Zaterdag 27/02/2021

Wat heeft 2009 in petto voor de gevallen verlosser Yves Leterme?

De puzzel van het jaar

In 2007 was Yves Leterme zonder discussie de politicus van het Jaar, en leek hij al op weg te zijn naar de status van 'Politicus van de Eeuw'. Bij het begin van 2009 is de vraag vooral of Yves Leterme nog wel een toekomst heeft. En zo ja: welke? Een redenering in drie stappen.

Door Walter Pauli

Op 7 juni 2009 vinden de Vlaamse verkiezingen plaats. Vooral voor CD&V lijkt de puzzel intrigerend: de partij was weliswaar de grote winnaar van de vorige stembusgangen in 2004 (Vlaamse) en 2007 (federale verkiezingen), maar toen was telkens Yves Leterme het gezicht van de campagne. Terwijl diezelfde Leterme nu in de coulissen staat, tot nader order "voor onbepaalde tijd".

Ex-premier... Het lijkt misschien een eretitel, het blijkt in de praktijk vooral een vergaarbak van smeulende ambities, immer te vroeg afgebroken carrières en verongelijkte terugblikken. Als eerste politicus zag Wilfried Martens het nut in van het toen nog erg apolitieke volksblad Dag allemaal om zich in de vroege zomer van 1993 te beklagen over de mate waarin zijn CVP zich het lot aantrok van de man die de voorbije twintig jaar de Vlaamse christendemocratie op sleeptouw had genomen - geen enkele, zo bleek.

Toen Jean-Luc Dehaene in 1999 opzij stapte, dacht de top van de bedrijfswereld unisoon dat de man geen toekomst had in allerlei raden van bestuur: "De politiek en het zakenleven zijn andere gremia, ziet u." Inmiddels is Dehaene kandidaat voor welke door hemzelf voldoende interessant bevonden post van 'bestuurder van vennootschappen' dan ook, van gefailleerde dochters van Lernout & Hauspie, van het over de kop gegane Seghers Engineering, van het tijdelijk armlastige Domo tot grotere spelers als Dexia en InBev toe: Dehaene vond er een nieuwe drive, een tweede - derde, vierde - jeugd, een nieuwe bron van verdienste(n) ook.

De toekomst van Yves Leterme is een ander paar mouwen. Hij is nog altijd maar 48: dat was een leeftijd die kort na de Tweede Wereldoorlog nog als 'piep' werd beschouwd om minister te worden, laat staan premier. Toen Dehaene in 1999 door het aanstormende paars-groen opzij werd geduwd, was hij 59 jaar. Toen Martens in 1992 niet voorbij de klip van Zwarte Zondag kon en de fakkel moest doorgeven aan Dehaene, was hij 56. En, belangrijker: beiden hadden al een afgewerkt 'politiek' leven achter zich, uitgesmeerd over een dikke kwarteeuw. Letermes échte doorstart begon in 2001, toen hij oppositieleider werd tegen paars-groen, als voorzitter van de CVP-Kamerfractie. Acht jaar politieke top: dat is mooi, maar daar is geen leven mee gevuld.

En met het opzijstappen van Leterme is vooral geen politieke oplossing gevonden, wat wél het geval was toen Wilfried Martens heen ging, of toen Jean-Luc Dehaene vrijwillig plaats- maakte. Het was vorige woensdag een weinig opgemerkt politiek interview in het VRT-radioprogramma De ochtend, waarin Jan Callebaut zijn visie op de toekomst van de christendemocratie gaf. Callebaut is medeoprichter van Censydiam en fungeert al een paar jaar als campagneman, strategisch adviseur of spindoctor (schrappen naargelang van uw opstelling) van CD&V. En vanuit die positie is hij een naaste, deels informele, deels professionele adviseur van de uittredende eerste minister.

Callebaut was bijzonder cru. Niet omdat hij beledigde, maar omdat hij een kort rekensommetje maakte. De drie uittredende ministers die CD&V 'liet vertrekken' - Yves Leterme, Jo Vandeurzen en Inge Vervotte - zijn samen goed voor ongeveer één miljoen christendemocratische stemmen. De CD&V'ers die in hun plaats op het schild gehesen werden - Herman Van Rompuy, Steven Vanackere en Stefaan De Clerck - zijn samen amper goed voor een minikapitaaltje van zo'n 85.000 stemmen. "Ik gaf geen kritiek", zegt Callebaut. "Ik belichtte gewoon een objectief feit. CD&V heeft die keuze gemaakt, de partij moet nu zien welk aanbod ze straks heeft voor de kiezer."

Stap één: Karel De Gucht

Want daar gaat het au fond om: om stemmen. Wie veel stemmen heeft, kan mandaten verdelen, 'postjes', zo men wil. De laatste dagen leek het erop dat dat debat omgekeerd werd. Eerst werden nieuwe mandaten ingevuld, werd er op komende mandaten geaasd, en hoopten strategen in allerlei partijhoofdkwartieren dat de kiezer hen op basis van zo'n verhaal zal belonen met stemmen. Waardoor straks de mandaten opnieuw gewaarborgd zijn, enzovoort.

Vraag is of dat klopt. Neemt een van de argumenten die CD&V-voorzitter Marianne Thyssen inbracht tegen haar morrende achterban, boos omdat de christendemocraten de volle prijs betalen, en de liberalen slechts een 'zoenoffer' moeten brengen: Dewael is vicepremier af en wordt 'slechts' Kamervoorzitter. Maar zelfs dat kon niet zonder opoffering van haar eigen achterban, die als opvolger van Van Rompuy het liefst een andere CD&V'er zag.

Momentje, zei Thyssen: als De Gucht straks commissaris wordt in de Europese Commissie, dan komt er een christendemocraat op Buitenlandse Zaken. De CD&V-achterban pikte die uitleg.

Waarmee die achterban bewees dat ze de toplui en ministers heeft die hij verdient: namelijk van een mindere orde dan vroeger.

Want: ambieert Karel De Gucht een plaats in de Europese Commissie? Gezien zijn veeleer positieve zelfbeeld zal de minister van Buitenlandse Zaken zich zeker de capaciteiten toedichten voor een topfunctie; als het moet een mondiale, maar een Europese mag ook al.

Maar gáát hij ervoor? Wel, zoals bij alles in de politiek, 'hangt dat er van af'. Hij kan natuurlijk gaan voor de plaats van Louis Michel. Zo'n wissel is er al meer geweest, zij het dat De Gucht en Michel elkaar al zo openlijk in de haren zaten, dat Michel niet zomaar plaats zal maken. (Tenzij hij kan terugkeren naar bijvoorbeeld de Belgische politiek, al moet dat a) de goedkeuring krijgen van zijn voorzitter/pupil/rivaal Didier Reynders, en b) mag dat de carrière van zijn eigen zoon Charles Michel niet hinderen.)

Stel dat De Gucht kán gaan, dan komt hij terecht in een Commissie met een voorzitter (Barroso) met wie hij al jaren op gespannen voet leeft. Hij wordt dan bovendien sowieso 'Belg van dienst' in een uitgebreide Commissie, en dat betekent dus hoogst waarschijnlijk een feitelijke degradatie naar een minder belangrijk departement.

Tussenstap: Karel Van Miert

Nu hoeft zo'n degradatie in theorie geen onoverkomelijk punt te zijn. Toen SP'er Karel Van Miert in 1989 PVV'er Willy De Clercq wipte als commissaris, leidde dat ook tot verbolgen commentaar in de Europese pers. (De liberaal) De Clercq genoot het aanzien van (de socialistische) Commissievoorzitter Delors, en bezette de uiterst prestigieuze functie Buitenlands Beleid en Handel. Van Miert werd gedegradeerd tot het commissarisje van 'Transport'.

Maar door zijn werklust, zijn talent en zijn opstelling werkte Van Miert zich omhoog. Zijn relatie met Delors werd uitstekend, hij werd de alom gerespecteerde en tot in Japan en de VS zelfs gevreesde commissaris voor Concurrentiebeleid, en vicevoorzitter van de Commissie.

De ene Karel is de andere niet, en het is maar de vraag of De Gucht even knap of behendig is als Van Miert. Een verschil is in elk geval dat Van Miert zijn tijd en discours mee had (hij zat in de Commissies Delors II en III, voorlopig nog altijd het nec plus ultra inzake gedecideerde Europese besluitvorming). De Gucht zal vooral moeten opboksen: ten eerste tegen de omstandigheden, ten tweede tegen zijn eigen persoonlijkheid.

Dat is het internationale verhaal. Want ook nationaal had Van Miert de juiste keuze gemaakt. Op alle vlakken: de verstandigste, en wellicht de meest opportunistische. Hij was 'bij leven en welzijn' partijvoorzitter van de Vlaamse socialisten, en als zodanig het boegbeeld van de oppositiecultuur: tégen de raketten, tégen de inleveringen, tégen de Zaïre-politiek. Van Miert was tégen alles waar Martens voor was. Hij was de laatste tien jaar van zijn twaalfjarige loopbaan als partijvoorzitter ook de eerste oppositievoorzitter in Vlaanderen. Toen hij zijn partij in 1988 uiteindelijk in de meerderheid loodste (en dat was een heus huzarenstukje, want Gaston Geens had zeer voortvarend al een Vlaamse coalitie gesmeed zonder socialisten, Van Miert moest dus legaal inbreken en deed dat ook), was zijn politieke leven beëindigd. In de laatste regering Martens VIII werd Frank Vandenbroucke de nieuwe partijvoorzitter, Louis Tobback als minister van Binnenlandse Zaken het nieuwe gezicht en Willy Claes de nieuwe vicepremier. Dat Van Miert promoveerde, kwam zowel zijn eigen dauphins in de partij als zichzelf zeer goed uit. Van Miert behield zijn mythische reputatie, zijn partij kon een nieuwe start nemen, zijn opvolgers moesten geen vadermoord plegen.

Terug naar De Gucht

Bij De Gucht liggen die kaarten anders. Wat blijft er aan liberaal gewicht over als hij straks vertrekt? Het zou kunnen. Als Open Vld een straffe verkiezingsoverwinning zou behalen en Guy Verhofstadt keert terug naar de Wetstraat 16, dan zou De Gucht met een gerust hart kunnen vertrekken, en zou dat wellicht niet eens slecht zijn voor zijn eigen gemoedsrust. Maar dat is echt van je 'als als als als'.

Op dit moment is Karel De Gucht zowat het enige houvast dat Open Vld te bieden heeft. Guy Verhofstadt is stilaan meer reputatie dan een reële politicus. Hij is inmiddels even bedreven in het voorzitterschap van literaire jury's als Willy Claes destijds in het gelegenheidsdirigeren van orkesten. Patrick Dewael is op politiek prepensioen gestuurd, Herman De Croo is een actieve senior die niet wil stoppen, Guido De Padt leidt voorlopig een wat amfibieachtig politiek leven (is hij nu écht minister, of niet?) en Vincent Van Quickenborne blijft en blijft zijn kans afwachten.

En van fractieleider Bart Tommelein wettigt alleen zijn haardos - van verre - de door hemzelf bedachte koosnaam 'de Kennedy van Oostende'. Maar daar stopt het bij. Om maar één verschil te noemen: Jack en Robert Kennedy maakten in hun tijd naam met spijkerharde verhoren in de onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden, niet door te helpen zo'n commissie vooraf monddood te maken. De bijnaam 'de poedel van Oostende' zou Tommelein misschien meer passen. Hij strookt in elk geval zowel met de (kleine) vrees die hij inboezemt als met de (grote) aaibaarheidsfactor die hij tentoonspreidt.

Samengevat: nationaal is De Gucht moeilijk misbaar voor Open Vld, internationaal liggen zijn kaarten slechter dan ooit. Het zou voor partij en politicus mogelijk geen win-win-, maar een lose-losesituatie worden als hij zou overstappen. (Maar hij is en blijft De Gucht, dus het is nooit uitgesloten.)

Stap twee: terug naar Leterme

Deze grote omweg is nodig omdat het opschuiven van Karel De Gucht voorlopig het alfa en omega is van het toekomstperspectief van Yves Leterme. Als De Gucht rustig blijft zitten, brengt hij Leterme in de problemen. De wetenschap dat De Gucht en Open Vld dat beseffen, doet de kans erop alleen maar toenemen.

Dus: quo vadis, Yves Leterme? Kortetermijnoplossingen zijn er zeker. Hij zal Herman Van Rompuy 'adviseren'. Hij zal zeker nog invloed kunnen uitoefenen, want zijn netwerk blijft intact, zeker nu zijn vertrouwensman en kabinetschef Hans D'Hondt (zie pagina één) ook de kabinets- chef van Herman Van Rompuy blijft.

Dat klopt allemaal. Maar intussen zit Leterme wel met een moeilijk scenario. Hij is parlementslid, maar de geplogenheden willen dat hij zich de eerste maanden niet uitspreekt over de nieuwe regering. Zeker een uittredend premier zal pagina's kritiek in kranten en tijdschriften oogsten bij elke inbreuk op die niet-geschreven regel. (En zeker Leterme, zo wordt verwacht, zal die regel minstens één keer doorbreken, al is het maar om te laten zien dat niets hem deert.)

Sowieso zal deze gevallen verlosser van de Vlaamse christendemocratie 'the last temptation of Christ' ondergaan. De Vlaamse beweging, tot haar vertakkingen in de media toe, zal Leterme kietelen/strelen aan zijn Vlaamse flank. De hem getrouwe delen in de CD&V-achterban zullen hem bewieroken en verafgoden. Dat proces werd al in gang gezet door de ontslagbrief van Inge Vervotte - 'geen heil zonder Leterme' -, al vraagt de CD&V-incrowd zich af waar in dat schrijven de grens lag tussen politieke affiliatie en persoonlijke affectie.

Daarmee is ook Letermes eerste machtsbastion vernoemd: de CD&V-achterban. Als hij op middelkorte termijn terug wil naar de politieke top, dan ligt één functie voor de hand: het partijvoorzitterschap. Het zou niet eens flauw zijn een vergelijking te maken met Leo Tindemans, die middels een historische speech in de Magdalenazaal, en zonder de minste ruggenspraak met de rest van de CVP-leiding, 'zich aanbood' om de nieuwe voorzitter te worden. "Als u dat wilt", sprak hij de aanwezige CVP-achterban toe. Van puur enthousiasme sprongen die op stoelen en tafels, en applaudisseerden meer dan tien minuten lang. Al die tijd kreeg op de eerste rijen ene Jean-Luc Dehaene de handen níét op elkaar.

Stap drie: Herman Van Rompuy

Zo'n paleisputsch zou altijd kunnen. Marianne Thyssen is vervangbaar. In elk geval méér vervangbaar dan Annemie Neyts dat in 1989 was bij de PVV, toen de gevallen vicepremier Guy Verhofstadt haar brutaal opzij duwde om zélf de touwtjes weer in handen te nemen. Het is dus niet alleen een terugkerende kwaal (zeker als er vrouwen bij betrokken zijn), het is ook een hebbelijkheid die je terugvindt bij alle partijen.

Maar zelfs die geste kan alleen maar als Yves Leterme een zekere 'clearing' krijgt van de parlementaire Fortiscommissie. Daarover worden afspraken gemaakt binnen de meerderheid. Maar ten eerste moeten die nog altijd behouden blijven, ten tweede moet Leterme zijn koelbloedigheid bewaren, en ten derde mogen oppositie noch andere betrokkenen extra 'belastend materiaal' bovenspitten. Ook hier is het dus een verhaal van 'als als als'.

Wat inmiddels vast staat, is dat CD&V Yves Leterme heeft ingewisseld voor Herman Van Rompuy. Dat kan een louter personele wissel lijken, ingegeven door de noodzaak van het ogenblik. Maar misschien is er meer aan de hand. Jan Callebaut: "Het is een fenomeen dat zich tegelijk voordoet bij alle partijen. De sp.a was Steve Stevaert kwijt, Frank Vandenbroucke in de Vlaamse regering en tot 2007 Johan Vande Lanotte als voorzitter zetten de toon. Open Vld liet Guy Verhofstadt vertrekken, vandaag is Karel De Gucht de feitelijke nummer één. En nu vertrekt bij CD&V Yves Leterme en komt Herman Van Rompuy. Driemaal om totaal andere redenen. Driemaal met hetzelfde effect."

"De tone of voice verandert", stelt Callebaut. "De eersten deden op een intuïtievere manier aan politiek: zij voelden sneller en beter aan wat leefde bij hun kiezers, en vertaalden dat onmiddellijk in hun politieke actie. Stevaert werd daarvoor bij nogal wat sp.a-kaders afgebrand als een 'populist', terwijl hij wist wat de mensen beroerde, en zijn opvolgers daar veel meer moeite mee hebben. Goed, Stevaert was geen academicus. Maar wat zien we? Op een ogenblik dat in alle partijen de zogenaamd 'intelligentste' of 'verstandigste' politici de koers bepalen, stijgt de ster van Jean-Marie Dedecker. Onder meer omdat hij de enige politicus is met wie veel Vlamingen zich 'emotioneel' verbonden voelen. Dat is zelfs een maatschappelijk probleem aan het worden: het feit dat partijen als sp.a of CD&V hun 'sociale flank' niet meer kunnen afdekken."

Besluit: zolang Leterme in de koelkast zit, heeft CD&V een probleem. Wat zich vorige week voltrok, is namelijk geen paleisrevolutie. Het is een fase waarbij een soort 'Chinese gerontocratie' opnieuw de macht in de schoot geworpen krijgt, en die als vanzelfsprekend ook gebruikt en aanwendt.

Maar om terug te keren naar de rekensom van Jan Callebaut: electoraal is de nieuwe personele invulling extreem risicovol. Hij pleit dan ook voor een "moderator" - zonder al een naam vooruit te schuiven - die intern naar een oplossing kan zoeken. Een antwoord op de vraag: hoe Leterme zuiver houden, en aanvaardbaar ("dat kan, want hij heeft nu eenmaal geen compromis gesloten"), en toch niet in de oppositie tegen Van Rompuy te laten gaan? Een politieke sudokupuzzel met extreem weinig vaste gegevens, waarvan de uitkomst moet zijn: zo hoog mogelijk scoren op 7 juni 2009.

Yves Letermes échte doorstart begon in 2001, toen hij oppositieleider werd tegen paars-groen, als voorzitter van de CVP-Kamerfractie. Acht jaar politieke top: dat is mooi, maar daar is natuurlijk geen leven mee gevuld

De Vlaamse beweging zal Leterme kietelen/strelen aan zijn Vlaamse flank. De hem getrouwe delen in de CD&V zullen hem bewieroken en verafgoden, een proces dat werd ingezet met de ontslagbrief van Vervotte

n Voorlopig staat of valt de toekomst voor Leterme met het opschuiven van Karel De Gucht (l.) naar de Europese Commissie.

Als De Gucht blijft zitten, brengt hij Leterme in de problemen. En dat beseffen De Gucht en Open Vld.

n Jo Vandeurzen, Yves Leterme en Inge Vervotte charmeerden bij de verkiezingen van juni 2007 samen liefst 1 miljoen kiezers. Hun plaatsvervangers - Herman Van Rompuy, Steven Vanackere en Stefaan De Clerck - waren goed voor maar 85.000 stemmen.

CD&V-strateeg Jan Callebaut:

Wat zien we? Op een ogenblik dat in alle partijen de zogenaamd 'intelligentste' of 'verstandigste' politici de koers bepalen, stijgt de ster van Jean-Marie Dedecker. Onder meer omdat hij de enige politicus is met wie veel Vlamingen zich 'emotioneel' verbonden voelen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234