Woensdag 25/05/2022

Wat is het fijn Frits Bolkestein te zijn

Het dagboek van een eurocommissaris

Dagboeken hebben vaak iets intimistisch, schrijvers ervan zijn weleens mensen met een wekere binnenkant. Dat beeld past niet bij de Nederlandse toppoliticus Frits Bolkestein. Toch is ook Bolkestein een dagboekenschrijver. En wat voor dagboeken. Het moeten de minst introspectieve, meest pretentieuze dagboeken zijn uit de geschiedenis van de Nederlandse letteren. Door Walter Pauli

Frits Bolkestein

Grensverkenningen. Dagboek van een eurocommissaris

Bert Bakker, Amsterdam, 322 p., 19,95 euro.

Aan ambitie heeft het Frits Bolkestein nooit ontbroken. In de jaren zeventig was hij in allerlei landen topmanager bij Shell. Nadien werd een van de meest prominente VVD'ers (zo heten liberalen in Nederland), technisch beslagen en ideologisch bevlogen. Van 1999 tot 2004 was Frits Bolkestein Europees commissaris, belast met de belangrijke functie 'interne markt'. De angst voor de sociale gevolgen van zijn 'Bolkesteinrichtlijn' is een van de redenen waarom Nederland en Frankrijk zo massaal 'neen' hebben gestemd tegen de Europese grondwet.

Als Bolkestein herinnerd wil worden, dan is het wellicht niet als de man van de sociale afbraak. Zo ziet hij zichzelf alleszins niet. Hij ziet zich alleen in positieve termen de geschiedenis binnenstappen. En aan dat laatste twijfelt hij eigenlijk niet. Want waarom geeft een politicus zijn eigen dagboek uit? De beslissing staat zelfs in zijn boek. ("Vrijdag 9 januari 2004. Heb mijn dagboek aan Mai Spijkers overhandigd. Hij zal het laten uittypen.") Frits Bolkestein levert zelf het basismateriaal voor zijn eigen plaats in de geschiedenis. Het tekent de man ten voeten uit. Hij is op dat moment nog altijd dienstdoend lid van de Europese Commissie, en toch zeult hij al rond met zijn eigen memoires. Reflectie? Een periode van bezinning?

Vervuld zijn van zijn plaats in de geschiedenis. Of is het: zijn plaats in la petite histoire? Er staat in het boek evenveel over theater- en restaurantbezoeken, besognes met het appartement aan de Louizalaan en borrels met deze of gene old chap, als over politiek. Bolkestein schrijft een holderdebolderverhaal, op het tempo van het soms jachtige, soms aangename, soms stressende, maar altijd zelfingenomen leven van de eurocommissarissen. Grote geschiedenis, daarvoor voert Bolkestein te weinig goed materiaal aan. Of misschien dit: hoewel hij in zijn slotwoord schrijft dat hij de voorzitter Romano Prodi, van wiens commissie hij deel uitmaakte, wel apprecieerde, komt er een ander beeld naar voren. Bolkestein zegt zelf: "deze commissie was mij, liberaal, veel te sociaal-democratisch of christen-democratisch". Hij schetst vooral het beeld van een commissie zonder duidelijke lijn, met veel gekibbel, heel anders dan in de periode-Delors. Veel interne samenhang was er niet. En Prodi was meestal een zwakke figuur. ("Maandag 3 juni 1991. Persconferentie samen met Romano Prodi. Zijn bijdrage bestond uit het voorlezen van wat op zijn papier stond. Alle vragen gingen in mijn richting. Dat doen we dus nooit meer.")

Soms passeert een Belgische politicus de revue. Annemie Neyts is best oké, over zijn collega Philippe Busquin ook geen onvriendelijk woord. Echte waardering heeft hij voor Jean-Luc Dehaene: "Er is eigenlijk vrij weinig verschil tussen ons. Ik mag hem wel, het Brabants trekpaard. Hij is tenminste een beslismachine. Hij zou het goed hebben gedaan als president van de Commissie (...). Toch liever hem dan Juncker of Verhofstadt, ook al heet die laatste een liberaal."

Inderdaad, Verhofstadt ligt niet goed. Hoe meer de Belgische premier zich Europees profileerde, hoe beslister de afkeer van Bolkestein voor hem werd. Er staat één vernietigende passage in het boek: "Maandag 17 mei 2004. Broodje-Balkenende. Heb hem gewaarschuwd tegen: (a) toetreding Turkije; (b) te snelle toetreding Roemenië; en (c) Verhofstadt als president van de Commissie, waar Schröder en Chirac op aan schijnen te koersen, zonder twijfel omdat ieder van hen dan een eigen vice-president mag aanwijzen voor de economische hervorming respectievelijk de macro-economie = het SGP (Stabiliteits- en Groeipact, WP). Dat zou voor de Commissie rampzalig zijn." Over Karel De Gucht is hij nog korter, nog killer: "een onaangenaam man, vrees ik".

Maar de regel is: hoe dichter Bolkestein bij de echte politiek en zware besluitvorming komt, hoe minder hij de lezer meevoert naar achterkamertjes of cruciale onderhandelingen. Die lacune is zo apert, dat een mens zich afvraagt of Bolkestein, zijn indrukwekkende positie ten spijt, wel echt deelgenoot was van het powerplay? Of is het echt zo - en dat vermoeden wekt dit dagboek ook - dat hij veeleer dilettanterig met zijn job bezig was? Dat hij politiek bedreef tussen de tennissets door, en liefst op tijd gedaan, want de opera wachtte? Want dan is het relaas vaak veel concreter, de argumentatie minder stenografisch, de discussie wat levendiger. Het portret van de Europese beau monde, belangrijke mensen die in hetzelfde circuit leuke dingen doen waarvoor u en ik óf geen tijd hebben óf aardig in de buidel moeten tasten, dát beschrijft hij meesterlijk. Wellicht zonder er erg in te hebben dat hij zichzelf en zijn entourage te kijk zet.

Is Frits Bolkestein zich wel bewust van wat hij doet of laat? Elke, maar echt élke pagina barst van de betweterigheid, de neerbuigende toon over politieke tegenstrevers, de koele beschrijvingen. Mensen worden afgemaakt in twee lijntjes. "Maandag 25 september 2000: Die arme Duisenburg was er ook. Wat hij ook zegt, het is niet goed. Als hij niets zegt, evenzeer." Zijn cynisme is grenzeloos. In een discussie met anders-globalisten: "14 april 2004. Inderdaad krijgen de Braziliaanse katoenboeren slechts een schijntje. Maar dat is beter dan niets."

Er is één echte uitzondering. Op november 2001 staat er een waarlijk historische notitie in zijn dagboek: voor het eerst bekent Bolkestein dat hij een fout maakte. Zelfkritiek! In het BBC-programma Today had hij, in zijn eigen woorden, "onvoorzichtigerwijze de spot gedreven met Gordon Brown, door te zinspelen op zijn ruzie met Tony Blair. Ik had dat niet moeten doen: te makkelijk, contraproductief en een onverstandige inmenging in de binnenlandse politiek van een lidstaat. Ik heb mij laten leiden door een goedkoop succes en dat is niet dienstig."

Hier en daar is Bolkestein weleens vriendelijk, over vrienden als Japan-kenner Karel Van Wolferen, of waarderend, over Gerrit Zalm, of poogt hij iets liefs te schrijven over zijn eigen kleinkinderen. Maar waarlijk warm, of charmant? Hij bewondert klassieke muziek, maar mist het literaire talent om die vervoering ook uit te drukken. Zo van: mooi. Adembenemend mooi, was dat. En nu snel een dossier, of een hap.

Hoeveel cultuur Bolkestein ook consumeert, hij vormt het levende tegenbewijs van de stelling als zou cultuur de zeden verzachten, of een dam opwerpen tegen rechts gedachtegoed. Hij leest veel, bezoekt overal ter wereld tentoonstellingen en musea, houdt van opera en klassieke concerten, gaat vaak naar theater- en dansvoorstellingen. En minstens één keer op twee heeft hij nadien een meningsverschil met zijn vrouw Femke. En nooit kan zij haar Frits overtuigen, niet één keer.

Zou hij beseffen hoe arrogant, hoe 'Frits Flink'-achtig hij overkomt, de man die het immer en altijd beter weet. Neem een passage zoals er tientallen, honderden in het boek staan: "Met de KLM naar Barcelona (...) Katinka had Los Caroles aangeraden (dicht bij de kathedraal) maar dat was (a) binnen en (b) warm. Ik wilde op een terrasje zitten en heb dat ook gedaan. Ik wilde brood bij de vissoep en toen dat maar niet kwam, ben ik het zelf in de keuken gaan halen, tot verbazing van het bedienend personeel."

Ook intellectueel is hij doorgaans de knapste, of op zijn minst een van de beteren in het gezelschap. Een passage, haast ad random gekozen: "4 september 2000. Om 16.00 uur de lezing ter opening van het academisch jaar in de aula aan het Spui gehouden. Deze had ik nu eens zelf geschreven. Men vond het een goed verhaal, waarschijnlijk omdat toespraken voor mij (Loek Hermans) en na mij (Noorda) zo gortdroog waren."

En mensen afrekenen op hun voorkomen, hun uiterlijk, daar draait ie zijn hand ook niet voor om: "6 juli 2001. Amsterdam, receptie ten stadhuize. Job Cohen was er natuurlijk ook, in hemdsmouwen zonder das. Verkeerde theorie: men wint geen respect door zich te gedragen als hail-fellow-well-met."

Zo hartelijk, zo gezellig, zo diepmenselijk davert dat maar door. Driehonderd pagina's lang streelt Frits Bolkestein zichzelf. Dat de auteur dat fijn vindt, spat van de pagina's. Hoe aangenaam het voor de lezer is, is een vraag die Frits Bolkestein zich misschien straks stelt, na een volgend partijtje tennis.

Hoe dichter Bolkestein bij de echte politiek en zware besluitvorming komt, hoe minder hij de lezer meevoert naar achterkamertjes of cruciale onderhandelingen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234