer was of ik me moest verdedigen voor wie ik was, zag ik voor het eerst hoe mooi ze eigenlijk was met haar groen minirokje en haar blauwe bikini. Dus niet tijdens het zoenen, maar daarna. Zo werkt kennelijk de liefde. Doorslaggevender dan iemand zelf leuk vinden, is het gevoel dat je je geaccepteerd weet in al je tekortkomingen. In mijn geval: in mijn ongemak met mezelf en de wereld.

“Als mijn zus mij tijdens die busrit – waarin voor het onwetend oog van een ander niks gebeurde dan wat gebabbel, zonder geflirt, gestaar of gezoen – niet haar richting had opgeduwd, was er nooit iets gebeurd tussen Susan en mij. Dan was ik die teruggetrokken nerd gebleven. Maar nu moest ik mij wel een uur lang tot haar verhouden.

“Mijn stugheid verweekte. Op een volgend eiland zwommen we naar een rots waar we een serieus gesprek hadden over hoe nu verder, want ik wist zeker, haar wilde ik niet meer kwijt. Het was een openbaring dat een meisje mijn onzekerheid niet afschrikwekkend en irritant vond. Mijn zus lachte. ‘In het begin zat je alleen maar te zeuren, en nu ben je ineens enthousiast.’

“Ik schreef Susan vier brieven toen ze doorreisde naar Egypte met haar vriendin. In die tijd kon je ongeadresseerde post ophalen bij American Express, en ik stuurde naar elk kantoor in Caïro een exemplaar, geen doordruk, maar wel brieven met steeds een soortgelijke inhoud: dat ik haar miste en dat ik van haar hield, en dat ik nooit gedacht had dat die woorden nog eens uit mijn mond zouden rollen. Die brieven kreeg ze allemaal tegelijk, één kantoor in Caïro was kennelijk het hoofdkantoor dat diende als verzamelpunt.

“Toen ik thuiskwam in Amsterdam ontving ik haar telegram: ‘Ik kom langs met de trein en kom aan op het Centraal Station’. Ik was nerveus: zou ik haar herkennen als ze voor mijn neus stond, hoe zou het zijn? Ik droeg een korte broek en een rood jasje, dat in die tijd mijn favoriet was. Engelsen zijn niet gewend te fietsen, en zeker niet om achterop te zitten. Ze zag de taxi’s staan en wilde al instappen, ze zag trams, en zei, o, dan nemen we die zeker. Maar ik leidde haar naar mijn zwarte vehikel en slingerend reden we naar mijn kamer. Ze had een verse mango meegenomen uit Caïro, die aten we samen.

“Iedereen zei hetzelfde op diezelfde toon: ‘Susan is je vakantieliefje. Als zij naar Amsterdam komt, is het nooit wat het was in Griekenland.’ Maar het was nog beter. We omhelsden elkaar en kusten, de dagen erop liet ik haar de stad zien, het Waterlooplein, de grachten. Over de grote dingen van het leven, waar andere jonge stellen zo mee bezig kunnen zijn, hadden we het niet. Het was of dat niet hoefde. Het zat wel goed, we hoefden geen discussies te voeren om onze liefde te bevechten en te bevestigen.

“Ook in de veertig jaar die volgden hebben we dat nooit gedaan. Zelfs aan kleinigheden maken we weinig woorden vuil. Als er een nieuwe bank nodig is, koopt een van ons een exemplaar en ziet de ander wel wat er bezorgd wordt. Susan kan soms ineens heel emotioneel zijn, dat vind ik fijn, maar ze heeft nooit geprobeerd me te veranderen. Ook al ben ik in wezen nog even hoekig en nurks als die zomer van 1981.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234