Dinsdag 11/08/2020

Interview

Wat doet rocker Tim Vanhamel op literair liefdesfestival Saint Amour?

Tim VanhamelBeeld Thomas Sweertvaegher

Een oerrocker op een literair festival over de liefde. En dan ook nog één die de laatste jaren nog zelden uit de schaduw treedt. Tim Vanhamel (39) is de verrassing op de affiche van Saint Amour. “Ik zaai graag een beetje verwarring.”

Wie Tim Vanhamel zegt, denkt meteen aan rock 'n roll. Aan Millionaire, Eagles of Death Metal, dEUS, Broken Glass Heroes: alle topbands waar het muzikale genie sinds zijn veertiende al in heeft gespeeld. Aan lyrics als 'Girl, you can golden shower all over me'. Niét aan zeemzoete lovesongs.

Maar zelf vindt Vanhamel zijn optreden op het literaire liefdesfestival Saint Amour net heel logisch. “Die harde rockersreputatie is bullshit, louter perceptie, geen realiteit. Liefde is altijd een constante in mijn werk geweest.” Op Saint Amour plant hij zowel ballads als rocksongs. “Liefde is immers hard en zacht tegelijk.”

Ben je eerder een romanticus, cynicus of pragmaticus als het op de liefde aankomt?

Vanhamel: “Daar ben ik zelf nog niet uit. Eén ding dat ik heb geleerd is dat liefde vooral loslaten is, hoe pijnlijk ook. Ik probeer mijn relatie nu minder te zien als een conditionele, nu-ben-jij-van-mij-liefde. Hoort bij volwassen worden zeker.”

Centrale gast op Saint Amour, Herman Brusselmans, beweert dat liefdesverdriet vaak de mooiste boeken oplevert. Geldt dat ook voor muziek?

“Als je echt in de pijn zwelgt is het bijna onmogelijk om iets op papier te krijgen. De plaat Welcome to the Blue House heb ik vers na een breuk (met topmodel Hannelore Knuts, kvdp) geschreven maar niet onmiddellijk erna. Toen kon ik met moeite een gitaar oppikken. Na een tijdje kwam het er inderdaad wel in één ruk uit, als een catharsis of vorm van troost. Maar ik kan ook op heel blije momenten heel melancholische nummers schrijven en omgekeerd.”

Mijn liefde voor muziek is tegelijk mijn redding én mijn ondergang, zei je ooit.

“Kunstenaars die dingen creëren zijn doorgaans gevoelige mensen die vaak, soms te vaak, aan introspectie doen. Ik ook. Dan kom je met je muziek naar buiten, voel je plots duizenden projecties van mensen die je nummers op een bepaalde manier ontleden en interpreteren. Een paar jaar geleden, rond mijn 34ste, had ik daar geen zin meer in.

“Noem het een bezinningsperiode, of een kleine depressie. Heb ik dit leven gekozen, heeft het mij gekozen? Ik was op dat moment al twintig jaar muziek aan het maken, mijn vader was net overleden, ik wilde gewoon even met rust worden gelaten. Voor mezelf kiezen.”

Je leek even van de aardbodem verdwenen.

“Ik ben alleen de wereld rondgereisd, op mijn eentje in een jungle gezeten, gestopt met alcohol, uitgaan. Even ver weg gebleven van de muziekwereld. Pakte ik een gitaar vast, begon ik ineens te denken aan alle interviews die met een nieuwe plaat gepaard zouden gaan waarin ik mij weer helemaal moest blootgeven.

“Op een bepaald moment dacht ik dat ik een 'echte' job moest zoeken. Ik ben bij een kledingbedrijf gaan solliciteren, heb zelfs even een job als reserve-Sinterklaas in een shoppingcenter overwogen toen de VDAB het aanbood.”

Wat heeft je toch opnieuw naar die gitaar doen grijpen?

“Instinct. Opeens had ik ze terug vast. Niet om popmuziek te maken, wel folk, percussie, meer spirituele muziek. Muziek waarbij vooral het moment, het samenzijn, de liefde telt. Meer dan het product. Ik geraakte in een trance door het spelen. De twijfel was weg. Ik wist: de muziek heeft mij gekozen, and i love it.”

Voor iemand die als twintiger hardop droomde van wereldfaam en er ook dichtbij leek, mijd je de laatste jaren opvallend de spotlights.

“Ik heb door de VS getourd, met mijn helden als Josh Homme (van Queens of the Stone Age, kvdp) gespeeld, op Coachella gestaan voor duizenden mensen. Op het moment zelf is het zalig om te horen dat iedereen je een ster vindt en dat ze je gaan helpen om het helemaal te maken. Maar zo gauw ik het had aangeraakt wilde ik het niet meer.”

Tim VanhamelBeeld Thomas Sweertvaegher

Ooit omschreef je het als een vloek, dat anderen doorbraken en jij niet.

“Daar ben ik van teruggekomen. Eerlijk: het is goed zoals het is. Die periode in LA was heel mooi, het bijhorende nachtleven heel leuk. Iets om af te vinken van je bucket list. Maar jezelf constant promoten op radiostations, maandenlang touren: opeens besefte ik dat het niks voor mij was. Ik was daar te onzeker voor. En eigenlijk kruip ik liever om elf uur in bed om de volgende ochtend vroeg op te staan. Ik heb geen masterplan meer om de wereld te veroveren, ik verkies the quiet life.”

Nooit een moment spijt gehad dat je Josh Homme zijn voorstel hebt afgeslagen om de Queens of the Stone Age te vervoegen?

“Nee, dat betekende maandenlang touren, een trein waar je niet meteen af kunt. Dat was niet de gezondste optie geweest.”

Je hebt nooit een geheim gemaakt dat je volop hebt geproefd van de hedonistische aspecten van het rock 'n roll-bestaan. Kijk je daar nu anders op terug?

“Spijt vind ik zo'n zinloze emotie. Dat soort gedachten verpesten je leven, maken je ongelukkig. Ik ben gewoon dankbaar voor alle ervaringen. Ik ben diep kunnen gaan, ben ook in even in een put beland, maar zonder terugval kun je niet groeien. Als je eruit klimt, sta je verder in je leven dan ervoor.

“Maar ik ben, buiten dat 'sabbatjaar', ook wel altijd bezig geweest. Altijd dingen blijven creëren. De laatste jaren bijvoorbeeld als gitarist bij The Hickey Underworld. Bewust niet in een frontrol, nee. Soms is het gezond om even uit beeld te verdwijnen en fris terug te keren. Zoals nu met saint Amour. Overkill kan schadelijk zijn.”

Je vriend/collega Aldo Struyf beweert dat je nog heel veel geniale demo's in je kast hebt liggen die je te weinig met de wereld deelt.

“(lacht)Dat valt nog wel mee. Ik heb geen Vault zoals Prince zaliger in de kelder ofzo. Soms zit de vervulling voor mij al in het maken zelf. Al zou ik mezelf misschien inderdaad wat meer moeten pushen om met ideeën naar buiten te komen.

“Ik wil ook teveel doen om mij tot één project te beperken. Alsof ik in een dwangbuis zou kruipen. David Bowie en Lou Reed deden dat toch ook niet? Die veelheid is misschien verwarrend voor mensen, maar zo heb ik het eigenlijk graag. Ik vind het net comfortabel dat ik niet té herkenbaar ben.”

Je zou het jezelf gemakkelijker kunnen maken. Een reünie van de Evil Superstars zou je instant publiek en succes opleveren.

“Evil Superstars is niet alleen aan mij om te beslissen, ook aan Mauro en de andere jongens. En we zitten daar op dezelfde tegendraadse lijn. We zijn onderzoekers, geen op ons lauweren rustende muzikanten die oude koeien willen rehashen.”

Er gaan wel geruchten dat je nieuw materiaal met Millionaire zou opnemen.

“Daar kan ik op dit moment niks over kwijt. Ik ben wel bezig aan iets leuk, maar wil het plezier van de verrassing nog niet vergallen.”

En wat met de even hardnekkige geruchten dat je Mauro bij dEUS zou vervangen?

“Ook daar ga ik nog niet op antwoorden.”

Je zou ook gewoon kunnen bevestigen of ontkennen.

“(lacht) Geen commentaar. Ik zei het al: ik zaai graag een beetje verwarring.”

Het literaire festival Saint Amour, met schrijver Herman Brusselmans als centrale gast, start nu zaterdag 28/1 in Breda. In totaal doen Brussel­mans, Vanhamel en hun gevolg zeventien Nederlandse en Vlaamse theaters aan. Tussen 11 en 25/2 is Saint Amour te zien in Vlaanderen.

Alle info: begeerte.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234