Dinsdag 27/10/2020

Wat ik tijdens mijn vakantie deed

Als werken eigenlijk ook vakantie is, wat doet een mens dan tijdens de zomermaanden? Marc Didden genoot van Venetië, Vorst en ander cultureel verantwoord vakantievertier. En schreef deze hoogstpersoonlijke terugblik.

Alhoewel ik in principe nooit met vakantie ga, bijvoorbeeld omdat ik nooit écht werk, ben ik af en toe wel eens goed voor mezelf en mijn eeuwige verloofde.

Dan stap ik even uit de vaderlandse tredmolen en ga ik bijvoorbeeld een peperdure spritz drinken in de riante bar op het dak van Hotel Molino Stucky, bijna helemaal aan het einde van het langwerpige Venetiaanse eiland Giudecca.

Je krijgt bij dat trendy aperitief ook altijd wat olijven, chips en borrelnoten cadeau, alsook gratis inkijk op het reilen en zeilen van het leven in de hele lagune, en zoals onlangs in mijn geval, ook op de wat onsmakelijke decolletés van een roedel Britse Breezer-sletten die daar samen kwamen vieren dat hun summer holiday net begonnen was.

Wat mij precies naar Venetië bracht, behalve een lichte verslaving aan verse spaghetti met échte venusschelpen en ijsgekoelde soave, was vooral de drang om toch ook met eigen ogen in het prachtige Belgische paviljoen van de Giardini della Biennale di Venezia eens te gaan kijken naar Cripplewood, het werk dat Berlinde De Bruyckere daar bijna een half jaar lang aan de wereld mag tonen.

Laat me maar meteen zeggen dat het flabbergasting was. Nooit heb ik dat wonderlijke gebouwtje beter weten gebruiken, nooit heb ik zo genoten van de louterende stilte die me in zo'n drukke stad als Venetië plotseling overviel bij het aanschouwen van zo veel schoonheid, zo veel ingehouden kracht en pracht, zo veel vergankelijkheid die tegelijk een eeuwigheidsgevoel oproept. En een diepe trots, dat ik daar mocht naast staan, dat dat gemaakt was door iemand die vijftig kilometer van mijn deur woont en werkt. Diepe trots ook, omdat ik kon zien op de gezichten van bezoekers uit Italië, Japan, de VS of Spanje hoe scherp dit werk in hun ziel sneed, hoezeer iedereen die daar in die halfverduisterde ruimte stond, leek te beseffen hoe weinig wij allemaal zijn.

Een versteend takkenbos, misschien, een gebeente dat gewoon gaat liggen wanneer het tot niets meer dient.

Berlinde De Bruyckeres werk wordt heel dicht bij de ingang van de biënnale getoond en dat is goed, omdat je ogen en je voeten dan nog vers zijn, maar het is ook niet goed omdat veel van de fratsen en de spielereien die je daarna te zien krijgt in de beroemde tuinen der schepping wat mager uitvallen, wat vrijblijvend ook en vooral wat licht.

Al kan 'licht' geen bezwaar zijn voor wie in het ruim bemeten Oostenrijkse paviljoen in het pikdonker naar Imitation of Life zit te kijken, een korte, lieve tekenfilm die Disneyesker is dan Disney zelf. Ik besluit na afloop gewoon nog een keer te kijken in de vaste overtuiging dat ik bij die tweede visie een onvermijdelijke dubbele bodem zal ontdekken. Maar nein, de kunstenaar Mathias Poledna laat ons opnieuw iets zien wat is wat het is: een korte, lieve tekenfilm.

Ook boeiend, wat verderop: de Russen. Of hoe Vadim Zakharov met zijn installatie en performance tegelijk de Griekse mythologie en het schaamteloze nieuwe kapitalisme even in de zeik zet.

Met de glimlach ook. Een zeldzaamheid overigens op deze tweejaarlijkse wereldtentoonstelling van de hedendaagse kunst. Al overviel mij wel een klein geluksgevoel toen ik, in het ruim van de échte boot die als paviljoen voor Portugal dienst doet, na vele jaren nog eens kennis mocht maken met het hoogstaande 'breiwerk' van Joana Vasconcelos en ik wat verderop in het Arsenale bij het lokaal van Argentinië op speelse wijze werd ondergedompeld in het bekende Evita Perón-verhaal dat mij via pretentieuze popmuziek en melige musicals altijd al geïrriteerd had, maar hier op ontroerende wijze via een filmische installatie werd verteld.

Terug thuisgekomen vroeg iemand mij of ik meeging naar Vorst Nationaal om er naar de uit het verre Canada afkomstige maar verdacht vaak in België opererende zanger Leonard Cohen te gaan luisteren. Ik heb "ja" gezegd omdat ik de bejaarde troubadour en treurwilg al niet meer live meegemaakt heb sedert 1972, toen hij in een wat warrige toestand optrad in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. En omdat ik oprecht veel hou van de meeste van zijn songs of love & hate.

Nu moet u weten dat er weinig plekken op aarde zijn waar ik een grotere hekel aan heb dan aan die ellendige bouwdoos van Vorst Nationaal, maar voor Cohen wilde ik wel eens afzien: de goede man was zoals steeds erg genereus met zijn tijd en talent, en bromde gedurende ruim drieënhalf uur werkelijk al zijn geweldige liederen de zaal in. Aan het einde voegde hij er ook nog een mooie versie aan toe van het waarlijk tijdloze 'Save The Last Dance For Me' van The Drifters.

Ook was Cohen natuurlijk de aardigheid zelf en bleef hij maar zeggen hoe graag hij ons zag, en tevens zijn orkest, alsook zijn backingzangeressen. Hij bleef zijn iets te nauw bemeten hoedje maar op- en afzetten en hij bleef maar door de knieën gaan, en hij bleef maar bisnummers brengen tot iedereen zijn laatste tram gemist had en toen zei hij nog eens hoe wonderful wij wel waren en bij het buitenlopen van de wanstaltige rocktempel hoorde ik rondom mij talrijke lichtbejaarde mannen en vrouwen zeggen dat het andermaal 'een volmaakt optreden' was geweest en precies op dat moment begreep ik waarom ik er eigenlijk en deep down inside niet van gehouden had: volmaakt is niets voor mij.

Perfectionisten laten mij koud. Ik moet dan aan Herman van Veen denken, en aan Peter Goossens en aan Ozark Henry. Not my kind of people. En om helemaal duidelijk te zijn: ik zie liever een slecht optreden van Bob Dylan dan een goed optreden van Leonard Cohen. Omdat wat de Canadees doet eigenlijk geen optreden is - een reeks 'nu-momenten' waar in beginsel alles moet kunnen misgaan en alles voortdurend in vraag moet kunnen gesteld worden - maar eerder een opvoering. Ik had tijdens Cohen dikwijls de indruk dat ik naar een musical aan het kijken was over Cohen. Cabaret, showbusiness, kleinkunst: aan die dingen dacht ik, maar niet aan blues, niet aan rock-'n-roll. Nergens ook maar enig spoor van gevaar of smerigheid.

Nu, ik geef grif toe dat het ook aan mij kan liggen. En aan de onuitstaanbare en misselijke temperatuur in dat ellendige prefabhol van Vorst Nationaal.

Ik moest overigens ook al gaan plassen vanaf 'Bird on the Wire' wat hij, als ik mij goed herinner, alreeds om 20.16 uur speelde.

Heer Blondeel

Een dag of twee later ging ik in Brussel naar de tentoonstelling Bazar België kijken, en wel om twee redenen: omdat ze gecureerd werd door mijn destijdse studiemakker Claude Blondeel en omdat ze bij mij om de hoek onderdak gevonden heeft in de zogenoemde CENTRALE. Normaal loop ik niet graag achter een vlag en vind ik een tentoonstelling niet beter of slechter naarmate de werken die er hangen of staan al dan niet afkomstig zijn van landgenoten. Maar hier was die belgitude net de insteek en dan kan ik alleen maar, samen met Claude en de talrijke bezoekers van die tentoonstelling, bewonderend vaststellen dat een klein land als het onze over bijzonder veel interessante artiesten beschikt en beschikt heeft. Hier en daar vond ik wel dat er iets of iemand ontbrak, en links en rechts trof ik ook wel eens een werkje aan dat ik persoonlijk wat minder vond, maar dat is natuurlijk van geen enkele tel: deze tijdelijke verzameling hoort Heer Blondeel toe, is zijn hoogst persoonlijk project en ook bijzonder mooi opgesteld zodat ze als dusdanig zeker al uw aandacht waard is.

Niet dat het met die aandacht slecht zit, overigens. De media hebben zich werkelijk uit de naad gewerkt om dit evenement aan te prijzen. Waarvoor hulde. Laat ze zich vooral niet inhouden wanneer er straks weer eens een prachtige expo haar deuren opent in bijvoorbeeld het Gentse Museum Dr. Guislain of in de mooie stad Bergen!

Koelte en vertier

Ook leuk in de zomer: naar de cinema gaan. Airco en frisco binnen bereik en dan maar de programmabladen afzoeken naar iets met weinig mitrailletten en liefst zogoed als geen neerstortende helikopters erin. Zo kwam ik algauw uit bij Pour une femme, een zogenoemde klassieke Franse film van de hand van Diane Kurys, met een simpel en ontroerend verhaal, waarin twee bijzonder goede en fraaie actrices, genaamd Mélanie Thierry en Clotilde Hesme, mooie rollen speelden.

Niet dat het iemand wat kan schelen. De film was na één week alweer uit de zalen verdwenen en die keer dat ik ernaartoe ging zaten er behalve het echtpaar Didden-Van den Bergh nog slechts twee andere mensen in de zaal, waaronder een romantisch aangelegd jong meisje dat haar vriendje duidelijk tegen zijn zin meegesleurd had naar die ene film zonder mitrailletten en neerstortende helikopters.

Niet veel later ging ik nog eens naar zo'n donkere zaal om er wat koelte en vertier te zoeken: ik zag er Jour de fête van Jacques Tati, een eenvoudig meesterwerk uit 1947 dat ik in mijn gedachten al vele keren bekeken had, maar waarvan ik tijdens de recente visie moest vaststellen dat mijn herinneringen aan die film vooral en zelfs uitsluitend gebaseerd waren op de talrijke fragmenten die ik er ooit al uit gezien had, wellicht in de tijden toen de televisie nog echte filmprogramma's uitzond.

Ik heb veel geglimlacht tijdens de vertoning en ik heb ook vaak hardop gelachen tijdens Jour de fête en het was ook weer even helemaal 'de jaren vijftig' toen ik rond mij talrijke grootouders en hun kleinkinderen mee hoorde gieren.

Ik had heel even heimwee naar een tijd toen alles eenvoudig was.

Al kan de tijd toen alles ingewikkeld werd ook soms mooi zijn: getuige Woody Allens subtiele Blue Jasmine en de werkelijk naar de strot grijpende performance van de grote Cate Blanchett daarin. Het leven zoals het helaas soms is. En erger.

En nog iets over Allen: goed dat de BBC bestaat en dat ik er onlangs op twee late en zwoele zomeravonden in gezelschap van enkele blikjes Cola Light naar Robert B. Weides werkelijk uitmuntende Woody Allen: A Documentary heb kunnen kijken, net als naar een avondvullend portret van Rod Stewart, door de altijd uitstekende Alan Yentob. Zomertelevisie van het allerhoogste niveau, dames en heren. Hoogstaand vertier voor mensen die zoals ikzelf en de meeste mensen - dat blijkt uit de statistieken - nooit met vakantie gaan.

Wij, verworpenen der aarde, doen het op landelijk gebied dan maar met de Canvascrack, een onversneden kwaliteitsquiz met behalve een ijzersterk format gelukkig ook echt 4 x 5 moeilijke vragen, zogoed als geen gratuit gegibber tussen de bedrijven in en al die jaren ook nog in de allerbeste banen geleid door een Herman Van Molle die cooler is dan tienduizend pinguïns. Als u zich ooit afvraagt waarom zo veel mensen niet met vakantie gaan is één mogelijk antwoord zeer zeker: de Canvascrack.

Op de koffie bij JJ Cale

Ik ben deze zomer ook 64 jaar oud geworden, wat mij toch één volle minuut in een diepe depressie deed belanden waar ik overigens meteen weer over heen was toen ik ontdekte dat Mick Jagger een dag eerder 70 was geworden. En ik een dag of twee daarvoor gezien had, alweer dankzij de BBC, hoe Mick en zijn mede-Stones op het festival van Glastonbury van hun gemeenschappelijke jetje gaven om iedereen een lillend lesje live rock-'n-roll te geven.

De week van mijn verjaardag verliet by the way ook de grote JJ Cale deze aardse building. Ik beluister zijn luie maar niet lijzige muziek al eenenveertig jaar lang vrijwel dagelijks, zij het in kleine dosissen. Midden jaren negentig mocht ik eens bij hem op de koffie, in de Ritz-Carlton van Atlanta, Georgia. "Vreemde man!", hadden ze me op voorhand gezegd, "Praat ook moeilijk!" en "Haat interviews!". Maar toen ik er even zat, vroeg hij me welk soort koekje ik het liefst bij mijn koffie wilde en of het waar was dat hij vanuit de backstageruimte van de Elisabethzaal, waar hij later dat jaar zou optreden, makkelijk in de Zoo van Antwerpen zou kunnen raken. Ik antwoordde op beide vragen "ja" en na de show daar in Atlanta bood hij me ook nog een glas oude bourbon aan, dat ik zuinig leegdronk in zijn goede gezelschap en dat van de legendarische Spooner Oldham die hem die avond op de toetsen begeleidde. Ik werd daar nog voor betaald, ook.

Ik zei u toch dat ik nog nooit écht gewerkt had.

Iets over koningen: ik heb er, net als velen onder u, afgelopen zomer eentje zien af- en een andere zien aantreden. Ik voelde overal veel sympathie en medeleven met de zichzelf wegwuivende goede oude Albert maar ik kreeg het wel koud van de kille killing die de nieuwe vorst nog voor hij ook maar iets gedaan of gezegd had her en der al te beurt viel.

Het zal je kind maar wezen!, dacht ik ook toen ik sommige journalisten de verse vorst hoorde aanspreken met het epitheton ornans "minable". Een zwaar beladen woord dat volgens het woordenboek helaas niet mis te verstane synoniemen heeft als pitoyable, misérable, médiocre en lamentable. Ik moet ze niet vertalen, zeker? En ik herhaal: het zal je kind maar wezen!

Ik zou in elk geval liever een pint gaan drinken met ex-koning Albert en zelfs met de nieuwe koning Filip dan met het uit de republiek Lubbeek afkomstige Kamerlid Theo Francken die zich laatst liet ontvallen waarom de meeste beschaafde mensen hem niet mogen.

"Het ligt aan mijn uiterlijk", snotterde hij tegen De Standaard tijdens een wat breed bemeten hoofdstedelijk café-bezoek.

Niet zo, natuurlijk. Het probleem ligt wat mij betreft vooral aan je innerlijk, Theo baby !

Revelerend relevant

Weet u wat ik wél mooi vond? Of toch pakkend, want dat is in dit geval een beter woord dan mooi. Dat was de documentaire die Arm Vlaanderen heette en door Phara de Aguirre en Jeremy De Ryckere voor rekening van Canvas werd gedraaid en die ik ergens in de laatste dagen van juni bekeken heb. Even revelerend als relevant.

Niet dat ik geen vermoeden had van de schrijnende verhalen en de eeuwigdurende magere jaren die zich achter vele gevels van de republiek Lubbeek en haar ommeland afspelen iedere dag en nacht. Maar de manier waarop Panorama het zo nog eens allemaal op een rij en in your face serveerde deed mijn ruggenmerg nog eens vijftig minuten lang ouderwets sidderen en ook het feit dat veel van die ijskoude waarheden uit de te vroeg wijze mondjes van die kansarme kinderen kwamen maakte van dit programma een ware en welkome realitycheck. Alweer: hulde!

Ook al op Canvas en eveneens ongemeen boeiend en goed gemaakt: Mijn land in de kering, een reeks thematische documentaires, die op toegankelijke maar niet onnozele wijze omgaan met ons recente verleden en met het schier onuitputtelijke VRT-archief. Ontroering die leidt tot inzicht: geen slecht systeem om een documentaire op te bouwen.

Maar goed. Mijn blad is bijna vol en u heeft wel wat anders te doen, deze dagen.

De schoolboeken van uw kinderen kaften, bijvoorbeeld, of afkicken van de 3.000 slechte mojito's die u de afgelopen zes weken op een van die 3.000 festivals te lande soldaat gemaakt hebt.

Hoe zou het nog zijn met Jan Becaus?, vraag ik me dan toch gauw nog eens af. En met Patrick Decuyper? En met Jos Ghysen? En met Daan? En met de conciërge van de Ghelamco Arena, het voetbalstadion met veruit de onnozelste naam ter wereld?

En met Tom De Sutter? Zou die jongen echt gelukkig zijn daar bij die blauwzwarte bloezen? En is de Antwerpse schepen Ludo Van Campenhout nu écht gek geworden of doet hij maar alsof? En gaat Woestijnvis naar de haaien ?

Ik hoop in elk geval van niet.

Als verwoed televisiekijker verlang ik niets liever dan dat er op één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven en acht voortdurend prachtige programma's te zien zijn. Als er dan nog tijd over is, ga ik wel als enige Vlaam nog wat naar Franse films kijken.

Eigenlijk was ik van plan u ter afsluiting ook nog het een en het ander te vertellen over de merkwaardige schilder Giorgio Morandi en de bijzondere cineast Antonioni die momenteel allebei een tentoonstelling krijgen in Bozar. En ook wilde ik nog melden dat ik een paar dagen geleden een verbaasd hoofd trok toen ik op de website van Sporza volgend bericht las: "Enkel Jonathan Borlée haalt de finale van de 400 meter!" Waarop ik mij meteen afvroeg: wat is er dan met de rest van zijn benen gebeurd? Maar wegens plaatsgebrek bespaar ik u dus mijn gedachten daarover en over talrijke andere onderwerpen.

Toch heb ik nog één afsluitende en troostende gedachte voor u: straks is het weer Kerstmis!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234