Zondag 05/07/2020

'Wat ik doe, doe ik om de wereld te begrijpen'

'Roedi' noemen zijn vrienden in Todi hem. Van Vranckx geen sprake, al zijn er dorpelingen die weten dat hij de hel van Homs zag. 'Ze denken dat ik zot ben', glimlacht Rudi Vranckx (55). 'Of dat ik veel geld verdien. In Italië zijn journalisten halfgoden.' Maar dat het leven hier goddelijk is? 'Dit is mijn geestelijke levensverzekering.'

Er is in Todi maar één taxichauffeur, zegt de mevrouw in het hotel. We laten die man met rust, het zegt alleen dat la vita redelijk bella is in dit stadje in Umbrië. Stress is voor Rome, en verder clichés genoeg om dit te be-schrijven: een postkaart, idyllisch, zie-dat-daar-eens-liggen-tegen-die-flank-aan. Alles toch iets meer pianissimo.

's Morgens daalt Rudi Vranckx hier de tegenoverliggende heuvel af - deze ochtend gebeurde dat in een gehuurde Smart - om een koffie te drinken aan de Chiesa di Santa Maria della Consolazione van renaissance-architect Donato Bramante. En wat hij later zegt, viel al op tijdens de rit van Rome naar hier: "Als ik uit Syrië terugkeer en ik leg die weg af, dan is Syrië meteen weg. Alleen als ik aan de supermarkt zwarte jongens zie die mijn karretje vragen voor de euro die erin zit, is de wereld weer dichtbij."

We zijn mee in die Smart gestapt en rijden mee naar de coöperatieve waar hij draad wil kopen voor rond z'n wijngaard. Acht jaar geleden plantte hij die ranken, maar twee jaar geleden was de oogst maar goed voor dertig liter. "Koeien of everzwijnen hadden mijn druiven opgegeten. Mijn druiven zijn hun drugs."

Dértig liter? "Ik heb een vat van 200 liter. In een héél goed jaar is dat vat halfvol. Er zitten vijf soorten druiven in: sangiovese, merlot, cabernet, ciliegiolo en sagrantino. Dat is enkel voor eigen gebruik, elk jaar is de blend wat anders, maar hij is wel goed hoor. We doen er alleen geen sulfieten bij; je moet hem dus snel drinken."

Maar we staan voor niks bij de coöperatieve. De man bij wie afgerekend moet worden, kent de kassa niet goed. "En bij z'n maat krijg ik 10 procent, dus ik kan beter terugkomen." Twee dagen eerder stond hij er ook al voor niks. "Op zaterdag kun je enkel cash betalen", glimlacht hij. "Ook dat is Italië. Maar ik wil het liever officieel."

Dit is de eerste aflevering in deze reeks van acht, meteen het verhaal dat aan het dunste draadje hing. In een mail op 29 mei: "Onder het voorbehoud van m'n waanzinnige agenda ben ik maandag 22 juni in Todi."Ik bevestigde, en dezelfde avond volgde nog een reply:"Oké, we houden contact. Maar als ik dan nog naar Syrië moet, kan ik er weinig aan doen, hè."

Wereldbranden

Het is 22 juni en het is wat wrang dat dit glas witte wijn misschien wel aan iemand uit het kalifaat te danken is. Sinds 1989 en de revolutie in Roemenië, luistert Rudi Vranckx als de wereld roept. Zijn geheugen is ingedeeld in wereldbranden. Z'n huis in Todi betrok hij "net voor de aardbeving in Turkije" - 1999 dus.

Oorlog was al zijn corebusiness, maar "sinds 9/11 kwam het extremisme erbij". Het leven als voor en na in de recente geschiedenis. "Sinds 9/11 is dat echt mijn waarheid geworden. Er is zo'n maalstroom van dingen die mijn leven beheersten. Mensen hebben er geen idee van hoe zo'n permanente spanning en oorlogsroes aanvoelt. Het énige wat ik gemist heb, is de dag dat ze Saddam in 2003 uit zijn hol gehaald hebben. Ik was op vakantie in Zanzibar. Toch heb ik nog gedacht: hoe kan ik van hier in Bagdad raken?"

Todi is wat hij zijn "recuptijd" noemt, ook letterlijk is het dat: de dagen die hij hier doorbrengt, zijn de optelling van veel zaterdagen en zondagen in verre buitenlanden.

"De liefde voor Italië begon met de Rome-reis in het zesde jaar van het Sint-Pieterscollege in Leuven. We hadden les van Johnny Pelsmaekers, een briljante mens die op zijn eigen manier met zijn talenten omsprong. Hij gaf later oriëntalistiek en doctoreerde over de Kopten in Egypte. Volgens mij zit hij nu bij een of andere indianenstam. Na dat jaar nam hij een man of twaalf nog eens mee naar Umbrië. De streek verging niet van de toeristen zoals in Toscane, en als je door de natuur liep, voelde je de magie van Franciscus van Assisi.

"Hier hangt ook heel erg de overgang van de renaissance naar de nieuwe wereld in de lucht. De kapel van Spello, die door Pinturicchio geschilderd werd: ik werd erdoor bevangen en ik kom er nog."

"Ook Rik Camerlinckx, een leraar geschiedenis, was bepalend voor mijn wereldbeeld. En daarnaast was er een boek van Hélène Nolthenius, een musicologe, die over de dertiende eeuw in Umbrië schreef. Renaissance in mei is een werk van haar. Wat ik dus zag en las, was wat ik later op de universiteit te vaak miste: een totaalbeeld."

Todi is een stadje van 17.000 inwoners. Toen Humo hier twee jaar geleden was, noemde Vranckx het "balsem voor de ziel". Nu zegt hij: "De schoonheid van Todi maakt me gelukkig. Van in het begin was dit mijn geestelijke schuiloord. Hier haak ik af. Dit is mijn geestelijke levensverzekering."

Al stond hij ooit eerst op een vervallen toren, "iets waanzinnigs" ten noorden van Perugia. "Vijf maanden twijfelde ik, maar toen ik in februari '97 eindelijk terugkwam met de beslissing om het te kopen, bleek het nét verkocht. Aan Johnnie Walker. (glimlacht) Néén, niet die van de whisky. Nu ben ik blij dat ik het niet gedaan heb. Die ruïne lag drie kilometer van het dorp. Drie kilometer van de elektriciteit en drie kilometer van het water dus."

Spuuglelijke dennen

Het was nacht toen hij voor het eerst in Todi passeerde. "Een Amerikaanse studie had berekend dat Todi het meest leefbare stadje van de wereld was. Toen zag ik deze hoeve die al een paar jaar leegstond en omringd was door honderden spuuglelijke dennen. De psychologische drempel van kopen was ik al over. En ik kon me geen casale met een oprit van een paar honderd meter veroorloven, wellicht de reden waarom hier geen tweede Johnnie Walker kwam. 'Abitabile' stond er, bewoonbaar. Dat sloeg op het bovenhuis."

"Nu weet ik dat 'abitabile' betekent dat er drie emmers en twee bassins nodig zijn om het water dat door het dak lekt op te vangen. Het is pas sinds vorig jaar af. Elke twee jaar heb ik iets gedaan, nadat ik weer wat gespaard had. Het dorp heeft me nooit gezien als een rijke buitenlander. Ze hebben me vijftien jaar zien sukkelen."

'Roedi' is een van hen geworden. Zeker met dank aan Emilia, een van zijn buren, die als kind vanuit Italië met haar vader-mijnwerker meekwam naar België. Tot ze zestien was, woonde ze in La Louvière. Een Belg in Todi was voor haar een beetje thuiskomen. Met haar zoon Marco maakt Vranckx zijn wijn. Yvano, haar man, heeft met de jagersclub een schuur van Vranckx in gebruik.

"Vanaf eind augustus komen ze twee à drie keer per week samen. Een keer per week eten ze everzwijn. (lacht) In de donkerste wintermaanden is mijn huis dus beschermd door mijn persoonlijke militie. Toen ik hier een jaar of drie was, betaalde ik de worstjes en de wijn van het dorpsfeest. Dat stelden ze op prijs en ik werd snel aanvaard."

We kijken rond en neen, dit is geen kasteel. Maar de spuuglelijke dennen zijn weg, er is hard gewerkt, het is een fijne plek met een goed terras, je kunt er zwemmen en vooral: dat landschap. Mensen. Dat landschap!

"Elke avond is de zonsondergang dezelfde, maar elke avond komen de oudjes van het dorp nog buiten om ernaar te kijken. Ik vind het zo fascinerend hoe ze in alles wat ze doen met schoonheid bezig zijn."

Met schoonheid én trivialiteit. "Bij ons is dat gescheiden, maar hier niet. Dit is een typische boerenstreek met boerenfeesten met balorkesten of met een dj die de dansjes voordoet. Ze vinden schoonheid heel belangrijk, maar in zoiets worden ze weer heel conformistisch.

"Het heeft wel een paar jaar geduurd voor het huis me eigen werd. Hier werkten vreemde krachten. De vorige bewoonster was een wat hekserige dame, ze woonde in dit heel gesloten huis met haar zoon. Zelfs het dorp vond haar vreemd. Ooit sloot ze een andere boer urenlang op in haar stallen. Het is een gekte die doet denken aan Kaos (Italiaanse film uit 1984 van de broers Taviani, RVP). Ze heeft me nadien nog gebeld. (met een krakend stemmetje:) 'Signore Roedi, ik ga de carabinieri op je afsturen.'"

Op de Piazza Garibaldi, waar we net waren, ligt de politiek op straat. Een bar van links, die ooit onder het stadhuis zat, moest verhuizen toen rechts aan de macht kwam. In de plaats kwam een bar van rechts. Maar ondertussen is links weer aan de macht. Zoals in Rome, waar Matteo Renzi de plak zwaait over het land dat onder de knoet van Silvio Berlusconi lag. Voel je dat in Umbrië?

"Vroeger was op de buiten iedereen rechts. Al konden ze niet voor de Lega Nord zijn, want voor de Lega Nord is alles wat lager dan Milaan ligt Afrika. Hier zeggen ze dat trouwens ook voor alles wat onder Rome ligt: 'Africa!' Ik denk wel dat Renzi iets verandert. Zelfs in het dorp hoor ik mensen hem nu verdedigen. Ook al is hij links. Economisch was het zwaar voor deze streek. Grote industrie kennen ze niet."

Iemand die van deze Ronde van Italië-serie hoorde, mailde: "Ik vind Italië het meest rechtse en schijnheilige land van Europa. Ze staan niet open voor de rest van de wereld."

Een Charlie Hebdo in Italië? Onmogelijk. Een Italiaan zei me ooit: "Ons grote gebrek is dat we geen zelfspot hebben."

Vranckx: "Je hebt wel ooit de Rode Brigades gehad, maar misschien heeft de persoon die die mail stuurde voor een stuk gelijk. Ze zijn heel conformistisch en chauvinistisch als het over de vlag gaat. Cartoons in La Repubblica, een fantastische krant, gaan alleen over politiek. Iets als Zak, bij jullie, die de eigen mentaliteit onder vuur durft nemen? Neen. Maar is dat een reden om niet naar het land te kijken? Ik weet het niet. Bestáát Italië eigenlijk? Als de nationale ploeg speelt, ja, maar dat is met België net zo.

"Maar zo'n moreel bestel zoals in Duitsland, Nederland en Scandinavische landen? Dat kennen ze niet. Wel de bric-à-brac en koterijmentaliteit, zoals in België. Je moet iemand kennen om dit en dat te regelen.(lacht) Soms denk ik dat je Belg moet zijn om Italië te begrijpen."

Begrijpen Italianen wat hij doet? 's Avonds vraag ik het aan de van oorsprong Finse mevrouw die opdient op het terras van de Vineria San Fortunato. "We kennen Roedi natuurlijk. We weten dat hij journalist is en dat hij naar oorlogsgebieden trekt. Maar hoe bekend hij bij jullie is?" Haar lipt trekt naar beneden, internationaal afgesproken symbool voor wat ze in het Italiaans wil zeggen: "Non so." Geen idee.

"Ze denken dat ik zot ben", zegt Rudi. "Of dat ik veel geld verdien. In Italië zijn journalisten halfgoden."

Zot is hij niet. Maar Rudi Vranckx, enig kind van een vader die 'in verzekeringen' deed en een mama die in de Innovation werkte, eigende zich een vak toe waarin hij uniek werd.

De VRT-journalist die, als een oorlog uitbrak, een hotel boekte aan de grens en daar aan de telefoon vertelde wat in de lokale kranten stond, wilde hij niet worden. "Als het niet écht kan, dan doe ik het liever niet. Dan kom ik wel definitief op mijn berg zitten", zegt hij.

Maar hoe werd hij zo? Dat hij wilde kijken, zién wat er gebeurde, de getuigenissen van mensen belangrijker vinden dan beschouwingen vanaf een bureau aan de Reyerslaan: dat had hij al vroeger.

Eind jaren 70 reisde hij met de trein naar Istanboel, dan boekte hij een ticket naar Indonesië, maar stapte net zo goed af in Singapore en Thailand. Met de boot over de River Kwai en toch even de grens met Birma over. Een visser met twee flessen Mekong-whisky overtuigen om hem mee te nemen naar Laos.

"Je komt overal mensen tegen die je ogen openen. In Singapore sliep in het stapelbed onder me een stokoude Brit die lang in de kampen van de Jappen had gezeten. Hij had een pacemaker. 'Als de batterij op is, is het gedaan', zei hij. 'Ik vervang ze niet meer.'"

"Ik was op weg naar Libanon. In Cyprus wilde ik de boot nemen, maar daar kreeg ik te horen dat ik geslaagd was voor het VRT-examen. Ik ben teruggegaan, maar met het voornemen ooit toch eens in Libanon te raken. (glimlacht) Dat is gelukt."

Uiteendrijvende wereld

"Toen in 1979 de sjah uit Teheran werd verdreven en Ayatollah Khomeini de Iraanse Revolutie inleidde", antwoordde Cees Nooteboom ooit op de vraag wanneer de moslimwereld veranderde.

Vranckx knikt: "De wereld is toen uiteen gaan drijven. Nadien is de oorlog in Afghanistan gekomen waardoor Afghanistan afgebroken is. Maar de scheiding is er pas gekomen omdat wij niet zagen dat de scheiding er was. De recente geschiedenis is te snel gegaan, een groot deel van de mensheid heeft niet kunnen volgen.

"Als ik aan de jongeren op de redactie over Roemenië vertel, dan hoor ik: 'Daar weet ik niks van, ik kon toen nog niet lezen en schrijven.' So what? Ik kon dat ook amper toen de Vietnam-oorlog uitbrak. Voor mij is 9/11 gisteren, terwijl dat voor de jongeren al prehistorie is. Misschien omdat het nu sneller gaat. Je had de Koude Oorlog, de dekolonisatie en Vietnam: daarmee was vijftig jaar gevuld. Na 9/11 kwam de oorlog tegen Saddam en de Arabische Lente. In nog geen vijftien jaar."

Tegengif

We zitten nog steeds op zijn zelfde terras. Er is nogal wat wind die de olijfbomen doet ruisen, maar nergens is de wereld van buiten gekomen. Er kwam geen telefoon en de heks van het dorp kwam niet langs. Maar plots zit hier een andere man. Ongevraagd. Alleen het woord 'tegengif' viel. Of Todi dat dan is? En toen zei hij dit.

"Wat ik doe, is voor mij evident. Al vijfentwintig jaar. Maar de laatste vijftien jaar zit ik op een waanzinnige roetsjbaan en bijna niemand beseft hoe intens dat is geweest. Tussen 2003 en 2008 was ik vijf jaar met Irak bezig. Een paar maanden daarvan in waanzinnige omstandigheden: collega's werden ontvoerd en onthoofd. Dat heeft meer met mijn geest gedaan dan ik besefte. En dan mijn bazen beseften.

"De vraag is: wat doe je daarmee en hoe kan ik me daarvan losmaken? Ik zou deze tuintafel kunnen volleggen met alle oorlogen waar ik was. Je wilt de wereld begrijpen. Daarom doe ik dit en toon ik dit. Maar die vijf jaar was ik constánt bezig. Altijd over de kaart van Irak gebogen: op welke routes worden de meeste mensen opgepakt, hoe kan ik me bewegen?

"Vijf jaar lang was het laatste uur voor we Bagdad binnenreden, en het eerste uur toen we weer buitenreden de aanleiding tot datzelfde gevoel: als ik dit uur maar overleef. Elke keer opnieuw. We deden de gordijntjes van de auto dicht en ik sloot mijn ogen. Probeerde een uur te slapen. Als ik na een uur wakker werd, leefde ik nog. Idem voor Ramadi en Fallujah. Altijd dat gevoel: als ik in dit uur opgepakt word, dan ben ik dood."

Cappuccino in Libië

Met angst heeft dat niks te maken, zegt hij. Mensen die Rudi Vranckx ontmoeten, zeggen: "Amai, moedig." Maar het is geen kwestie van durf. Het is geen kwestie van moed. Het is een kwestie van druk. "Ook in de oorlog is de wereld heel gewoon. Ik was vorige maand in Libië: daar dronken we een cappuccino. Maar de dag nadien had ik toch weer dat Irak-gevoel: 'Is IS hier?' Onze fixer zei eerst 'neen'. Maar een dag nadien zei hij plots 'ja' en diezelfde dag werd iemand van een oliemaatschappij ontvoerd.

"Natuurlijk ben ik wel eens bang geweest. De eerste keer dat ik Syrië zou binnengaan via Oost-Turkije. Maar angst heeft me nog nooit verlamd. Vijfentwintig jaar geleden was ik gewoon zotter dan vandaag. Ik ben Roemenië binnen gelift, dat zou ik nooit meer doen. In Congo was ik bij de opmars van Kabila tegen Mobutu. Ik had geen geld en geen paspoort meer. Alleen nog wat repen chocolade. Een professor uit Mbuji-Mayi heeft me toen, zonder dat hij het wist, gered. Hij gaf me duizend dollar om aan zijn familie in België te geven. Terug in België héb ik dat natuurlijk gegeven, maar daar in Congo kon ik ermee overleven."

Met twee zinnen uit 'Hotel California' van de Eagles probeert hij uit te leggen hoe die oorlogen al vijftien jaar in zijn lichaam en geest zitten: "You can check out any time you like. But you can never leave."

Is die constante wil om ergens bij te zijn, niet wat egoïstisch? Want híj wil dit, maar er is een partner en er zijn ouders en vrienden. "Dat klopt, en ik houd rekening met die gevoelens. Maar of ik daar dan naar handel? Ze zullen altijd zeggen dat je niet naar Syrië moet gaan. Wat ik me zelf afvraag: hoe stop ik met wat ik doe? Can I check out any time and leave?

Ik weet het niet.

"Dit is de wereld zoals hij voor mij geworden is. In Homs (de Syrische stad waar een ontploffing op enkele meters van Rudi Vranckx het leven kostte aan zijn Franse collega Gilles Jacquier, RVP) besefte ik pas na een kwartier waaraan ik ontsnapt was. Toen heb ik létterlijk de daver op mijn lijf gevoeld. Ik ken de dood dus wel en ik voel het leed nog altijd. Daarvoor heb ik geen eelt gekweekt en gelukkig maar. Anders kon ik deze job niet goed doen."

Zonder eelt snijdt dat leed nog altijd. "Maar ik heb nog altijd het gevoel dat ik er moet zijn. Je kunt de Wetstraat niet toepassen op Kinshasa en ik geloof wél dat ik de puzzel kan leggen door verhalen van mensen te noteren. Toen ik begon, mocht je naar het buitenland als een minister naar een NAVO-top ging. Kris Borms (de vroegere hoofdredacteur van de televisie, RVP) heeft veel mogelijk gemaakt. Ook Leo Hellemans zag het belang ervan in.

"Op 9/11 zat ik in Marokko. Het vliegtuig was al aan het taxiën, maar mijn gsm stond nog niet af. Phara (De Aguirre, RVP) belde me en zei: 'Kun je er niet uit?' Dat kon niet, maar zodra ik was geland, belde Leo: 'Waarom ben je nog niet daar?'"

'Daar', dat was Afghanistan. Drie dagen later zat Vranckx aan de grens in Peshawar. Hopend om zo snel mogelijk Afghanistan binnen te rijden. "Vijftig dagen later lukte dat als een van de eersten. Het was mijn allergrootste kick. Ik dacht alleen: gas geven."

Welluidende klanken

Een ochtend later zullen we op dezelfde vlucht van Perugia naar Charleroi zitten. Hij voor enkele dagen België. Wat zaterdagse Leuvense rituelen en wat tijd bij z'n ouders in Herent. Vader Vranckx komt niet meer in Italië. Het is er wat te afgelegen. Moeder wel. Begin juni nog een weekje. Helaas kan hij de halsketting, die hersteld moest worden bij een juwelier in Todi, nog niet meebrengen. Niet klaar en 'Italië' is het enige antwoord op dat uitstel. Maar medio luglio is hij terug. Na die paar dagen België en dan een reportage voor Kleine helden rond het verzet tegen de maffia in Sicilië. Later dit jaar wachten Kenia, Noord-Irak en de Verenigde Staten.

"Ik denk niet dat ik nood heb aan therapie", besluit hij. "Maar wel aan welluidende klanken om me tegen het leed te wapenen.

"Over veel oorlogen hangt muziek. Toen we Bagdad eens binnenreden, speelde 'Hotel California' op de radio. Dat zal me er altijd aan herinneren. Zoals toen ik uit Roemenië wegreed en 'Just Another Day in Paradise' van de hele foute Phil Collins speelde.

"Tegen nodeloos gekwetter kan ik niet meer, ook niet op de radio. Op mijn iPod heb ik vaak naar Team Time Radio Hour met Bob Dylan geluisterd. Hoe hij over oude dingen neuzelt in een sfeer van een donker regenachtig New York: fantastisch. En verder kan het Bach zijn, of het Miserere van Allegri. Maar ook gewoon het ruisen van de populieren."

Zeker als die in Umbrië staan.

*

Volgende zaterdag: Virginie Saverys, eigenaar van wijndomein Avignonesi in Montepulciano.
Vrijdagavond al te lezen op DM+, de digitale vip-omgeving voor abonnees.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234