Zaterdag 16/11/2019

Wat een film. En vooral: wat een actrice. In 'A perdre la raison' speelt Emilie Dequenne een personage gebaseerd op Geneviève Lhermitte, de vrouw die haar vijf kinderen doodde. In een rol duiken leerde ze bij de broers Dardenne, als Rosetta, maar in deze film overtreft ze zichzelf. 'Ik geniet ervan mijn eigen limieten te testen.'

Een ijzingwekkende stilte. Veel krachtiger dan een oorverdovende, staande ovatie. Alle aanwezigen op de eerste Belgische persvoorstelling van A perdre la raison, lijken gevloerd door de stevige uppercut die ze net kregen te verwerken. Hier en daar een diepe zucht. Ze happen naar adem, ook al wisten ze wat zou komen. Want het verhaal is een losse bewerking van de zaak Geneviève Lhermitte, de vrouw uit Nijvel die haar vijf kinderen vermoordde. Wat er zich die eerste maart van 2007 moet hebben afgespeeld in het vervloekte huis, waar de vrouw samenwoonde met haar Marokkaanse echtgenoot en de dokter bij wie de man was opgegroeid, zullen we nooit te weten komen.

Regisseur Joachim Lafosse interpreteerde de feiten op zijn manier. Hij maakte er een heel menselijk verhaal van en laat de kijker begrip opbrengen voor alle betrokken partijen. De aftiteling van de film is intussen voorbij gerold, maar het blijft oorverdovend stil.

Het duurt tien minuten voor iemand een woord over de lippen krijgt. Terwijl met drie woorden alles is gezegd : "Wat een film!" of "Wat een actrice!" En als je meer wilt zeggen, maak er dan volgende zin van: "Bedelf die dame onder de prijzen. En vlug wat!"

Die dame is Emilie Dequenne, winnares van de prijs voor de beste vrouwelijke vertolking in Cannes, voor haar vertolking in Rosetta. Eigenlijk was ze toen nog niet echt een actrice. In 1999 was ze nog niet eens 18. Ze had op haar 16de al haar humaniora achter de rug en stond op het punt om communicatiewetenschappen te gaan studeren aan de universiteit van Luik. Op foto's van de prijsuitreiking zie je een kind, dat wat al te uitbundig is uitgedost voor het feestje. "Ik was een onnozele bimbo", zegt ze wanneer we er haar aan herinneren. "Ik had in die tijd de slechte gewoonte om me helemaal op te tutten. Toen ik de gebroeders Dardenne ontmoette, had ik geblondeerd haar en geëpileerde wenkbrauwen, ik liep op vijftien centimeter hoge plateauzolen, in een korte minirokje en met een gewaagd topje. En in Cannes deed ik er nog een schepje bovenop. Om duidelijk te maken dat ik helemaal niet leek op mijn personage."

Haar inspanningen wekten nog meer de indruk dat de Dardennes haar uit de marginaliteit hadden weggeplukt en dat ze gewoon zichzelf speelde. Pas later bleek dat de acteurs waarmee de befaamde broers werkten stuk voor stuk zo briljant waren dat ze moeiteloos 'echtheid' konden spelen. Met het gevolg dat zowat al hun hoofdrolspelers intussen in Frankrijk een carrière hebben uitgebouwd: Jérémie Renier, Olivier Gourmet, Déborah François, Cécile de France en Thomas Doret. Allemaal supertalenten. Net als Emilie Dequenne.

Joachim Lafosse geraakt niet uitgesproken over hoe fenomenaal ze is. : 'Herinner je je die scène waar ze begint te wenen, terwijl ze aan het stuur van de auto zit? Dat is de zesde take. Al die keren ervoor was ze ook al in tranen uitgebarsten en was ze eigenlijk bijna even goed als die zesde keer. Na de eerste keer was ik al omvergeblazen en durfde haar bijna niet te vragen of ze nog een take wou doen. Maar ze bleef gaan. We zaten met zessen in die wagen. De cameraman, de geluidsman en nog enkele technici. Na afloop stapten we uit en niemand kon nog een woord uitbrengen. Ik heb met veel grote actrices gewerkt. Nu ja, veel. Toch met mensen als Isabelle Huppert en andere echte goeie actrices. Maar dit heb ik nog nooit gezien. Het is een mysterie. Ik kan er niet bij."

Ster in Frankrijk

Ze bekijkt het fragment waarin Lafosse die uitspraak doet op mijn laptop in haar stamcafé in de Parijse wijk Saint-Martin, een aangename buurt op tien minuten wandelen van Paris Nord. "Hoe lief dat hij dat zegt, mijn dag kan niet meer stuk", glundert ze. Op haar gezicht diezelfde warme, guitige lach waarmee ze de jonge Murielle, haar personage in de film, zo innemend en aantrekkelijk maakt. Als je twee minuten met Dequenne praat, valt er geen spoor meer te bekennen van de kilte die de gebroeders Dardenne haar dertien jaar geleden lieten vertolken. Haar ogen twinkelen de hele tijd.

Het waren haar ogen die de doorslag gaven, zeiden de Dardennes destijds toen hen gevraagd werd waarom ze uitgerekend dit meisje hadden gekozen. Ze heeft intussen een twintigtal bioscoopfilms op haar naam en een stuk of tien tv-films, en speelt hoofdrollen in de grootste theaters van Parijs.

Ze is een ster in Frankrijk, maar ze zit erbij als een meisje. Ongeschminkt, in vrijetijdskleding, en met een kettinkje rond de nek waaraan plastic ringetjes hangen van haar tienjarige dochter, Milla. "Ze is groot en blond", zegt ze. "Met grote blauwe ogen." Die heeft ze van haar moeder. Elke morgen, nadat ze Milla naar school heeft gebracht, komt ze hier een koffietje drinken. Ze was 21 toen ze een dochter kreeg. Met een persagent. Ze was zelf opgegroeid in een heel gelukkig gezin in Beloeil, als dochter van een schrijnwerker, en ze wou een eigen gezinsleven. "Je kunt je familie niet kiezen", zegt ze vaak, "maar mocht ik mijn leven kunnen overdoen, ik wil meteen in hetzelfde gezin opgroeien."

Gebeten door M. Schoenaerts

Als ze nog in België komt, dan is het op familiebezoek. Maar wat er voor de rest in ons land gebeurt, daar weet ze eigenlijk weinig of niets van. Ja, Matthias Schoenaerts kent ze. Maar vooral omdat ze een hoofdrol speelde in La Meute. "Rare film trouwens, Matthias had er een klein rolletje in van een man die dacht dat hij een vampier was. Hij moest me in de nek bijten." Ze schatert het uit wanneer ze het vertelt en haalt haar iPhone boven om met een foto te bewijzen dat ze niet uit haar nek lult: Matthias met bloeddoorlopen ogen en wat ketchup in zijn mondhoeken. "Jammer genoeg werd hij uit de afgewerkte film geknipt. Of gelukkig misschien voor hem." Ze vindt het geweldig wat er nu gebeurt met zijn carrière. Als ze hoort van de film die hij in Amerika gaat doen met Guillaume Canet, knikt ze: "Dat is de man van Marion Cotillard. Matthias maakt echt deel uit van hun kliekje. Goed voor hem hoor. Ik gun het hem. Zelf ben ik meer een eenzaat. Ik probeer tegen iedereen vriendelijk te zijn, maar ik wil nergens bij horen." Ze heeft ook al wel eens een film gedaan in het buitenland. Zoals The Bridge of San Luis Rey van Mary McGuckian met Robert De Niro, Harvey Keitel, Gabriel Byrne en Kathy Bates. Ze spreekt trouwens meer dan behoorlijk Engels. Maar aan die ene film wordt ze liever niet herinnerd.

"Een gigantische productie. Ik liep er verloren. En ik vond het eindresultaat maar niets. Niet dat ik bang ben om in het buitenland te werken. Als het verhaal goed is, wil ik gerust in een Chinese film spelen. Al moet ik bekennen dat ik nogal een huismus ben."

Thuis is dus Parijs. Daar woont ze al enkele jaren samen met een man die zelf twee jongens heeft. "Ik ben niet het type dat de societyfeestjes afschuimt. Ik heb gewoon altijd geweten dat ik in Parijs zou wonen. Ik herinner me een uitstap met de hele familie toen ik nog een kind was. We waren naar de Moulin Rouge gaan kijken en daarna gingen we eten in de Quick daar vlakbij. Mijn nicht zei : "Later kom ik in Parijs wonen." En ik zei: "Ik ook." Zij is eerst gekomen. Die dag zijn we nog helemaal naar Père Lachaise gestapt, zelfs mijn grootouders waggelden mee, omdat wij het graf van Jim Morrison wilden zien. Ik wandel nog altijd graag in Parijs rond. Niet zozeer om de musea of andere plekken te bezoeken, maar gewoon om door de straten te dwalen. Er is geen gebouw waar geen gedenkplaat aan hangt, geen straathoek waar geen geschiedenis is geschreven.

"Ik hou gewoon van deze stad. En dan vooral van de volkse buurten, zoals hier. Aan de andere kanten van de Seine, in het 5de, 6de of 14de arrondissement, zou ik niet kunnen aarden."

Ze woont in een huurappartement aan het Canal Saint-Martin. Een hippe buurt, waar ze ooit iets wil kopen. Later, als ze er het geld voor heeft. Maar momenteel blijkt dat nog niet mogelijk. Zelfs al zat ze intussen in een dertigtal films, met onder andere Catherine Deneuve, Jean-Pierre Bacri, Omar Sharif en Jane Birkin.

In A perdre la raison staat ze tegenover twee andere monumenten die vooral sinds hun veelbekroonde rollen in Le prophète van Jacques Audiard wereldfaam hebben verworven: Tahar Rahim en Niels Arestrup. Lafosse omschrijft de heren als zeer veeleisend. Ze wilden absoluut vermijden dat ze minder goed zouden zijn dan in de film van Audiard. Want dan zou het lijken alsof ze niets meer zijn dan diens marionetten. Daarom moest de lat zo hoog liggen.

Dequenne hoor je niet klagen: "We hadden een echte band die veel verder ging dan een goeie werkrelatie. Joachim liet ons oefenen tot de toon juist zat en de waarheid opeens vanzelf kwam bovendrijven. En natuurlijk is het een puur genot om met zulke goeie acteurs te werken. Ik ben nooit bang om de confrontatie aan te gaan met gerenommeerde acteurs of regisseurs. Integendeel. Hoe beter je omgeving is, hoe beter je zelf moet zijn. Ik wil absoluut vermijden dat ik op mijn lauweren ga rusten, dat ik tevreden zou zijn met mijn zogezegde verworvenheden. Je bent nooit gearriveerd in dit vak. Als ik tegenover een beroemde tegenspeler sta, is er altijd dat eerste moment waarop je eigenlijk graag een handtekening zou willen vragen (lacht). Maar dat gaat vlug over. Ik was eerlijk gezegd wel een beetje onder de indruk toen ik voor het eerst op de set stond met Catherine Deneuve in La fille du RER, maar dat mocht natuurlijk niet lang duren, want ze speelde mijn moeder en dus moest ik net heel familiaal met haar kunnen omgaan (lacht). Je moet die muren slopen. Als er sprake is van een afstand, dan zie je dat je speelt. En dat is ten strengste verboden. Dat heb ik van de broers geleerd. Het zijn de gebroeders Dardenne die me geleerd hebben om helemaal in een rol te duiken."

"Als je zoals ik op jonge leeftijd de kans krijgt om de hoofdrol te spelen in een film, dan geef je je compleet over aan de regisseur. In mijn geval was het meervoud, de regisseurs. Ik deed echt alles om hen te behagen. Ik had ook geen andere referentiepunten. En omdat die totale overgave zo goed bleek te werken, is dat ook mijn methode geworden: ik tracht de regisseur een maximum aan keuzes te geven. Echte cineasten weten hoe ze uit hun acteurs de vertolkingen halen die ze nodig hebben om het verhaal en de personages tot leven te wekken. Of het nu om grote spektakelfilms gaat of om auteurscinema, een verhaal wordt pas echt, wanneer je erin kunt geloven."

Film van het ondenkbare

De feiten van A perdre la raison zijn ongelooflijk. Alleen weet iedereen helaas dat het de waarheid is. Zelf wist Dequenne niet dat het scenario op waargebeurde feiten was gebaseerd toen ze het las. In Parijs volgt ze de Waalse pers niet en dus merkte ze niet met welke gretigheid de zaak in het nieuws kwam. Eerst zou Gerard Depardieu de rol van de dokter spelen, maar hij trok zich om onduidelijke redenen terug. Emilie Dequenne beweert ook dat aanvankelijk iemand anders haar rol zou spelen. Maar ze verklapt niet wie.

"Toen ik het scenario ontving, heb ik het gelezen zonder te weten dat het verhaal op bestaande feiten gebaseerd was. De emoties spatten gewoon van het papier. Ik wist meteen dat er een heel grote film in zat. Pas achteraf heeft Joachim mij over de zaak verteld en ben ik erover gaan lezen. Ik weet dat sommigen de film hebben willen tegenhouden. Er valt ons niets te verwijten. We veroordelen niemand. En welke grote film baseert zich niet tot in zekere mate op feiten die zich ergens in de werkelijkheid hebben afgespeeld? Grote tragedies zijn meestal boeiende verhalen. Natuurlijk is het menselijke leed ondraaglijk. Tragische verhalen hebben altijd wrede gevolgen. De kranten staan vol feiten waarvan men zegt dat ze 'ondenkbaar' zijn. En het zijn net die feiten waar je als artiest, regisseur, schrijver en als acteur mee aan de slag wilt.

De film is helemaal niet zo somber. Eigenlijk gaat hij over wat liefde met een mens kan doen. En zo'n pijniging kan nuttig zijn. Dat is deel van de magie van de cinema. Een sterke film kan je emotioneel dooreenschudden. Je krijgt met gevoelens af te rekenen die sterker zijn dan je verwacht had. Zo weet je tenminste dat je nog kunt voelen."

Net als Nue propriété en Elève libre, de vorige films van Lafosse, gaat A perdre la raison over complexe familieverhoudingen. Het is duidelijk dat hij zelf een problematische jeugd achter de rug heeft. Film na film lijkt hij te pleiten voor een klassieke gezinsstructuur.

"Ja, misschien. In deze film zeker. Aan het eind van de film stel je je natuurlijk de vraag waarom ze bij die dokter zijn gebleven. Waarom zijn ze niet als koppel met hun kinderen gaan samenwonen? Ze zijn allemaal verantwoordelijk. Dat is de kracht van deze film. Er is niet zomaar één iemand die je de schuld in de schoenen kunt schuiven. Niemand heeft ingegrepen, tot één van hen in een draaikolk terechtkwam en er niets meer aan te doen was. De film stelt de vraag van de keuzevrijheid. We zijn allen meester van ons lot. Murielle, mijn personage, komt bij mij over als een vrouw van een andere tijd.

Betty Draper als inspiratiebron

Om je de waarheid te verklappen: ik heb me vooral laten inspireren door Betty Draper uit Mad Men. Dat is het personage dat me het meest geholpen heeft om Murielle te creëren. Het muurbloempje dat erbij staat om de anderen te behagen: ze wil de beste moeder zijn en de beste huisvrouw, terwijl dat niet in haar aard ligt. En daardoor borrelt die woede in haar op en begint ze door te slaan. Dat klinkt als een veroordeling, maar zo is het zeker niet bedoeld.

"Ik ben ook gaan aankloppen bij Laurence Weets, een psychiater die gespecialiseerd is in depressies. Ik had haar onder meer nodig om een onderscheid te maken tussen mijn eigen neuroses - want die hebben we allemaal - en die van Murielle, die neigen naar psychosen. Door de vinger op de wonde te leggen, kon ik de nodige afstand nemen. Je moet weten waar je aan begint voor je spelletjes met je hoofd gaat spelen. Het is een soort gecontroleerde schizofrenie. Het is niet amusant, maar het lucht op. Ik geniet ervan om mijn eigen limieten te testen en te zien tot waar ik kan gaan."

En zoals Joachim Lafosse al zei: ze kan heel ver gaan. In totaal deed ze acht takes van de scène waarin haar personage mentaal helemaal instortte. Ze knakt en de tranen stromen uit haar ogen.

"Het is concentratie. Niets meer dan dat. Oefening. Ik wist op welk woord ik de tranen moest laten komen. Het is techniek. Niets anders dan dat."

Ongelooflijk. Vroeger zouden ze met zoiets op de kermis hebben gestaan. Een knip met de vingers, een bevel: 'Doe het! Ween!', en meteen volgt er nattigheid. Of niet?

"Neen, ik kan dat zomaar niet op commando (lacht). Ik moet me concentreren, voorbereiden. Het theater heeft me enorm geholpen bij het ontwikkelen van die techniek. Ik heb 150 keer Miss Julie van August Strindberg gespeeld. Het was mijn eerste professionele theaterstuk. En iedere avond moest ik in tranen uitbarsten. Ik heb daar enorm veel van geleerd. Je lichaam is je materiaal. En dat gehoorzaamt niet altijd. Soms spartelen de hersenen tegen."

"Er zijn liedjes waarvan ik weet dat ze me in een bepaalde staat brengen. Liedjes waarmee ik me afsluit van de wereld of waar ik heel opgewekt of somber van word. Niet de muziek die ik in mijn eigen leven zou beluisteren.

In die ene scène heb ik het gedaan met het nummer dat je hoort: 'Femmes, je vous aime' van Julien Clerc. Eigenlijk doe ik daar aan een soort zelfhypnose. Men kan de geest conditioneren. Ik had voor mezelf uitgemaakt dat ik bij dit woord dit zou doen, bij dat woord dat, om uiteindelijk op een bepaalde fase in het lied helemaal in te storten. Maar toen we uiteindelijk de scène draaiden, was ik erg bang. Het was aan het eind van een draaidag en als het niet meteen zou lukken, zou de hele ploeg overuren moeten kloppen en zou iedereen nerveus worden. Er was zo veel waar ik moest aan denken. Ik moest rijden, maar ik heb geen rijbewijs, dus ik blink niet uit achter het stuur. Bovendien zag ik niet waar ik reed, want ik ben heel bijziend en ik had mijn lenzen niet in. En zonder lenzen zie ik werkelijk niets. Alles is een waas. In de scènes waarin Murielle opgewekt en helder is, droeg ik wel mijn lenzen. Maar van het moment dat ze medicamenten begint te nemen, deed ik ze uit om die wazige blik te hebben. Een blik die je vaak ziet bij mensen die onder antidepressiva zitten. Puur stuntwerk."

Opgespaard door de Dardennes

Geen gevaar. Ze weet waar ze mee bezig is. Intussen is ze dertien jaar professionele actrice. Zonder dat ze ooit een echte acteursopleiding heeft gehad.

"Klopt. Maar ik heb wel een jaar of acht dictie, voordracht en daarna toneel gedaan aan het plaatselijke conservatorium. Met een geniale leraar. En voor de rest heb ik het allemaal al doende geleerd. Twaalf jaar geleden had ik nog niet de techniek die ik nu heb. Maar zoals gezegd, ik heb vooral veel geleerd in het theater. Eerst dacht ik dat ik het zou kunnen redden met mijn intuïtie. Soms is dat zo, maar soms ook niet. Soms is het goed om te repeteren en honderd keer hetzelfde te doen om de waarheid te vatten. Denk ik. Je werkt nooit twee keer op dezelfde manier. Dus ik weet er niets van af (lacht). Ik geef toe dat ik me daar niet al te veel vragen bij stel. Eigenlijk zou ik meer interviews moeten doen. Dan ga ik wat meer over mezelf nadenken en mijn eigen methoden in vraag stellen (lacht). Maar ik ben echt iemand die in het heden leeft. Ik doe wat ik doe. En achteraf snap ik waarom ik wat gedaan heb. Ik ben niet zo'n introspectief type. Tegenwoordig misschien een beetje meer dan vroeger, maar nog altijd weinig (lacht)."

Heeft ze dan nooit stilgestaan bij de vraag waarom de Dardennes hun andere hoofdrolspelers soms terugvragen, maar haar niet? Ze protesteert.

"Jawel, ik zat in Dans l'obscurité, de kortfilm die ze in 2007 gemaakt hebben voor de 60ste verjaardag van het festival van Cannes. Ik denk dat ze me aan het opsparen zijn. Rosetta was een zodanig stevige ervaring, dat ze nog moeten bekomen. Maar als ik een jaar of veertig zal zijn, zullen ze zeggen: 'Oké, Rosetta is nu lang genoeg geleden, we kunnen eraan beginnen." Ik hoop het. Misschien dat ze me nu wat schuwen omdat ik in zo veel films te zien ben geweest. Ik ben al bang voor de dag dat ze me vragen. Ik weet al dat ik me heel klein zal voelen."

Portrets © Cici Olsson (www.sh-op.be) Dress: Ann Demeulemeester, www.anndemeulemeester.be, bij Stijl (www.stijl.be) Head piece: Elvis Pompilio, www.elvispompilio.com Beauty: Els Debruyn for beauty by kroonen & brown, www.kroonenandbrown.be Spider web: Rosette De Stefano, www.rosettedestefano.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234