Donderdag 02/12/2021

Mobiliteitsbudget

Wat is de regering eigenlijk van plan met het mobiliteitsbudget en 7 andere pertinente vragen

Bedrijfswagens op de parking. Beeld Tim Dirven
Bedrijfswagens op de parking.Beeld Tim Dirven

Liever meer nettoloon of toch maar die bedrijfswagen? Het zijn maar enkele van de pistes die op de regeringstafel liggen. Tegen april 2017 moet het mobiliteitsbudget vaste vorm hebben gekregen. Al is het maar de vraag of de ochtendspits hierdoor korter zal worden.

1. Wat is er precies beslist?

Er komt een mobiliteitsbudget. Dat is het plan van de regering-Michel en werd twee weken geleden afgesproken tijdens de begrotingsonderhandelingen. In het principeakkoord staat dat vijf ministers, onder wie Johan Van Overtveldt (Financiën, N-VA) en François Bellot (Mobiliteit, MR) tegen april 2017 een kader zullen uitwerken. "Een kader waarbinnen werknemers in wier loonpakket een bedrijfswagen vervat zit, kunnen kiezen om, met het akkoord van hun werkgever, de bedrijfswagen om te zetten in een mobiliteitsbudget of in de vorm van een bijkomend nettoloon", zo valt te lezen in de begrotingsnotificatie.

Voorts staat vermeld dat dit bedrag fiscaal op dezelfde manier behandeld zal worden als de bedrijfswagen, wat betekent dat het extra loon niet bij uw 'normale' loon zal worden geteld en dus ook niet op dezelfde manier zal worden belast. De regering stelt voorop dat het mobiliteitsbudget een budgetneutrale operatie moet worden, zowel "voor de individuele werkgever, de individuele werknemer als de overheid". Ten slotte kan er in antimisbruikmaatregelen worden voorzien.

Voorlopig staan alleen de grote lijnen op papier. Het voorstel wordt vrijdag voor de laatste keer besproken op de ministerraad, al is er over de precieze invulling nog niets beslist. Het is daarom nog niet duidelijk wanneer de maatregel zal ingaan, al is de verwachting dat het na april volgend jaar "relatief snel" kan gaan, als de bedrijven daarop voorbereid zijn.

2. Wat ligt er op tafel?

De regeringspartijen leggen duidelijk verschillende voorstellen op de onderhandelingstafel. De liberalen, zowel MR als Open Vld, kijken voornamelijk naar cash geld. Vorige week al liet vicepremier Didier Reynders (MR) verstaan dat werknemers een nettobedrag van 450 euro per maand zouden mogen tegemoetzien als zij hun bedrijfswagen opgeven. In dat geval zou het brutobedrag zomaar worden omgezet in een nettovoordeel.

Automobielfederatie Febiac vreest dat werknemers hun dure bedrijfswagen zullen inruilen om met een goedkopere maar vervuilendere tweedehandsauto naar het werk te rijden. Het geld dat zij overhouden, zouden ze voor andere doelen kunnen aanwenden. Open Vld-Kamerlid Egbert Lachaert begrijpt die ongerustheid, maar stelt dat de gewesten hierop moeten inspelen. "We willen dat risico afdekken door op gewestelijk niveau de belastingen te verhogen voor oude, vervuilende wagens."

Lachaert becijferde welk bedrag werknemers mogen tegemoetzien als zij hun bedrijfswagen afzweren. Een ingeruilde Volkswagen Golf is goed voor 296 euro per maand, een Renault Megane levert 300 euro op. Voor een BMW 3-serie of de Audi A6 komt dit uit op respectievelijk 387 en 600 euro per maand.

CD&V gelooft duidelijk minder in de optie van cash geld en vraagt zich af of die betaalbaar is voor de overheid. "Ik ben er niet van overtuigd dat je werknemers zo naar andere vervoersmiddelen krijgt", zegt Kamerlid en vervoersexpert Jef Van den Bergh. "Wij sluiten bijvoorbeeld niet uit dat je de bedrijfswagen nog gebruikt." De christendemocraten willen juist inzetten op een waaier aan verschillende transportmiddelen. Werknemers zouden een budget krijgen dat ze kunnen uitgeven aan een combinatie van bijvoorbeeld de pool- of bedrijfswagen en de trein. Als er geld overblijft, wordt dat bij het loon gevoegd.

N-VA houdt zich voorlopig eerder op de vlakte. Minister van Financiën Van Overtveldt geeft voorlopig geen extra informatie. Kamerlid Inez De Coninck stelt dat de maatregel budgetneutraal moet zijn, maar ook voldoende ambitieus moet blijven. "Flexibel voor werknemers en werkgevers. Het moet meer zijn dan een keuze tussen cash geld en een bedrijfswagen. Iemand zal zijn wagen niet zomaar inruilen tegen enkele honderden euro's per maand. Het mobiliteitsbudget mag niet zomaar een kleine maatregel zijn."

3. Hoeveel spenderen we nu eigenlijk aan onze auto?

Uit cijfers van sociaal secretariaat SD Worx blijkt dat 17 procent van de Belgische werknemers een bedrijfswagen heeft. Het gros van de werknemers (55 procent) verplaatst zich met de eigen wagen; 10 procent heeft een fietsvergoeding en 9 procent een abonnement voor openbaar vervoer. Bij 10 procent van de werknemers komt de werkgever niet tussen in de terugbetaling van de vervoerskosten.

Uit cijfers van de FOD Economie blijkt dat in 2014 Belgische huishoudens met een eigen wagen gemiddeld 5.009 euro spendeerden aan vervoer. Zowat 83 procent van de Belgische gezinnen heeft minstens één auto. Wie een wagen heeft, geeft meer dan 90 procent van zijn mobiliteitsbudget uit aan de aankoop (2.332 euro per jaar) en het onderhoud en de herstellingen (2.349 euro per jaar) van dat voertuig. Bovendien houdt deze studie geen rekening met de kosten voor een autoverzekering: daarvoor betaal je nog eens gemiddeld 880 euro per jaar.

4. Vanaf wanneer wordt het interessant om in te gaan op dat mobiliteitsbudget?

Dat hangt grotendeels van uw situatie af, maar enkele cijfers kunnen een richting aangeven. Zoals het er nu naar uitziet, moet u bij uw nettoloon de leasingkosten minus het belaste voordeel van alle aard gestort krijgen. Concreet: als je een Renault Megane inruilt, krijg je zoals eerder vermeld 300 euro netto per maand.

Een bedrijfswagen is veelal een salariswagen, of een hoger loon in een andere vorm uitgekeerd. Dus wie zijn auto inruilt moet - om geen loonverlies te lijden - voldoende netto in ruil krijgen om met diezelfde som dezelfde wagen te kunnen aanschaffen, met dezelfde voorwaarden als de bedrijfswagen. Dat is geen sinecure.

Fietsers in Gent. Beeld Wouter Van Vooren
Fietsers in Gent.Beeld Wouter Van Vooren

SD Worx rekende voor dat iemand die 25.000 kilometer per jaar rijdt, met een bedrijfswagen type Golf Variant, maandelijks ruim 1.600 euro meer brutoloon moet krijgen als hij zijn Golf van het bedrijf zou vervangen door dezelfde Golf zonder er netto bij in te schieten. Dat betekent dat u in dat geval elke maand zowat 800 euro netto extra moet krijgen. Bijgevolg zijn de huidige bedragen niet budgetneutraal voor de werknemer.

5. Wat kost het de werkgevers?

Met het principe zoals het nu opgesteld is, zou dit systeem de werkgevers niets extra mogen kosten. Tegelijk hamert de regering erop dat het uitgewerkte kader budgetneutraal moet zijn.

Alweer geen makkelijke opgave, zegt Veerle Michiels van SD Worx. Ondoordacht te werk gaan kan de kosten voor de werkgevers alsnog opdrijven. Wie zijn bedrijfswagen inruilt en op een andere manier naar het werkt reist, kan die factuur (deels) doorschuiven naar de werkgever. "Die is wettelijk verplicht mee te betalen voor een openbaarvervoersabonnement of een fietsvergoeding te geven, indien dat wordt voorzien op sector- of ondernemingsvlak. In veel sectoren is zelfs een vergoeding afgesproken voor wie met de eigen wagen komt", stelt Michiels. "Dat zal dus op een of andere manier verrekend moeten worden. Hoe dat allemaal zal gebeuren, is nog maar de vraag."

6. Kan de werkgever eenzijdig beslissen dat ik geen bedrijfswagen meer kan krijgen?

Als u momenteel een bedrijfswagen hebt, dan kan die - bij normaal gebruik ervan - niet afgenomen worden. Ook bij de invoering van het mobiliteitsbudget zullen werkgever, werknemer en overheid rekening moeten houden met de lopende leasingcontracten, meestal tussen de drie en vier jaar.

Omdat een bedrijfswagen in vele gevallen in feite een salariswagen is, kan die ook niet zomaar geschrapt worden door de werkgever. "Hij maakt onderdeel uit van het verloningspakket, en dat is dan weer onderdeel van het arbeidscontract", merkt Veerle Michiels op. "In zo'n geval kan het eenzijdig wijzigen van het arbeidscontract niet."

7. Hoe staan we tegenover zo'n mobiliteitsbudget?

Zowel bij werkgevers als werknemers toont ongeveer de helft interesse om een mobiliteitsbudget in te voeren. Dat moet blijken uit een SD Worx-paper. Dat de interesse in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dat het meest lijdt onder de fileproblematiek, het hoogst is, mag niet verbazen: 61 procent van de werknemers en 59 procent van de werkgevers staan positief tegenover het mobiliteitsbudget. In Vlaanderen en Wallonië is dit respectievelijk 46 en 58 procent van de werknemers en 44 en 46 procent van de werkgevers.

Een betere mobiliteitsaanpak loont, zowel voor werknemer als werkgever, zo blijkt uit onderzoek van Mobimix.be en SD Worx. Enkele van de belangrijkste positieve resultaten zijn een verbeterde work-life balance bij werknemers (73 procent), de creatie van een aangename en moderne bedrijfscultuur (60%), een aantrekkelijk imago als werkgever (58%) en een groter engagement bij de medewerkers (43%).

8. Gaat dit effect hebben?

Vorige week blikten autofabrikanten en autogroepen vol vertrouwen vooruit. D'Ieteren-woordvoerder Jean-Marc Ponteville liet in deze krant verstaan dat ze niet 'nog meer' auto's zullen verkopen. "Maar wie zijn gezond verstand gebruikt, beseft dat in België veel werknemers geen alternatief hebben voor de wagen." Dat is ook de conclusie van BMW België. "Maar het heeft geen zin om nu al ongerust te zijn."

Dat blijkt te kloppen. Zo geven Kamerleden Van den Bergh en Lachaert toe dat in eerste instantie vooral wordt gefocust op een groep werknemers die makkelijk toegang heeft tot andere vervoersmiddelen. "We mikken op mensen die een alternatief hebben en bijvoorbeeld dicht bij een station wonen", zegt Lachaert. "Wie een bedrijfswagen in een pakket heeft gekregen, maar er eigenlijk geen nood aan heeft."

Een tram in Antwerpen Beeld Photo News
Een tram in AntwerpenBeeld Photo News

Concreet gaat het dus om een vrij beperkte groep. Het verklaart waarom Lachaert een daling van het aantal bedrijfswagens met 5 tot 10 procent een "enorm succes" noemt. En zelfs dat cijfer, dat voor alle duidelijkheid niet officieel wordt vooropgesteld, is allicht te hoog gegrepen. Hoewel een proefproject bij vijfenvijftig werknemers van vijf bedrijven in 2013 verrassende resultaten opleverde - het aantal verplaatsingen met de auto daalde in het woon-werkverkeer met 37 procent, terwijl het aandeel van de fiets en de trein fors toenam - moet daarbij worden vermeld dat het om firma's ging die vlot bereikbaar zijn met het openbaar vervoer.

In werkelijkheid zal het effect volgens experten niet zo groot zijn. "Ik zie dit eerder als een symbolische beslissing", zegt transporteconoom Stef Proost (KU Leuven). "Open Vld wil werknemers laten kiezen tussen bedrijfswagens en een extra loon. Maar zij hebben vaak vroeger al een keuze gemaakt en voor de auto gekozen. Ik zie niet in waarom zij nu tot een ander besluit zouden komen. Mensen die vaak gebruikmaken van hun bedrijfswagen zullen die niet zomaar opgeven. En als je het budget opentrekt en de keuze voor bijvoorbeeld de trein geeft, zoals CD&V wil, dan moet je ook opletten als overheid. Want bij de NMBS zien we al capaciteitsproblemen. Als tienduizenden werknemers de overstap maken, is er te weinig plaats op bepaalde lijnen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234