Zondag 20/10/2019

IMF

Wat doet de IMF-directeur nog?

Kristalina Georgieva. Beeld EPA-EFE

De Bulgaarse Kristalina Georgieva is door Europa voorgedragen om de nieuwe baas van het IMF te worden. Maar wat houdt die functie eigenlijk in?

Georgieva komt als - wellicht - nieuwe IMF-directeur aan het hoofd van een instituut dat snel invloed verliest. Nieuwe economische wereldmachten en opkomende landen in Azië en Latijns-Amerika hebben weinig op met het door de VS en Europa gedomineerde geldfonds. Ook de traditionele IMF-voorkeur voor neoliberaal marktdenken is dringend aan een herziening toe nu de inkomensongelijkheid in de wereld groeit.

Het is niet Christine Lagarde of haar opvolger die de lakens uitdeelt bij het Internationaal Monetair Fonds, zeggen IMF-critici, maar de regering van de Verenigde Staten. Zo zou het geen toeval zijn dat het instituut in Washington is gevestigd. Het IMF en de Wereldbank werden vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht op initiatief van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. De stemverhoudingen in het bestuur van beide organisaties weerspiegelen tot op de dag van vandaag het economische krachtenveld uit 1945. Dat betekent: de VS domineert, Europa is zwaar oververtegenwoordigd en de rest van de wereld (Japan uitgezonderd) komt er qua zeggenschap bekaaid vanaf.

Lees nu

Kristalina Georgieva verkozen tot Europese kandidaat van het IMF

Haar ouders maakten alleen de middelbare school af, nu wordt deze Bulgaarse voorgedragen als directeur van het IMF

Symbolisch voor deze achterhaalde machtsverhoudingen bij het IMF is het herenakkoord dat de VS en Europa in 1944 sloten over de topfuncties: de president van de Wereldbank is altijd een Amerikaan en de directeur van het IMF komt altijd uit Europa.

Opkomende landen

Inmiddels is China de op een na grootste economie ter wereld, maar ook sterk groeiende economieën als Zuid-Korea, India, Brazilië en Zuid-Afrika keren zich van het ‘westerse’ IMF af. Zij hebben een goed alternatief in de G20- en G7-bijeenkomsten van regeringsleiders, waar zij wel als volwaardige gesprekspartners mogen meepraten.

Tot medio jaren 90 konden die opkomende landen niet om het IMF heen, omdat ze geregeld bij het instituut moesten aankloppen voor noodleningen. Dat veranderde na de Azië-crisis van 1997. Het IMF legde de Aziatische ‘tijgers’ in ruil voor leningen toen zulke harde voorwaarden op, dat de crisis (Indonesië is een berucht voorbeeld) daar eerder verslechterde dan verbeterde. 

Christine Lagarde bij de Central Bank Governors Meeting in Japan in 2019. Beeld REUTERS

De slechte ervaringen met de steun leidden ertoe dat de Aziatische landen nu liever bedanken voor de ‘van de regen in de drup’-aanpak van het IMF. De zogenoemde BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) richtten in 2014 zelfs een concurrerend noodhulpfonds op voor het bestrijden van financiële crises, het Voorwaardelijke Reserve Arrangement (CRA).

Ook regeringen in Latijns-Amerika doppen tegenwoordig liever hun eigen boontjes. Argentinië zocht in 2003 de confrontatie met het fonds in Washington door een IMF-lening niet tijdig af te lossen; een tot dan toe ongehoorde stap. Argentinië kwam ermee weg. Bolivia, dat decennialang afhankelijk was van geldleningen uit Washington, wees het IMF en zijn neoliberale dictaten (privatiseringen, bezuinigingen) enkele jaren later de deur. Sindsdien is de Boliviaanse economie enorm opgebloeid.

Schijntje

Toen de Fransman Dominique Strauss-Kahn in 2007 als IMF-topman begon, had het instituut slechts (omgerekend) 1,8 miljard euro aan leningen uitstaan. Een schijntje vergeleken bij de omvang van de wereldwijde schuldenberg en een pregnant teken van de tanende invloed van het reddingsfonds. Met dank aan de financiële crisis moest het IMF na 2008 weer volop in actie komen, maar niet zozeer in laag ontwikkelde of opkomende landen. De bulk van de IMF-leningen na 2008 ging naar Europese landen (waaronder Griekenland), een opmerkelijke verschuiving ten opzichte van het verleden.

Het feit dat het IMF in 1945 vooral werd opgericht om de Amerikaanse economische belangen te dienen, werkt nog steeds door in het beleid van het fonds. Niet-westerse landen beschuldigen het IMF er vaak van een instrument te zijn van westerse private schuldeisers, zoals Amerikaanse en Europese banken. Door noodleningen te verstrekken aan landen in crisis, vergroot het IMF de kans dat de westerse schuldeisers hun geld terugzien. De landen die IMF-hulp krijgen, gebruiken die noodleningen dan deels om de schulden van de private sector af te lossen. In plaats van dat zij gestraft worden voor het grote risico van lenen aan zwakke economieën, krijgen die westerse geldverstrekkers dus een bail-out. Het IMF zorgt er vervolgens voor dat het zijn eigen geld terugkrijgt door het ontvangende land keiharde maatregelen op te leggen. Het IMF bevordert daarmee ook direct de zakelijke en economische belangen van de Verenigde Staten en in mindere mate Europa, zeggen critici. 

Het instituut schreef tot tien jaar geleden min of meer een standaardmedicijn voor aan landen die noodhulp kregen: meer marktliberalisme. Dat wil zeggen: het opheffen van handelsbarrières, het privatiseren van staatsbedrijven, het verlagen van bedrijfsbelastingen en bezuinigingen op sociale voorzieningen als pensioenen en gezondheidszorg. Landen die IMF-hulp kregen, moesten dus noodgedwongen hun interne markt openstellen voor westerse zakenlieden die daar sterk van profiteerden. Landen die bevriend waren met de VS, of die van strategisch belang waren voor de Amerikaanse regering, kregen gemiddeld tegen veel mildere voorwaarden IMF-leningen dan landen die op vijandige voet met de VS staan.

Onaanvaardbaar

Strauss-Kahn en Lagarde hebben de focus op het marktliberalisme bij het IMF met enig succes weten te verminderen. Het IMF heeft tegenwoordig meer oog voor de negatieve gevolgen van het neoliberalisme. Als staten gedwongen worden te bezuinigen op sociale voorzieningen en tegelijkertijd bedrijven minder belasting laten betalen, verarmt de middenklasse en groeit de ongelijkheid. Dat maakt de door het IMF opgelegde hervormingen op den duur politiek en sociaal onaanvaardbaar.

Vorige maand zei Lagarde nog dat landen hun uitgaven aan gezondheidszorg, onderwijs en zwakke groepen in de samenleving niet teveel moeten terugschroeven, een totaal ander geluid dan de wereld gewend is van het IMF. Volgens Lagarde heeft het IMF de afgelopen jaren veel aan zelfonderzoek gedaan en wil het instituut meer gehoor geven aan landen die waarschuwen voor de groeiende ongelijkheid in de wereld. De nieuwe directeur zal dit beleid moeten voortzetten om het IMF toekomstbestendig te maken.

Iets wat Lagardes opvolger niet zo makkelijk kan veranderen, zijn de stemverhoudingen in het dagelijks bestuur. De Verenigde Staten hebben als enige van de 189 IMF-leden een veto op belangrijke besluiten en dat blijft waarschijnlijk zo. Het veto kan namelijk alleen met instemming van de Amerikanen worden afgeschaft: geen reëel scenario. De Amerikanen voorkomen tot nu toe ook dat nieuwe economische grootmachten als China en India een evenredig stemrecht krijgen, omdat dit ten koste zou gaan van de eigen macht. Op termijn lijkt dat geen houdbare situatie, maar een oplossing is niet in zicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234