Zaterdag 21/09/2019

Wat in literair Parijs

De passionele rel die zich tussen de Franse vrouwelijke topauteurs Camille Laurens en Marie Darrieussecq ontspint, is wel heel ongewoon

Franse rentrée littéraire is 'un cru bourgeois'

over de tongen rolt

De Franse boekhandelaren, critici én volbloed lezers beleven aartsdrukke tijden: de rentrée littéraire pakt dit jaar nog voller en gevarieerder uit dan ooit, met liefst 727 nieuwe romans en daarbovenop nog eens 568 nieuwe non-fictieboeken. Uitgelezen ging voor u op zoek naar de romans die in le tout Paris in de kijker staan.

Door Dirk Leyman

Wie hakt zich een weg door deze papieren jungle? Telkens opnieuw klinkt het gejammer over het excessieve aanbod luider, maar geen enkele uitgever wil de boot missen en zet zijn paradepaarden in voor la chasse au trésor, de wedren naar de grote prijzen als de Renaudot, Fémina, Médicis en oppergaai Goncourt, die de eerste maandag van november wordt toegekend. Tenoren als Gallimard en Albin Michel werpen zelfs elk 15 nieuwe uitgaven in de strijd.

Even traditiegetrouw wordt de rentrée gedomineerd door één boek, dat als een alleszuiger de aandacht én de kopers naar zich toetrekt. Vorig jaar ging die eer naar Jonathan Littell met zijn 900 pagina's tellende Les bienveillantes, dit najaar fungeert Yasmina Reza als slokop. Theaterdame Reza mocht een jaar in het kielzog van de campagne van Nicolas Sarkozy doorbrengen en puurde uit die ervaringen het curieuze L'aube le soir ou la nuit (zie hiernaast).

Voor de Prix Goncourt zijn de kaarten evenwel bijlange nog niet geschud: pas op 12 september wordt een eerste selectie bekendgemaakt. Philippe Sollers suggereert zowaar dat de 'president' hemzelf (via Reza) een flinke kans maakt, als de juryleden tenminste een beetje rekkelijk zijn en L'aube le soir ou la nuit als een 'roman' beschouwen. Volgens Le Monde is de prijzenrace nog nooit zo open geweest als dit jaar. Wie dingt er zoal mee?

Dankzij Grijze zielen (2003), zijn genuanceerde saga over een kindermoord tijdens de Eerste Wereldoorlog, ging Philippe Claudel in één klap behoren tot de valeur sûre van de Franse letteren. Vervolgens sloot ook de rest van West-Europa zijn boeken in de armen. Meer dan reikhalzend werd uitgekeken naar Claudels nieuwe, volumineuze roman. Volgens Le Monde lost hij moeiteloos de huizenhoge verwachtingen in. De auteur met de onafscheidelijke pet toont zich niet vies van de grote morele kwesties. In Le rapport de Brodeck (Stock) dompelt hij de lezer opnieuw onder in troebele oorlogssferen, waarbij ditmaal de Tweede Wereldoorlog als achtergrond fungeert. De intrige voltrekt zich in een niet nader bepaald dorpje dat kampt met een drukkende last uit het verleden. Het hoofdpersonage Brodeck is door de burgemeester voorgedragen om klaarheid te brengen in een morbide zaak waarbij een vreemde artiest door de losgeslagen bewoners werd gelyncht. Brodeck, zelf een outsider, moet een rapport schrijven over de ware toedracht. Wie was die zogenaamde 'Anderer'? Gaandeweg geeft Brodeck zijn rapport een andere invulling en schrijft hij over zijn eigen anders-zijn, zijn deportatie naar Auschwitz en het noodlot van zijn echtgenote. Le rapport de Brodeck overstijgt de lokale context en roert universele kwesties aan. De eerste Franse persreacties zijn positief, al laat Claudel zich volgens Le Figaro in het tweede gedeelte verleiden tot al te gemakzuchtige gemeenplaatsen. Niettemin spreken sommige critici al van een "zeer leesbare Goncourtwinnaar".

Na het onthutsende Pedigree (2005), waarin de melancholische topograaf Patrick Modiano in een kaal relaas opening van zaken gaf over zijn verleden, hervat de auteur in zijn nieuwe Dans le café de la jeunesse perdue zijn schemerige dwaaltochten door Parijs. De op 11 oktober te verschijnen roman heeft als biotoop vooral het zesde arrondissement én de buurt van Pigalle, en zou "een meerstemmige tekst" zijn, "in de eerste plaats een liefdesgeschiedenis". Het hoofdpersonage is Youki, een jonge gehuwde vrouw, wier verdwijning in nevelen is gehuld. Later blijkt dat ze uit het raam is gesprongen. Alweer poogt Modiano de vinger te leggen op een ijl verleden en wemelt het van de ongrijpbare personages in een merkwaardig poëtisch decor van Parijse straten.

Zowel François Bégaudeau als Olivier Adam kregen sinds enige tijd het predikaat van grote beloften opgespeld. De 36-jarige Bégaudeau vestigde vorig jaar zijn reputatie met Entre les murs, waarin hij inzoomde op de dagelijkse peripetieën op een prototypisch Parijs' college, en de spreektaal heel wat armslag gaf. Het boek werd bekroond met de Prix Télérama en vergaarde een karrenvracht lovende kritieken. Bégaudeau, die zich graag mag manifesteren op het publieke forum, komt nu met het ongewone Fin de l'histoire. De korte roman is vrijwel integraal opgehangen aan de persconferentie van de Franse journaliste Florence Aubenas na haar gijzeling in Irak. Bégaudeau observeert de 45 minuten durende seance van Aubenas als een onemanshow en doorsnijdt ze met zijn commentaren. Vol bewondering ziet hij er een zeer geëmancipeerde vrouw aan het werk.

Olivier Adam wordt met A l'abri de rien stevige kansen toegedicht op minstens een van de grote Franse literaire prijzen. De zesde roman van de jonge eigenzinnige auteur, die om te schrijven zijn toevlucht zoekt aan de Bretonse kusten, gaat over Marie, een gehavende vrouw met een borderlinestoornis. Zij maakt zich geleidelijk los uit haar banaal geworden huwelijk en laat man en twee kinderen in de steek om zich het lot aan te trekken van Kosovaarse vluchtelingen. Ze gaat als vrijwilliger in een opvangcentrum werken. Zonder miserabilisme maar met een onderhuids mededogen grijpt Adam de atmosfeer van aaneengeklitte banlieues van het Noord-Franse kuststadje Sangatte. Marie voelt dat haar eigen leed in het niets verzinkt bij dat van de ontwortelde illegalen. Adam toont zich in zijn sobere, maar accurate schriftuur schatplichtig aan de Amerikaan Richard Ford.

Opmerkelijk in beide boeken is een vorm van hernieuwd engagement, dat lange tijd verdwenen leek uit de Franse literatuur.

Ook de in onze contreien nagenoeg onbekende Eric Reinhardt, die volgens Les Inrockuptibles "le roman de la rentrée" schreef, zit dicht op de huid van de tijd. Reinhardts vierde roman Cendrillon is een kroniek van een verveelde middenklasse, geschoeid op de leest van de romans van de Amerikaan Jay McInerney. De drie hoofdpersonages zijn even zoveel afsplitsingen van de schrijver zelf, "mentaal wisselvallige zelfportretten" zoals hij ze noemt: een erotomaan, een gemankeerde literator die zich in de wereld van de haute finance gooit en een couch potatoe die door zijn moeder wordt gesoigneerd. In een interview met Le Monde gewaagt Reinhardt van een totaalroman waarin hij al zijn obsessies onderdak wilde bieden: romantiek wordt gecombineerd met sarcasme, terwijl het burleske de hand reikt aan het experiment. De roman krijgt een uitmuntend onthaal en triomfeert intussen ook in de bestsellerlijsten.

Van de drie romans die Amélie Nothomb jaarlijks aan haar schriften toevertrouwt, geeft ze er eind augustus telkens eentje vrij. Tegen dan hunkeren haar hondstrouwe lezers ernaar als uitgehongerde gevangenen naar een homp brood. Toch was de schrijvende Belgische diplomatendochter de laatste jaren vergleden tot nogal kunstmatige provocatie. In haar laatste twee boeken Zwavelzuur en Dagboek van zwaluw nam ze haar toevlucht tot gratuite gruweldaden en schokeffecten. Zelfs de verkoopcijfers vertoonden een neerwaartse curve: ze bleven steken op 250.000 exemplaren. Is dat de reden waarom ze in haar nieuwe worp Ni d'Eve ni d'Adam teruggrijpt naar haar grootste succes Stupeurs et tremblements (Met angst en beven), waarin ze een ontluisterend satirisch beeld gaf van de Japanse werkvloer? Met twee miljoen verkochte exemplaren en de Grand Prix de l'Académie Française blijft het boek haar hoogtepunt. Ni d'Eve ni d'Adam is semi-autobiografisch en verhaalt Amélies pogingen om Japans te leren met het oog op een baan in Tokio. Om de studies te bekostigen verstrekt het hoofdpersonage lessen Frans aan een zekere Rinri, een jongeman uit een welgesteld nest. Langzaamaan worden verbuigingen gelaten voor wat ze zijn en de taalbarricades gesloopt door liefdevolle wederzijdse blikken. Maar de Japanse toenaderingsconventies zijn omslachtig en op den duur vermoeiend. Voorproevers beweren dat Nothomb haar gevoeligste, ja zelfs haar meest 'intimistische' boek heeft geschreven. Voor Nothombs doen is Ni d'Eve ni d'Adam trouwens opvallend dik, 224 - zij het weliswaar ruim gedrukte - pagina's.

De onverslijtbare Parijse icoon Philippe Sollers, alomtegenwoordig grootleverancier van meningen én literaire alleskunner, trekt tijdens deze rentrée het laken volop naar zich toe. Onder de dubbelzinnige titel Un vrai roman publiceert hij zijn memoires, iets om watertandend naar uit te kijken, want "l'écrivain aux multiples casquettes" (zoals Le Figaro hem onlangs noemde) heeft met heel intellectueel Frankrijk aan de dis gezeten. De vroegere avant-gardist Sollers, niet vies van enige draaikonterij, groeide uit tot een bestsellerschrijver met Femmes, Portrait du joueur en Une vie divine en lanceert nu een waar mediaoffensief : in oktober komt hij ook nog met twee andere boeken: Guerres secrètes en een herdruk van zijn monografie over Willem De Kooning, De Kooning, vite.

Ook het vroegere opperhoofd van de nouveau roman, Alain Robbe-Grillet, heeft nog geen sprankel van zijn energie moeten inboeten. De intussen 85-jarige auteur en regisseur bracht in mei de film Gradiva uit en blijft onverminderd literair actief. Zijn nieuwe boek Un roman sentimental zal eind september verspreid worden in een soort geplastificeerde enveloppe, waarna de koper de pagina's zelf met het fileermes zal moeten opensnijden. Uitgever Fayard, ook uitgever van Houellebecq, doet dit uit voorzorg, omdat de tekst over een "geraffineerde vorm van sadisme" gaat en minderjarigen de tekst in de boekhandel niet in zullen kunnen bladeren. Robbe-Grillet, die bekendheid verwierf met Les gommes (1953) en La jalousie (1955), bespeelde in zijn films ook al het thema sadisme.

Het debiet aan Nederlandse vertalingen uit de Franse literatuur blijft opvallend laag, een tendens die stilaan zorgwekkend mag heten. Een klepper wordt in tal van opzichten Gekkenhuizen van Régis Jauffret, een wrange cocktail van "alledaagse waanzin", waarin geen spaander heel wordt gelaten van een dolgedraaide familie. Jauffret, een van de keizers van de vorige rentrée littéraire met het briljante Microfictions, verdient al langer een internationale doorbraak. Eveneens bij De Arbeiderspers verschijnt dezer dagen ook het Stendhaliaanse De ontsnapping van Julien Parme van Florian Zeller, die enige naam kreeg met zijn Houellebecqroman Gefascineerd door het ergste, en Annie Ernaux' De blik naar buiten, kale maar snedige observaties van het leven in een Parijse voorstad. Uitgeverij Anthos komt in januari met een nieuwe vertaling van succesauteur Philippe Besson, Verzoening, over een in de steek gelaten vrouw die in briefvorm haar liefde herbeleeft. Bij Prometheus verschijnt in januari de megaseller van Muriel Barbery, Elegant als een egel, over een twaalfjarig meisje dat besluit zelfmoord te plegen om aan haar vissenkomleven te ontkomen, maar toch nog even onderzoekt of het leven enige zin valt te ontlokken. De Bezige Bij brengt Haar passie van Véronique Olmi uit en clustert een aantal uitgaven over Marcel Proust, waaronder een fraai ogend boek over het Parijs van Proust: Het Parijs van Marcel Proust hervonden en William C. Carters Proust verliefd. Imprint Cargo publiceert het elegante Marilyn, laatste scènes over de laatste dertig maanden van Marilyn, een boek dat vorig jaar de Franse lezer volop wist in te pakken. De Geus kondigt Menselijke liefde aan, een nieuwe vertaling van Andreï Makine, maar helaas, de vroegere Goncourtwinnaar schrijft allang geen boeken meer die ertoe doen. Atlas komt met succesauteur Eric-Emmanuel Schmitt en zijn Odette Toulemonde. Een evenement ten slotte is de vertaling van de vorig jaar opgedoken brieven en documenten van Marguerite Duras Cahiers 1943-1949 als Zelfportret van een wild meisje (Meulenhoff) en de vertaling van de politieke zedenschets van Stendhal Lucien Leuwen (Atlas). Om natuurlijk bij Nijgh & Van Ditmar de uitgave van de Romans, brieven en tekeningen van de koning van de zwarte humor Roland Topor (eind september) niet te vergeten.

Een Franse rentrée littéraire zonder polemiek is haast ondenkbaar, maar de onverkwikkelijke en passionele rel die zich dezer dagen tussen de Franse vrouwelijke topauteurs Camille Laurens en Marie Darrieussecq ontspint, is wel heel ongewoon.

Camille Laurens, bij ons bekend om haar fijnzinnige romans over de schakeringen van de liefde, beschuldigt haar collega Marie Darrieussecq ervan in haar achtste roman Tom est mort "psychisch plagiaat" te hebben gepleegd op haar autobiografische roman Philippe (1995). Opmerkelijk hierbij is dat Laurens en Darrieussecq tot dezelfde prestigieuze uitgeverij P.O.L. behoren. Laurens beticht Darrieussecq er boudweg van haar geschiedenis ontnomen te hebben. "Terwijl ik Tom est mort las, had ik het gevoel dat het boek was geschreven in mijn kamer, met de kont op mijn stoel, zich wentelend in mijn bed van verdriet. Marie Darrieussecq heeft zichzelf bij mij uitgenodigd, als een kraker", zo schrijft ze. Laurens benadrukt dat zij de dood van een kind werkelijk heeft meegemaakt. Darrieussecq niet, waardoor het schrijven erover haar een kwestie van "obsceniteit en cynisme" lijkt. P.O.L.-uitgever Paul Otchakovsky-Laurens heeft na Laurens' aanval op Darrieussecq kleur bekend en ondubbelzinnig de kant van Darrieussecq gekozen. Hij heeft intussen beslist om Laurens niet meer in zijn fonds te publiceren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234