Zaterdag 23/10/2021

Wat je niet verlangt, kun je niet missen

"Ik sloeg mei '68 gade met grote intellectuele belangstelling, net zoals ik ooit met mijn broer Eric gefascineerd naar de film 'Woodstock' ben gaan kijken. Dat was niet mijn wereld, maar ik zag wel dat de wereld onder onze voeten aan het veranderen was

Begeerd en gerespecteerd is hij sinds het ontvlammen van de crisis bij velen, maar niet per se bij alle partijgenoten. Mocht de grote staatshervorming er toch niet meer komen, en de boel ook verder geenszins samenhouden, is het ook nog maar de vraag of hij dan nog gehoord zal worden. Naar Jean-Luc Dehaene wordt in de partij wel nog geluisterd als het over Europa gaat, maar elke dag toch een beetje minder als hij over de staatshervorming nog iets kwijt wil. Sint-Michiels is tenslotte ook al vijftien jaar geleden.

Soms lijkt het alsof het hele CD&V de N-VA achterna is gelopen. Dit is al lang de CVP niet meer, nog minder le nouveau CVP die Johan Van Hecke halfweg de jaren negentig al aankondigde. Bij nieuwe wendingen in de partij rustte op Herman Van Rompuy wel vaker de verdenking dat hij tegenwerkte. Een dissident wil hij niet genoemd worden, maar van een talent voor meeloperij hoeft niemand hem te verdenken.

"Ik wijk graag af van de mainstream. Met de meeste van mijn voorzitters heb ik ernstige problemen gehad, ja. Met Wilfried Martens heb ik gebotst. Zelfs met mijn goede vriend Frank Swaelen had ik op een bepaald moment een meningsverschil, al was dat dan niet van inhoudelijke aard. Ik heb natuurlijk een probleem gehad met Johan Van Hecke, zij het dan ná zijn voorzitterschap. Met Stefaan De Clerck verschilde ik van mening."

Conclusie? Het kan alleen maar aan Van Rompuy zelf hebben gelegen? "Natuurlijk niet. (lacht) Ik heb achteraf immers altijd gelijk gekregen. Die conflicten hadden telkens hun redenen."

Ook bij de recentste en wellicht ook grootste metamorfose die de Vlaamse christendemocratie onderging, de vorming van het kartel met N-VA, had hij zo zijn bedenkingen. Het oranje-zwart-gele verbond werd begin 2004 gesmeed: N-VA stond toen in de peilingen op 2,5 procent, CD&V op 25 procent. Geert Bourgeois en Bart De Wever erbij nemen leek dan ook een rekenkundig te verdedigen strategie. Maar toen het podium waarop Yves Leterme op de verkiezingsavond van 10 juni zijn overwinningsspeech hield, zwart en geel kleurde met leeuwenvlaggen, veranderde er ook psychologisch iets. In die partij en in dit land.

"Ik ben geen belgicien, ik ben voor orde", zegt Van Rompuy fijntjes. Hij is niet tegen verandering, wel tegen het ongecontroleerde avontuur. Dat lijkt, met elke dag die verstrijkt zonder definitieve regering, niet zo veraf. "Ik denk dat de partijen die de Vlaamse onafhankelijkheid willen, ze niet zouden overleven. De problemen van vandaag zouden alleen maar vele keren groter terugkeren. Daarom zal ik mijn uiterste best blijven doen om de huidige politieke impasse mee te helpen oplossen. Het is geen geheim dat ik niet zo hoog opliep met een deel van het communautaire programma van mijn partij. Maar ik wil alles doen wat in mijn macht ligt om tot een akkoord te komen. Ik heb in het verleden mijn steentje bijgedragen aan staatshervormingen die veel verder gingen dan waar we nu nog maar staan. Zeker als je het in cijfers uitdrukt. Het eerste pakket, als het er komt, gaat over enkele honderden miljoenen euro. Bij vroegere staatshervormingen praatte je eerder over miljarden euro's die van de federale kas naar de regio's werden overgeheveld."

Annus horribilis of: de tijd brengt geen raad

Zijn bezorgdheid heeft vandaag strikt genomen niet eens zoveel met politiek te maken, niet met electorale verhoudingen of zelfs maar met de institutionele constructie an sich: er staat bij deze politicus, die zich in de loop van zijn carrière ook ontpopte tot schrijver van politiek-filosofische essays, in zekere zin een mensbeeld op het spel. Iets wat verder reikt dan de volgende 'deadline' voor de regering-Leterme I. Sinds de dag dat Herman Van Rompuy tot politiek bewustzijn kwam, in de jaren zestig, gruwt hij van polarisatie. Daarom bezorgden de afgelopen 400 dagen hem ook zeer gemengde gevoelens.

"Voor mijn ego was het een annus mirabilis", grimlacht hij. "Op je zestigste Kamervoorzitter mogen worden en geroepen worden als verkenner en verzoener, dat laat je niet onverschillig. Maar voor de politiek was het een annus horribilis. Al moet je dat laatste ook nuanceren. Grote akkoorden kennen een lange lijdensweg. Om van Egmont tot de tweede staatshervorming van 1980 te komen, waren er ook drie regeringen en één verkiezing nodig. Nu zijn we nog maar één jaar bezig, zou je optimistisch kunnen zeggen."

"Maar dat het voor het politieke bedrijf geen glorierijke tijden zijn, valt niet te ontkennen. Wat mij en anderen het zwaarst valt, is het uitblijven van resultaten. Er is een eerste pakket van de staatshervorming, maar het is nog niet zeker of die teksten ook gestemd zullen worden. Anders dan bij voorgaande staatshervormingen werken we nu al vele maanden in een context waarvan we niet weten waartoe het zou moeten leiden. Ik heb op dit ogenblik niet het gevoel dat de tijd raad brengt, eerder dat hij de relaties tussen politici en de publieke opinie verzuurt."

"Hadden we er op een eerder moment al kunnen uitgeraken? Misschien wel. In september, toen ik er als verkenner op uit werd gestuurd, had ik wel het gevoel dat er een kans op slagen was. We zijn finaal op een zucht gestrand. Naarmate die crisis duurde en verder duurt, stel je je vanzelfsprekend wel eens de vraag: waar zijn we mee bezig? Al heb ik niet de lijdensweg van Leterme moeten ondergaan. Ik ben geen lid van de regering, ik heb ook niet alle onderhandelingen moeten meemaken. Het gebrek aan perspectief weegt op vele politici, maar mij verteert het niet. Daarvoor sta ik te gereserveerd in de politiek. Mijn leven is gecompartimenteerd, de politiek is daar maar een deel van, weliswaar een belangrijk deel. In het huidige tijdsgewricht is zo'n ingesteldheid een voordeel. Ik kan niet door de Wetstraat opgeslokt worden, ik kan er bij wijze van spreken niet moreel of fysiek aan ten onder gaan."

Liever 'ich und du' dan wij en zij

Is er voor Van Rompuy na een dag in de Wetstraat wel nog leven, de bezorgdheid over de diepere gronden en gevaren van deze crisis neemt hij wel mee naar huis. En die had hij al op de verkiezingsavond.

"Ik huiver niet als ik een Vlaamse leeuw zie, absoluut niet, maar ik ben geen nationalist en zal dat ook nooit worden. Ik ben beducht voor mechanismen die tot conflictueel denken leiden. Dat vind ik het meest jammerlijke van deze hele evolutie: in de samenleving is een wij-en-zijdenken gegroeid. Er is zelfs sprake van vijandbeelden aan weerszijden van de taalgrens. Dat druist in tegen alles wat ik in mij heb. De christendemocratie is meer een filosofie van ich und du dan wij en zij. Dit gaat over vereniging, familie, sociale groepen, over al die intermenselijke verbanden waar men vandaag godzijdank weer meer het belang van is gaan inzien na de jaren van de burgerdemocratie. 'Samen' is voor mij, meer dan veertig jaar nadat ik er actief in werd, nog altijd het sleutelwoord van de christendemocratie."

"We zijn in een klimaat verzeild geraakt waarin er amalgamen worden gemaakt van mensen, waarin twee gemeenschappen als homogeen voorgestelde blokken tegenover elkaar komen te staan. Alleen al daarom moeten we een oplossing vinden voor het communautaire probleem. We mogen niet tolereren dat het maatschappelijke klimaat nog verder degradeert. We onderschatten in de politiek soms de impact van ons handelen."

"De som van dat alles is dat politici, zeker in een gemediatiseerd politiek leven, de gevangene worden van hun eigen woorden en van wat ze in de publieke opinies hebben wakker gemaakt. Wil je die geest terug in de fles krijgen, dan kun je alleen maar politieke akkoorden sluiten. Dan pas kan de politiek opnieuw meer rust brengen in de samenleving. Dat is de opgave waarvoor we moeten staan en waar we een jaar lang niet in geslaagd zijn."

"Ik zit nog altijd in de filosofie dat een staatshervorming een continu proces is, zoals in Europa. Dat gaat stapsgewijs vooruit, op zijn minst is er bij elke stap een perspectief. Dat we nu in eigen land geen successen boeken, geeft aan de hele politieke toestand een soort hopeloos karakter. Ook buiten de landsgrenzen zie je dat neigen naar instabiliteit en naar een gepolariseerde samenleving. Herinnert u zich het woord 'verzuring'? Dat kennen we al vanaf de jaren negentig. In heel West-Europa, en zeker in Vlaanderen, hebben we de opkomst gezien van populistische en extreem rechtse partijen. Er is een potentieel aan onbehagen in de samenleving dat zich in het verleden al vertaald heeft in steekvlammen op tal van thema's, zoals die van de vreemdelingen. We lopen nu het risico dat dit onbehagen zich ook ent op het communautaire. Het discours over de staatshervorming zal dan ook sowieso in karikaturale termen worden gevoerd. Want laat ons eerlijk zijn: wie in de publieke opinie is in staat om precies te zeggen hoe ver de staatshervorming zou moeten gaan inzake arbeidsmarkt, justitie of gezinsbeleid? Zelfs in de Wetstraat heeft men daar geen goed zicht op en wordt er dan maar naar slogans gegrepen: 'niet toegeven', 'nu moet het gebeuren'. Die vlucht in slogans, omdat men de techniciteit niet vat, neemt hand over hand toe."

Antipolitiek en nationalisme, wij-en-zijdenken: het kan een zeer explosieve cocktail zijn. Dat is elders op het continent al bewezen. Maar zo erg vreest Van Rompuy het nu ook weer niet.

"In Vlaanderen hebben we geen enkele cultuur van geweld. Er zit een hoge mate van lijdzaamheid in onze volksaard, ook in die van Wallonië. Ik vrees dan ook niet voor een ontaarding. En zelfs al zou de breuklijn in dit land nog dieper worden, er is nog altijd de Europese constructie. Die heeft elke cultuur van geweld en dictatuur uitgeschakeld in deze contreien. De gedachte van verzoening, uitgewerkt door de vaders van Europa, is een formidabele kracht gebleken. Jammer dat er eerst vijftig miljoen doden nodig waren."

Een burger die Marx beter kent dan de Marxisten

Sinds zijn achttiende is Herman Van Rompuy trouw gebleven aan zijn wereldbeeld, heeft hij eens gezegd. Een van de essenties van dat wereldbeeld is altijd geweest dat niet alles overhoop moet worden gegooid. Het is een conservatisme dat niet altijd even goed begrepen is geweest.

"Ik heb inderdaad een hekel aan wanorde. In die zin ben ik echt burgerlijk. Dat wil niet zeggen dat men voor het status-quo is, wel voor een continuüm in de vooruitgang. Dat is natuurlijk het tegenovergestelde van een revolutionair. In die zin ben ik al lang voor Guy Verhofstadt een Popperiaan. Mijn vader was dat ook al. Ik herken mij in de sociale filosofie van Karl Popper, in zijn idee van het piecemeal social engineering, de stapsgewijze vooruitgang. Popper was een jood, hij kwam uit het nazitijdperk en was een fervent anticommunist. Hij zette zich af tegen elke totalitaire ideologie. Ook uit zijn wetenschapsfilosofie sprak die geest van het gradualisme: de waarheid bestaat niet, elke hypothese is maar waard wat ze waard is tot ze kan worden weerlegd en vervangen door een andere hypothese."

Ook in 1968 zag de jonge Van Rompuy geen enkele reden om revolutionair te worden. "Ik heb toen die volksvergaderingen aan de universiteit bijgewoond, maar vooral als observator. Ik vond dat een curiosum, politieke fauna en flora. Ik was wel voor Leuven Vlaams, maar met de ideologie die daarachter zat, had ik niets op. Ook met het linkse gedachtegoed had ik geen affiniteit. Ik kende het wel door en door, dankzij een leraar poësis. Die had mij opgedragen om een spreekbeurt over het marxisme te houden. Hij gaf mij vijf boeken van Marx en ik kreeg ook nog wat lectuur van mijn vader. Ik kende Marx beter dan de marxisten, misschien niet zo goed als Ludo Martens, maar toch. (lacht) Ik kwam op de universiteit in 1965, tegen dat de linkse fantasmen daar drie jaar later werden losgelaten, had ik er mij dus al een idee van gevormd. Ik zag ook hoe links daar in Leuven gebruikmaakte van het nationalisme om zijn ideeën een platform te geven. Leuven Vlaams was het thema in het voorjaar van 1968, maar in mei '68 was dat al grotendeels doodgebloed. Zodra de regering Vanden Boeynants gestruikeld was over Leuven Vlaams was dat thema ook zo goed als weg, en verloren de linkse krachten hun vehikel."

"Ik sloeg dat gade met grote intellectuele belangstelling, net zoals ik ooit met mijn broer Eric gefascineerd naar de film Woodstock ben gaan kijken. Dat was niet mijn wereld, ik voelde mij er niet bij betrokken, maar het boeide mij wel. Ik zag wel dat de wereld onder onze voeten aan het veranderen was. Mij is altijd bijgebleven wat Georges Pompidou toen zei: 'C'est une crise de civilisation.'"

"Ik luisterde ook wel naar The Beatles en The Rolling Stones hoor, al had ik inderdaad andere favorieten, zoals Leonard Cohen. Ik was of ben nooit zo wereldvreemd geweest als men mij wel eens heeft afgeschilderd. Ik heb twee zielen in mijn borst. Er is de burger, maar er is ook de andere die intellectueel heel nieuwsgierig blijft naar dingen die hem misschien wat vreemd zijn maar die hij niet te vies vindt om er zich toch voor te interesseren. Ik ben niet geborneerd."

'Men kan alleen zijn tijd veranderen als men ervan houdt'

Het zijn woorden van Herman Van Rompuy uit 2003. Houdt hij eigenlijk nog wel van déze tijd dan? Een partijgenoot typeerde hem onlangs als volgt: "Als Herman zijn kijk op de zaak geeft, lijkt de apocalyps wel een tuinfeest."

"Ik behoor niet tot het soort mensen dat meent dat ze het goede doen door zich terug te trekken uit wat ze zien als een boze wereld. Dat is een tendens in het christendom, maar net zo goed in het marxisme. Bij marxisten is het kapitaal de grote boosdoener. Bij anderen heeft het een meer morele dimensie: zo is er het idee dat men zich voor de zuiverheid van zijn geloof moet afsluiten van de wereld. Dat is nooit mijn ingesteldheid geweest. Il faut épouser son temps. Je moet inderdaad gehuwd zijn met je tijd. Het is bij mij nooit zo ver gekomen dat ik zei: ik heb niets met deze wereld te maken. Hoe zou ik anders politiek gefunctioneerd kunnen hebben?"

"Ik ben een man van overtuigingen, maar ik tracht de twijfel een plaats te geven in mijn wereld. Het is ook de bron van verdraagzaamheid, lijkt mij. Ik heb altijd al kunnen relativeren, maar met de jaren is dat toch nog sterker geworden. Velen verzuren met het ouder worden en trekken zich terug in hun eigen gelijk. Ik heb de indruk dat het bij mij omgekeerd is. Ik denk wel eens: pas maar op of je eindigt toch nog goed! (lacht) Je kunt ook gewoon zeggen dat ik milder ben geworden. Met de leeftijd verbaas je je ook over minder, je wordt ook niet meer zo snel verontwaardigd, zonder daarom van de weeromstuit in de onverschilligheid te belanden, want dat is de bron van het cynisme."

"Kinderen hebben helpt om je kijk op de wereld vitaal te houden. Ik heb zoals iedereen vooroordelen, maar ik vraag niet liever dan dat anderen ze met mij slopen. De overtuiging is voor mij een ordeningsfactor, maar het moet kunnen worden bijgestuurd. (dubt) Je vraagt je wel eens af: zou iemand die zo gehecht is aan orde als ik in de jaren dertig gekozen hebben voor de rechtse richting? Je weet het natuurlijk nooit, maar mijn burgerlijkheid staat mijlenver af van de extremistische ordening die de nazi's de samenleving wilden opleggen. Ik zou, denk ik, op zijn minst intellectueel dissident geweest zijn. Maar zou ik ook zo moedig geweest zijn als de vader van Hitlerbiograaf Joachim Fest? Die man, een leraar, brak met het nazisme, hoewel hij wist dat het hem zijn loopbaan zou kosten en dat zijn vrouw tegen zijn keuze was. Wie er ook de nieuwe orde achterna mocht lopen, vond hij, Ich nicht, zoals de titel luidt van de biografie die Fest van zijn vader schreef."

"Extremen hebben me nooit aangetrokken. Maar daarom durf ik nog niet met zekerheid te zeggen dat ik in die periode aan de juiste kant gestaan zou hebben. Stel dat bepaalde politici die nu actief zijn in ons parlement niet zouden leven in een politieke democratie, zouden ze dan niet met daden gekwetst hebben zoals ze dat nu met woorden hebben geprobeerd?"

'Je moet van jezelf houden, soms tegen beter weten in'

Twee keer stond Herman Van Rompuy op een zucht van het premierschap. In 1995 en in 1999. Maar in het ene jaar doorkruiste het Britse verzet tegen Jean-Luc Dehaene als Europees commissievoorzitter die planning, in 1999 de kiezer.

Van Rompuy houdt er geen Al Goregevoel - I used to be the next president - aan over. Evenmin ziet hij zijn annus mirabilis als een verlate genoegdoening voor het misgelopen premierschap.

"Natuurlijk, je maakt jezelf altijd wijs dat alleen anderen ambitieus zijn. (grijns) Ook ik ben geneigd om te zeggen dat het ego dat nodig is om eerste minister te kunnen worden me helemaal vreemd is. Dat is natuurlijk niet zo."

"In het leven bestaat de kunst erin om de vele lagen van zelfbedrog die je meedraagt één voor één zelf te ontmaskeren. Het ergste dat je kan overkomen is dat je in je eigen fantasmen gaat geloven. Je moet natuurlijk wel een voldoende portie eigenliefde overhouden. Als je tegen jezelf bent, zijn de depressie en de zelfmoord heel dichtbij. Je moet niet alleen van je tijd houden, ook van jezelf. Il faut épouser soi-même, soms tegen beter weten in."

"Ik ken een aantal mensen die zich zo hard inzetten om zichzelf te 'ontbladeren' dat er aan het eind niets meer overblijft. Als je tot de kern van al je ikjes komt en vervolgens zegt: 'Die moet ik óók niet', dan is het om zeep. Op je zestigste slaag je er beter in om die vele ikjes te laten samenleven dan op je twintigste. Ze allemaal ooit perfect ordenen, kan niet. Als je er dan toch in slaagt, moet je hier weg."

Waarheen?

"Naar het hiernamaals? Het hiernietsmaals? (haalt de schouders op) Het zal u verbazen, maar ik ben totaal niet bezig met wat iemand zou kunnen zijn in welke vorm dan ook na zijn dood. Ik weet het niet, ik weet wel dat er Iemand met een hoofdletter is die het wél weet. Voor mij volstaat dat. Ik tracht me verder geen voorstelling te maken van rijstpap met gouden lepels, verrijzen uit de as of het weerzien met oude bekenden. Mijn geloof is van een andere aard."

Geloven noemt hij une longue histoire d'amour. Iets tussen hem en die Iemand met hoofdletter dus. "Tijdens mijn jonge jaren speelde geloof geen enkele rol. Dat kwam pas later. Ik kan nu gerust zeggen dat ik zonder God niet kan leven, daarom noem ik het ook een lange liefdesgeschiedenis. Je zal mij niet uit mijn evenwicht brengen door een intellectueel of een rationeel argument. Dat is voor mij van een andere orde. Het rationele zorgt ervoor dat de airconditioning hier werkt en dat de deuren open en dicht gaan, maar de manier waarop we leven is niet ingegeven door een rationele beslissing."

Het grote gevecht met de engelen

"De afscheidsgedachte is mij nooit vreemd geweest, zij het nimmer op een depressieve manier. Verder dan melancholie ging het niet. Het heeft zich nooit op zo'n excessieve manier aan mij opgedrongen dat ik ervan uit balans geraakte. Als dat wél het geval was geweest, zou ik allicht een dichter geworden zijn. Volgens mij moet je daar wel zo'n deficit voor voelen, moet je bevangen zijn door het verlorenparadijsgevoel. Bij mij was het een gedachte die erg aanwezig was, maar die mij nooit ten gronde richtte. Ik voel mezelf nogal bevoorrecht door het lot. Het grote gevecht met de engelen heb ik zelden moeten voeren. Je bent pas trots op jezelf als je zo'n gevecht gewonnen hebt."

De gedachten waaien even richting Wetstraat 16, naar de man die daar zijn strijd zit te leveren. Maar Van Rompuy reageert schuw. "Ik ga me niet over andere mensen uitspreken. Iedereen leidt zijn eigen leven. Soms word je overvallen door omstandigheden, soms creëer je omstandigheden zelf. Al is ook dat laatste relatief. Maar ik kan echt niet over Leterme spreken. Iedereen moet zijn eigen temperament volgen."

"Als je helemaal bovenaan meedraait, ben je op de duur de enige verdediger van jezelf. Je laatste advocaat. Als je op zo'n moment tegen jezelf begint te pleiten, ben je verloren. Je moet een zekere cultuur van het ego bezitten. Alleen, nog eens, die cultuur moet je lucide beoefenen. De ene slaagt daar al wat beter in dan de andere."

"Nu zit ik hier op het bureau van de Kamervoorzitter, maar ik besef dat ook dit héél snel achter de rug kan zijn. Toen ik vicepremier was, zei iedereen dat ik premier zou worden. Achteraf ben ik te weten gekomen dat Jean-Luc Dehaene, als hij in 1999 opnieuw premier was geworden, na twee jaar zou zijn opgestapt. Maar toen brak de dioxinecrisis uit en verloren we de verkiezingen. Op de dag dat Guy Verhofstadt de eed aflegde, heb ik op het parlement mijn libre parcours opgehaald en ben ik naar het treinperron van Sint-Genesius-Rode gewandeld. Daar stond ik weer, na elf jaar, en daar zag ik ook weer mensen die daar elf jaar geleden ook al stonden. Ik heb gewoon mijn plaats terug in de rij ingenomen en de volgende acht jaar opnieuw met de trein gereden. Dat is me niet slecht bevallen."

"Een aantal journalisten heeft geschreven dat ik bitter was geworden, nadat we door de kiezer waren verbannen, maar dat klopte niet. Ik voelde me niet slecht. De vergankelijkheidsgedachte brengt mee dat je zo'n politieke tegenslag makkelijker kan verdragen. Véél makkelijker zelfs."

Zou Herman Van Rompuy een goed premier geweest zijn?

"Ik denk het niet. Vele mensen verlangen altijd naar iets dat ze ook kúnnen bereiken. Als je iets niet kan bereiken, verlang je er ook niet naar. Wellicht verlangde ik nooit naar het premierschap, omdat ik dacht dat ik het toch niet goed gedaan zou hebben. Faalangst? Nee. Dat is een negatieve kracht, iets wat je verteert, en dat was bij mij nooit het geval. Wat je niet verlangt, kan je ook niet missen. In die zin ben ik een echte boeddhist. Ik dood de verlangens die mij tot frustratie zouden kunnen brengen."

In het leven bestaat de kunst erin om de vele lagen van zelfbedrog die je meedraagt één voor één te ontmaskerenKinderen helpen om je kijk op de wereld vitaal te houden. Ik heb vooroordelen, maar ik vraag niet liever dan dat anderen ze met mij slopen

Ik heb twee zielen in mijn borst. Er is de burger, maar er is ook de andere die intellectueel heel nieuwsgierig blijft naar dingen die hem misschien wat vreemd zijn maar die hij niet te vies vindt om er zich toch voor te interesseren. Ik ben niet geborneerd"Ik ben een man van overtuigingen, maar ik tracht de twijfel een plaats te geven in mijn wereld. Het is ook de bron van verdraagzaamheidEen denkoefening: stel dat bepaalde politici die nu actief zijn in ons parlement niet zouden leven in een politieke democratie, zouden ze dan niet met daden gekwetst hebben zoals ze dat nu met woorden hebben geprobeerd?je maakt jezelf altijd wijs dat alleen anderen ambitieus zijn. (grijns) Ook ik ben geneigd om te zeggen dat het ego dat nodig is om eerste minister te kunnen worden me helemaal vreemd is. Dat is natuurlijk niet zo.

In het leven bestaat de kunst erin om de vele lagen van zelfbedrog die je meedraagt één voor één zelf te ontmaskeren. Het ergste dat je kan overkomen is dat je in je eigen fantasmen gaat geloven

"Ik ken een aantal mensen die zich zo hard inzetten om zichzelf te 'ontbladeren' dat er aan het eind niets meer overblijft. Als je tot de kern van al je ikjes komt en vervolgens zegt: 'Die moet ik óók niet', dan is het om zeep

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234