Vrijdag 27/11/2020

Wat komt er uit de compromismachine?

Komende vrijdag maakt de Nederlandse juryvoorzitster, H.K.H. prinses Laurentien, in een Schipholhangar bekend wie de felbegeerde AKO Literatuurprijs opstrijkt. Met Stefan Brijs, Dimitri Verhulst en Joris Note prijken er drie Vlamingen op de Toplijst van zes boeken. Hoeveel kans maken ze op de cheque van 50.000 euro?

Door Dirk Leyman

"Het bekronen van literatuur staat gelijk met het uitroepen van de mooiste bochel in een club van bochels, aldus stellend dat een bochel mooi is. (...) Een prijs is zoals een liefdesverklaring. Iedereen is het erover eens dat zij geen zin heeft, behalve de verliefde", zo schamperde de overleden dichter Eddy Van Vliet ooit. Of auteurs tegenwoordig zijn mening nog zouden delen, valt ernstig te betwijfelen. Noodgedwongen laten ambitieuze schrijvers zich in een competitief carcan dwingen. Slechts weinigen zijn ongevoelig voor de prettige neveneffecten van een prestigieuze prijs, zelfs al houdt die hen maandenlang van de schrijftafel. Grote literaire onderscheidingen zijn immers dé manier voor uitgevers en schrijvers om hun boeken op de voorgrond te houden. Goed gespekte literaire prijzen maken het verschil: ze redden weleens een middelmatig boek van de vergetelheid, fungeren als richtsnoer voor de modale lezers en zorgen voor galopperende verkoopcijfers. Ten slotte maken ze ook de pikorde in literatuurland zichtbaar. Hoewel literaire prijzen zo oud zijn als de kunsten zelf, is er de laatste tijd een ware inflatie aan de gang, een 'award industry', zo stelt de Amerikaanse professor James F. English, en dreigen we terecht te komen in een 'economy of prestige'. Zelfs jurylidmaatschappen zijn erg begerenswaardig. Geen wonder dat sommige recensenten en mediafiguren er hun beste ellebogenwerk voor uit de kast halen. Het prestige van een prijs stijgt overigens met de fraaie namen op het palmares, vandaar dat jury's vaker op veilig spelen en voor schrijvers kiezen die hun strepen al verdiend hebben. Het gepokt en gemazelde jurylid Rob Schouten wil het graag toegeven: jury's zijn nu eenmaal geoliede "compromismachines". Volgens literatuursocioloog Hugo Verdaasdonk blijkt literaire kwaliteit trouwens bijlange niet de doorslag te geven. Hij leidde een onderzoek naar de kansen van schrijvers om de AKO- en Librisprijs te winnen. En wat blijkt? "Hoe meer prestigieuze prijzen een schrijver eerder heeft gewonnen, en hoe vaker hij in de publiciteit is geweest, des te groter is zijn kans op een prijs", stelde hij vorige week in dagblad Trouw. Is dat de reden waarom jury's Arnon Grunberg vaak blindelings op hun shortlist plaatsen?

De in 1986 opgerichte AKO Literatuurprijs (die een belangstellingsdipje had toen hij even Generale Bankprijs heette) blijft intussen het paradepaardje van het Nederlandse prijzencircus. In tegenstelling tot de Librisprijs kan hij zowel naar een fictie als non-fictieboek gaan. Het palmares lezen is alsof je het keurkorps van de Nederlandstalige letteren voorbij ziet trekken: Arnon Grunberg, Jeroen Brouwers, A.F.Th. Van der Heijden, Herman Franke... to name a few. Al zijn er ook fel gecontesteerde winnaars, zoals de voorlopig enige Vlaamse laureaat Brigitte Raskin met Het koekoeksjong (1989).

Uit de liefst 370 inzendingen viste de jury (Rob Schouten, Elsbeth Etty, Jos Borré, Johan de Haes, 'bevlogen lezer' Wim Sanders en voorzitter H.K.H. Prinses Laurentien) dit jaar een Tiplijst van 22 boeken, waarop weinig viel aan te merken. Later werd die gereduceerd tot een integraal mannelijke Toplijst van zes, waarover duidelijk stevig gebikkeld is. Opvallendste afwezigen daarop zijn de overleden Gouden Uilwinnaar Henk van Woerden met Ultramarijn en zeker ook Remco Campert met zijn veelgeprezen Het satijnen hart. En had L.H. Wiener met De verering van Quirina T. niet eindelijk een shortlistnominatie verdiend, die hem voor Nestor ook al nipt ontschoot? Maar wie van de zes genomineerden heeft nu de beste papieren? Uw dienaar zoemde als een nieuwsgierig bromvliegje rond de juryhoofden, worstelde zich door juryverslagen en recensies én doet aan vergelijkend warenonderzoek.

Zie ook www.akoliteratuurprijs.nl

'Behoorlijk irritant'

Dé vreemde eend in deze AKO-bijt, al stond Note met Kindergezang in 1999 ook al op de shortlist. Bij de presentatie van de Tiplijst in het Vlaams-Nederlands huis deBuren begon Note te jammeren over hoe onachtzaam de kritiek met zijn boek omsprong. Te weinig recensies, treurde hij, waarin bovendien veel voorbehoud doorschemerde. Hoewel. Knack vond het boek van deze "denker met ruggengraat" "het voorlopige hoogtepunt in zijn oeuvre". Hoe ik mijn horloge stuksloeg is, volgens bekend Noterecept, diepzinnig, traag en weerbarstig, met veel essayistische terzijdes. De ex-leraar Boris voert gesprekken met een ursulinenzuster. De Morgen-recensent Jeroen Versteele sprak van een "portret van een hedendaagse salondepressieveling. Bepaalde passages zijn subliem geschreven. (...) Maar even vaak is Boris' chagrijn zelf behoorlijk irritant, en ontwaar je achter zijn slimmigheid en strijdkracht alleen maar een gefrustreerde zeur." Atte Jongstra was in de Leeuwarder Courant cassanter: "Gaap, zelfs het opsommen van Notes onderwerpen brengt me de vaak al in de ogen." Notes winstkansen zijn minimaal. Dat het boek op de lijst terechtkwam, is allicht te wijten aan het stijve been van een (Vlaams?) jurylid.

Joris Note

Hoe ik mijn horloge stuksloeg

De Bezige Bij, Amsterdam,

385 p., 19,90 euro.

'Minder ballast'

"De beloftes van een nieuwe tijd die op uitbreken staat en de onmogelijkheid daar deel aan te hebben", dat is de inzet van Münstermanns roman, aldus het AKO-juryrapport. De bekoring is het vijfde deel van de Andreas Klein-cyclus, waarmee Münstermann alom respect afdwong maar weinig lezers versierde. In Vlaanderen geldt hij als een nobele onbekende. De bekoring reconstrueert een zomerdag in juli 1960 waarop Münstermanns moeder man en kinderen verliet. Uw dienaar vond De bekoring destijds "een triomf van het omcirkelend schrijven en amechtig spitten in een bezwaard verleden, met veel mooie observaties". Maar: "minder ballast was De bekoring zeker ten goede gekomen". Die teneur is in de meeste recensies terug te vinden. De geforceerde structuur van dit boek zorgt voor kopbrekens. Enkel het invloedrijke jurylid Elsbeth Etty wuifde in NRC-Handelsblad alle bezwaren weg. Zoveel was duidelijk: Münstermann moest en zou op de Toplijst komen. Het is de integere Münstermann ten volle gegund, maar in het winnaarsconclaaf zal hij weinig potten breken.

Hans Münstermann

De bekoring

Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 204 p., 14,95 euro.

'Treffend beschreven'

"De Belgen zijn beter", zo toeterde NRC-Handelsblad begin dit jaar in zijn Boekenbijlage. Konden de Nederlandse schrijvers niet een ferm puntje zuigen aan de "compromisloze energie" van de jonge garde Vlamingen met Dimitri Verhulst en Stefan Brijs op kop? In ieder geval leverde Verhulsts Reetveerdegemse kroniek - "vaak lachwekkende avonturen van asociale, fantasierijke zatlappen", aldus de lofzang in het AKO-juryrapport - hem een pak suizelende vergelijkingen met Louis Paul Boon op. Even dreigde hij in Nederland zelfs de folkloristische, literaire knuffelbelg van dienst te worden. Jurylid Schouten was in Trouw in de wolken: "Treffend beschreven low-life", vond hij. En ook Elsbeth Etty is een zelfverklaarde Verhulstfan, wat ze vorige week vrijdag in een recensie van Verhulsts nieuweling Mevrouw Verona daalt de heuvel af nogmaals affirmeerde. Mag Verhulst beginnen te hopen? Realisme is gewettigd, want bij de grote greep van Weijts, Brijs en Van Oostrom verschiet De helaasheid der dingen toch een beetje van kleur. Want zal de blauwbloedige juryvoorzitster Laurentien het schonkige taaltje van Verhulst wel kunnen smaken?

Dimitri Verhulst

De helaasheid der dingen

Contact, Amsterdam,

208 p., 18,90 euro.

'Verbazend metier'

De dertigjarige columnist van het Leidense weekblad Mare maakt "vet gave" tijden door. Nadat zijn debuut door Geerten Meijsing in Vrij Nederland de hemel in werd geprezen, viel de voltallige pers in katzwijm voor zijn slim gemoduleerde stalkersroman over de pianist Sebastiaan Steijn die verslingerd raakt aan het peepshowmeisje Victoria. Ook ondergetekende keek in deze krant niet op een adjectief meer of minder: "een rondedans waarin seks en muziek tegen elkaar op stuiteren, geschreven met een verbazend metier en een klemvast gevoel voor timing". Voeg daarbij een cynische onderlaag, waarin vrouwen hun seksualiteit triomfantelijk uitdragen, en je hebt met "deze maatschappelijke tsunami" (juryrapport) een geduchte, ook in het taalgebruik, zeer eigentijdse kandidaat voor de AKO. Dat Weijts intussen de Anton Wachterprijs kreeg, doet zijn kansen beslist geen kwaad. Groot voorbehoud: de AKO-jury is nogal schroomvallig om haar prijs aan een debutant weg te schenken. Ligt het dit jaar anders?

Christiaan Weijts

Art. 285b

De Arbeiderspers, Amsterdam, 323 p., 18,95 euro.

'Meester van het mededogen'

Dat het al bar lang geleden is dat er nog een Vlaming de prijs wegkaapte, speelt vooral in het voordeel van Stefan Brijs. Nadat de nominatie voor de Gouden Uil zijn monumentale roman over de autistische kloondemiurg Victor Hoppe voorgoed lanceerde, maakte hij met zijn nominaties voor Libris en AKO het klavertje drie van literaire prijzen vol. De engelenmaker kreeg ook de lezersprijs van de Gouden Uil én de vijfjaarlijkse prozaprijs van KANTL. De kritiek vertoonde - op een paar korzelige stemmen na die zijn gedragen proza te ouderwets vonden - weinig wanklanken. Zijn boek beleeft herdruk na herdruk, wordt verfilmd en vertaald, terwijl de schrijver al voorlezend stad en land afrotst. Ook boven de Moerdijk krijgt hij grote winstkansen toegedicht. Stilaan ontstaat een Jan Siebelinkeffect, nog voor Brijs de AKO-prijs gekregen heeft. Is de "meester van het mededogen" die erin slaagt "sympathie op te roepen voor lelijkerds, mismaakten en slechteriken" (Daniëlle Serdijn in Het Parool) de gedoodverfde opvolger van Siebelinks Knielen op een bed violen? Brijs, die bij de Librisuitreiking zijn zenuwen al amper de baas was, zal in deze juryconstellatie veel verdedigers vinden. Toch houdt het juryrapport zich op de vlakte: "bescheiden maar boeiende stijl" en "vakkundig".

Stefan Brijs

De engelenmaker

Atlas, Amsterdam, 432 p., 19,90 euro.

'Het perfecte compromis'

Het enige non-fictieboek in de Toplijst is de galante literatuurgeschiedenis van Frits van Oostrom, Stemmen op schrift, waarin hij de Nederlandse literatuur van het begin tot 1300 evoceert, "niet geconcentreerd als een bouillonblokje", maar met wijde vleugelslag. Neerlandicus en mediëvist Van Oostrom is een autoriteit en dankzij zijn werkzaamheden aan de Nederlandse canon momenteel ook een mediafiguur van jewelste. Zijn boek mocht sierlijke reverences ontvangen, wat hem eens te meer het geknipte winnaarsprofiel bezorgt. Van Oostrom, die in 1996 al won met Maerlants wereld, benadrukt dat zijn boek "een balans probeert te vinden tussen de ietwat bloedeloze wetenschap van mijn voorgangers en het vertellen van een mooi verhaal". Extra juryvoordeel: als enige non-fictieboek is Stemmen op schrift het perfecte compromis, waarbij geen enkel jurylid gezichtsverlies lijdt en ook de romanschrijvers zonder wrang gevoel in de handen kunnen klappen. Prijswatcher Verdaasdonk beaamt het: "Hij is objectief gezien de grootste kanshebber." Toch één nadeel: "Wijdlopigheid noch plechtstatigheid is hem vreemd", aldus NRC-Handelsblad.

Frits van Oostrom

Stemmen op schrift

Bert Bakker, Amsterdam, 640 p., 35 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234