Zaterdag 04/02/2023

Wat je niet tot zelfmoord drijft, is niet de moeite

Cormac McCarthy brak door met zijn roman Blood Meridian uit 1985, een verhaal over Amerikaanse huurlingen die op indianen jagen in de Mexicaanse grensstreek. Commercieel succes kwam er in 1992 met All the Pretty Horses, winnaar van de National Book Award en het eerste boek van de Border Trilogy. De kritiek had het over zijn gedetailleerde kijk op het Westen, zijn schilderachtige beschrijvingen van geweld, en zijn gespierde, bijna interpunctieloze proza. De schrijver zelf schuwt interviews. Je zult hem ook niet aantreffen op boekenfestivals, lezingen en andere plekken waar schrijvers elkaar ontmoeten. McCarthy vertoeft liever in het gezelschap van ‘leuke mensen’ buiten zijn vakgebied, zoals professionele pokerspelers en de denkers van het Santa Fe Institute, een stichting voor theoretische wetenschappen in New Mexico waarvan de auteur al lang lid is. De laatste jaren komt hij meer en meer in het vaarwater van Hollywood terecht. Vele nieuwe lezers leerden hem kennen omdat een boek van hem aan de basis lag van de film No Country for Old Men, een thriller uit 2007 die draait om een koffertje vol drugsgeld en een genadeloze moordenaar. De film werd geregisseerd door Joel en Ethan Coen en won vier Oscars. En vanaf vandaag is The Road, een verfilming van McCarthy’s recentste boek, te zien in de Belgische bioscopen. The Road is opnieuw een mijlpaal in de carrière van McCarthy. Het boek is gruwelijk en intiem tegelijk en gaat over de relatie van een man met zijn jonge zoon en hun overlevingsstrijd jaren nadat een ramp de georganiseerde samenleving van de kaart heeft geveegd. De roman won een Pulitzerprijs in 2007.Het achtergrondverhaal van de roman van McCarthy is heel persoonlijk en handelt over zijn relatie met zijn elfjarige zoon John, die hij kreeg bij zijn derde vrouw, Jennifer. Naarmate de dood in The Road de bovenhand krijgt, gaat het hoofdpersonage zijn zoon obsessief beschermen en voorbereiden op een leven alleen. “Hij wist alleen dat het kind zijn garantie was. Hij zei: als hij niet het woord van God is, dan heeft God nooit gesproken.”

Kwam The Road overeen met wat u in uw hoofd had toen u voor het eerst naar de filmset trok?

“Ik neem aan dat mijn idee van wat in The Road gebeurt geen rekening houdt met zestig tot tachtig mensen en een hoop camera’s. Regisseur Dick Pearce en ik maakten dertig jaar geleden een film in North Carolina en ik dacht: ‘Dit is verschrikkelijk. Wie wil dit nu doen?’ Ik daarentegen sta op, drink een kop koffie, stommel wat rond, lees een beetje, ga zitten, tik een paar woorden en kijk uit het raam.”

Is er iets aantrekkelijks aan het samenwerkingsproces in vergelijking met de eenzame bezigheid van het schrijven?

“Ja, het trekt je aan om het koste wat het kost te vermijden.”

Toen u met John Hillcoat over de verfilming praatte, vroeg hij toen door over wat de ramp in het verhaal veroorzaakt had?

“Vele mensen vragen me dat. Ik heb daar geen mening over. In het Santa Fe Institute ontmoet ik wetenschappers uit zowat alle disciplines. Sommige geologen zeiden dat het best een meteoor kon zijn. Maar eigenlijk kan het alles zijn: vulkanische activiteit, of een kernoorlog. Het is niet echt belangrijk. De kern van de zaak is: wat doe je? De laatste keer dat de krater in Yellowstone rommelde, lag heel Noord-Amerika onder dertig centimeter as. Mensen die gedoken hebben in Yellowstone Lake zeggen dat er een bult op de bodem zit van dertig meter hoog en dat het hele geval lijkt te pulseren. Verschillende mensen geven je verschillende antwoorden, en het kan nog drie- à vierduizend jaar duren, of het kan morgen gebeuren. Niemand kan het zeggen.”

Welke dingen baren u zorgen?

“Als je nadenkt over sommige dingen die bedachtzame, intelligente wetenschappers bespreken, dan besef je dat de menselijke soort over honderd jaar amper herkenbaar zal zijn. We zullen misschien gedeeltelijk machines zijn, met ingeplante computers. Het is meer dan theoretisch mogelijk om een chip in de hersenen in te planten die alle informatie van alle bibliotheken ter wereld bevat. Volgens mensen die het kunnen weten, is het alleen een kwestie van de juiste bedrading te vinden. Nu, dat is een gedachte om ’s avonds mee te gaan slapen.”

The Road is een liefdesverhaal van een vader en een zoon. Toch zeggen ze nergens: ‘Ik hou van je.’

“Nee, ik denk niet dat dit ook maar iets zou toevoegen aan het verhaal. Maar vele dingen die gezegd worden, zijn letterlijke weergaven van gesprekken die ik voerde met mijn zoon John. Ik meen het echt als ik zeg dat hij de coauteur van het boek is. Vele dingen die de knaap in het boek zegt, zijn dingen die John gezegd heeft. John zei: ‘Papa, wat zou je doen als ik doodging?’ Ik zei: ‘Dan zou ik ook willen sterven.’ Waarop hij zei: ‘Zodat je bij mij kon zijn.’ Ik zei: ‘Ja, zodat ik bij jou kon zijn.’ Gewoon een gesprek dat twee kerels zouden voeren.”

Waarom signeer je geen exemplaren van The Road?

“Er bestaan gesigneerde exemplaren van het boek, maar die zijn allemaal in het bezit van mijn zoon John. Als hij achttien is, kan hij ze verkopen en naar Las Vegas trekken, of zoiets. Nee, dat zijn de enige gesigneerde exemplaren van het boek.”

Hoeveel bestaan er?

“Tweehonderdvijftig. Het gebeurt soms dat ik brieven van boekverkopers krijg die zeggen: ‘Ik heb een gesigneerd exemplaar van The Road.’ ‘Klopt niet’, zeg ik dan.”

Is lengte een criterium voor boeken? Is een boek van duizend pagina’s van het goede te veel?

“Voor moderne lezers wel. Mensen lijken alleen lange mysterieverhalen te accepteren. Bij mysterieromans kan het niet lang genoeg duren, en de mensen lezen gelijk wat. Honderd jaar geleden werden nog met gemak boeken van achthonderd pagina’s geschreven, maar dat zal niet meer gebeuren, en de mensen zullen zich daarbij moeten neerleggen. Als jij iets wilt schrijven als De gebroeders Karamazov of Moby Dick, ga gerust je gang. Niemand zal het lezen. Maakt niet uit hoe goed het is en hoe slim de lezers zijn. Hun intentie, hun geest is anders.”

Op welke manier hebben het idee dat je ouder wordt en de dood een impact op uw werk? Heerst er meer een gevoel van urgentie?

“Je toekomst wordt korter en je houdt daar rekening mee. In de voorbije jaren wilde ik niets anders doen dan werken en tijd met mijn zoon doorbrengen. Ik hoor mensen praten over hun vakantie, en ik denk: waar hebben ze het over? Ik voel geen enkele nood om op reis te gaan. Mijn ideale dag is een dag in een kamer met blanco papier. Dat is de hemel. Al de rest is puur tijdverlies.”

Hoe beïnvloedt de tikkende klok uw werk? Wilt u meer korte verhalen schrijven, of alles bundelen in een groot, alomvattend werk?

“Korte verhalen interesseren me niet. Alles wat geen jaren van je leven vergt en je niet tot zelfmoord drijft, is nauwelijks de moeite waard.”

U bent al vijf jaar erg productief. Zijn er ook schrale perioden geweest?

“Ik denk niet dat je het kunt hebben over vruchtbare en schrale perioden. Dat is niet meer dan een indruk die je krijgt door wat gepubliceerd wordt. Op de allerdrukste dagen doe je misschien niet meer dan naar mieren kijken die met broodkruimels zeulen. Iemand vroeg Flannery O’Connor ooit waarom ze schreef. Ze zei: ‘Omdat ik er goed in ben.’ Ik vind dat het correcte antwoord. Als je goed bent in iets, dan is het moeilijk om dat níét te doen. Als je met oude mensen praat die een goed leven hebben gehad, dan zegt de helft gegarandeerd: ‘Het belangrijkste is dat ik enorm veel geluk heb gehad.’ Als je dat hoort, dan weet je dat ze de waarheid vertellen. Het minimaliseert hun talent of ijver niet. Je kunt dat allemaal hebben en toch mislukken.”

Kunt u iets vertellen over het boek waaraan u momenteel werkt? Waarover gaat het en waar speelt het zich af?

“Ik vind het moeilijk om daarover te praten. Het speelt zich voornamelijk af in New Orleans omstreeks 1980. Het heeft te maken met een broer en een zus. Als het boek begint, heeft ze al zelfmoord gepleegd. Het verhaal is hoe hij daarmee omgaat. Ze is een interessant meisje.”

Sommige critici benadrukken dat u vrouwelijke personages zelden uitwerkt.

“Dit lange boek gaat grotendeels over een jonge vrouw. Er zijn interessante scènes geïntegreerd die over het verleden gaan. Ze heeft ongeveer zeven jaar geleden zelfmoord gepleegd. Ik was al vijftig jaar van plan over een vrouw te schrijven. Ik zal nooit bekwaam genoeg zijn om dat te doen, maar op een bepaald ogenblik moet je de poging wagen.”

U groeide op als Ierse katholiek.

“Dat is ten dele correct. Het was niet echt een belangrijke zaak. We gingen naar de kerk op zondag. Maar verder kan ik me niet herinneren dat godsdienst ooit een gespreksonderwerp was.”

Is de god waarmee u opgroeide in de kerk dezelfde god die de man in The Road in vraag stelt en vervloekt?

“Kan zijn. Ik heb veel sympathie voor de spirituele kijk op het leven, en zie er echt de zin van in. Maar ben ik daarom een spirituele mens? Liever niet. Niet dat ik nadenk over een soort hiernamaals waarin ik wil terechtkomen, maar ik wil wel een betere mens worden. Ik heb vrienden aan het instituut, allemaal knappe koppen die heel moeilijke vraagstukken oplossen. Maar zij zeggen me: het is veel belangrijker om goed te zijn dan om slim te zijn. Ik kan dat alleen beamen. En meer kan ik je niet aanbieden.”

Aangezien The Road zo persoonlijk is, had u geen twijfels over een adaptatie?

“Nee. Ik had John Hillcoats film gezien (The Proposition, red.) en kende zijn reputatie een beetje. Ik dacht dat hij het materiaal waarschijnlijk consciëntieus zou gebruiken. En ik heb een heel goede agent (Amanda Urban, red.). Ze zou het boek nooit aan iemand verkopen als ze geen vertrouwen had in wat hij ermee zou aanvangen. Het gaat niet alleen om geld.”

Voor romans als Blood Meridian deed u uitgebreid historisch onderzoek. Welk soort onderzoek deed u voor The Road?

“Weet ik niet. Ik heb met mensen gepraat over hoe de dingen eruit zouden zien na diverse rampscenario’s, maar echte research was dat niet. Ik voer die gesprekken telefonisch met mijn broer Dennis, en nogal vaak eindigt dat op een verschrikkelijk doemscenario voor de wereld. Waarna we beiden lachen. Iedereen die ons zou horen, zou zeggen: ga gewoon naar huis, kruip in bad en snijd een ader over. We vroegen ons af: als er maar een klein percentage van de mensen overbleef, wat zouden ze dan doen? Waarschijnlijk zouden ze kleine stammen vormen, en als alles weg is, dan is het enige wat overblijft om te eten elkaar. We weten dat dit historisch klopt.”

Wat doet uw broer Dennis? Is hij een wetenschapper?

“Ja. Hij is gedoctoreerd in biologie en hij is ook advocaat, een verstandige kerel en een goede vriend.”

Een gesprek onder broers leidt rechtstreeks naar de apocalyps.

“Vaker dan we kunnen rechtvaardigen.”

Hoe waren de reacties van vaders op The Road?

“ Ik heb dezelfde brief ontvangen van zes verschillende mensen. Eén uit Australië, één uit Duitsland, uit Engeland, maar ze zeiden allemaal hetzelfde: ‘Ik ben uw boek na het avondeten beginnen te lezen en ben gestopt om 3.45 uur de volgende ochtend. Ik ben naar boven gegaan, heb mijn kinderen wakker gemaakt, heb bij ze op bed gezeten en ze vastgehouden.”

Wat doet u samen met uw zoon? Wat zijn jullie raakvlakken?

“Mijn gevoel is dat bloedverwantschap niet veel betekent. Ik heb een grote familie en ik voel me maar met één van hen verwant, mijn jongere broer Dennis. Hij is mijn type. Ik ben zijn type. En John is mijn type.”

U bent vader van een jong kind. Als u hem observeert, hebt u dan het gevoel dat artistiek talent overgaat van ouders op kinderen?

“John tekent de hele tijd, maar ik moet zeggen dat hij dat niet zo goed doet, terwijl ik heel goed tekende. Ik was een kindkunstenaar. Een wonderkind. Ik deed massa’s dingen. Grote opvallende schilderijen van dieren. Heb ik in geen jaren meer gedaan. Al die dingen zijn verdwenen. Ik ben er niet mee doorgegaan.”

Hebt u geluk gehad in het leven?

“Sinds de geboorte van Adam heeft niemand meer geluk gehad dan ik. Er is me niets overkomen wat niet perfect was. En ik zwans niet. Ik heb nooit aan de grond gezeten, ik heb nooit op iets moeten wachten. Het blijft maar duren. Je zou er bijna bijgelovig van worden.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234