Dinsdag 20/10/2020

'Wat is er nou zo ontzettend interessant aan dertig zijn?'

Het is een mond vol, de titel van de nieuwe roman van Renate Dorrestein: Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. De bijna vijftigjarige Heleen vertelt erin over haar moeder, bij wie vasculaire dementie wordt geconstateerd. Wat dan te doen? Dat is een vraag waar de babyboomers steeds meer tegenaan zullen lopen. 'Ik wilde eens laten zien wat er in deze fase van het bestaan allemaal aan de hand is.' Door Fleur Speet

Renate Dorrestein

Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor

Contact, Amsterdam, 304 p., 17,90 euro, luisterboek 19,90 euro.

Renate Dorrestein (1954) publiceert vrijwel ieder jaar een nieuwe roman en telkens sluit die roman op een of andere manier aan bij de actualiteit. Ze schreef over een jongen die door zinloos geweld om het leven komt (Zonder genade), over het vermoorden van een gezin door een van de gezinsleden (Een hart van steen), over een baby die spoorloos verdwijnt (Zolang er leven is) en nu in over wat het is een vrouw van vijftig te zijn. Het kind dat slachtoffer is speelt in alle boeken van Dorrestein de hoofdrol, het kind is alleen wat ouder geworden.

Hella Haasse schreef in 1979 in het artikel 'Afnemende maan' over de oudere vrouw in de literatuur. Haar conclusie luidde toen dat auteurs de vrouw in de overgang nauwelijks thematiseren. Dat is niet veranderd.

"Ja, dat drong op een gegeven moment ook tot mij door. Toen ik een recensie las van de tweede verfilming van Bridget Jones maakte zich een zekere knorrigheid van mij meester. Want wat is er nou zo ontzettend interessant aan dertig zijn, waar sta je dan helemaal als er nog zo'n leven voor je ligt?! Toen ik dertig was, was dat natuurlijk voor mij ook de interessantste periode van mijn leven, maar ik realiseerde me dat het zo maf is dat twintig jaar later zulke fundamentele veranderingen in je bestaan plaatsvinden, maar daar geen films over worden gemaakt. Als je vijftig bent gaan je kinderen de deur uit en worden ze seksueel actief, je ouders worden hulpbehoevend, alles verschuift. Daarbij sta je voor de spiegel oog in oog met je eigen sterfelijkheid. Waarom vindt niemand het interessant om daar een boek over te schrijven? Kristien Hemmerechts is niet te beroerd voor een opvlieger hier en daar, maar maakte er nog geen onderwerp van. Behalve een paar buitenlandse auteurs als Simone de Beauvoir en Iris Murdoch, kon ik dan als enige Willem Frederik Hermans bedenken; de vrouw die de kip niet klaar krijgt in Onder professoren. Dat is dan zo'n sukkel zoals ik vroeger vrouwen van rond de vijftig ook sukkels vond, die zaten als een muts zonder veel belang voor de wereld maar wat voor zich uit te leven. Nu ben ikzelf zo'n muts. Ik wilde eens laten zien wat er in deze fase van het bestaan allemaal aan de hand is. Ik vind het een valide literair onderwerp en ik verwacht ook dat er na dit boek nog meer auteurs zullen komen met dit thema, simpelweg omdat er een groot contingent vrouwelijke auteurs van mijn leeftijd aankomt die met dezelfde dingen te maken krijgt. Bij toeval ben ik de eerste."

Waarom zal de vrouw in de menopauze in de literatuur zo weinig interessant gevonden worden?

"Ik denk dat het samenhangt met het opmerkelijke feit - dat me zeer verbaasd heeft - dat je in verzorgingstehuizen bijna hoofdzakelijk vrouwen ziet van mijn leeftijd die met hun bejaarde moeders in de weer zijn. Moeders, omdat die doorgaans langer leven. Alsof die vrouwen geen zonen hebben. Blijkbaar wordt het probleem van dementerende moeders opgelost door vrouwelijke familieleden en kunnen de zonen daar ver vandaan blijven. Ik vermoed dat schrijvende mannen daarom de impact van dit probleem niet hebben gevoeld, laat staan in combinatie met de andere dingen die dan spelen; een lichaam dat fysiek compleet verandert, de opvliegers, enzovoorts. Bovendien merk ik als ik zo om me heen kijk dat moeders doorgaans meer te stellen hebben met het seksueel actief worden van hun kinderen dan vaders."

U heeft dus een nieuw gebied ontdekt?

"In zekere zin wel ja. Zowel mijn literair agent als mijn uitgever vertelden me verbaasd nadat ze bezig geweest waren dit boek op de internationale markt te verkopen dat zo'n soort roman als ik geschreven heb in heel de wereld nog niet bestaat. Dat is eigenlijk wel zot, als je nagaat dat vrouwen al zo lang met deze verschijnselen te maken krijgen. Dat ik dit boek ben gaan schrijven, had er ook mee te maken dat ik overstroomd raak met aanbiedingen voor Viagra-pillen als ik mijn mailbox open. Het leek me leuk om een keer met gelijke munt terug te betalen. Als knipoog hebben we de fabrikant van Bioclin Lubricare - een middel tegen vaginale droogheid - bereid gevonden een advertentie te plaatsen op de laatste pagina."

Vandaar de tekeningen van Peter Vos?

"Nee, dat had met iets anders te maken. Ik zat me een keer vreselijk op te winden over het toverwoord multimediaal, dat hoogtij viert in de uitgeverswereld. Het gaat niet meer om boeken, het gaat om websites, T-shirts, om dvd's en luisterboeken. Het lijkt me veel beter om je als uitgever te concentreren op het maken van mooie, verzorgde boeken. In een opwelling zei ik tegen mijn uitgever: bijvoorbeeld met bijzondere illustraties. Dat vond ze een leuk idee. Bij ieder hoofdstuk heeft Peter Vos een tekening gemaakt."

Zelf hebt u waarschijnlijk ook met een moeder in een tehuis te maken gekregen?

"Ja. Dat brengt interessante processen op gang, al zijn ze niet leuk om te ondergaan. In de periode dat zij net ziek werd, praatte ik constant met iedereen over dit onderwerp. Wildvreemde mensen op feestjes zaagde ik erover door. Ik schrok omdat bleek dat verschrikkelijk veel mensen met een verwant aan het tobben waren. En soms al wel twaalf jaar. Daardoor werd het al snel veel groter dan iets dat alleen mij overkwam. Ik raakte op dat moment ook net in de overgang. Ik hing dag en nacht met vriendinnen aan de lijn te zaniken over die opvliegers en of zij nog een homeopathisch druppeltje konden aanraden. Dat viel allemaal samen met de Bridget Jones-recensie die ik las. Moet je mij zien, dacht ik toen, in de ban van alle dingen die bij deze levensfase horen. Waarom lees ik daar nou nooit een leuk boek over?"

Normaal heeft u boven uw computerscherm een briefje hangen met: rustig, rustig, rustig. Dat hebt u voor dit boek even verwijderd?

"Er zit wel humor in, en de hoofdpersoon schrijft in een enorme vaart, maar ik vond het een knap lastig boek om te schrijven. Het was moeilijk om een dagboekachtige reconstructie te maken en dan toch alle informatie te doseren die nodig is voor een lezer. Heleen heeft volgens mij wel gevoel voor humor, al zal niet iedereen dat beamen. De corrector vroeg of alle opmerkingen tussen haakjes, waarin Heleen zichzelf relativeert, niet weg konden. Dat vond ik nou juist een van de grappigste kanten van haar verhaal. Volgens mij hebben mannen en vrouwen andere humor, ik vermoed dat vrouwen veel eerder om de grappen in dit boek kunnen lachen dan mannen. Maar het is moeilijk om er de vinger op te leggen. Ik had het er laatst met Thomas Rosenboom over, die volgens mij vooral veel mannelijke lezers heeft. Dat was ook zijn ervaring. Maar, zo zei hij me toen, van mijn boeken kunnen ze ook nog iets opsteken, het zijn historische romans, je leert en passant hoe je een boot bouwt en bij jullie gaat het echt alleen maar over gevoelens en je hebt geen idee Renate, wat een hekel mannen hebben aan gevoelens. Als je mijn boek uit hebt, ben je dan ook geen cent wijzer. Toch denk ik dat dit aan het veranderen is, onder jongeren. Regelmatig komen er op scholen zestien-zeventienjarigen op me af, die me op de schouder slaan en roepen: jij bent de beste schrijfster die ik ken. Dan ben ik zo verbaasd. Op die leeftijd zijn ze blijkbaar zo in meisjes geïnteresseerd en zo bereid zich in hen te verdiepen, dat ze niet zo terugdeinzen voor dat emotionele gebied. Maar met dit boek kun je niemand versieren, behalve misschien je oude oma."

De demente moeder van Heleen krijgt afasie. Binnenkort verschijnt een boek van de taalkundige Liesbeth Koenen over afasie. Als zij uw roman zou lezen, zou ze dan bepaalde afatische zinsconstructies vinden die niet kunnen?

"Dat kan zeker. Ik probeer alleen maar het verschijnsel afasie ten tonele te voeren en ik wou bijna zeggen begrijpelijk te maken, maar het valt niet begrijpelijk te maken. Ik wilde laten zien wat er gebeurt als iemand het vermogen verliest om te zeggen wat-ie wil zeggen. En of dat nou precies in de praktijk ook zo werkt, vind ik eigenlijk van ondergeschikt belang. Ik vind het van belang dat je als lezer kunt denken: mijn hemel, zo zit je dus die gesprekken te voeren. Het moet wel geloofwaardig zijn, maar hoeft niet precies te kloppen. Een roman stelt zijn eigen wetten en heeft zijn eigen interne logica; binnen dat systeem moeten de dingen kloppen, maar daarom kloppen ze nog niet altijd met de realiteit."

Maar dat de moeder eerst twee keer fluit en dan flap gebruikt om haar flat aan te duiden, is niet toevallig.

"Niet helemaal, maar eigenlijk maakt de volgorde daarvan weinig uit. Afasie is erratisch, het schiet alle kanten op. Je hebt het in alle mogelijke gradaties. Bij iemand met vasculaire dementie, waarbij ook het bewustzijn voortdurend in beweging is, wordt slecht praten op een slecht moment opeens heel erg slecht praten. En als het hoofd beter doorbloed is, wordt het praten daardoor ook meteen een stuk helderder. Ik heb natuurlijk wel het nodige gelezen, maar ik heb de afgelopen tweeënhalf jaar ook met ontzettend veel afatische mensen gesproken. Als je op bezoek gaat in verpleegtehuizen voer je de meest bizarre gesprekken. Dan zie je ook hoe groot de verschillen zijn."

In die verpleegtehuizen gaat u ook gesprekken aan met anderen?

"Het leven speelt zich daar voor een groot deel af in gemeenschappelijke ruimtes. Mensen kunnen zichzelf slecht bezighouden, het is een probleem de dag door te komen. Dan ga je niet alleen op een kamertje zitten. En als je binnenkomt in zo'n ruimte, maak je een praatje, zodat je op een gegeven moment iedereen kent en zij jou. Je wordt onderdeel van hun decor. Zo krijg je er een hoop familie bij."

De afasie leidt tot veel taalspel.

"Afasie is een interessant fenomeen, de grammatica van de taal blijft namelijk intact. Mensen praten in woorden die je niet begrijpt en die meestal niet bestaan, maar die zich wel degelijk houden aan de wetmatigheden van een werkwoord. En ze zetten iets wat op een bijvoeglijk naamwoord lijkt wel voor een zelfstandig naamwoord. Ik snap niet hoe dat kan. Logica van de taal zit blijkbaar diep in het taalcentrum verankerd. Dat de geest dan uit alle macht probeert om iets over het voetlicht te krijgen, vind ik heel indrukwekkend. Als je er een tijdje mee te maken hebt, wordt het verbazingwekkend simpel. Op een gegeven moment krijg je wel door waar het ongeveer over gaat en kun je daar samen gezellig over kletsen."

Terwijl u weet dat het zinloos is?

"Wat is zin? Ik weet het niet. Waarom zou deze levensfase zinlozer zijn dan de andere levensfases, is een niet te beantwoorden vraag. Gelukkig kun je niet over andermans leven beslissen. Ik vind het heel terecht dat de wet vereist dat je deze beslissing zelf moet nemen. We weten als buitenstaanders nooit wat er in het hart en de ziel van een dement iemand speelt. Bij de ziekte van Alzheimer zie je wel hoe mensen als ze in de mist zijn verdwenen, gelukkig en tevreden zijn. Er is geen enkele reden om daar dan de stekker uit te trekken. Het is voor kinderen verschrikkelijk om te zien dat je moeder je niet meer herkent, maar moeder zelf zit tevreden te breien. Ik las een artikel waaruit bleek dat er niet minder of meer geluk onder demente mensen voorkomt dan onder de doorsnee bevolking. Een vasculaire dementie is wel wreder dan Alzheimer omdat je heldere momenten blijft behouden, en dan inzicht hebt in wat je allemaal verloren hebt."

De roman is eerst hilarisch, dan wordt het beklemmend.

"Dat is denk ik het cumulatieve effect van de uitputting. Het stapelt zich langzaam op. In het begin doet Heleen zoveel omdat ze wel zal moeten, maar er komen steeds meer momenten waarop ze denkt: o help, hoe lang zal ik dit nog trekken? Dan dringen de consequenties ook pas tot haar door."

Daarin bent u trouw aan uw thematiek: het kind is slachtoffer.

"Schuld is blijkbaar mijn thema. Ik zie er ook steeds weer nieuwe verschijningsvormen van. Vrouwen zijn kampioenen van het schuldgevoel, daarom vind ik het zo relevant het erover te hebben. Tegen Heleen zou je willen zeggen: hou er toch mee op, zet een lekkere pot thee en ga op de bank zitten, het hoeft heus niet. Maar ze kan niet stoppen."

En dat is typisch vrouwelijk?

"Vrouwen gaan door hun grote schuldgevoel volgens mij eerder over hun grenzen heen dan mannen. Ik merk het nu ook weer in mijn omgeving. Een vriendin wier moeder aan het dementeren is geslagen, rukt steeds uit naar de andere kant van het land terwijl die twee elkaar het grootste deel van hun leven niet gesproken hebben. Het heeft zoiets definitiefs: het licht is bezig uit te gaan. Maar Heleen wil er nog een keer uitpersen waar ze haar leven lang naar verlangt."

Zie mij! Net als Meijken in Ontaarde moeders een schandvlek is voor haar moeder.

"Volgens mij is dat generatiegebonden. Wij zijn de eerste generatie vrouwen die massaal de wereld in is getrokken. Onze moeders hebben dat met een mengeling van trots en jaloezie bekeken. Dat wilden zij ook wel. Maar moeder bleef achter in een leeg huis met het besef dat het misschien wel een beetje laat was om nog aan een eigen leven te beginnen, maar dat ze nog wel dertig jaar voort moest. De meeste vrouwen van mijn leeftijd hebben volgens mij juist daardoor een gecompliceerde verhouding met hun moeder. Heleen ging werken en veroverde zich een leven, terwijl haar moeder blijft zeuren dat ze wel had willen reizen. Ze zit vol met onvervulde aspiraties en als een van je kinderen dan aan de andere kant van de wereld is gaan wonen, is dat ook een bron van venijn. Een generatie daarvoor was dat veel minder geprononceerd, omdat de vrouwen toen lichting na lichting op thuis waren aangewezen. Het is echt een breuk."

Hoopgevend?

"Heel erg. Er is nu minder beladenheid, minder jaloezie, minder gekrenktheid. Je zult het natuurlijk pas weten als de kinderen van nu zelf vijftig zijn, maar het zal me niets verbazen als die toch op een heel andere verhouding met hun ouders kunnen terugkijken dan mensen van mijn leeftijd. Nu worden kinderen meer aangemoedigd om te zijn wie ze zijn, in plaats van te passen in de mal die goed uitkwam in de jaren vijftig. Wat misschien ook wel weer doorslaat naar de andere kant, maar alles is actie en reactie."

De schuld is meestal in uw werk de schuld van een dochter ten opzichte van een moeder. Enig idee waar die schuld vandaan komt?

"Tijdens de tweede feministische golf zijn er veel stukken geschreven over de symbiotische relatie tussen moeders en dochters. Meisjes werden vanaf hun geboorte aangemoedigd zich met hun moeder te identificeren terwijl jongens juist werden aangemoedigd zich níét met hun moeder te identificeren. Ook niet nadrukkelijk wel met vader, want de vader was toen nog zo'n schimmige man die op zondag het vlees kwam snijden. Daardoor werd het emotionele bij meisjes bijna overgecultiveerd, terwijl jongens meer hun eigen gang konden gaan. Ik denk dat dat voor vrouwen van mijn lichting heel sterk heeft gegolden. Een van de grootste feministische kritiekpunten op het oude systeem was dan ook dat zo lang de vaders zich niet met hun kinderen bemoeiden, je in dit monsterlijke verbond terechtkwam, dat heel neurotische trekken kon vertonen."

Daar is bij de volgende generatie bijna een soort vriendschapsband tussen ouders en kinderen voor in de plaats gekomen.

"In ieder geval een gelijkwaardiger relatie, waarbij je je als meisje niet meer alleen met de moeder hoeft te identificeren. Je hebt als meisje veel meer mogelijkheden om je met verschillende rollen te identificeren. Je wordt niet meer vanaf dag één vastgepind op je geslacht. Ik denk dat er door het feminisme in ons persoonlijke leven veel winst is geboekt. In een paar decennia zijn de persoonlijke verhoudingen tussen de geslachten behoorlijk verbeterd."

U heeft zelf geen kinderen.

"Daardoor vormde de dementie van mijn moeder een zware confrontatie met mijn eigen oude dag. Er moeten heel veel dingen gebeuren die meestal hoog onaangenaam zijn en dat brengt alleen een bloedverwant voor je op. Dus ik moet maar heel veel bidden tot God dat ik niet dement word of anderszins hulpbehoevend. Of ik moet heel veel geld verdienen, zodat er verzorging voor me gekocht kan worden. Maar dan nog zal iemand voor me moeten regelen wat voor mij de fijnste plek is om te gaan wonen. Ik omring mij met jonge mensen, misschien zijn die straks ook nog wel op mijn levenspad aanwezig en denken ze: kom, laten we eens goed zijn voor tante Renate. Dat is gekheid, maar het is wel confronterend."

Leven is dromen?

"Voor mij is werken dromen. Het is zo'n voorrecht, dat grijpt me soms zelfs naar de keel, zo groot is dat. Hoe is het toch mogelijk dat ik zo'n superleven heb gekregen, zeg. Lang leve de lezer, echt waar."

De meeste schrijvers, Reve uitgezonderd, zijn vaak tot op hoge leeftijd heel goed te pas.

"Misschien doordat je steeds met taal bezig bent en zo je geheugen traint? Schrijven is sowieso een beroep waarin alles alleen maar beter wordt. Alles wat je overkomt behoort tot je werkkapitaal. Als je er dan nog gezond bij blijft, kun je tot op hoge leeftijd doorgaan. Een heerlijk vooruitzicht."

Fleur Speet

'Dat ik dit boek ben gaan schrijven, had er ook mee te maken dat ik overstroomd raak met aanbiedingen voor Viagra-pillen als ik mijn mailbox open'

'Schuld is blijkbaar mijn thema. Vrouwen zijn kampioenen van het schuldgevoel, daarom vind ik het zo relevant het erover te hebben'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234